Categorie archieven: Transport

Expeditiebedrijven zijn de sleutel tot efficiënte grensoverschrijdende handel

Door onze unieke positie bij Eindhoven Airport krijgen we dagelijks een levendige en praktische kijk op de complexe wereld van internationale handel en logistiek.

Vanuit ons redactiekantoor hebben we dagelijks zicht op de bruisende activiteiten rondom Eindhoven Airport. Deze unieke positie stelt ons in staat om een fascinerende blik te werpen op de wereld van luchthavenlogistiek, douaneactiviteiten en de transportbedrijven die de regio bedienen. Met de drukte van het komen en gaan van vliegtuigen, de nauwgezette werkzaamheden van douaneagenten, en de constante stroom van transportbedrijven, vormt Eindhoven Airport een cruciaal knooppunt in de keten van internationale handel en logistiek.

Eindhoven Airport dient als een belangrijke schakel in zowel de Europese als de mondiale handel. De luchthaven faciliteert een aanzienlijk volume aan goederenverkeer, variërend van high-tech producten tot alledaagse consumptiegoederen. Rondom Eindhoven Airport opereren diverse expeditiebedrijven die essentieel zijn voor het transport en de logistiek van geïmporteerde en geëxporteerde goederen. Hun rol in het coördineren van logistieke processen, van opslag tot transport, is onmisbaar. 

Brexit

De Brexit, de uittreding van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie, heeft een aanzienlijke impact gehad op de mobiliteit en de import- en export van goederen tussen de EU en het VK. Na de Brexit zijn er nieuwe handelsbarrières opgeworpen. Dit betreft niet alleen tarieven, maar ook niet-tarifaire belemmeringen zoals extra controles, papierwerk en normen. Deze veranderingen hebben een directe impact op de mobiliteit van goederen. Vrachtwagens en transportmiddelen ervaren vertragingen aan de grenzen door extra douanecontroles en documentatievereisten.

Expeditiebedrijven en douaneagenten hebben beide een belangrijke rol in de internationale handel, maar ze vervullen vaak wel verschillende functies. Importeurs en exporteurs moeten nu voldoen aan complexere douaneprocedures. Dit omvat de noodzaak van nauwkeurige douanedocumentatie, zoals exportaangiften, importvergunningen en oorsprongscertificaten. Voor bedrijven die niet gewend zijn aan deze procedures, kan dit leiden tot significante vertragingen en verhoogde kosten.

Foto: Pitane Blue

Een ervaren expediteur heeft een breed netwerk van producenten, fabrikanten en rederijen en kent de lokale markten van binnen en buiten. De primaire taak is het ontzorgen van de opdrachtgever.

Een expeditiebedrijf, ook wel een expediteur (expeditio) genoemd, is een onderneming die in eigen naam en op commerciële basis het vervoer van goederen voor opdrachtgevers organiseert, zonder dit transport zelf uit te voeren. Nederlandse expeditiebedrijven spelen een cruciale rol, vooral als het gaat om het aanmaken van de benodigde douanedocumenten. Met name hun rol in het begeleiden van bedrijven door complexe douaneprocessen, het waarborgen van handelscontinuïteit, en het ondersteunen van aanpassingen aan de nieuwe handelsrealiteit zijn kerntaken van deze bedrijven.

douaneagent

Een douaneagent, ook wel een douanemakelaar genoemd, speelt een cruciale rol in het internationale handelsproces, vooral in situaties zoals de post-Brexit handelscontext. Een douaneagent is verantwoordelijk voor het voorbereiden en indienen van de vereiste douanedocumenten namens de importeur of exporteur. Dit omvat het invullen van aangiften, oorsprongscertificaten en andere relevante documenten. Ze zorgen ervoor dat alle papierwerk voldoet aan de nationale en internationale douaneregels en wetgeving.

Douaneagenten berekenen de verschuldigde invoerrechten en belastingen op basis van de waarde, oorsprong en classificatie van de goederen. Ze helpen bij het faciliteren van de betaling van deze kosten aan de douaneautoriteiten. Ze helpen bij het communiceren van informatie en het oplossen van eventuele vragen of problemen die kunnen ontstaan en in sommige gevallen vertegenwoordigen ze het bedrijf tijdens douane-inspecties en audits. Ze voorzien hun klanten van advies over veranderingen in douanewetgeving en handelsakkoorden die van invloed kunnen zijn op de import- en exportprocessen en helpen bedrijven met strategische planning rondom import- en exportactiviteiten om compliance te verzekeren en kosten te minimaliseren.

vertragingen

Douaneagenten assisteren bij het oplossen van problemen zoals vertragingen bij de douane, ontbrekende of onjuiste documentatie, en misverstanden over classificaties of tarieven. Ze helpen bij het beheer van risico’s die gepaard gaan met grensoverschrijdende handel, waaronder naleving van regelgeving en potentiële boetes. In sommige gevallen coördineren douaneagenten ook het transport van goederen, inclusief het regelen van vervoer en opslag. Hun expertise en diensten zorgen voor een soepele en conforme afhandeling van import- en exportactiviteiten, wat vooral belangrijk is in complexe handelsscenario’s zoals die na de Brexit.

Douaniers houden onveilige en andere ongewenste goederen tegen bij ons deel van de buitengrens van de Europese Unie. En we dragen bij aan een sterke economie, onder andere door oneerlijke concurrentie tegen te gaan.

Uitzicht vanuit de lucht op het Westland, een gigantisch glastuinbouwgebied

Bedrijven met een AEO-status worden beschouwd als betrouwbare partners in de internationale handel.

De Rotterdamse haven, bekend als een van de grootste en meest efficiënte havens ter wereld, speelt een sleutelrol in de Europese en globale handel, met een bijzondere nadruk op de overslag van groente en fruit. Samen met het nabijgelegen Westland, bekend om zijn uitgestrekte kassen en agrarische innovatie, vormt deze regio een unieke en vitale combinatie in de wereldwijde fruitindustrie. Het Westland, vaak aangeduid als de ‘Glazen Stad’, is een epicentrum van tuinbouw en agrarische innovatie. De nabijheid van de Rotterdamse haven tot het Westland creëert unieke synergiën. De haven faciliteert de snelle distributie van in het Westland geteelde producten naar internationale markten, terwijl het tevens als invoerpunt dient voor de aanvoer van buitenlandse producten. En dat vraagt weer een professionele aanpak.

“one stop shop” 

Met een visie op het bieden van gespecialiseerde douanediensten, werd Bongers Expeditie B.V. meer dan twee decennia geleden opgericht. De samenwerking tussen Bongers Expeditie en AEB demonstreert hoe Nederlandse douane-expediteurs zich succesvol hebben kunnen aanpassen aan veranderende handelsomstandigheden. Het verhaal toont aan hoe innovatie, flexibiliteit en samenwerking essentieel zijn voor groei in de dynamische wereld van internationale handel en douanediensten.

De impact van de Brexit kan vanuit verschillende perspectieven worden bekeken, waaronder economisch, politiek, sociaal en cultureel. Bedrijven konden ook profiteren in hun groei door de Brexit maar moesten zich aanpassen aan de nieuwe realiteit. Dit heeft ook nieuwe kansen gebracht, maar elke kans kwam met de eigen uitdagingen. Zo heeft Bongers Expeditie, een vooraanstaande Nederlandse douane-expediteur, destijds een significante transformatie ondergaan. Deze verandering werd gedreven door de noodzaak om zich voor te bereiden op de nieuwe realiteit van handel na de Brexit.

Het gehele proces wordt nu binnen het bedrijf door één systeem afgehandeld. Het kostte enige tijd voordat alle noodzakelijke onderdelen van een complex douaneproces in elkaar pasten. Als expert in het inklaren van bederfelijke waren zoals planten, bloemen, groenten, fruit, vlees, zuivel en algemene producten, was het van cruciaal belang dat Bongers efficiënt en snel kon blijven opereren. De samenwerking met AEB heeft Bongers in staat gesteld om als broker en klant op te treden en douanediensten aan te bieden in meerdere landen. Door de AEO Douane status (Authorized Economic Operator) gecombineerd met een team van bekwame en behulpzame collega’s kunnen ze elk bedrijf ontzorgen door het verwerken en invoeren van de benodigde export- en douane documenten en in/uitklaringen.

NVWA

Bij het exporteren van goederen komt veel kijken voor de ondernemers. Zo heeft het Verenigd Koninkrijk recentelijk aangekondigd dat per 31 januari 2024, producten binnen de zogenaamde ‘medium risk group’ onderhevig zullen zijn aan een verplicht fytocertificaat. Dit besluit sluit aan bij de bestaande regelgeving voor de ‘high risk group’, waarvoor een fytocertificaat reeds een vereiste is. De specifieke producten die onder de ‘medium risk group’ vallen, zijn momenteel nog niet bekendgemaakt, wat leidt tot vragen en onzekerheden binnen de betrokken sectoren. Er is vanuit diverse hoeken in het Verenigd Koninkrijk om opheldering gevraagd over deze categorie.

Deze nieuwe regelgeving heeft aanzienlijke gevolgen voor de handel en export vanuit en naar het Verenigd Koninkrijk. Met de uitbreiding van de fytocertificaatplicht naar een bredere groep producten, is een toename van het aantal vereiste inspecties onvermijdelijk. Dit legt extra druk op de keuringsdiensten. Om de verwachte toename in inspecties het hoofd te bieden en efficiëntie in het proces te waarborgen, heeft het Verenigd Koninkrijk het Bedrijfscontrolesysteem in het leven geroepen. Dit systeem stelt erkende bedrijven in staat om zelf de vereiste fytosanitaire controles uit te voeren. Deze aanpak vermindert de belasting op de officiële keuringsdiensten en bevordert tegelijkertijd de zelfregulering binnen de sector. Belangrijk hierbij is dat de medewerkers van deze erkende bedrijven specifiek opgeleid zijn tot bevoegde fytosanitaire medewerkers, om de integriteit en nauwkeurigheid van de controles te waarborgen.

AEO

De Authorized Economic Operator (AEO) status is een internationaal erkende kwaliteitsmarkering die aangeeft dat de rol van een bedrijf in de internationale supply chain veilig is en dat hun douaneprocedures efficiënt en conform de douanewetgeving zijn. Deze status wordt uitgegeven door douaneautoriteiten in de Europese Unie en wordt ook erkend in landen buiten de EU. Het AEO-certificaat kan worden verkregen door een verscheidenheid aan bedrijven binnen de internationale handelsketen, inclusief fabrikanten, exporteurs, importeurs, expediteurs, douaneagenten en logistieke dienstverleners.V

Elektrische transitie in bedrijfsleven vertraagd door beleid en drempels

Ondanks naderende uitstootvrije zones lijkt het Nederlandse bedrijfsleven de omschakeling naar elektrische voertuigen uit te stellen tot 2030, waarschuwt Joulz-CEO Sytse Zuidema.

Zuidema merkt op dat terughoudendheid en het uitstellen van investeringen in elektrische voertuigen en bijbehorende laadinfrastructuur niet alleen financiële risico’s met zich meebrengen, maar ook operationele. Naast het mogelijke voordeel dat early adapters hebben door hun voorsprong, zal uitstel ook leiden tot een toenemende druk op de toch al fragiele elektriciteitsnetwerken. Bedrijven die op het laatste moment besluiten om over te schakelen, riskeren in een bottleneck terecht te komen waarbij het netwerk hun energievraag simpelweg niet aankan. Dit kan resulteren in hogere kosten en vertragingen voor deze laatkomers.

De naderende invoering van uitstootvrije zones in verschillende Nederlandse gemeenten vanaf 2025 heeft tot nu toe niet de gewenste uitwerking op de versnelling van de transitie naar elektrisch rijden binnen het bedrijfsleven. Dat concludeert het Delftse elektriciteits-infrastructuurbedrijf Joulz in een recente marktverkenning. Interessant is de ontdekking dat de landelijke wetgeving bedrijven tot 2030 nog toelaat om met de laatste generatie diesel- en benzineauto’s deze zones te betreden. Dat maakt het voor veel ondernemingen minder urgent om hun wagenpark nu al te elektrificeren.

Sytse Zuidema, CEO van Joulz, geeft aan dat hij een opleving van dieselauto’s verwacht vóór 2025, mede door het vervallen van de aankoopbelastingvrijstelling voor ondernemers in dat jaar. Volgens hem zullen veel bedrijven pas op lange termijn een significante omschakeling naar elektrische voertuigen maken, gebruikmakend van de komende jaren om te experimenteren met een kleiner deel van hun wagenpark.

Joulz ziet voor zichzelf een rol weggelegd in het versnellen van deze transitie. Naast het aanbieden van laadoplossingen focust het bedrijf zich op het adviseren van zijn klanten over de beste manieren om over te schakelen naar een duurzaam wagenpark.

Daar komt bij dat terwijl de Nederlandse overheid en verschillende gemeenten uitstootvrije zones aanmoedigen, het beleid tot nu toe niet consequent is als het gaat om het stimuleren van elektrisch rijden binnen het bedrijfsleven. Het huidige beleid staat immers toe dat bedrijven tot 2030 met diesel- en benzineauto’s in deze zones kunnen komen, waardoor de urgentie om nu te handelen ontbreekt. Dit kan er potentieel voor zorgen dat, ondanks goede bedoelingen, de milieudoelstellingen van zowel de overheid als het bedrijfsleven in gevaar komen.

netcongestieprobleem

Dit netcongestieprobleem is al een realiteit. Veel nieuwe en bestaande bedrijven en bedrijventerreinen in Nederland kunnen niet meer rekenen op een toereikende elektriciteitsaansluiting. Wachten met overstappen naar elektrisch vervoer verergert deze situatie, waarschuwt Zuidema. Bovendien is het een behoorlijke opgave om het Nederlandse bedrijfswagenpark te elektrificeren. Voor een totale omschakeling tegen 2050 is 17 terawattuur aan elektriciteit nodig, vergelijkbaar met het jaarlijkse stroomverbruik van 6,8 miljoen huishoudens. Het huidige, overbelaste net kan deze vraag niet aan. 

Lokale energieopwekking zal daarom een belangrijke rol spelen. Joulz biedt bedrijven in deze context laadpalen in combinatie met lokale zonne-energieopwekking, batterijen en slimme software om de energieverdeling te optimaliseren. Joulz, dat zich heeft gespecialiseerd in duurzame energie-infrastructuren en -diensten, heeft ongeveer 20.000 klanten in het Nederlandse midden- en kleinbedrijf en grootbedrijf. Sinds april 2023 staat Sytse Zuidema aan het roer van de onderneming. Het bedrijf is een voormalig onderdeel van netbeheerder Stedin en speelt een sleutelrol in de energietransitie door te focussen op het balanceren van de productie en consumptie van duurzame elektriciteit.

Bekroonde Hélène Hendriks verlengt contract als ambassadrice van TVM Awards

Hoe een geliefde tv-presentatrice de aandacht vestigt op het belang van transport- en verkeersveiligheid in Nederland.

Niet totaal onverwacht heeft Hélène Hendriks, die recent de Televizier-Ring voor Presentator in ontvangst mocht nemen, haar contract als ambassadrice van de TVM Awards met nog eens twee jaar verlengd. Hendriks is sinds 2019 al het gezicht van dit maatschappelijk initiatief, dat zich inzet voor transport- en verkeersveiligheid. Het initiatief is een samenwerking tussen TVM verzekeringen en een zorgvuldig geselecteerde groep partners.

Het nieuws van de contractverlenging werd met enthousiasme ontvangen door Johan Hemmen, manager preventie en risicobeheer bij TVM verzekeringen. Hemmen benadrukte het wederzijdse respect en de synergie tussen Hendriks en de organisatie. “Hélène’s enthousiasme en betrokkenheid zijn aanstekelijk,” zei Hemmen. “Ze heeft een uitstekende band met de chauffeurs en is het ideale boegbeeld voor de TVM Awards. Samen willen we Nederland bewust maken van de waarde en uitdagingen die het beroep van beroepschauffeur met zich meebrengt.”

Niet alleen is Hendriks geliefd bij de professionals in de transportsector, maar ook bij de kijkers thuis. Haar populariteit kreeg afgelopen zomer een enorme boost dankzij haar presentatie van het programma De Oranjezomer, dat massaal werd bekeken in Nederland. Deze bekendheid werd nog eens bekroond toen zij de Televizier-Ring voor Presentator uit handen van Ruud Gullit ontving. In een sterk veld van genomineerden, waaronder publiekslieveling André van Duin en de immens populaire Raven van Dorst, maakt deze erkenning haar prestatie des te indrukwekkender.

Met een nieuwe contractverlenging kiest Hendriks voor een blijvende rol in de promotie van transport- en verkeersveiligheid.

Naast haar presentatieklussen en ambassadeurschap is Hendriks ook actief betrokken bij evenementen van de TVM Awards. Zo trad ze op 30 september op als dagvoorzitter tijdens de grote finaledag van de TVM Awards op het TT Circuit Assen, een evenement waar de veiligste beroepschauffeurs van Nederland in het zonnetje worden gezet als onderdeel van het NK Veiligste Chauffeur.

De contractverlenging van Hélène Hendriks bij de TVM Awards komt op een strategisch moment voor beide partijen. Voor Hendriks biedt het een platform om haar invloed en bereik uit te breiden naar maatschappelijke vraagstukken, terwijl TVM verzekeringen en hun partners profiteren van haar groeiende populariteit en geloofwaardigheid, niet alleen als tv-persoonlijkheid, maar ook als maatschappelijk betrokken figuur.

Staking bij SNCF treft regionale lijnen, maar hogesnelheidstreinen rijden als normaal

De recente protesten en stakingen hebben diverse oorzaken aangekaart, van pensioenhervormingen tot de liberalisering van de spoorwegen.

Reizigers die gebruikmaken van de regionale spoorwegen in Frankrijk, met name de TER en RER, kunnen zich vrijdag 13 oktober opmaken voor enige hinder. De Franse spoorwegmaatschappij SNCF heeft op donderdag 12 oktober aangekondigd dat er een staking zal plaatsvinden om hogere lonen en gendergelijkheid te eisen. De staking is opgeroepen door een coalitie van vakbonden. De impact op de hogesnelheidstreinen, de TGV’s, wordt echter als normaal beschouwd. SNCF moedigt passagiers aan om per regio informatie in te winnen over eventuele verstoringen.

In de regio Ile-de-France zullen vooral de RER-lijnen D en C getroffen zijn, met slechts twee van de drie treinen die zullen rijden. Dit geldt ook voor de H, L, U en R lijnen van Transilien. Voor de lijn N zullen drie van de vier treinen volgens schema rijden. Op andere plaatsen wordt een normale dienstregeling verwacht. Wat betreft het RATP-netwerk, dat de metro, bus en tramlijnen in de hoofdstad Parijs omvat, worden er geen verstoringen verwacht.

De aankomende staking volgt twee weken na een eerder, matig bijgewoonde, stakingsactie van de SNCF. Die eerdere staking richtte zich tegen de openstelling van de spoorwegmarkt voor concurrentie en het opsplitsen van SNCF Freight. De vakbonden zijn ook net uit een langdurige sociale beweging tegen pensioenhervormingen gekomen. Dit omvatte onder meer veertien dagen van sectoroverschrijdende stakingen en een doorlopende staking die op 7 maart werd gelanceerd door alle SNCF-vakbonden.

Foto: Pitane Blue – Lille Flandres

De staking bij de SNCF zal hoogstwaarschijnlijk het meest voelbaar zijn voor forenzen en reizigers die afhankelijk zijn van regionale treindiensten. Terwijl het management van SNCF aangeeft dat er minimaal hinder zal zijn voor de TGV-lijnen, zullen vooral de TER- en RER-lijnen enkele verstoringen ondervinden. Daarmee wordt een patroon zichtbaar waarin regionale lijnen en daarmee regionale reizigers relatief harder getroffen worden door stakingsacties dan degenen die gebruik maken van hogesnelheidsdiensten zoals de TGV.

verwachtingen

De Franse spoorwegmaatschappij SNCF heeft gedetailleerde verwachtingen vrijgegeven voor de treindiensten op vrijdag 13 oktober 2023, de dag van de aangekondigde staking. In Normandië zal de dienstregeling op de lijnen Rouen-Dieppe, Le Havre-Rolleville en Rouen-Amiens-Lille normaal zijn. Echter, op de lijn Paris-Chartres-Le Mans worden meer verstoringen verwacht. Reizigers worden aangeraden de website van TER Centre-Val de Loire te raadplegen voor actuele informatie. Dit geldt ook voor de regionale treinen in de regio Grand Est, met name in Champagne-Ardenne en Lorraine. In de regio Hauts de France zal het treinverkeer licht verstoord zijn, en ook hier worden passagiers door de SNCF aangeraden om de specifieke regionale TER-websites te checken voor gedetailleerde tijdschema’s.

Wat betreft de RER- en Transilien-lijnen in de regio Ile-de-France: voor de RER C en D worden twee van de drie treinen verwacht te rijden. De RER E zal licht verstoord zijn tussen Haussmann Saint-Lazare en Chelles Gournay. Op de Transilien-lijnen H, L en U zullen eveneens twee van de drie treinen rijden. Lijn N zal driekwart van haar treinen laten rijden en op lijn R worden gemiddeld twee van de drie treinen verwacht, met een paar treinen tussen Paris Lyon en Montereau via Héricy. Een “normaal tot bijna normaal” service wordt verwacht op de RER A, RER B, RER E, en de Transilien-lijnen J, K en P, evenals de tramlijnen T4, T11 en T13. De overige lijnen, beheerd door RATP, zullen niet worden beïnvloed.

Mobiliteit in en rond Israël en Gaza is reizen door spanningen

Als Egypte de Rafah-grensovergang sluit, een belangrijk toegangspunt voor Gazanen naar Egypte, dan wordt het aanzienlijk moeilijker voor de bewoners om te vertrekken nu het in oorlog is met Israël.

De recente escalatie van geweld en spanningen tussen Israël en Gaza hebben invloed op de mobiliteit in beide regio’s, en het is essentieel om deze gevolgen in hun context te begrijpen. Mobiliteit is een essentieel onderdeel van de dagelijkse levens van mensen over de hele wereld, en de regio Israël en Gaza vormt daarop geen uitzondering. De mogelijkheid van de bewoners van de Gazastrook om te vluchten hangt af van verschillende factoren, waaronder de toegankelijkheid van de grensovergangen.

grensovergangen

De Gazastrook heeft slechts twee primaire grensovergangen: Erez met Israël en Rafah met Egypte. Wanneer Egypte besluit de Rafah-overgang te sluiten, verliezen de inwoners van Gaza hun belangrijkste alternatieve uitweg uit de strook. Deze grensovergang is in het verleden ook al onvoorspelbaar geopend en gesloten, afhankelijk van de politieke en veiligheidssituatie tussen Gaza en Egypte.

Terwijl Israël een goed ontwikkeld en uitgebreid openbaar vervoersnetwerk heeft, kampt Gaza met beperkte middelen en infrastructuur.

De tweede vluchtroute is nog lastiger, zo niet onmogelijk. Grensovergang Erez met Israël wordt strikt gecontroleerd door Israëlische autoriteiten. In het verleden werden alleen mensen met speciale vergunningen (zoals medische patiënten, journalisten, NGO-medewerkers en anderen) toegelaten tot Israël via deze overgang. Tijdens perioden van verhoogde spanning of conflict is de toegang beperkt of volledig geblokkeerd.

Gaza

Buiten deze twee belangrijke overgangen zijn er geen andere officiële uitgangspunten uit de Gazastrook. Hoewel er in het verleden smokkeltunnels zijn geweest tussen Gaza en Egypte, zijn velen daarvan vernietigd door de Egyptische autoriteiten, en ze zijn gevaarlijk en onofficieel. Gaza, kent verschillende mobiliteitsuitdagingen. Door de jarenlange blokkade en de beperkte middelen heeft het gebied beperkte infrastructuur voor openbaar vervoer.

Er zijn echter diverse informele transportmiddelen beschikbaar, zoals taxi’s en riksja’s, die veel gebruikt worden door de lokale bevolking. Wat luchtvaart betreft, heeft Gaza een beperkte toegang. De Yasser Arafat International Airport, eens de trots van de Gazastrook, werd in 2001 vernietigd en is sindsdien niet herbouwd. Dit heeft de Gazastrook grotendeels afhankelijk gemaakt van grensovergangen met zowel Israël als Egypte voor reizen naar het buitenland.

Israël

Israël heeft de afgelopen jaren aanzienlijke investeringen gedaan in de ontwikkeling en uitbreiding van zijn openbaar vervoersnetwerk. De trams in steden zoals Jeruzalem hebben ook een belangrijke rol gespeeld in het verlichten van de verkeersdrukte en het bieden van een alternatieve vervoerswijze voor inwoners en bezoekers. 

Daarnaast speelt luchtvaart een cruciale rol in Israëls verbinding met de buitenwereld. Ben Gurion Airport, gelegen nabij Tel Aviv, is het belangrijkste internationale vliegveld van het land en verwerkt jaarlijks miljoenen passagiers. De luchtvaartsector heeft zich continu aangepast aan de veranderende veiligheidssituaties in de regio, met strikte beveiligingsmaatregelen die zowel de veiligheid van de reizigers als die van het land waarborgen.

Het treinnetwerk van Israël Railways heeft bijvoorbeeld diverse uitbreidingen ondergaan, waardoor steden en regio’s die voorheen niet met elkaar verbonden waren, nu op een efficiënte en tijdbesparende manier bereikbaar zijn.

Wat iemand als de “grenzen” van Israël beschouwt, kan sterk variëren afhankelijk van politieke overtuigingen en perspectieven. Israël heeft een westelijke kustlijn langs de Middellandse Zee. De landgrenzen van Israël zijn het resultaat van historische gebeurtenissen, oorlogen en diplomatieke overeenkomsten sinds de oprichting van de staat in 1948. De grenzen van Israël, met name in relatie tot de Palestijnse gebieden, zijn altijd een bron van voortdurende politieke discussie en conflict geweest.

over grenzen heen

De noordelijke grens met Libanon werd bepaald door de Frans-Britse grensovereenkomst van 1923 en is later bekend geworden als de “Blauwe Lijn”, vooral na de terugtrekking van Israël uit Zuid-Libanon in 2000. De noordoostelijke grens met Syrië, de Golanhoogten, is een gebied dat Israël veroverde van Syrië tijdens de Zesdaagse Oorlog van 1967, en nog steeds een betwist gebied. Israël heeft de Golanhoogten in 1981 geannexeerd, maar deze annexatie is internationaal niet erkend. De wapenstilstandslijn tussen Israël en Syrië, vastgesteld na de Jom Kippoeroorlog van 1973, wordt vaak de “Paarse Lijn” genoemd.

De oostelijke grens met Jordanië is de grens tussen Israël en Jordanië die werd vastgelegd in het Israëlisch-Jordaanse vredesverdrag van 1994. De rivier de Jordaan en de Dode Zee vormen grote delen van deze grens. De zuidelijke grens met Egypte is ontstaan na de Zesdaagse Oorlog van 1967. Israël bezette de Sinaï-woestijn maar gaf deze terug aan Egypte na het Camp David-akkoord van 1978 en het daaropvolgende vredesverdrag van 1979. De internationaal erkende grens tussen Israël en Egypte loopt van het zuidelijkste punt van de Gazastrook naar de Rode Zee bij Eilat en de Egyptische stad Taba.

Bijna een derde van vrachtwagens in goederenvervoer is in overtreding

Belangrijk is dat deze inspecties deel uitmaken van een bredere inspanning om niet alleen de naleving van de wet te garanderen, maar ook om een gelijk speelveld in de transportsector te creëren.

Alarmerende resultaten bij gezamenlijke controle wegvervoer uitgevoerd op het goederenvervoer over de weg in de Benelux. De Nederlandse Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) en de Belgische Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer werkten samen om de naleving van verschillende regelgevingen in de transportsector te toetsen. De onthutsende uitkomst: bijna een derde van de gecontroleerde vrachtwagens was in overtreding.

De controles werden aan beide zijden van de grens uitgevoerd. In Nederland focuste de ILT zich op de omgeving van Venlo, terwijl de Belgische autoriteiten actief waren in Zonhoven en Fernelmont. De inspecties waren gericht op verschillende aspecten, zoals het naleven van rij- en rusttijden, correct gebruik van de tachograaf en het in bezit zijn van de vereiste documenten. Uit de gecombineerde inspectieresultaten van 49 vrachtwagens kwamen 34 overtredingen naar voren, met 16 vrachtwagens in overtreding.

In Nederland werden 26 vrachtwagens geïnspecteerd. Hierbij werden 13 overtredingen geconstateerd, die resulteerden in 8 processen-verbaal en 7 boetes. Deze varieerden van overtredingen van de cabotageregels tot aan het rijden met een verlopen code 95, een verplichte nascholing voor beroepschauffeurs. Ernstiger waren de gevallen waarbij vrachtwagens werden betrapt op technische mankementen, zoals een gebroken remschijf die ter plaatse moest worden vervangen voordat de chauffeur zijn weg mocht vervolgen.

De significante aantallen overtredingen bij de recente inspecties roepen vragen op over de effectiviteit van de huidige handhavingsmechanismen. Met processen-verbaal variërend van technische mankementen tot fraude en overtreding van de rij- en rusttijden lijkt het erop dat er op meerdere fronten ruimte is voor verbetering. Het lijkt er ook op dat de huidige controlesystemen, ondanks hun strengheid, nog niet voldoende afschrikken.

De Belgische Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer inspecteerde 23 voertuigen, waarvan er drie in overtreding waren. Deze overtredingen bestonden onder andere uit fraude en het niet-correct gebruik van de tachograaf. Ook hier werden chauffeurs betrapt op het overtreden van de rij- en rusttijden.

Deze gezamenlijke controles zijn mede mogelijk gemaakt door het Benelux-Verdrag van Luik uit 2014, dat inspectiediensten toestaat grensoverschrijdend samen te werken. Volgens de betrokken partijen helpt deze samenwerking om de handhaving van Europese regelgeving in de transportsector meer gelijk te trekken. Dit is niet alleen bevorderlijk voor eerlijke concurrentie tussen transportbedrijven, maar ook voor betere arbeidsomstandigheden voor chauffeurs en voor de verkeersveiligheid in het algemeen.

De resultaten van deze recente controleacties leggen een belangrijk probleem in de transportsector bloot. Het feit dat een aanzienlijk percentage van de gecontroleerde vrachtwagens in overtreding was, onderstreept de noodzaak voor verdere samenwerking en strengere handhaving in het goederenvervoer over de weg.

Foto: Benelux controle © ILT

Gent pioneert in emissievrije stedelijke logistiek met oog op 2030

Logistiek verkeer heeft een erg grote impact op de leefkwaliteit en de veiligheid in onze stad.

De Belgische stad Gent heeft zich voorgenomen om tegen 2030 een voorloper te zijn op het gebied van emissievrije stedelijke logistiek, een ambitie die de stad tot een van de eerste in Vlaanderen maakt met dergelijke toekomstplannen. Het zogenoemde ‘Plan Stedelijke Logistiek’ richt zich op goederenvervoer binnen de R40, de ringweg die het centrum van de stad omsluit. Vanaf 2030 zullen leveringen in dit gebied zo veel mogelijk uitstootvrij moeten zijn.

Het plan omvat een gefaseerde aanpak, waarbij rekening wordt gehouden met verschillende variabelen zoals het type voertuig en de aard van de logistieke stromen. Dit is van belang omdat, bijvoorbeeld, bouwlogistiek veelal gebruikmaakt van zwaardere voertuigen dan de bestelwagens die pakjes leveren. Sofie Bracke, schepen van Economie, benadrukt dat de termijn tot 2030 de logistieke sector voldoende tijd biedt om zich aan te passen. Ze pleit tevens voor een uniform kader vanuit de Vlaamse overheid, zodat de regels in heel Vlaanderen gelijk zijn.

De achterliggende motivatie van het Gentse initiatief is veelomvattend. Het beoogt niet alleen de leefkwaliteit en verkeersveiligheid in de stad te verbeteren, maar ook de bereikbaarheid te garanderen en het economische weefsel te versterken. Dit is geen geringe opgave, aangezien per week zo’n 7.000 ton goederen de stad binnenkomen via 40.000 ritten van bestel- en vrachtwagens, exclusief bouwlogistiek. Daarnaast worden er dagelijks tussen de 10.000 en 20.000 pakjes geleverd in de binnenstad.

Foto: Pitane Blue – pakketbezorger PostNL

Naast de focus op duurzame voertuigen wordt er ook gewerkt aan het verminderen van goederenstromen door bundeling. Andere aandachtspunten zijn het verbeteren van de levering aan handelaren en het creëren van meer ruimte voor logistieke activiteiten. Filip Watteeuw, schepen van Mobiliteit, stelt dat het plan een stap in de goede richting is om de grote impact van logistiek verkeer op de leefkwaliteit en veiligheid in de stad te verminderen.

De stad Gent heeft al concrete stappen gezet. Zo is er deze week een minihub geopend aan de Ham, die PostNL gebruikt om leveringen binnen de R40 te verrichten met vrachtfietsen. Bij het voormalige FNAC-gebouw zullen in de nabije toekomst bouwmaterialen via het water worden aangevoerd. Bovendien heeft Gent bij de Vlaamse overheid een aanvraag ingediend voor drie pilootprojecten om deze ambitieuze doelen te realiseren.

Lees hier het volledige Plan Stedelijke Logistiek

Het Europees probleem van criminelen achter het stuur van huurvoertuigen

Hoewel Nederland voorop loopt in de aanpak, is het van cruciaal belang dat andere landen ook stappen ondernemen om dit groeiende probleem aan te pakken.

Wie in het buitenland een luxueuze auto probeert te huren, zal zich niet snel een tweederangsburger voelen. Maar voor Nederlanders kan dat gevoel ineens realiteit worden. Het bewijs? Toen ik, als Nederlandse journalist, bij het gerenommeerde Sixt in München een BMW wilde huren, werd mij duidelijk gemaakt dat één kredietkaart niet voldoende was. Er waren twee kredietkaarten van verschillende maatschappijen nodig om simpelweg de borg van de wagen te voldoen.

Dit is meer dan alleen een formaliteit of een bureaucratische hindernis. Het spreekt van een diep geworteld wantrouwen tegenover Nederlandse huurders, vooral wanneer het gaat om luxe of high-end voertuigen. De huurmarkt voor motorvoertuigen blijft een zorgwekkend terrein voor de handhaving van de wet in heel Europa. Recent onderzoek uitgevoerd door Bureau Beke heeft verdere inzichten verschaft in het fenomeen van criminelen die gebruik maken van huurvoertuigen voor onwettige doeleinden.

Hoewel Nederland een voortrekkersrol heeft in de aanpak van deze kwestie, kunnen we veel leren van de praktijken en ervaringen van andere landen. Zoals het onderzoek aantoonde, hebben het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, België, Duitsland en Malta specifieke maatregelen genomen of zijn ze bezig met het ontwikkelen van beleid om het crimineel gebruik van huurvoertuigen tegen te gaan.

In 2019 signaleerde Bureau Beke al dat criminelen systematisch huurvoertuigen misbruikten. Demissionair Minister van Justitie en Veiligheid, Dilan Yeşilgöz-Zegerius, heeft toen de wens geuit om deze kwestie grondiger aan te pakken. In het Verenigd Koninkrijk, bijvoorbeeld, worden autoverhuurbedrijven aangemoedigd om samen te werken met de politie en informatie te delen over verdachte huurders. In Duitsland worden strengere identiteits- en achtergrondcontroles uitgevoerd voordat voertuigen worden verhuurd, vooral voor high-end auto’s.

Het is cruciaal voor Nederland en haar partners in de EU om deze kwestie met urgentie aan te pakken. Dit gaat niet alleen om het bestrijden van misdaad, maar ook om het herstellen van het vertrouwen in Nederlandse burgers op het Europese toneel.

Opvallend genoeg begonnen verschillende Duitse autoverhuurbedrijven terughoudend te zijn bij het verhuren van snelle, luxe auto’s aan Nederlanders. Verhuurders gaven uiteenlopende redenen, van verzekeringskwesties tot het vermijden van potentieel “slechte mensen”.

onderzoek

Bureau Beke heeft aanvullend onderzoek gedaan naar de aanpak van crimineel gebruik van huurvoertuigen in andere EU-lidstaten. De resultaten wijzen op een alarmerende trend die verder gaat dan de Nederlandse grenzen. Criminelen reizen gemakkelijk door heel Europa met gehuurde voertuigen, vaak buiten het gezichtsveld van de autoriteiten.

Gelukkig zijn er technologieën zoals de Automatic Number Plate Recognition (ANPR) die de politie helpen om dergelijke voertuigen te volgen en mogelijk te onderscheppen. Met deze technologie kunnen voertuigen die bekend staan bij criminelen in een systeem worden opgenomen en worden gevolgd.

Er is echter ook een zorgwekkende trend waargenomen waarbij malafide autoverhuurbedrijven hun diensten aanbieden via sociale mediaplatforms zoals Instagram en Snapchat. Deze vorm van handel valt vaak buiten het oog van de traditionele opsporingsmethoden.

Op internationaal niveau werken Nederlandse autoriteiten samen met andere Europese entiteiten om deze problematiek aan te pakken. Toch onthult het onderzoek dat slechts een handvol Europese landen specifiek beleid heeft gericht op het criminele gebruik van huurvoertuigen.

aanpak

In tegenstelling tot andere Europese landen, waar huurvoertuigen voornamelijk worden geassocieerd met terroristische aanslagen, heeft Nederland zich onderscheiden door een proactieve aanpak. Dit kan worden toegeschreven aan de fenomeenaanpak van de politie, een sterke traditie van publiek-private samenwerking, en een holistische focus op zowel preventie als repressie.

Concluderend is het gebruik van huurvoertuigen voor criminele doeleinden een internationaal probleem dat vraagt om gecoördineerde actie. Hoewel Nederland voorop loopt in de aanpak, is het van cruciaal belang dat andere landen ook stappen ondernemen om dit groeiende probleem aan te pakken. Daarnaast zou er op EU-niveau een centraal systeem of database kunnen worden gecreëerd waarin informatie wordt gedeeld over verdachte huurtransacties en bestuurders. Hierdoor zouden landen sneller kunnen reageren op grensoverschrijdende bedreigingen en kunnen samenwerken om deze criminelen voor het gerecht te brengen.

VN werkt aan aangescherpte regels voor vervoer elektrische wagens op zee

De Koninklijke Vereniging van Nederlandse Reders dringt aan op strengere regelgeving voor het zeetransport van elektrische voertuigen.

Het vrachtschip Fremantle Highway werd ten noorden van Ameland het toneel  van een catastrofale brand. Volgens bronnen brak het vuur uit aan boord van het schip met maar liefst 3.000 auto’s aan boord en verspreidde de brand zich razendsnel. De 23-koppige bemanning moest in allerijl evacueren. Tragisch genoeg kwam één opvarende om het leven, hij overleed aan boord van een reddingsboot van de KNRM.

De Japanse eigenaar van het schip, Shoei Kisen Kaisha, ook eigenaar van de beruchte Ever Given die in 2021 het Suezkanaal blokkeerde, speculeert dat de oorzaak van de brand mogelijk ligt bij de elektrische auto’s aan boord. Deze incidenten werpen een schaduw op de maritieme veiligheid en het vervoer van elektrische voertuigen.

De Koninklijke Vereniging van Nederlandse Reders dringt aan op strengere regelgeving voor het zeetransport van elektrische voertuigen. Hoewel de Internationale Maritieme Organisatie van de VN bezig is met het aanscherpen van regels, blijft het onduidelijk wanneer deze nieuwe richtlijnen zullen worden ingevoerd.

Het blussen van de Fremantle Highway is een uitdaging. Elektrische auto’s die branden zijn moeilijk te doven. Vaak worden elektrische auto’s die in brand vliegen wekenlang in een waterbak geplaatst om herontsteking van de accu’s te voorkomen. Het incident roept herinneringen op aan de brand op het vrachtschip Felicity Ace vorig jaar, dat uiteindelijk zonk met 4.000 luxe auto’s aan boord, waaronder gloednieuwe modellen van Porsche, Audi, Bentley en Lamborghini.

Foto: Pitane Blue – zusterschip Florida Highway – Curaçao

“Het is een hoofdpijndossier”, zegt KVNR-voorzitter Jan Valkier bij de NOS. “We hebben vorig jaar een vergelijkbaar ongeluk gehad midden op de oceaan waar een schip volledig is uitgebrand en gezonken.”

Tot nu toe is er geen duidelijkheid over de merken en modellen van de auto’s aan boord van de Fremantle Highway. Met dit tragische incident wordt de maritieme wereld opnieuw geconfronteerd met de risico’s en uitdagingen van het vervoer van elektrische voertuigen over zee. Het schip Fremantle Highway is een voertuigentransportschip gebouwd in 2013 en vaart momenteel onder de vlag van Panama. Het schip was vertrokken uit Bremen en op weg naar de haven van Port Said, Egypte, en werd verwacht daar op 2 augustus om 19:00 uur aan te komen.

berging

De Fremantle Highway bevond zich op een drukke scheepvaartroute ten noorden van de Nederlandse Waddeneilanden, zowat 27 kilometer ten noorden van Ameland, toen de brand uitbrak. De Papendrechtse maritieme dienstverlener Boskalis en het in Terneuzen gevestigde Multraship hebben van de Japanse scheepseigenaar de opdracht gekregen om de brandende car carrier Fremantle Highway te bergen. Het tijdstip waarop de bergingswerkzaamheden van start kunnen gaan, blijft vooralsnog onduidelijk. De coördinatie wordt uitgevoerd door de Kustwacht.

Wijzigingen in de mobiliteit van Vlaanderen: wat u moet weten?

1 juli zal gepaard gaan met ingrijpende veranderingen in de mobiliteit van Vlaanderen. De aanpassingen raken zowel autobezitters als openbaar vervoer gebruikers, en ook vrachtwagenchauffeurs moeten rekening houden met de nieuwe regelingen.

Per 1 juli worden er meerdere veranderingen doorgevoerd die van invloed zijn op de mobiliteit van burgers in Vlaanderen. Deze omvatten een stijging van de verkeersbelasting, aanpassingen in het openbaar vervoer, de fiscale aftrekbaarheid van bedrijfswagens en nieuwe tarieven voor de kilometerheffing voor vrachtwagens.

verkeersbelasting

De verkeersbelasting in Vlaanderen zal vanaf 1 juli met 5,2 procent stijgen, wat het gevolg is van de jaarlijkse indexering. Dit is een minder sterke toename dan vorig jaar, toen de verhoging 8,97 procent bedroeg. Volledig elektrische wagens en auto’s op waterstof blijven vrijgesteld van verkeersbelasting, en de belasting voor oldtimers (voertuigen die minstens 30 jaar geleden in het verkeer gebracht zijn) blijft onveranderd op 99,99 euro. Daarnaast stijgt ook de belasting op inverkeerstelling (BIV) door de jaarlijkse indexering met 5,2 procent.

Ook de openbaarvervoermaatschappij De Lijn ondergaat grote veranderingen met de uitrol van de basisbereikbaarheid, waarbij de focus ligt op de optimalisatie van de openbare vervoersroutes. Het is essentieel voor reizigers om de wijzigingen in hun routes te controleren en te plannen voor eventuele veranderingen in hun dagelijkse pendelen.

Het openbaar vervoer ondergaat eveneens wijzigingen. Op 1 juli start de eerste grote fase van de uitrol van de basisbereikbaarheid, ook bekend als ‘Hoppin’, bij de Vlaamse openbaarvervoermaatschappij De Lijn. Dit kan leiden tot het afschaffen, verplaatsen of hernoemen van haltes, veranderingen in frequenties en nieuwe lijnnummers. Het nieuwe systeem van basisbereikbaarheid is gericht op het efficiënter maken van het openbaar vervoer, met een focus op lagen en het treinnet als ruggengraat. Verwacht wordt dat ongeveer 40 procent van de reistrajecten zal worden aangepast.

bedrijfswagens

Wat betreft bedrijfswagens begint vanaf 1 juli de afbouw van de fiscale aftrekbaarheid voor nieuwe bedrijfswagens met een verbrandingsmotor. Alleen bedrijfswagens zonder CO₂-uitstoot (elektrisch of op waterstof) blijven 100 procent aftrekbaar tot 1 januari 2027. Voor auto’s die op fossiele brandstof rijden, zal er na 31 december 2025 geen fiscale aftrek meer zijn. Bovendien wordt voor bedrijfswagens die na 1 juli 2023 worden aangekocht, de CO₂-solidariteitsbijdrage verhoogd.

Daarnaast worden er op 1 juli nieuwe tarieven van kracht voor de kilometerheffing voor vrachtwagens. In Vlaanderen en Brussel wordt een indexaanpassing doorgevoerd, terwijl in Wallonië sommige tarieven omhoog gaan en andere omlaag. Zo stijgen de tarieven in Vlaanderen en Brussel met 6 à 7 procent. In Wallonië zijn de tarieven al in januari geïndexeerd, en nu volgen andere aanpassingen.

Nieuwe aanpak om chauffeurstekort op te lossen

Het chronische wereldwijde tekort aan professionele vrachtwagen-, bus-, touringcar- en taxichauffeurs versnelt en treft miljoenen werknemers in het wegvervoer, werkgevers en diensten.

IRU, de wereldwijde werkgeversorganisatie voor wegvervoer, die meer dan 3,5 miljoen wegvervoerders vertegenwoordigt, en ITF, de International Transport Workers’ Federation, die 18,5 miljoen transportarbeiders vertegenwoordigt, hebben vandaag een driepuntenplan gelanceerd om het chauffeurstekort op te lossen.

De nieuwe aanpak heeft tot doel het tekort aan chauffeurs en de onevenwichtigheden op de vervoersmarkt te verminderen, te zorgen voor behoorlijke arbeidsomstandigheden en normen voor chauffeurs die buiten hun eigen land werken, en de regels voor werknemers en werkgevers te vereenvoudigen en te handhaven. 

“Het chauffeurstekort loopt snel uit de hand. Het in evenwicht brengen van het wereldwijde arbeidsaanbod en de vraag via eenvoudige maatregelen om legale immigratie te vergemakkelijken en een einde te maken aan de uitbuiting van niet-ingezeten chauffeurs, is een manier om het probleem op te lossen, fatsoenlijk werk te ondersteunen en vitale wegvervoersdiensten in beweging te houden.”

IRU-secretaris-generaal Umberto de Pretto.

Het plan schetst actie voor de VN, nationale regeringen en de industrie:

  1. VN en internationale organisaties – ontwikkel een mondiaal kader met duidelijke richtlijnen om niet-ingezeten chauffeurs te beschermen; de rijomstandigheden verbeteren en de sociale cohesie vergroten; en harmonisatie van kwalificatienormen en grensoverschrijdende erkenning.
  2. Nationale regeringen – arbeidsimmigratieprocedures wijzigen en handhaven om niet-ingezeten chauffeurs te beschermen, bureaucratie verminderen om legale immigratie voor huidige en potentiële chauffeurs te vergemakkelijken; de erkenning van kwalificaties uit derde landen stimuleren via bilaterale overeenkomsten; investeren in en de handhaving van wet- en regelgeving op het gebied van wegvervoer verbeteren; en subsidiëring van binnenlandse opleidings- en integratieprogramma’s.
  3. Wegvervoerders – ontwikkel operationele integratieprogramma’s voor niet-ingezeten chauffeurs om dezelfde voorwaarden te krijgen als hun binnenlandse werknemers; en ondersteuning van training, vaardighedenbeheer en certificeringsprocessen.
De nieuwe aanpak heeft tot doel het tekort aan chauffeurs en de onevenwichtigheden op de vervoersmarkt te verminderen.

ITF-secretaris-generaal Stephen Cotton zei: “Overheden, transportwerkgevers en de multinationale klanten van transport moeten samenwerken met vakbonden om fatsoenlijk werk te creëren om een einde te maken aan het tekort aan chauffeurs. Het wegvervoer zal alleen chauffeurs kunnen aantrekken en behouden als het gebaseerd is op samenwerking tussen alle belanghebbenden en rechthebbenden om fatsoenlijk werk, fundamentele arbeidsrechten en echte sociale bescherming te garanderen.”

Het plan heeft tot doel de nationale arbeidspools beter in evenwicht te brengen – tussen die met een overschot en die met een tekort aan chauffeurstalent – zonder problemen van het ene land naar het andere te exporteren. Het mag bestaande nationale initiatieven niet terzijde schuiven of de veiligheidsnormen of de arbeidsomstandigheden schaden.

Het chronische wereldwijde tekort aan professionele vrachtwagen-, bus-, touringcar- en taxichauffeurs versnelt en treft miljoenen werknemers in het wegvervoer, werkgevers en diensten. In 2022 was ongeveer 11% van de chauffeursposities onvervuld. Aangezien in veel landen tot een derde van de chauffeurs binnen de komende drie jaar met pensioen gaat, zouden de onvervulde chauffeursposities tegen 2026 meer dan kunnen verdubbelen. 

Overheden, vakbonden en exploitanten voeren meerdere acties uit, maar het is niet genoeg. Andere oplossingen zijn onder meer het subsidiëren van licentie- en opleidingskosten, het aanleggen van veiligere en beveiligde parkeerplaatsen met betere faciliteiten, het stimuleren van meer vrouwen en jongeren voor het beroep, en het verbeteren van de behandeling van chauffeurs en het verbeteren van het begrip van het beroep, aldus de IRU.

Stijging omzet transportsector eerste kwartaal 2023

Ook in de dienstverlening voor de luchtvaart steeg de omzet in het eerste kwartaal van 2023; met 18,1 procent vergeleken met dezelfde periode vorig jaar.

De omzet van de transportsector was in het eerste kwartaal van 2023 4,4 procent hoger dan in dezelfde periode vorig jaar. De stijging is minder groot dan in voorgaande kwartalen. Dit komt door een lagere omzetstijging in meerdere deelmarkten. Dat meldt het CBS op basis van nieuwe cijfers. In het eerste kwartaal van 2023 was de omzet van de luchtvaartsector 34,4 procent hoger dan een jaar eerder. De omzet steeg minder sterk vergeleken met de kwartalen in 2022. De omzetstijging was toen groter als gevolg van geldende coronamaatregelen in 2021; er werd weinig gevlogen.

Ook in de dienstverlening voor de luchtvaart steeg de omzet in het eerste kwartaal van 2023; met 18,1 procent vergeleken met dezelfde periode vorig jaar. In het eerste kwartaal van 2022 steeg de omzet nog met 183,7 procent vergeleken met dezelfde periode een jaar eerder.

Omzetstijging zeevaart neemt af

In het eerste kwartaal van 2023 was de omzet in de zee- en kustvaart 5,1 procent hoger dan in hetzelfde kwartaal een jaar eerder. De omzet van de deelmarkten laad- en losactiviteiten en expediteurs daalde met respectievelijk 2 en 12,1 procent. Dit komt doordat de prijzen van het zee- en kustvaartvervoer minder hard zijn gestegen vergeleken met eerdere kwartalen. In het eerste kwartaal van 2023 stegen de prijzen van het zee- en kustvaartvervoer met 8 procent vergeleken met dezelfde periode vorig jaar. Een jaar eerder was dit nog 42 procent.

In het eerste kwartaal van 2023 stonden 18 duizend vacatures open in de transportbranche.

Verwachtingen voor de transportsector

In het eerste kwartaal van 2023 verwacht bijna 64 procent van de ondernemers in de transportsector dat de omzet in het tweede kwartaal van 2023 hetzelfde blijft als een kwartaal eerder, 29 procent verwacht dat de omzet zal stijgen. Iets meer dan 7 procent rekent erop dat de omzet gaat dalen. 88 procent van de transportbedrijven verwacht dat de prijzen komend kwartaal gelijk blijven. 8 procent verwacht dat de prijzen stijgen en 3 procent denkt dat de prijzen gaan dalen.

Hoogste aantal faillissementen sinds tweede kwartaal 2020

In het eerste kwartaal van 2023 werden 61 bedrijven in de transportsector failliet verklaard. Dit was het hoogste aantal faillissementen sinds het tweede kwartaal van 2020.

Minder vacatures in het eerste kwartaal

In het eerste kwartaal van 2023 stonden 18 duizend vacatures open in de transportbranche. Dit is het tweede kwartaal op rij waarin het aantal vacatures afnam. Daarvoor steeg het aantal vacatures sinds het laatste kwartaal van 2020 onafgebroken, meldt het CBS.

ProRail verhoogt gebruiksvergoeding spoor voor 2024

De stijging is hoog en heeft te maken met de gestegen kosten van materialen.

ProRail heeft na berekening de gebruiksvergoeding van het spoor voor 2024 bekendgemaakt. Daaruit kwam een stijging van de vergoeding met 14%. Uiteindelijk is ervoor gekozen de gebruiksvergoeding met 10,5% te laten stijgen.

Met de gebruiksvergoeding betalen vervoerders en andere gebruikers van het spoor voor het gebruik van het spoor. Het gaat dan onder meer om gebruik van het spoor zelf, bovenleidingen, stations en opstelfaciliteiten voor treinen. Zo betalen zij voor een deel mee aan de totale kosten van het beheer en onderhoud van de spoorinfrastructuur.

Deze indexatie wordt berekend op basis van de inflatie van de afgelopen twee jaren, het huidige jaar en het volgende jaar. Om tegemoet te komen aan vervoerders en verladers is besloten om de verwachte inflatie van 2024 voorlopig op 0 procent te zetten.

Prijsstijgingen

De stijging is hoog en heeft te maken met de gestegen kosten van materialen. Een lagere stijging van de vergoeding is vanwege die kosten niet haalbaar. Dat zou leiden tot een financieel gat waardoor we het geplande beheer en onderhoud niet in zijn geheel zouden kunnen uitvoeren.

Prorail

ProRail is verantwoordelijk voor het spoorwegnet van Nederland. Wij zetten ons dag en nacht in om reizigers en goederen veilig en op tijd op hun bestemming te laten komen. Dat doen we samen met vervoerders. Ook werken we samen met erkende spooraannemers.

NK Veiligste Chauffeur weer van start gegaan

De beste 40 chauffeurs kwalificeren zich voor de halve finales op vrijdag 8 en zaterdag 9 september in Nijkerk.

Het NK Veiligste Chauffeur 2023 is onlangs officieel van start gegaan. Vrachtwagenchauffeurs kunnen zich inschrijven voor de competitie en meteen online aan de slag. Tijdens het NK Veiligste Chauffeur nemen vrachtwagenchauffeurs het op verschillende manieren tegen elkaar op. Het NK begint met een onlinefase met onder andere kennisvragen. De beste 40 chauffeurs kwalificeren zich voor de halve finales op vrijdag 8 en zaterdag 9 september in Nijkerk. 16 chauffeurs plaatsen zich uiteindelijk voor de grote finale van de TVM Awards op het TT Circuit in Assen op zaterdag 30 september.

Meer over de TVM Awards

De TVM Awards is de naam van een maatschappelijk initiatief ter verbetering van transport- en verkeersveiligheid van TVM verzekeringen en een selecte groep betrokken partners. De partners zijn: Volvo Trucks Nederland, Van Eijck Groep, Continental Benelux, Veilig Verkeer Nederland, Sectorinstituut Transport en Logistiek, Bumper, JobTrans, EyeWish en ANWB. De primaire doelstelling van de TVM Awards is om meer bewustwording te creëren – onder alle weggebruikers – voor veilig rijgedrag. Daarnaast willen TVM en de partners een positieve bijdrage leveren aan het vak van beroepschauffeur en aan het imago van de sector logistiek en transport.

De TVM Awards is de naam van een maatschappelijk initiatief ter verbetering van transport- en verkeersveiligheid van TVM verzekeringen en een selecte groep betrokken partners.

De TVM Awards bestaan naast het NK Veiligste Chauffeur uit de TVM Award Ridder, MVO, Innovatie, Prestatie in de sector, Veilig transport en Duurzaamheid. Deze prijzen worden, net als het NK Veiligste Chauffeur, tijdens de finaledag op 30 september uitgereikt.  

Hélène Hendriks ambassadrice

TV-persoonlijkheid Hélène Hendriks is al vanaf het begin als ambassadrice aan de TVM Awards verbonden. Zij zal tijdens de finales aanwezig zijn. Op 30 september presenteert ze de finaledag en reikt ze alle prijzen uit. De winnaar van het NK Veiligste Chauffeur wint naast de sportieve eer vanzelfsprekend de TVM Award. De gehele top 16 wint daarnaast een bezoek aan de Volvo-fabriek, het Volvo Trucks-democentrum en het Volvo Museum in het Zweedse Göteborg.

DAF opent fabriek voor elektrische trucks in Eindhoven

De fabriek kent twee sub-assemblagelijnen: één voor de voorbereiding van de batterijpakketten en één voor het samenstellen van de ‘Electric Drive Module’.

DAF’s compleet nieuwe fabriek voor batterij-elektrische trucks is vandaag officieel geopend door Micky Adriaansens, minister van Economische Zaken en Klimaat. De nieuwe assemblagelijn is gerealiseerd op DAF’s grootste productielocatie in Eindhoven en speelt een belangrijke rol bij het verder versterken van de leidende positie die DAF heeft in het leveren van duurzame transportoplossingen.

De nieuwe DAF Electric Truck Assembly heeft een oppervlakte van 5,000 m2. De fabriek kent twee sub-assemblagelijnen: één voor de voorbereiding van de batterijpakketten en één voor het samenstellen van de ‘Electric Drive Module’. Deze bestaat uit het voorste batterijpakket, de relaiskast voor het verbinden van de hoog-voltage-systemen en alle benodigde elektrische hulpsystemen. Op de bijna 150 meter lange hoofdlijn worden deze hoofdcomponenten samen met de e-motor met geïntegreerde versnellingsbak op het chassis gemonteerd.

“DAF is al jaren toonaangevend in het maken van vrachtwagens. Ook bij de stap naar elektrisch rijden loopt DAF met innovaties voorop. De omslag naar schonere productie en producten is belangrijk. Niet alleen voor het milieu, het zorgt er ook voor dat we in Nederland concurrerend blijven. Deze nieuwe fabriek voor batterij-elektrische trucks is hier een prachtige voorbeeld van.”

Micky Adriaansens, minister van Economische Zaken en Klimaat.

De nieuwe DAF Electric Truck Assembly heeft een oppervlakte van 5,000 m2.

Nieuwste generatie batterij-elektrische trucks

DAF heeft de Electric Truck Assembly gebouwd voor de productie van haar nieuwste generatie batterij-elektrische vrachtwagens. De DAF XD en XF Electric zijn beschikbaar in verschillende as-configuraties. Ze worden aangedreven door PACCAR e-Motors en uitgerust met 2 tot 5 batterijpakketten (210 tot 525 kWh), goed voor actieradius tot 500 kilometer. Dankzij deze modulaire opzet kunnen de trucks precies worden afgestemd op de wensen van de klant. Door routes en het opladen van de batterijen zorgvuldig te plannen is het mogelijk om per dag 1.000 ‘zero emission’ kilometers af te leggen. Wanneer er gebruik wordt gemaakt van snelladen (tot 350 kW), kunnen de batterijpakketten in slechts 45 minuten weer tot 80% worden opgeladen. Op korte termijn zal de productie van voertuigen voor de kwaliteitsvalidatie beginnen; de aanvang van de serieproductie van klantenvoertuigen staat gepland voor de zomer. DAF verwacht dat de productie in de nabije toekomst naar duizenden voertuigen per jaar zal stijgen, in lijn met de toenemende vraag naar volledig elektrische trucks, aldus de fabrikant van bedrijfsvoertuigen.

“De ingebruikname van de nieuwe DAF Electric Truck Assembly vormt een nieuwe, belangrijke stap op weg naar een nog schonere toekomst. Om onze klanten optimaal te ondersteunen in de transitie naar ‘zero emission’ wegtransport, gaan we verder dan het leveren van eersteklas, volledig elektrische trucks. Ons complete pakket omvat daarnaast een breed programma laadstations, advies ‘op maat’ op het gebied van planning van routes en opladen en het leveren van specifieke trainingen waardoor chauffeurs het beste uit hun elektrische voertuigen halen.”

Harald Seidel, president-directeur van DAF Trucks.

Foto midden en boven: DAF beeldbank.

TFOC wijst transportsector op hun kwetsbaarheid voor criminelen

Tijdens de actiedag waren er verkeerscontroles en controles van schepen en vrachtwagens.

Criminelen maken graag gebruik van onze infrastructuur. In de actieweek in Amsterdam van 11 tot 14 april 2023 wees Transport Facilitated Organized Crime (TFOC) de transportsector op hun kwetsbaarheid voor criminelen. Op 12 april was er een actiedag in de haven van Amsterdam. Doel van het programma TFOC is om ondermijnende criminaliteit in de logistieke en transportsector tegen te gaan en te verstoren. Tijdens de actiedag waren er verkeerscontroles en controles van schepen en vrachtwagens. Ook gingen de agenten letterlijk op de koffie bij chauffeurs en schippers in het havengebied.

Gewapend met kannen koffie en thee, knoopten zij het gesprek aan over ondermijning. Om te wijzen op risico’s en voorzorgsmaatregelen. In de hoop dat criminele activiteiten voortaan eerder herkend worden. De agenten deelden mokken uit met een QR-code, die verwijst naar een filmpje over ondermijning op YouTube.

Samenwerking tussen opsporingsdiensten en transportsector

Transport Facilitated Organized Crime (TFOC)  is een samenwerkingsverband tussen:

  • Douane
  • Politie
  • Openbaar Ministerie
  • Belastingdienst
  • Koninklijke Marechaussee
  • gemeenten
  • transportsector

Rol van de Douane

Tijdens de actieweek controleert de Douane vooral op goederen die het land inkomen. Met speciale aandacht voor spullen waar bedrijven belasting (accijns) over moeten betalen. Zoals drank en sigaretten. Ook let de Douane op verborgen bergruimtes in containers en vrachtwagens. In zulke ruimtes verstoppen criminelen vaak drugs.

Tijdens de actieweek controleert de Douane vooral op goederen die het land inkomen. Met speciale aandacht voor spullen waar bedrijven belasting (accijns) over moeten betalen.

Havens kwetsbaar voor criminaliteit

De haven van Amsterdam is via het Noordzeekanaal verbonden met de zee en is dus een zeehaven. Er komen goederen binnen die bestemd zijn voor de hele Europese Unie. Daarmee is de kans op smokkel ook groter. In de buurt van de haven is een groot industriegebied met veel logistieke ondernemingen. Daar is weinig toezicht, dus het gebied is kwetsbaar voor ondermijnende criminaliteit.

Dat blijkt ook uit een aantal gebeurtenissen in de afgelopen tijd. Zo vond de Douane op 14 februari 2023 128 kilo cocaïne onder een zeeschip. En in juli 2022 namen de Douane en de politie nog 1100 kilo en 150 kilo cocaïne in beslag in het havengebied van Amsterdam. De transportbedrijven die worden gebruikt voor het vervoer van drugs, weten dat vaak zelf niet. Door voorlichting te geven, kunnen bedrijven criminele activiteiten sneller herkennen. En hiertegen in actie komen. 

Grote en kleine knooppunten zijn in beeld

Het uitroeien van georganiseerde misdaad is helaas onmogelijk. Maar TFOC doet er alles aan om deze zoveel mogelijk te ontmantelen en in de war te schoppen. Door bijvoorbeeld geld of goederen af te pakken, bedrijven te sluiten of vergunningen in te trekken.

TFOC let daarbij ook op de kleintjes. Criminelen weten dat opsporingsdiensten scherp controleren bij bekende knooppunten voor transport. Daarom wijken ze steeds vaker uit naar kleinere vliegvelden en havens. Ook daar helpen medewerkers van TFOC de transportbranche om zich beter te wapenen tegen ondermijning, aldus de Douane.

Neutrale uitbating van trieerheuvel haven Antwerpen

Om het speelveld voor iedereen gelijk te maken, werken Port of Antwerp-Bruges, Railport Antwerpen, Lineas en Infrabel samen om deze cruciale installatie voor alle spoorwegondernemingen beschikbaar te stellen aan gelijke voorwaarden.

Meer, sneller en voordeliger goederen transporteren per spoor want dat is goed voor de economie en goed voor het milieu. Dat is de essentie van dit verhaal. De neutrale uitbating van de automatische trieerheuvel in het rangeerstation Antwerpen-Noord, in de haven, is een belangrijke springplank om dat doel te bereiken. Want dankzij deze spoorinfrastructuur, in het grootste en drukste goederenstation van België, kan je efficiënter treinen samenstellen. Om het speelveld voor iedereen gelijk te maken, werken Port of Antwerp-Bruges, Railport Antwerpen, Lineas en Infrabel samen om deze cruciale installatie voor alle spoorwegondernemingen beschikbaar te stellen aan gelijke voorwaarden.

Sneller en efficiënter goederentreinen samenstellen

Tot zes keer sneller goederentreinen samenstellen, dat is dé troef van de automatische trieerinstallatie van het vormingsstation Antwerpen-Noord in de Port of Antwerp-Bruges (PoAB). Het belang van deze logistieke draaischijf, waar “puzzelen” met goederentreinen dagelijkse kost is, is dus niet te onderschatten. Toch is deze installatie al geruime tijd onderbenut. Voor veel spoorwegondernemingen is het gebruik ervan een te hoge investering omdat ze rangeerlocomotieven en gespecialiseerd personeel nodig hebben. Dankzij de samenwerking tussen Port of Antwerp-Bruges, Railport Antwerpen, vrachtvervoerder Lineas en infrastructuurbeheerder Infrabel komt hier nu verandering in. In de kern van het plan: de neutrale uitbating van de automatische trieerinstallatie. Het is de eerste keer in de geschiedenis van het Belgische spoor dat zoiets gebeurt. Meer nog, het is zelfs een Europese primeur!

Gelijk speelveld voor iedereen

De neutrale uitbating van de spoorinstallatie startte op 1 april 2023. Dat betekent dat ze beschikbaar is voor alle spoorwegondernemingen aan gelijke voorwaarden. Lineas engageert zich om rangeringen voor iedereen uit te voeren aan marktconforme, transparante tarieven en voorwaarden. Deze activiteit wordt opgevolgd door Infrabel in samenwerking met PoAB. Bovendien wordt de prijszetting voor de trieerdiensten gecontroleerd door de spoorregulator.

Het neutrale beheer werkt niet alleen drempelverlagend, het stimuleert ook samenwerking tussen verschillende bedrijven om hun goederen te verzamelen. Daardoor valt een deel onnodige treinbewegingen weg. Dat is niet alleen veiliger er komt zo ook meer capaciteit vrij in de al erg drukke sporenbundels in het Antwerpse havengebied. Dit gemeenschappelijke plan vinkt dus alle vakjes af waardoor goederenspoorvervoer in de PoAB nog veiliger, sneller, efficiënter, economischer, voordeliger en milieuvriendelijker wordt.

Tot zes keer sneller goederentreinen samenstellen, dat is dé troef van de automatische trieerinstallatie van het vormingsstation Antwerpen-Noord in de Port of Antwerp-Bruges (PoAB).

Transparante software om activiteiten op te volgen

Om het geheel nog verder en beter te stroomlijnen ontwikkelen Infrabel en PoAB een performant software programma. Via dit computersysteem, gekoppeld met de trieerinstallatie, kunnen klanten hun aanvragen gemakkelijk en snel opvolgen. De gebruikers kunnen in real-time de status van hun goederentrein en/of wagons opvolgen. Bijvoorbeeld wanneer die klaar is en waar die staat. Elke stap in het trieerproces wordt ingegeven in het systeem en is altijd raadpleegbaar. Dat biedt een duidelijk overzicht voor de klanten. De infrastructuurbeheerder zal, samen met de neutrale uitbater Lineas, finaal instaan voor de planning, de capaciteit toewijzen en oplossingen zoeken in geval van dubbele boekingen.

Modal shift – Verdubbelen van goederenspoorvervoer

Het neutrale beheer van de trieerinstallatie is een belangrijk onderdeel van de duurzame spoorvisie 2030. Deze gemeenschappelijke toekomstvisie, ontwikkeld door Infrabel, PoAB en Railport Antwerpen wil het aandeel van het aantal goederen dat per spoor wordt vervoerd in de haven in Antwerpen tegen 2030 verdubbelen. Deze zogenaamde modal shift wil het spoor aantrekkelijk maken zodat meer en meer bedrijven ervoor kiezen. Want wie zijn goederen per spoor transporteert, kiest voor minder vrachtwagens en minder files op de weg. En dat is een win-win voor de economie en het milieu.

Federale regering steunt goederenspoorvervoer

Vorige week nog, op 24 maart 2023, maakte de federale regering op voorstel van federaal minister van Mobiliteit Georges Gilkinet €15 miljoen vrij om het “verspreid goederenvervoer” per spoor te subsidiëren (losse wagons). De regering keurde daarvoor een steunregeling goed. Dit past ook in de doelstelling van de federale regering om het volume van het vrachtvervoer per spoor te verdubbelen tegen 2030, aldus Port of Antwerp-Bruges.

Europese Commissie moet vervoerders stimuleren, niet dwingen

Het werkprogramma van de Europese Commissie voor 2023 anticipeert op een initiatief voor de vergroening van bedrijfsvloten.

Vervoerders moeten kunnen kiezen uit de mogelijkheden die op een vrije markt beschikbaar zijn. Het Greening Corporate Fleets-initiatief van de Europese Commissie moet vervoerders stimuleren emissievrije voertuigen aan te schaffen, niet dwingen. Het werkprogramma van de Europese Commissie voor 2023 anticipeert op een initiatief voor de vergroening van bedrijfsvloten. IRU (International Road Transport Union) verwelkomt dit nieuwe initiatief voorzichtig, dat een niet-bindend kader zou kunnen bieden voor de lidstaten om particuliere exploitanten te stimuleren schone technologieën toe te passen.

“Kleine en middelgrote ondernemingen opereren met dunne marges. Ze zijn verantwoordelijk voor hun winstgevendheid en dragen alle financiële verliezen volledig. De EU kan hen niet vertellen hoe ze moeten investeren en hun marktkeuzes niet dicteren. Het werk van de Europese Commissie op het gebied van de vergroening van bedrijfsvloten zou echt ten goede komen aan de sector en aan de bredere decarbonisatiedoelstellingen van de EU, als het resultaat een aanbeveling voor de lidstaten zou zijn om positieve overheidsstimulansen te gebruiken om de acceptatie van voertuigen op basis van koolstofneutrale technologieën aan te moedigen”.

IRU EU Advocacy Director, Raluca Marian.

Het Greening Corporate Fleets-initiatief van de Europese Commissie moet vervoerders stimuleren emissievrije voertuigen aan te schaffen, niet dwingen.

Het initiatief zou echter kunnen leiden tot het tegenovergestelde, waardoor particuliere exploitanten worden gedwongen emissievrije voertuigen te kopen, wat volledig in strijd is met de principes van een markteconomie. IRU en Taxis 4 Smart Mobility hebben vervoerscommissaris Adina Vălean opgeroepen om vervoerders te stimuleren emissievrije voertuigen aan te schaffen zonder inbreuk te maken op eigendomsrechten en de vrijheid om particulier kapitaal te investeren. 

Subsidieregeling schone vrachtwagens in één dag op

Om het MKB een extra steuntje in de rug te geven, krijgen kleine ondernemers een hoger subsidiepercentage dan grote ondernemingen. Dit jaar was er in totaal € 30 miljoen beschikbaar.

De komende tijd gaan er zo’n 400 nieuwe emissievrije vrachtwagens de weg op in ons land. Batterij- of waterstofelektrisch. Dit gebeurt mede dankzij een regeling waarmee ondernemers subsidie kunnen krijgen bij de aanschaf van een schone vrachtwagen (AanZET). De subsidieregeling was dermate populair, dat het totale budget voor 2023 in één dag overtekend is. Dit betekent dat er meer geld aangevraagd is dan er dit jaar beschikbaar is. Er werd namelijk voor ruim € 120 miljoen subsidie aangevraagd.

“Het is mooi dat er zoveel bereidheid is in de sector om over te stappen naar een emissievrije vrachtwagen. Nederlandse ondernemers zijn hard op weg als het gaat om verduurzaming van het wagenpark, en daar ben ik oprecht trots op. Tegelijk zie ik dat de wil om met subsidie over te stappen groter is dan het budget dat ik heb. Daarom ga ik kijken of ik hier extra geld beschikbaar voor kan stellen. Want elke schone kilometer die we nu maken is wat mij betreft pure winst”

staatssecretaris Heijnen, Infrastructuur en Waterstaat.

Overstappen met subsidie werkt

Een emissievrije vrachtwagen is veel duurder in aanschaf dan een vrachtwagen op diesel. Vandaar dat ondernemers tot maximaal 60% van de meerprijs aan subsidie en belastingvoordeel kunnen krijgen. Om het MKB een extra steuntje in de rug te geven, krijgen kleine ondernemers een hoger subsidiepercentage dan grote ondernemingen. Dit jaar was er in totaal € 30 miljoen beschikbaar. Daarmee komen er zo’n 400 nieuwe schone vrachtwagens op de weg. Het gaat om batterij- én waterstofelektrische vrachtwagens.

De komende tijd gaan er zo’n 400 nieuwe emissievrije vrachtwagens de weg op in ons land. Batterij- of waterstofelektrisch.

Steuntje in de rug voor ondernemers

Vanaf 1 januari 2025 mogen steden zero-emissiezones invoeren. Dat zijn gebieden in en rond stadscentra waar vanaf 2025 alle nieuwe vrachtwagens en bestelbussen emissieloos rijden. Voor bestaande bestelbussen en vrachtwagens gelden landelijke overgangstermijnen, van maximaal vijf jaar.

Daarnaast gelden een aantal uitzonderingen voor bijzondere voertuigen waar nog geen zero-emissie alternatief voor bestaat. Ook stelt het kabinet subsidies beschikbaar. Niet alleen voor de aanschaf van vrachtwagens, maar ook voor bestelbussen (de SEBA). Naar verwachting worden begin 2024 subsidieregelingen voor publieke en private logistieke laadinfrastructuur opengesteld.

Schone lucht

28 steden hebben inmiddels aangegeven een zero-emissiezone in te gaan voeren. Het doel van dit beleid is om steden leefbaarder en de lucht schoner te maken en om vanaf 2025 ieder jaar 1 megaton CO2 minder uit te stoten. Dat is belangrijk voor het klimaat, aldus het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.

Subsidie voor emissieloze vrachtwagen binnenkort weer beschikbaar

Wil je voor je bedrijf een nieuwe volledige emissieloze vrachtwagen kopen of (financieel) leasen? Of heb je een leasemaatschappij die vrachtwagens verhuurt dan kun je de Aanschafsubsidieregeling emissieloze vrachtwagens (AanZET) aanvragen.

Binnenkort is het weer mogelijk, ondernemers kunnen vanaf dinsdag 4 april 2023 subsidie aanvragen voor de aanschaf van een emissieloze vrachtwagen. De Aanschafsubsidieregeling Zero-Emissie Trucks (AanZET) gaat dan weer open. Het budget voor dit jaar bedraagt €30.000.000. Vorig jaar was deze subsidieregeling ook beschikbaar, het budget was alleen al binnen een dag op dus wil je hier voor in aanmerking komen dan zul je er snel bij moeten zijn.

Wil je voor je bedrijf een nieuwe volledige emissieloze vrachtwagen kopen of (financieel) leasen? Of heb je een leasemaatschappij die vrachtwagens verhuurt dan kun je de Aanschafsubsidieregeling emissieloze vrachtwagens (AanZET) aanvragen. De AanZET-subsidieregeling maakt het voor ondernemers aantrekkelijker om te investeren in schone vrachtwagens. De subsidie verkleint namelijk het prijsverschil tussen een ‘klassieke’ dieseltruck en een schone zero-emissie (volledig uitstootvrije) truck.

De subsidie is bedoeld als stimulans om niet te kiezen voor een ‘gewone dieseltruck’, maar voor een schone, emissieloze vrachtwagen met batterij-elektrische of waterstof-elektrische aandrijving. Er kan subsidie worden aangevraagd voor de aanschaf van één of meer vrachtauto’s (maximaal 20). Je kunt een percentage van de aankoopprijs als subsidie krijgen. Dat percentage is afhankelijk van het type vrachtwagen en hoe groot je bedrijf is. Als het gaat om leasen, dan moet de leasemaatschappij de subsidie aanvragen.

Je moet voldoen aan onder andere deze voorwaarden om in aanmerking te komen voor de subsidie:

  • De vrachtwagen moet nieuw zijn.
  • De vrachtwagen moet voertuigklasse N3 of N2 zijn en minimaal 4.250 kilogram wegen.
  • De vrachtwagen is elektrisch aangedreven.
  • Brandstofcodes E en W komen in aanmerking.
  • De batterij mag geen lood bevatten.
Binnenkort is het weer mogelijk, ondernemers kunnen vanaf dinsdag 4 april 2023 subsidie aanvragen voor de aanschaf van een emissieloze vrachtauto.

Bouwbedrijven kunnen vanaf 9 mei gebruik maken van de Subsidieregeling Schoon en Emissieloos Bouwmaterieel (SSEB). Met deze subsidieregeling kun je als bouwbedrijf of bedrijf die bouwmaterialen verhuren, emissieloze bouwmachines kopen. Onder bouwmachines worden bedoeld: bouwwerktuigen, bouwvoertuigen en hulpfuncties. 

Je moet voldoen aan onder andere deze voorwaarden om in aanmerking te komen voor de subsidie:

  • De bouwmachine moet nieuw en emissieloos zijn.
  • De bouwmachine moet in de Lijst bouwmachines SSEB Aanschaf staan onder onderdeel A, B of C (met een J in de betreffende kolom) om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie.
  • Voor een bouwvoertuig geldt dat deze de voertuigkwalificatie N2 of N3 heeft (volgens kentekenregister RDW) en de carrosseriecode 9, 10, 15, 16, 26, 27 en 28 of de aanduiding voor speciale doeleinden SF. Heeft het bouwvoertuig voertuigcategorie N2? Dan is er alleen een aanvraag mogelijk bij een gewicht vanaf 4.250 kg.
  • De elektrische aandrijfmotor met een brandstofcel of een loodvrij accupakket voor aandrijving van een opbouw (hulpfunctie) komt alleen in aanmerking als de hulpfunctie geplaatst wordt op een vrachtwagen met tenminste milieuklasse Euro VI. Ook moet de hulpfunctie de verbrandingsmotor automatisch afschakelen als de elektromotor van de hulpfunctie wordt gebruikt. Het batterijpakket moet met een stekker oplaadbaar zijn.
  • De bouwmachine is bedoeld (en wordt minimaal 70 % van de tijd gebruikt) voor het verrichten van bouwwerkzaamheden in de open lucht en in Nederland.
  • De bouwmachine beschikt – indien elektrisch aangedreven – over een continu elektrisch vermogen van 8 kilowatt of hoger.
  • Het accupakket bevat geen lood.

Het budget van dit jaar bedraagt €36.000.000.