Categorie archieven: Wetgeving

Van praktijktoets naar perfectie, ILT zet grote stappen in taxitoezicht

Uit de evaluatie praktijktoets Centrale Database Taxi blijkt dat ILT grote stappen zet in taxitoezicht waarbij het rijbewijs de nieuwe norm kan worden in plaats van de BCT-kaart.

In een significante stap richting de modernisering van het Nederlandse taxivervoer, werkt de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) aan een vernieuwend alternatief voor de traditionele boordcomputer taxi (BCT) en de bijbehorende BCT-kaarten. Dit initiatief, bedoeld om het toezicht op het taxivervoer te verbeteren en te stroomlijnen, belooft aanzienlijke veranderingen in de manier waarop taxigegevens worden verzameld en geanalyseerd.

De ILT heeft de Praktijktoets CDT geïnitieerd om de interactie tussen de ICT-oplossingen van dienstverleners en het systeem van de ILT te evalueren. Het doel was om de efficiëntie en effectiviteit van deze nieuwe technologie in de praktijk te toetsen. De resultaten zijn veelbelovend: de geteste oplossing voldoet aan de gestelde eisen, hoewel bepaalde beperkingen tijdens de testfase aan het licht kwamen.

Een van de kernbevindingen is dat de ILT-techniek en de organisatie in staat zijn taxivervoergegevens efficiënt te verwerken met de CDT-technologie. Dit betekent een aanzienlijke verbetering in de snelheid waarmee inspecteurs toegang hebben tot noodzakelijke gegevens. Bovendien werd het authenticatieproces, waarbij het rijbewijs van een chauffeur wordt gescand, als een significante verbetering ten opzichte van het gebruik van BCT-kaarten beschouwd.

Foto: © Pitane Blue – Taxicentrale De Meierij – gebruik CDT tijdens de Praktijktoets

De techniek en de organisatie van de ILT zijn in staat om taxivervoergegevens met de CDT te verwerken. De voortdurende inspanningen van de ILT en de betrokkenheid van marktpartijen zijn cruciaal voor het succes van dit initiatief, dat als doel heeft de kwaliteit en veiligheid van het Nederlandse taxivervoer te waarborgen.

De feedback van de praktijktoets heeft geleid tot een aantal geplande verbeteringen en doorontwikkelingen voor de CDT. Deze omvatten alternatieven voor het scannen van rijbewijzen, de mogelijkheid om chauffeursnummers te valideren, en verbeterde integratie met bestaande toezichttools. Deze doorontwikkelingen zullen bijdragen aan een soepelere implementatie en gebruikservaring voor zowel taxichauffeurs als ICT-dienstverleners.

tweede praktijktoets

Een belangrijk aspect van deze ontwikkeling is de ervaring van de eindgebruikers, de taxichauffeurs, die de authenticatie via het rijbewijs als een aanzienlijke verbetering ervaren ten opzichte van de bestaande BCT-kaart. Deze methode bespaart tijd bij het aanmelden, wat de gebruiksvriendelijkheid van het systeem verhoogt. Daarnaast biedt de CDT voor inspectieteams het voordeel dat de wettelijk vereiste gegevens direct beschikbaar zijn, zonder de noodzaak om deze actief op te vragen.

Verder wordt er gekeken naar de mogelijkheid van een tweede praktijktoets of pilot in de tweede helft van 2024. Deze zal plaatsvinden in afwachting van het wetgevingstraject van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, met als doel aanvullende praktijkervaring op te doen voor de beoogde inwerkingtreding op 1 januari 2025.

De ILT speelt een cruciale rol in het waarborgen van veilig en eerlijk taxivervoer in Nederland. Door regelgeving en toezicht te combineren, streeft de ILT ernaar de arbeidsomstandigheden voor chauffeurs te verbeteren en oneerlijke concurrentie tegen te gaan. Deze nieuwe ontwikkelingen in taxitoetsingstechnologie vormen een belangrijke stap in het streven naar een transparantere en rechtvaardigere taximarkt.

toezicht ILT

De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) staat voor veilig en eerlijk vervoer per taxi. De overheid heeft hiervoor regels gemaakt. De ILT controleert of taxiondernemers en chauffeurs zich houden aan deze taxiregels. Dat gebeurt met inspecties: langs de weg, digitaal en bij bedrijven. Dit helpt de arbeidsomstandigheden van chauffeurs te verbeteren en gaat oneerlijke concurrentie tegen. Daarnaast voert de ILT ook onderzoek uit naar ontwikkelingen in de taximarkt.

Modern toezicht op taxivervoer een stap dichterbij na succesvolle praktijktoets

De ILT is niet van plan om op haar lauweren te rusten na deze succesvolle praktijktoets.

Een innovatieve mijlpaal in de Nederlandse taxibranche is bereikt met de afronding van de Praktijktoets Centrale Database Taxivervoer (CDT). Deze toets, uitgevoerd door de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT), markeert een belangrijke stap in het moderniseren van het toezicht op de taximarkt. De ILT heeft met deze toets een alternatief getest voor de bestaande boordcomputer taxi (BCT) en de BCT-kaarten, met als doel het toezicht op de naleving van het taxivervoer te verbeteren en efficiënter te maken.

Deze ambitieuze test, die eind december 2023 werd afgerond, vond plaats in samenwerking met verschillende ICT Dienstverleners en een selectie van taxiondernemingen en -chauffeurs. Gedurende drie maanden, van 1 oktober 2023 tot en met 31 december 2023, namen 5 ICT Dienstverleners, 23 taxibedrijven en 81 chauffeurs deel aan deze praktijktoets. In deze periode werden bijna 1.500 diensten geregistreerd, bestaande uit meer dan 9.600 verrichtingen, waaronder ritten en pauzes. De focus van deze praktijktoets was het toetsen van de gegevensuitwisseling tussen de ICT-oplossingen van de deelnemende dienstverleners en de ILT.

De evaluatie van deze uitgebreide test vond plaats op 18 januari 2024. Tijdens deze bijeenkomst zijn de conclusies en ontwikkelpunten besproken met alle betrokken partijen. De ILT heeft aangekondigd medio februari het evaluatierapport op haar website te publiceren. Dit rapport zal ongetwijfeld belangrijke inzichten bieden in de effectiviteit en de potentiële verbeterpunten van de CDT.

Foto: © Pitane Blue – Taxicentrale De Meierij – Jan van Kasteren

Taxicentrale De Meierij was een van de 23 deelnemende taxibedrijven waar de praktijktoets werd uitgevoerd.

Parallel aan de praktijktoets heeft de ILT ook aandacht besteed aan de vertraging in het wetgevingstraject. De inwerkingtreding van het nieuwe systeem is nu gepland voor 1 januari 2025. Deze wijziging vereist aanpassingen in het Besluit Personenvervoer 2000 (BP2000) en de introductie van een nieuwe ministeriële regeling voor de CDT. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) werkt momenteel aan deze aanpassingen. Een van de kritieke aspecten in dit proces is de bescherming van privacy, gezien de continue aanlevering van taxivervoergegevens, waaronder persoonsgegevens van chauffeurs, bij een centrale database.

De ILT is niet van plan om op haar lauweren te rusten na deze succesvolle praktijktoets. Er wordt al onderzocht of in de tweede helft van 2024 een tweede praktijktoets of pilot kan worden uitgevoerd. Deze toekomstige test zal zich richten op het verwerken van taxivervoergegevens op basis van vrijwilligheid van deelnemende ondernemers en chauffeurs. Dit initiatief zal ongetwijfeld waardevolle ervaringen en inzichten opleveren in aanloop naar de geplande inwerkingtreding.

Deze ontwikkelingen in de taxibranche zijn niet alleen belangrijk voor de sector zelf, maar ook voor de Nederlandse overheid en consumenten. Met de introductie van een efficiënter en moderner toezichtsysteem kan de kwaliteit van het taxivervoer in Nederland verder verbeterd worden, wat uiteindelijk ten goede komt aan de gebruikers van deze diensten.

Mobiliteit onder druk door nieuwe spreidingswet asielzoekers

Financiële prikkels voor gemeenten in nieuwe asielopvangwet.

De spreidingswet in Nederland heeft een behoorlijke impact op de mobiliteit van de Nederlanders, voornamelijk in de context van de opvang van asielzoekers en de huisvestingsproblematiek. De Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen, beter bekend als de spreidingswet, is verschenen in het Staatsblad en sinds 1 februari 2024 van kracht. Deze wet legt de verantwoordelijkheid bij provincies en gemeenten om gezamenlijk 96.000 opvangplekken voor asielzoekers te regelen die voor half 2025 gerealiseerd moeten zijn.

Nederland zet een belangrijke stap voorwaarts in de aanpak van de asielopvangcrisis met de inwerkingtreding van de Spreidingswet op 1 februari. De Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen, gepubliceerd in de Staatscourant, beoogt een eerlijkere verdeling van asielzoekers over de provincies en gemeenten. Deze wet is cruciaal in het bieden van voldoende opvangplekken, een uitdaging die al enige tijd speelt in de Nederlandse samenleving.

Een specifiek voorbeeld is de situatie in Den Haag, waar de stad 2513 asielzoekers moet opvangen, waaronder 213 alleenstaande minderjarige vluchtelingen. Dit vereist aanzienlijke inspanningen, aangezien Den Haag momenteel ongeveer 920 asielzoekers opvangt, waarvan zeshonderd in een noodopvang in een leegstaand kantoorgebouw. Om aan deze nieuwe taakstelling te voldoen, moet de stad nog 1600 plekken vinden, wat een aanzienlijke uitdaging vormt gezien de al bestaande woningnood en het tekort aan beschikbare locaties

De nieuwe regeling schetst een gedetailleerd plan voor de verdeling van asielopvangplaatsen. Het aantal benodigde plekken voor de komende twee jaar is reeds vastgesteld. Deze verdeling is gebaseerd op het inwoneraantal en de sociaaleconomische score van elke gemeente. Dit innovatieve systeem zorgt ervoor dat elke gemeente bijdraagt naar vermogen, waarbij de totale provinciale opvangopgave wordt berekend door de aantallen per gemeente op te tellen.

Sharon Dijksma, voorzitter van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en burgemeester van Utrecht, heeft de meerderheidssteun voor deze wet in de Eerste Kamer toegejuicht, wijzend op de noodzaak en het belang van deze maatregel​​. De spreidingswet is geïntroduceerd om de druk op de asielopvang gelijkmatig over het land te verdelen, in reactie op de uitdagingen bij het vinden van locaties voor asielopvang.

Gemeenten zullen in provinciale regietafels (PRT’s) overleggen over de invulling van deze opgave. Deze besprekingen zijn cruciaal; hier wordt bepaald welke gemeenten asielopvang gaan leveren en hoeveel plekken zij beschikbaar stellen. Interessant is dat bestaande opvangplekken, indien deze meer dan 100 plekken omvatten en langer dan vijf jaar beschikbaar zijn, kunnen meetellen in de provinciale taakstelling. De commissarissen van de Koning (CdK’s) spelen een coördinerende rol in deze gesprekken, een verantwoordelijkheid die hun positie als Rijksorgaan onderstreept.

Indien gemeenten niet in staat zijn om gezamenlijk aan de provinciale opgave te voldoen, heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de bevoegdheid om gemeenten aan te wijzen voor de opvang van asielzoekers. Dit is een significante maatregel die de ernst van de huidige asielopvangcrisis onderstreept.

Een opvallend kenmerk van de Spreidingswet is het stimuleringsmechanisme in de vorm van financiële uitkeringen voor gemeenten die opvangplaatsen aanbieden. Deze uitkeringen zijn variabel en afhankelijk van het aantal en type opvangplaatsen. Interessant is dat gemeenten vrij zijn om deze uitkeringen naar eigen inzicht te besteden, wat hen extra ruimte geeft voor lokale initiatieven. De hoogte van de uitkering verschilt: 2.000 euro per opvangplaats voor meer dan 100 plekken, en 1.000 euro voor minder dan 100 plekken. Opvangplaatsen van bijzondere aard, zoals voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen, kennen een vergoeding van 2.000 euro per plaats.

Een cruciaal element in de wet is de 75%-regeling. Als 75% van de provinciale opgave is gerealiseerd, wordt een extra uitkering van 1.500 euro per opvangplaats beschikbaar gesteld. Deze wordt verdeeld tussen de provincie en de bijdragende gemeenten. Deze stimulans is bedoeld om gemeenten aan te moedigen hun deel van de opvangopgave te realiseren.

Staatssecretaris Heijnen belicht hindernissen in duurzame mobiliteit

Nederland zet in op duurzame mobiliteit met focus op elektrisch rijden, maar staatssecretaris Vivianne Heijnen onderstreept uitdagingen.

In het plenaire debat sprak staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, Vivianne Heijnen, over de cruciale rol van de mobiliteitssector in de strijd tegen klimaatverandering. De ambitie van Nederland om klimaatverandering tegen te gaan wordt weerspiegeld in de zero emissiezones, zoals vastgelegd in het klimaatakkoord, het coalitieakkoord en op Europees niveau. Heijnen benadrukte dat Nederland, vooral op het gebied van elektrisch rijden en duurzame mobiliteit, tot de koplopers behoort, mede dankzij een uitgebreide laadinfrastructuur.

Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, Vivianne Heijnen, benadrukte de voortrekkersrol van Nederland in de transitie naar duurzame mobiliteit. Heijnen zei: “We willen klimaatverandering tegengaan en dan zal ook de mobiliteitssector haar steentje moeten bijdragen. En gelukkig zien we dat ons land bijvoorbeeld wat betreft elektrisch rijden en duurzame mobiliteit al tot de koplopers behoort. We hebben een goede laadinfrastructuur.” Ze gaf ook toe dat er uitdagingen zijn, vooral op het gebied van snelladers: “Toch zijn in Nederland snelladers echt nog wel een uitdaging.”

De staatssecretaris gaf echter aan dat de uitrol van snelladers in Nederland nog een uitdaging vormt. Ze erkende dat de sector vooruitgang boekt met betrekking tot het slimmer, schoner en veiliger maken van vrachtwagens, bussen en auto’s, wat bijdraagt aan de vermindering van uitstoot en schonere lucht. Uit een berekening van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) in de klimaat- en energieverkenning blijkt dat de reductiedoelen voor de mobiliteitssector binnen handbereik zijn. 

laadpalen

Heijnen bevestigde echter dat er nog een weg te gaan is en benadrukte de noodzaak van blijvende inspanningen. Ze wees op het belang van een goed functionerende en groeiende infrastructuur voor elektrische voertuigen, met name voor de uitrol van laadpalen. In gesprek met minister Rob Jetten over de uitdagingen rondom de laadinfrastructuur, wees Heijnen op de specifieke problemen rond snelladers. Ze onderstreepte de noodzaak van deze gesprekken, gezien het belang van laadpalen voor elektrische auto’s.

Foto: © Pitane Blue – Fastned laadstation

Over de inspanningen op het gebied van elektrische voertuigen zei Heijnen: “Op het gebied van vrachtwagens, bussen en auto’s wordt alles steeds slimmer, schoner en veiliger en daarmee werkt de sector mee aan minder uitstoot en aan schonere lucht.”

Pieter Grinwis van de ChristenUnie richtte zich op de fiscale kant van elektrisch rijden. Hij bracht een specifiek probleem naar voren met betrekking tot de fiscale voordelen die vanaf 2026 zullen verdwijnen: “Nou wil het geval dat vanaf 2026 alle fiscale voordelen voor elektrisch rijden verdwijnen. Dat is natuurlijk aan een volgend kabinet om op te lossen, dat begrijp ik, maar is het mogelijk om in aanloop naar de begroting naar de volgende begroting uit te werken? Wat ja wat het nodig is om dat fiscale nadeel wat dreigt omdat het een batterij ongeveer 400 kg weegt op te heffen.”

Heijnen reageerde op de opmerkingen van Grinwis en erkende dat er plannen zijn om elektrisch rijden aantrekkelijk te blijven maken na 2026. Ze zei: “Volgens Heijnen zijn natuurlijk allerlei ideeën al beschikbaar om ook na 2026 elektrisch rijden aantrekkelijk te houden. Maar het is uiteindelijk ook aan het kabinet en aan een meerderheid in de Kamer om daar iets van te vinden.”

De staatssecretaris sprak ook over de perceptie dat elektrisch rijden alleen voor de welgestelden is: “Want er wordt ook gezegd door een aantal mensen van elektrisch rijden alleen maar voor de rijken is. En ja, het is inderdaad best wel kostbaar voor voor een hele grote groep. Maar die Tesla subsidies, dat is echt verleden tijd. We hebben al subsidies teruggeschroefd naar € 45.000 voor een nieuwe auto.”

Heijnen benadrukte het belang van toegankelijkheid van elektrische voertuigen voor iedereen: “We hebben ook subsidies gegeven, omdat ik het belangrijk vind dat iedereen mee kan doen aan tweedehands elektrische auto’s bijvoorbeeld. En ik heb zelfs uitgezocht of het nut had om een subsidie te geven op tweede op elektrische snorscooters.”

Tot slot sprak Heijnen over een voorstel om leaseauto’s te verplichten elektrisch te rijden. Hoewel dit plan niet is doorgegaan, had het volgens haar de uitrol van tweedehands elektrische auto’s kunnen versnellen, waardoor elektrisch rijden toegankelijker zou worden voor een breder publiek.

De nadruk ligt in Nederland dus op het bevorderen van duurzame mobiliteit, met elektrisch rijden als speerpunt. Ondanks de uitdagingen en het voortdurende debat over fiscale maatregelen en subsidies, blijft de overheid zich inzetten voor een groenere en duurzamere toekomst in de mobiliteitssector.

Veilig vliegen in 2024: denk aan de nieuwe drone wetgeving

De RDW neemt het stuur over met nieuwe regels voor bromfietsen en drones in 2024.

Vanaf 2024 worden op het terrein van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat een aantal nieuwe regels van kracht op het gebied van de regelgeving omtrent bijzondere bromfietsen en het gebruik van drones. Deze vernieuwingen zijn aandachtspunten voor de manier waarop Nederland met deze moderne vervoersmiddelen en technologieën omgaat.

Vanaf 2024 treedt een wetswijziging in werking waardoor de beslissingsbevoegdheid over de toelating van bijzondere bromfietsen zoals de BSO-bus, Segways, en diverse lichte elektrische voertuigen wordt overgedragen van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat naar de Dienst Wegverkeer (RDW). Deze wijziging is bedoeld om een meer technisch en onafhankelijk oordeel te waarborgen bij de beoordeling van deze voertuigen.

Deze ontwikkeling is een onderdeel van een bredere beweging naar het bevorderen van duurzame en innovatieve transportoplossingen, met de RDW die een centrale rol speelt in het waarborgen van veiligheid en betrouwbaarheid.

Vanaf 1 januari 2024 gelden nieuwe regels voor vliegen met drones in de open categorie en de specifieke categorie.

Op het gebied van drones introduceert het ministerie eveneens nieuwe regels die in lijn zijn met Europese standaarden. Vanaf 1 januari 2024 is het voor nieuwe drones verplicht om te beschikken over een Europees Cx-veiligheidskeurmerk. Dit label, variërend van C0 tot C4, biedt garanties over de veiligheid en betrouwbaarheid van de drone.

Drones zonder Cx-label, aangeschaft voor 1 januari 2024, mogen alleen gebruikt worden in de open subcategorieën A1 of A3, waarbij striktere regels gelden voor de afstand tot mensen, dieren, en gebouwen. Bovendien is er een vereiste dat deze drones op afstand identificeerbaar moeten zijn, bijvoorbeeld via wifi- of bluetoothsignalen die informatie over de bestuurder uitzenden.

Klanten die na 1 januari 2024 een drone kopen, ontvangen informatie over de specifieke regels en veiligheidsvoorschriften die gelden voor het Cx-label van hun drone. Eigenaren van drones die voor deze datum zijn aangeschaft, worden aangeraden de ‘UAS with C-Class Markings’ tabel te raadplegen om te zien of hun drone in aanmerking komt voor een Cx-label.

Bumperkleven blijft een hardnekkig probleem op de snelweg

Met bijna drie op de tien automobilisten die gevaarlijk dicht op hun voorganger rijden blijft bumperkleven een hardnekkig probleem.

Dit risicovolle gedrag komt naar voren uit een grootschalige studie van het verkeersinstituut Vias, waarbij bijna vier miljoen personenauto’s en 400.000 vrachtwagens en bussen onder de loep zijn genomen. Uit de analyse blijkt dat de veiligheidsmarge die bestuurders aanhouden vaak onder de aanbevolen afstand ligt.

Opvallend is dat 58% van de personenauto’s rijdt op minder dan twee seconden afstand van de voorligger, een percentage dat stijgt op de tweede (64%) en derde (65%) rijstrook. Bovendien is bumperkleven frequenter tijdens de weekdagen en in lichtere omstandigheden.

Alarmender is dat 27% van de personenwagens zelfs minder dan één seconde afstand bewaart, wat neerkomt op ernstig bumperkleven. Deze praktijk is het meest voorkomend op de middelste en linker rijstroken, waar ongeveer één op de drie bestuurders zich hieraan schuldig maakt.

De nieuwe wegcode vermeldt expliciet 2 secondenregel. Momenteel stelt artikel 10.1 (2de lid) van het verkeersreglement dat de bestuurder rekening moet houden met zijn snelheid, tussen zijn voertuig en zijn voorligger een voldoende veiligheidsafstand houden.

‘Voldoende’ is niet exact gepreciseerd, maar je mag er met gezond verstand van uitgaan dat het overeenkomt met de afstand die een voertuig op 2 seconden kan afleggen, duidt Vias. De regel is duidelijker voor de bestuurders van vrachtwagens: ze moeten buiten de bebouwde kom minstens een afstand van 50 meter houden ten opzichte van elkaar.  Bestuurders hebben moeite om de afstand tot hun voorligger correct in te schatten. Toch is het niet naleven van de twee-seconden-regel een belangrijke oorzaak van ongelukken. Het expliciteren van de regel in de nieuwe wegcode moet de zaken duidelijker maken en uiteindelijk de handhaving makkelijker maken. Daarom wordt er volgend jaar een proefproject uitgevoerd.

Foto: Pitane Blue – Antwerpen

De veiligheidsafstand op snelwegen wordt vaak niet gerespecteerd.
Om dit probleem aan te pakken, start volgend jaar een proefproject met camera’s en radars op bepaalde snelwegen om de naleving van de afstandsregels te controleren.

De huidige verkeersregels zijn enigszins vaag, aangezien ze enkel voorschrijven dat bestuurders een “voldoende veiligheidsafstand” moeten aanhouden, zonder dit concreet te definiëren. Echter, vanaf de herfst van 2025 komt hier verandering in met de nieuwe wegcode die een minimale afstand van twee seconden voorschrijft op snelwegen.

Voor vrachtwagens en bussen geldt momenteel al een duidelijkere regel buiten de bebouwde kom: een minimumafstand van 50 meter. Deze regel wordt beter nageleefd, met 70% van de vrachtwagen- en buschauffeurs die zich eraan houden, een aantal dat tijdens het weekend zelfs oploopt tot 80%.

Volgens Vias-woordvoerder Stef Willems is het naleven van veilige afstanden cruciaal. Hij wijst erop dat een derde van de snelwegongevallen kop-staartaanrijdingen zijn, vaak veroorzaakt door onvoldoende afstand. Vias schat dat jaarlijks bijna 1.000 ongevallen op de snelwegen te wijten zijn aan onvoldoende veiligheidsafstanden, wat niet alleen leidt tot persoonlijk leed, maar ook files en bredere mobiliteitsproblemen veroorzaakt.

proef

Volgend jaar zal er in de loop van het tweede semester een proefproject worden gehouden op bepaalde snelwegen om na te gaan of er controles kunnen worden uitgevoerd met camera’s of radars, zelfs als er geen markeringen langs de weg staan. In eerste instantie zal de test betrekking hebben op het controleren van de veiligheidsafstand van 50 m tussen vrachtwagens. In tweede instantie zal de test zich richten op personenauto’s. De camera’s kunnen het tijdsinterval tussen twee voertuigen meten, dus het is niet nodig om markeringslijnen langs de weg aan te brengen. In bijvoorbeeld Duitsland vinden dergelijke controles al plaats op snelwegen.

Veiligheid voor alles: handhavers krijgen meer macht

Handhavers nemen het stuur over in stadsverkeer.

Vanaf nu zijn zij bevoegd om fietsers en voetgangers te beboeten die zich niet aan de verkeersregels houden. Deze uitbreiding van bevoegdheden is een reactie op de toenemende drukte in steden zoals Amsterdam, waar wethouder Melanie van der Horst van Verkeer benadrukt dat de intensivering van handhaving een noodzakelijke stap is voor verkeersveiligheid. Met meer dan drie ernstige ongelukken per dag, is de behoefte aan strengere handhaving onmiskenbaar.

De uitbreiding, ondersteund door het ministerie van Justitie en Veiligheid, stelt handhavers in staat om op te treden tegen lichte verkeersovertredingen zoals fietsen zonder licht, door rood rijden of het gebruik van een telefoon tijdens het fietsen. Eerder hielden handhavers zich al bezig met het aanpakken van snorfietsoverlast en inrijverboden. Om hen voor te bereiden op deze nieuwe rol, zullen ze in 2024 tijdelijk samenwerken met de politie.

Deze ontwikkeling komt te midden van een breder maatschappelijk debat over de positie en het aanzien van handhavers en buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) in Nederland. Recentelijk kwam burgemeester Femke Halsema van Amsterdam in het nieuws door haar steun te betuigen aan de handhavers na kritiek in het praatprogramma Vandaag Inside. Zij beschreef de handhavers als “professioneel, trouw en moedig”, en bekritiseerde de uitspraken in het programma als “ongelooflijk gênant, dom en schandalig.”

Foto: Pitane Blue – Özcan Akyol

De uitspraken in het praatprogramma “Vandaag Inside” (VI) met betrekking tot gemeentelijke handhavers en buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) hebben tot aanzienlijke discussie en controverse geleid. In deze uitzending werden handhavers bekritiseerd door panelleden, waaronder schrijver Özcan Akyol en tv-persoonlijkheid Johan Derksen. De aard van deze kritiek werd door velen, waaronder Amsterdamse burgemeester Femke Halsema, als negatief en ongepast beschouwd.

Halsema beschreef de handhavers als “professioneel, trouw en moedig” en bekritiseerde de uitspraken in het programma als “ongelooflijk gênant, dom en schandalig.” Haar verdediging van de handhavers benadrukte hun belangrijke rol in het handhaven van de orde en veiligheid binnen de gemeenschap.

diversiteit

Verder wordt de diversiteit binnen het handhavingsapparaat vergroot. In steden zoals Arnhem en Tilburg is het handhavers nu toegestaan om zichtbare religieuze uitingen, zoals hoofddoeken, keppeltjes of tulbanden, te dragen tijdens hun werk. Dit beleid, geïnitieerd door burgemeester Ahmed Marcouch van Arnhem, maakt deel uit van een bredere inspanning om handhavers in staat te stellen hun persoonlijke identiteit niet te hoeven verbergen.

Ten slotte is het belangrijk om het onderscheid te begrijpen tussen handhavers, toezichthouders en boa’s. Hoewel de termen vaak door elkaar worden gebruikt, hebben ze verschillende betekenissen en bevoegdheden. Een boa, of buitengewoon opsporingsambtenaar, is de officiële benaming voor een handhaver. Ze zijn bevoegd om overtredingen van gemeentelijke regels te controleren en te handhaven, maar hebben niet dezelfde uitgebreide bevoegdheden als politieagenten.

Europa rolt rode loper uit met nieuwe pauzeregels voor touringcarchauffeurs

De nieuwe regels stellen chauffeurs in staat hun verplichte pauze van 45 minuten flexibeler in te delen, door deze op te splitsen in twee pauzes van minstens 15 minuten.

Het Europees Parlement heeft een belangrijke stap gezet ter ondersteuning van de toeristische bussector. Na een eerdere goedkeuring door de Commissie Vervoer vorige maand, heeft de plenaire vergadering van het parlement nu de compromisamendementen aangenomen die betrekking hebben op de rij- en rusttijden voor touringcarchauffeurs. Deze ontwikkeling is een voorbode van positieve veranderingen voor chauffeurs, passagiers en exploitanten van touringcars, in afwachting van de triloogonderhandelingen die in januari 2024 plaatsvinden. De nieuwe regels zijn specifiek ontworpen voor het beroep van touringcarchauffeurs.

Volgens de voorgestelde wijzigingen zullen touringcarchauffeurs hun verplichte pauze van 45 minuten kunnen opdelen in twee pauzes van minimaal 15 minuten. Voor reizen die zes dagen of langer duren, mogen ze eenmaal per reis een uur langer doorrijden en hun pauze nadien opnemen. Bovendien krijgen ze de mogelijkheid om nationale tours van maximaal 12 dagen te rijden, een regeling die momenteel alleen voor internationale reizen geldt.

Raluca benadrukte het belang van deze ontwikkeling: “De wegtransport- en toerismesectoren staan op het punt een grote overwinning te behalen tijdens de aanstaande triloogonderhandelingen in januari 2024. We zijn nu heel dicht bij het realiseren van specifieke regels voor touringcarchauffeurs, in plaats van de regels die nu meer gericht zijn op vrachtwagenchauffeurs. De wet zou in de eerste helft van 2024 in werking moeten treden.”

“De huidige regels schaden het welzijn van de chauffeurs, houden de Europese toerismesector tegen en verhinderen dat de veiligste en meest milieuvriendelijke vorm van collectief passagiersvervoer kan floreren. We kijken nu uit naar snelle onderhandelingen in de Raad die touringcarchauffeurs eindelijk de mogelijkheid geven hun pauzes te organiseren op basis van de aard van hun werk en de behoeften van hun passagiers. Dit omvat ook de uitbreiding van hun nationale reizen tot 12 dagen, waarbij veiligheid altijd voorop staat,”

Raluca Marian – directeur EU-advocatie IRU

Cartoon: Pitane Blue – rij- en rusttijden voor touringcarchauffeurs.

Voor langere reizen, die zes dagen of meer duren, biedt de nieuwe regelgeving een extra voordeel. Chauffeurs mogen nu, eenmaal per reis, een uur langer doorrijden, op voorwaarde dat zij hun rusttijd nadien compenseren. Dit biedt chauffeurs niet alleen meer flexibiliteit in hun reisschema’s, maar komt ook tegemoet aan de variabele eisen van toeristische reizen.

Carlo Cahn, secretaris van Busvervoer Nederland en directeur van koepelorganisatie Koninklijk Nederlands Vervoer hierover: “Dit is ontzettend goed nieuws. Al jaren strijden de touringcarondernemers tegen het feit dat buschauffeurs hetzelfde behandeld worden als vrachtwagenchauffeurs. In onze branche gaat het helemaal niet om zoveel mogelijk te rijden, maar juist om kunnen rijden en pauzeren wanneer de klant dat wil. Hopelijk komt hiermee een einde aan de gekke situatie dat voor het vervoeren van een stalen balk en voor het vervoeren van personen precies dezelfde rijtijden gelden.”

 12 dagen

Een ander aspect van de amendementen is de mogelijkheid voor chauffeurs om nationale tours van maximaal 12 dagen te rijden, een uitbreiding die voorheen alleen voor internationale reizen gold. Deze wijziging is van cruciaal belang voor de toerismesector, aangezien het meer mogelijkheden biedt voor uitgebreide binnenlandse reizen, iets wat tot nu toe beperkt was.

“Dat is mooi voor onze buitenlandse collega’s, maar wij hebben er als Nederlandse branche niet veel aan. Twaalfdaagse rondritten met één groep en alleen in Nederland komen niet voor. Liever hadden we gezien dat de beperking tot één groep was losgelaten. Dat zou in het hoogseizoen meer flexibiliteit hebben gegeven, maar wederom zonder dat de chauffeur er meer uren voor hoeft te gaan rijden”

Carlo Cahn, secretaris van Busvervoer Nederland

Foto: Pitane Blue – Almei Tours

Op dit moment kent de Europese Verordening voor rij- en rusttijden slechts één uitzondering voor touringcarchauffeurs. Deze zogenaamde twaalfdagenregeling maakt het mogelijk om tijdens een reis van twaalf dagen één keer de wekelijkse rust te verkorten naar één dag (normaal in een dergelijke periode is een rust van ongeveer twee dagen) en deze later de compenseren, zodat er meer bestemmingen in een rondreis kunnen worden aangedaan. Omdat deze regeling alleen geldt voor internationaal vervoer en ook slechts met dezelfde groep passagiers wordt de 12-dagenregeling in Nederland nooit toegepast. Deze regel wordt in de toekomst waarschijnlijk ook toepasbaar in nationale ritten.

IRU

De Internationale Wegvervoer Unie (IRU) is een wereldwijde organisatie die zich inzet voor het bevorderen van de belangen van het wegtransport, zowel voor goederen- als personenvervoer. De IRU speelt een sleutelrol in het ontwikkelen van standaarden, het bevorderen van veiligheid en duurzaamheid, en het ondersteunen van de economische groei en efficiëntie binnen de transportsector.

Taxibranche krijgt ademruimte nu rapportageverplichting werd uitgesteld

Deze wijziging in de planning geeft ondernemers meer tijd om zich voor te bereiden op deze nieuwe verplichtingen.

Ondernemers in de taxibranche kunnen opgelucht ademhalen nu duidelijk is geworden dat de eerder aangekondigde startdatum voor de rapportageverplichting van CO2-uitstoot is uitgesteld. In tegenstelling tot de eerder gecommuniceerde datum aan de leden van 1 januari 2024 door het Koninklijk Nederlands Vervoer (KNV), werd eerder al besloten dat deze verplichting pas ingaat op 1 juli 2024. Deze aanpassing is relevant voor organisaties met 100 of meer werknemers, waarbij zij verplicht worden te rapporteren over zowel het zakelijke verkeer als het woon-werkverkeer van hun werknemers. 

Dit valt onder de rapportageverplichting werkgebonden personenmobiliteit (WPM). Organisaties dienen uiterlijk op 30 juni 2025 de gegevens van het jaar 2024 in te dienen. Het is echter belangrijk om te benadrukken dat alle organisaties, inclusief die met minder dan 100 werknemers, nu al vrijwillig gegevens mogen indienen. Deze vrijwillig verstrekte gegevens worden niet doorgestuurd naar de omgevingsdienst, maar kunnen wel worden gebruikt voor onderzoek, mits daarvoor toestemming is gegeven in het online formulier. Bij toestemming worden deze gegevens geanonimiseerd.

Taxibedrijven, vooral die met een vloot van meer dan 100 werknemers, zullen gedetailleerde gegevens moeten verzamelen over het gebruik van hun voertuigen. Dit omvat de afgelegde kilometers en het type voertuig en brandstof. De verlenging geeft hen extra tijd om systemen te implementeren voor nauwkeurige dataverzameling.

Hoewel de verplichting geldt voor grotere ondernemingen, is er ook een optie voor vrijwillige deelname. De gegevens van vrijwillige deelnemers worden gebruikt voor onderzoeksdoeleinden, wat kan helpen bij het vormgeven van toekomstig beleid en praktijken in de sector.

Cartoon: Pitane Blue – rapportageverplichting werkgebonden personenmobiliteit (WPM).

Heeft u de handreiking doorgenomen en liggen de benodigde gegevens klaar? Dan duurt het minder dan één uur om het online formulier in te vullen.

De beslissing tot uitstel naar 1 juli 2024 werd genomen door de ministerraad in november 2023, na te hebben geconstateerd dat meer voorbereidingstijd noodzakelijk was. Voor organisaties is het essentieel om te weten welke gegevens vanaf die datum nodig zijn. De handreiking ‘Gegevensverzameling werkgebonden personenmobiliteit‘ biedt organisaties praktische tips voor het verzamelen van de benodigde gegevens. Dit is een cruciaal instrument voor bedrijven om zich adequaat voor te bereiden op de nieuwe rapportage-eisen.

Een omgevingsdienst is verantwoordelijk voor de controle op de rapportageverplichting. De omgevingsdienst is een overheidsdienst waar deskundigen met gemeenten en provincies samenwerken. Ze helpen bij natuur- en milieuwet- en regelgeving. Daarnaast geven ze onder andere vergunningen. Wanneer de rapportageverplichting ingaat, controleert een omgevingsdienst of uw organisatie de rapportage opstuurt. Gegevens die u vrijwillig instuurt, kan de omgevingsdienst niet bekijken.

Als werkgever heeft u een grote rol in het duurzamer maken van de werkgebonden personenmobiliteit. Bijvoorbeeld door, als het kan, uw werknemers thuis te laten werken. Of door ze met het openbaar vervoer, de fiets of een elektrische auto naar het werk te laten komen. In uw rapportage staat wie u advies op maat kan geven om verder te verduurzamen.

Nieuwe douaneregels, maar wat betekent dit voor exporteurs?

De implementatie van TOM legt een nieuwe reeks verantwoordelijkheden op aan zowel exporteurs als importeurs, met name in de voedingssector.

Het Verenigd Koninkrijk zet een volgende belangrijke stap in de herziening van zijn douaneprocedures door vanaf 31 januari 2024 een nieuw Border Target Operating Model (TOM) te implementeren. Dit model introduceert extra douaneregels voor de invoer van goederen, waarbij vooral aandacht wordt besteed aan de controle van veterinaire en fytosanitaire producten.

Deze nieuwe regelgeving vereist dat exporteurs naar het VK, vanaf 31 januari 2024, een Entry Summary Declaration (ENS) indienen voordat ze goederen vervoeren. Bovendien is voor een aanzienlijk aantal dierlijke en plantaardige producten een fytosanitair of veterinair certificaat verplicht, zeker als deze een medium of hoog risico vormen voor de Britse markt.

Een verdergaande stap staat gepland voor 30 april 2024, want dan zal VK Border Control Posts openen. Deze posten zijn speciaal bedoeld voor de inspectie van risicovolle dierlijke en plantaardige producten uit de Europese Unie. Exporteurs worden geadviseerd om tijdig te beslissen of ze de keuringsprocessen zelf regelen of uitbesteden aan een logistiek dienstverlener. De laatste optie biedt het voordeel dat deze dienstverleners vertrouwd zijn met de regels en procedures, en vaak efficiënter kunnen werken.

Voor bepaalde fytosanitaire ladingen is het ook mogelijk om als bedrijf zelf keuringen uit te voeren, mits men voldoet aan strikte regels en eigen controlemedewerkers opleidt.

Afbeelding: Pitane Blue – douanebeambten controleren diverse goederen,

Terwijl exporteurs zich aanpassen aan de nieuwe eisen van het Border Target Operating Model (TOM) van het Verenigd Koninkrijk, benadrukt deze verandering de noodzaak voor bedrijven om nauwkeurig op de hoogte te blijven van de internationale handelsregelgeving.

Belangrijk om te weten is dat voor alle veterinaire ladingen en voor fytosanitaire producten met een medium of hoog risico een voormelding vereist is in het Britse IPAFFS-systeem voordat ze in het VK aankomen. Dit vraagt om nauwkeurige coördinatie met de Britse importeur of zijn vertegenwoordiger. Opmerkelijk is dat voor laag-risico fytosanitaire ladingen, zoals groente en fruit uit de EU, geen voormelding in IPAFFS nodig is na 31 januari 2024, aangezien het VK deze als laag risico beschouwt.

Exporteurs van groente en fruit moeten echter nog steeds een kwaliteitskeuring aanvragen via e-CertNL, uitgevoerd door de KCB. Het certificaatnummer dat hieruit voortvloeit, moet op de uitvoeraangifte aan de Douane vermeld worden. Dit nieuwe TOM markeert een significante verandering in de handelsrelatie tussen het VK en de EU, waarbij exporteurs zich moeten aanpassen aan de nieuwe eisen om hun goederen efficiënt en zonder hindernissen de Britse markt op te krijgen.

Harbers stelt beperking vliegbewegingen Schiphol uit te midden van bezwaren

Het plan om volgend jaar de geluidsoverlast van Schiphol terug te brengen is van de baan. Natuur- en milieuorganisaties, waaronder Natuur- en Milieufederatie Noord-Holland, Natuur & Milieu, Milieudefensie en Greenpeace Nederland, hebben in een gezamenlijk statement hun frustratie en ongeloof geuit over de uitgestelde krimp van Schiphol.

Het recente besluit van minister Mark Harbers van Infrastructuur om het plan voor het beperken van het aantal vliegbewegingen op Schiphol volgend zomerseizoen tot 460.000 voorlopig op te schorten, heeft een golf van reacties teweeggebracht. Deze ontwikkeling, bekendgemaakt in een brief aan de Tweede Kamer, komt te midden van toenemende druk vanuit de Verenigde Staten en Europa, en markeert een belangrijk moment in de discussie rondom luchtvaart, milieu en leefomgeving.

De reactie van natuur- en milieuorganisaties is er een van ongefilterde boosheid en ongeloof. Organisaties als Natuur- en Milieufederatie Noord-Holland, Natuur & Milieu, Milieudefensie en Greenpeace Nederland uiten hun frustratie over het uitstel van de krimp van Schiphol. Ze noemen het besluit ‘stuitend’, wat wijst op de diepgewortelde bezorgdheid over milieueffecten en de noodzaak van duurzame ontwikkelingen binnen de luchtvaartsector.

Ook bij de omwonenden van Schiphol valt het besluit niet in goede aarde. Zij worden al jaren geconfronteerd met de gevolgen van het intensieve vliegverkeer, zoals geluidsoverlast en milieu-impact. Het uitstellen van de krimp, hoewel ingegeven door juridische bezwaren, wordt gezien als een gemiste kans om concrete stappen te zetten in het verminderen van deze overlast.

In zijn brief aan de Tweede Kamer erkent minister Harbers de complexiteit van de situatie en de teleurstelling die het uitstel met zich meebrengt. Hij wijst op juridische bezwaren als reden voor de opschorting, maar blijft benadrukken dat het kabinet vastberaden is om op langere termijn de balans tussen de luchthaven en de omgeving te herstellen.

Foto: Pitane Blue – Schiphol Airport

Het besluit van demissionair minister Mark Harbers van Infrastructuur om de krimp van Schiphol uit te stellen, heeft geleid tot een complexe situatie waarin milieuoverwegingen, internationale druk en lokale belangen samenkomen. Deze ontwikkeling, die een directe reactie lijkt te zijn op druk vanuit de Verenigde Staten en de Europese Unie, heeft bij zowel milieuorganisaties als lokale gemeenschappen tot verontwaardiging geleid.

Minister Harbers erkent de complexiteit van de situatie en de teleurstelling die het uitstel met zich meebrengt voor de directe omgeving van Schiphol. Hij benadrukt echter dat het kabinet zich blijft inzetten voor het herstellen van de balans tussen de luchthaven en zijn leefomgeving. Dit houdt in dat, hoewel de directe krimpplannen zijn opgeschort, het langetermijndoel om Schiphol te laten krimpen ter bescherming van natuur, klimaat en leefomgeving overeind blijft.

Deze situatie onderstreept de uitdagingen waar de luchtvaartsector voor staat, waarbij de balans tussen economische belangen, milieuverantwoordelijkheid en gemeenschapsbelangen een steeds centralere rol speelt in beleidsvorming. Het besluit van het demissionaire kabinet om de krimpplannen voorlopig in de ijskast te zetten, kan worden gezien als een tactische zet in een groter speelveld waarin internationale druk, juridische overwegingen en binnenlandse belangen elkaar kruisen.

Foto: pres room jetBlue

aanleiding

Op 2 november heeft het Amerikaanse Department of Transportation (USDOT) een besluit genomen waarin wordt gesteld dat Nederland inbreuk zou maken op het EU-VS Open Skies verdrag. Het besluit van USDOT kan worden gezien als de eerste fase van retaliatie. Zij doen dat met een beroep op de Amerikaanse mededingingsregelgeving. In een tweede fase kunnen verdergaande tegenmaatregelen worden afgekondigd. 

bezorgdheid

De Verenigde Staten uiten specifiek hun bezorgdheid over de wijze waarop Nederland de Balanced Approach-procedure hanteert bij de uitvoering van het Schipholbesluit, zowel in Spoor 1 als in Spoor 2. Deze benadering, die bedoeld is om een evenwicht te vinden tussen de groei van de luchtvaart en de milieueffecten daarvan, wordt door de VS als niet correct gevolgd beschouwd. Een ander punt van zorg betreft de markttoegang voor nieuwe toetreders in de luchtvaartsector, een zorg die mede wordt ingegeven door de antitrustimmuniteit die is verleend aan de Blue Skies Joint Venture.

Deze zorgen van de Amerikaanse zijde worden verder versterkt door een brief van Eurocommissaris Adina Vălean, ontvangen op 13 november. In deze brief worden serieuze bedenkingen geuit over de Nederlandse aanpak in Spoor 1 van het Schipholbesluit en het niet volgen van de Balanced Approach. De Europese Commissie behoudt zich het recht voor om een inbreukprocedure te starten vanwege mogelijke strijd met het EU-recht. De Nederlandse regering wordt opgeroepen om alle mogelijke stappen te overwegen om in lijn te handelen met het EU-recht.

heroverwegen

Deze ontwikkelingen wijzen op een aanzienlijke internationale druk op Nederland om zijn beleid rond Schiphol te heroverwegen. De kritiek van zowel de Verenigde Staten als de Europese Unie legt de nadruk op de noodzaak voor Nederland om de internationale afspraken en richtlijnen te respecteren, vooral als het gaat om luchtvaart, milieu en markttoegang.

Een nieuw tijdperk met registratie- en kentekenplicht voor bijzondere bromfietsen

Terwijl het voorstel zijn weg vindt door het parlement en naar de Raad van State, werkt de overheid aan een balans tussen innovatie en regulering.

De Nederlandse regering neemt stappen om de veiligheid op de wegen te vergroten en overzicht te houden op de groei van bijzondere bromfietsen door een registratie- en kentekenplicht in te stellen. Dit besluit, genomen op voorstel van Minister Mark Harbers van Infrastructuur en Waterstaat, zal nieuwe eisen stellen aan eigenaren van voertuigen zoals de BSO-bus en zelfbalancerende bromfietsen,  bijvoorbeeld van Segway, de elektrische step en stint.

Het onderscheid tussen toegelaten en niet-toegelaten voertuigen zal hierdoor vereenvoudigen, een stap die volgens de minister essentieel is voor zowel veiligheid als naleving van de regels op de openbare weg. Het demissionaire kabinet heeft hier vrijdag mee ingestemd. De nieuwe verordening houdt in dat, naast nieuwe bijzondere bromfietsen die op de markt komen, de huidige gebruikers van de naar schatting 5.000 reeds toegelaten voertuigen ook onder de nieuwe wetgeving zullen vallen. Ze krijgen een jaar de tijd om hun voertuigen bij de RDW te laten registreren. De dienst is klaar om deze taak op zich te nemen en benadrukt dat de verwachte aantallen goed te verwerken zijn.

“We zien steeds meer nieuwe en innovatieve voertuigen om ons heen. Slechts een deel daarvan is goedgekeurd en mag je gebruiken op de weg. Als voertuigen qua uiterlijk op elkaar lijken, is het lastig om te zien of dat specifieke voertuig is goedgekeurd. Dat vind ik onwenselijk, want niet-goedgekeurde voertuigen zijn niet veilig genoeg bevonden. De invoering van een kentekenplicht zorgt ervoor dat mensen én handhavers in één oogopslag kunnen zien of zij met dit voertuig mogen rijden.”

Minister van Infrastructuur en Waterstaat – Mark Harbers

Deze maatregel weerspiegelt het adaptieve beleid van de overheid tegenover de groeiende diversiteit in mobiliteitsoplossingen. Met een kostprijs van 18 euro per registratie en een subsidie die het verschil met de standaardprijs dekt, benadrukt het ministerie zijn toewijding om de lasten voor de burger te minimaliseren en tegelijkertijd de veiligheid te maximaliseren.

Hoewel de vormgeving van het kenteken nog onderwerp van discussie is, met speciale aandacht voor voertuigen waarop beperkte ruimte beschikbaar is, is het duidelijk dat de overheid inzet op een duidelijke identificatie van goedgekeurde voertuigen. Naast de directe voordelen voor veiligheid en toezicht, biedt deze ontwikkeling ook de mogelijkheid om de verspreiding en het gebruik van bijzondere bromfietsen beter te monitoren, wat beleidsmakers helpt om te anticiperen op en te plannen voor verkeersdrukte en de dynamiek op fietspaden.

Eerste Kamer verwerpt populaire thuiswerkwet, zaait verdeeldheid in het debat

Van grote steun in Tweede Kamer naar onverwachte afwijzing in de senaat, belangenorganisaties en experts reageren.

Niet helemaal onverwacht heeft de Eerste Kamer een streep gezet door het veelbesproken wetsvoorstel ‘Werken waar je wilt’, dat bedoeld was om werknemers meer flexibiliteit te bieden in hun werklocatiekeuze. Ondanks dat het voorstel door de Tweede Kamer werd aangenomen met een overweldigende meerderheid van 125 stemmen, vond het geen genade in de ogen van de senaat.

Tijdens een eerder debat leken de meeste fracties het voorstel weliswaar te steunen, maar werden er kanttekeningen geplaatst bij de noodzaak van zo’n wet. Er werd vooral gesproken over de toegenomen administratieve lasten die dit op werkgevers zou leggen, een punt dat met name door werkgeversorganisatie VNO-NCW naar voren werd gebracht. Volgens hen hebben veel bedrijven al vrijwillig afspraken gemaakt over thuiswerken, wat de behoefte aan wetgeving op dit vlak zou verkleinen.

De politieke dynamiek in de Eerste Kamer bleek aanzienlijk anders dan in de Tweede Kamer. Partijen zoals BBB, VVD, JA21 en SGP, die in de Tweede Kamer nog voor het wetsvoorstel stemden, keerden zich er nu tegen. BBB-senaatslid Robert van Gasteren en VVD-senator Cees van de Sanden spraken zich beide uit tegen de ‘onnodige’ regeldruk en stelden dat de markt deze kwesties beter via collectieve arbeidsovereenkomsten kon regelen.

Een onderzoek van Kantar Public toonde aan dat bijna de helft van de werknemers op dinsdag en donderdag te maken heeft met verkeersdrukte, terwijl vier op de tien werknemers niet gebonden zijn aan een fysieke werkplek. Dat zorgde voor gemengde reacties. Volgens Maarten Neeskens, Accelerator Mobility Transition, zou thuiswerken niet alleen de files verminderen maar is het ook kosteneffectiever dan andere oplossingen zoals het aanleggen van extra asfalt.

Tegengeluid kwam vooral van belangenorganisaties. De Stichting Voor Werkende Ouders uitte teleurstelling over het besluit. Directeur Marjet Winsemius stelde dat de wet werkgevers minder machtig zou maken, een standpunt dat ook door vakcentrale FNV werd ondersteund. Vicevoorzitter Kitty Jong van FNV bestempelde de uitslag zelfs als ‘cynische verkiezingspolitiek’.

Het is duidelijk dat de Eerste Kamer de potentieel verreikende gevolgen van de voorgestelde thuiswerkwet niet zomaar aan zich voorbij wilde laten gaan. Ondanks de gevarieerde en soms vurige meningen blijft thuiswerken een onderwerp dat werkgevers en werknemers samen moeten aangaan, binnen de kaders van bestaande wetgeving en zorgplichten die daarbij horen.

De complexiteit van de thuiswerkdiscussie blootgelegd: van fileproblemen tot de rol van werkgevers en werknemers.

De verwerping van het wetsvoorstel in de Eerste Kamer markeert een opvallende verschuiving in het politieke en maatschappelijke debat rond thuiswerken. Terwijl het wetsvoorstel, een initiatief van GroenLinks en D66, aanvankelijk leek te kunnen rekenen op brede steun, werd de politieke arena van de senaat uiteindelijk het strijdtoneel van fundamentele meningsverschillen.

fileprobleem

Ook heeft deze beslissing implicaties voor het Nederlandse fileprobleem, dat volgens de ANWB dit jaar erger is dan in de pre-coronatijd. Bijzonder zwaar belaste routes zijn onder meer de A12 tussen de Duitse grens en Arnhem, en de A27 van Utrecht naar Breda. Maarten Neeskens, betrokken bij mobiliteitstransitie, wees op het belang van thuiswerken als een duurzaam alternatief voor het traditionele woon-werkverkeer. De coronacrisis diende eerder als een ‘proeftuin’, die volgens hem aantoonde dat thuiswerken inderdaad kan bijdragen aan het verminderen van de verkeersdruk.

Ondertussen maken veel bedrijven eigen afspraken om de verkeersdruk te verminderen, zoals het mijden van fysieke bijeenkomsten voor 10.00 uur of het opstellen van roosters waarbij complete teams alleen op specifieke dagen samenkomen. Dit werpt de vraag op of formele wetgeving eigenlijk wel nodig is, of dat de markt in staat is om zichzelf te reguleren zonder tussenkomst van de overheid.

zorgplicht

De zorgplicht van werkgevers blijft overigens onverminderd van kracht, ook bij thuiswerken. De werkgever moet zorgen voor goede en veilige arbeidsomstandigheden, een verantwoordelijkheid die in de huidige wetgeving al is vastgelegd. Werknemers worden aangemoedigd proactief in gesprek te gaan met hun werkgevers als zij aanpassingen willen aan hun werkplek of werkomstandigheden.

Dit alles leidt tot een complexe discussie met tal van betrokken partijen. Van de overheid en politieke partijen tot werkgevers en belangenorganisaties; allemaal hebben ze een eigen visie op wat de beste balans is tussen flexibiliteit en regulering. Hoewel het wetsvoorstel het niet heeft gehaald, is het thema thuiswerken ongetwijfeld nog niet van de politieke en maatschappelijke agenda verdwenen. 

Nieuwe verkeersregels van de Europese Commissie zijn niet zonder controverse

De Europese Commissie heeft daarnaast de introductie van digitale rijbewijzen met een QR-code voorgesteld.

Het meest opvallende voorstel is gericht op jonge bestuurders. Volgens de Commissie zou er een proeftijd van twee jaar moeten komen voor beginnende chauffeurs. Tijdens deze periode zouden ze niet sneller dan 90 kilometer per uur mogen rijden en is het hen verboden om achter het stuur van een zware terreinwagen of SUV te zitten.

Bovendien wil de Europese Commissie dat deze groep tussen middernacht en 6 uur ’s ochtends in het weekend niet rijdt. Het voorgestelde nachtelijke rijverbod voor jonge bestuurders roept ook vragen op over de gevolgen voor jongeren die ’s nachts werken of studeren. Het zou een extra last kunnen zijn voor diegenen die afhankelijk zijn van hun voertuig om op hun werk of onderwijsinstelling te komen.

medische test

Voor oudere bestuurders, vooral die ouder dan 70, stelt de Commissie een verplichte vijfjaarlijkse medische test voor om hun rijbewijs te behouden. De geldigheid van rijbewijzen zou ook worden uitgebreid van de huidige 10 jaar naar 15 jaar, behalve voor bestuurders van 70 jaar en ouder, die dan nog slechts een rijbewijs krijgen dat 5 jaar geldig is. Hoewel de bedoeling goed is, zijn er ethische vragen over leeftijdsdiscriminatie en de autonomie van oudere volwassenen. Bovendien kunnen dergelijke maatregelen leiden tot een verhoogde administratieve last voor medische diensten, die al onder druk staan.

Karima Delli – Frans Europarlementslid

Karima Delli, het Franse Europarlementslid van Europe Écologie-Les Verts en voorzitter van de Commissie Vervoer, is het gezicht van deze radicale voorstellen.

Het meest controversiële voorstel zou kunnen zijn om de maximumsnelheid op Europese snelwegen te beperken tot 130 kilometer per uur. Dit heeft met name in Duitsland tot verhitte debatten geleid, waar sommige snelwegen geen snelheidslimiet hebben. Delli pleit ook voor een speciaal rijbewijs voor zware personenwagens en pick-ups, met een verbod voor bestuurders onder de 21 jaar om deze voertuigen te besturen. Ze stelt dat deze voertuigen niet alleen meer ruimte innemen, maar ook een hogere uitstoot hebben en gevaarlijker zijn voor voetgangers.

QR-code

Een van de meest vernieuwende elementen in de voorgestelde regelgeving is de introductie van digitale rijbewijzen met een QR-code. Deze zouden politieagenten in staat stellen om onmiddellijk te controleren of een rijbewijs ergens in Europa is ingetrokken. Dit lijkt een technologisch geavanceerde oplossing om de handhaving te vergemakkelijken. Echter, deze digitale omschakeling roept ook vragen op over databescherming en privacy.

Hoewel de voorstellen nog moeten worden goedgekeurd, onderstrepen ze de dringende noodzaak om de veiligheid op de Europese wegen te verbeteren zonder het vitale belang van het wegvervoer voor de Europese economie te ondermijnen. Met deze nieuwe wetgeving streeft de Europese Unie naar een evenwicht tussen veiligheid en efficiëntie, in de hoop het aantal verkeersslachtoffers drastisch te verminderen.

Vision Zero

Wegvervoer is het kloppende hart van de Europese Unie, het enige transportmiddel dat het continent van noord naar zuid en van oost naar west met elkaar verbindt. Het is van cruciaal belang voor de economie, met een enorme bijdrage aan het bruto binnenlands product. Maar deze essentiële vorm van transport komt met een prijs: het is ook de grootste veroorzaker van verkeersongevallen, ernstige verwondingen en vroegtijdige sterfgevallen in Europa. In een poging dit tij te keren, heeft de Europese Commissie een ambitieus pakket aan nieuwe verkeersregels voorgesteld, genaamd Vision Zero.

Pitane Pallas: de software die de taxibranche op zijn kop zet

Het Eindhovense Pitane Mobility lanceert multifunctionele tabletsoftware die de toekomst van automatisering in taxi’s hertekent.

Censys BV zet als eerste de stap in de Nederlandse markt en in de modernisering van de taxibranche met de lancering van Pitane Pallas voor Android-tablets. Dit gloednieuwe softwareplatform is ontworpen om zowel taxibedrijven, overheidsinstellingen en chauffeurs te dienen.

praktijktoets

In antwoord op de aankomende Praktijktoets CDT en het programma Realisatie Variant BCT van de Inspectie Leefmilieu en Transport (ILT), die op 1 oktober 2024 van start gaat, heeft Censys BV besloten om een versnelde lancering van de geavanceerde Pitane Pallas software uit te voeren. Het bedrijf is trots om deel te nemen aan deze belangrijke initiatieven samen met een selecte groep van taxibedrijven en chauffeurs. Gedurende de komende drie maanden ligt de focus op het uitvoerig testen van de software, met speciale aandacht voor de integratie met de Centrale Database Taxi (CDT).

Het systeem zal continu de rij- en rusttijden van de deelnemende chauffeurs bijhouden om te zorgen voor naleving van de regelgeving en om de veiligheid van zowel de chauffeur als de passagiers te waarborgen. Een belangrijk element in deze testfase is het automatisch registreren van onderbrekingen in de diensttijd, zoals pauzes, en het doorgeven van deze gegevens aan de CDT. Alle relevante data over de ritbewegingen worden nauwkeurig gelogd en gesynchroniseerd met de CDT.

nieuw platform

Al deze cruciale gegevens zullen via het Pitane Pallas-platform worden verzameld en doorgestuurd via het ondernemersportaal, richting de overheidsdatabases. Pitane Pallas is niet zomaar een upgrade. Het is een totaaloplossing die het oude Boordcomputer Taxi (BCT) systeem kan vervangen. Deze software combineert geavanceerde functies zoals automatische profielaanmaak met strenge beveiligingsmaatregelen zoals tweetrapsauthenticatie (2FA) en rijbewijs en kenteken herkenning om in te loggen. En het zorgt daarbij voor zowel de privacy van de chauffeur als meertalige ondersteuning in het Nederlands, Engels, Frans en Duits zonder extra kosten.


Met de ambitie om de conventionele Boordcomputer Taxi (BCT) te moderniseren, heeft het Eindhovense Pitane Mobility een nieuwe generatie tabletsoftware gelanceerd: Pitane Pallas.

Pitane Mobility’s nieuwe tabletsoftware is zo veelzijdig dat het zelfs kan worden gekoppeld met externe databases, zoals de Centrale Database Taxi (CDT) van het Inspectie Leefmilieu en Transport en Chiron van de Belgische overheid. Hierdoor ontstaat een naadloze uitwisseling van realtime data die de efficiëntie van de taxibranche aanzienlijk verbetert. Interactie tussen de chauffeur en de klant krijgt ook een boost. Vanuit de tablet kunnen chauffeurs direct met klanten bellen, betalingen accepteren via QR-codes en ritbonnen afdrukken via Bluetooth-gekoppelde printers. De automatische geocodering detecteert wanneer een taxi een bepaalde zone binnenrijdt en meldt de taxi automatisch aan in die betreffende zone, wat een voordeel biedt in termen van realtime rittoewijzing.

centraal beheer

De software is ook ontworpen om het integratieproces voor nieuwe chauffeurs te vergemakkelijken. Via een unieke, centraal geregistreerde pincode krijgt de chauffeur toegang tot de configuratie-instellingen van het voertuig. Dit vereenvoudigt de instroom van nieuwe medewerkers en beschermt tegen ongeautoriseerde toegang tot de systeemconfiguratie. Het wordt nog interessanter voor chauffeurs die voor meerdere taxibedrijven werken. Met de nieuwe software kunnen zij naadloos schakelen tussen verschillende bedrijfsprofielen. Dit gebeurt via een intuïtief drop-downmenu dat verschijnt zodra de chauffeur zich aanmeldt.

veilig betalen

In deze digitale leeftijd, waar contactloos betalen en sociale afstand nemen normen zijn geworden, heeft Pitane Mobility extra stappen gezet. Na afloop van elke rit genereert het systeem een QR-code die alle ritinformatie bevat, waardoor klanten zonder fysiek geld of kaarten te hoeven uitwisselen, veilig kunnen betalen. Maar het is niet alleen het gemak en de efficiëntie waar Pitane Pallas in uitblinkt, de software gaat verder met functies die zijn gericht op de specifieke behoeften van nachtchauffeurs. Transparantie is een ander kenmerk van Pitane Pallas software. De opname van audit trails en logboeken zorgt voor naleving van de regelgeving, terwijl het ook bedrijven in staat stelt om hun integriteit en betrouwbaarheid aan te tonen.

In een sector waar efficiëntie en beveiliging steeds belangrijker worden, maakt de Pitane Pallas software verbinding met externe databanken, zoals de Centrale Database Taxi (CDT) van de Nederlandse Inspectie Leefmilieu en Transport, en het Chiron-systeem van de Belgische overheid.

Met deze uitgebreide lijst van functies is het duidelijk dat Pitane Mobility zijn software heeft ontworpen met een diepgaand inzicht in de uitdagingen en kansen in de huidige taxisector. Met zijn naadloze integratie van technologie en klantenservice tilt Pitane Pallas de branche naar een hoger niveau, waarbij het de verwachtingen overtreft op gebieden variërend van beveiliging tot gebruiksvriendelijkheid en efficiëntie.

Het platform gaat live op 1 oktober 2023 en wordt later dit jaar gevolgd door een iOS-versie.

Bedrijfswagens ontsnappen aan GAS-boetes in Vlaanderen door gat in de wetgeving

Ambtenaren en de Vlaamse Mobiliteitsraad roepen op tot dringende aanpassingen in de boeteprocedure om straffeloosheid en verkeersonveiligheid aan te pakken.

In Vlaanderen blijkt het mogelijk om aan administratieve geldboetes, beter bekend als GAS-boetes, te ontsnappen voor lichte snelheidsovertredingen. Met name bestuurders van bedrijfswagens en leasingauto’s kunnen dit doen door simpelweg op het antwoordformulier te verklaren dat zij niet achter het stuur zaten ten tijde van de overtreding. Volgens een rapport van de Gazet van Antwerpen is dit ook expliciet aangegeven in een advies van de Vlaamse Mobiliteitsraad (MORA) aan het Vlaamse parlement. Het advies benadrukt dat het weigeren om de werkelijke bestuurder bekend te maken meestal leidt tot het stopzetten van de boeteprocedure.

Mobiliteitsminister Peeters stelt echter dat het verzwijgen van de identiteit van de bestuurder door zogenaamde rechtspersonen, een term die in dit geval verwijst naar bedrijven en leasingmaatschappijen, een strafbaar feit is. Desondanks merkt ze op dat Vlaamse rechtbanken deze dossiers niet als een prioriteit beschouwen. Het is dus de vraag of er daadwerkelijk een wettelijke vervolging zal volgen. Bovendien zijn de sanctionerende ambtenaren, die de GAS-boetes uitdelen, afhankelijk van de medewerking van deze bedrijven om de naam van de daadwerkelijke bestuurder te verkrijgen.

De Vlaamse Vereniging voor Steden en Gemeenten (VVSG) heeft, net als de Mobiliteitsraad, meermaals gewaarschuwd voor deze gang van zaken. Beide organisaties benadrukken dat dit tot straffeloosheid leidt. Ondanks dat in theorie iedereen deze achterpoort kan gebruiken, is het probleem vooral zichtbaar bij bestuurders van bedrijfswagens. Zowel MORA als VVSG roepen op tot het aanpassen van de huidige regelgeving. Het ontduiken van boetes is niet slechts een kwestie van sluwheid. Het heeft ook concrete gevolgen voor de verkeersveiligheid. Snelheidsovertredingen zijn namelijk een van de voornaamste oorzaken van verkeersongevallen. De huidige situatie ondergraaft de pogingen om dit gedrag te ontmoedigen en daarmee de veiligheid op de Vlaamse wegen te vergroten.

Het is evident dat het huidige systeem van GAS-boetes niet alleen inefficiënt is maar ook bijdraagt aan een cultuur van straffeloosheid, met name onder bestuurders van bedrijfswagens en leasingauto’s.

MORA

De Mobiliteitsraad van Vlaanderen (MORA) is de strategische adviesraad voor het beleidsdomein Mobiliteit en Openbare Werken. De MORA adviseert de Vlaamse Regering en het Vlaams Parlement over de krachtlijnen van het mobiliteitsbeleid en de openbare werken in Vlaanderen en brengt advies uit over voorontwerpen en voorstellen van decreet, ontwerpen van besluit en ontwerpen van samenwerkingsakkoord die de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaamse Gewest wil sluiten met de Staat of met andere gemeenschappen en gewesten, het te voeren begrotingsbeleid inzake mobiliteit, met inbegrip van de meerjareninvesteringsplannen van de entiteiten die bevoegd zijn voor verkeer en vervoer, en exploitaties van het geregeld vervoer.

VVSG

De Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG) is belangenbehartiger, kennisdeler en netwerkbouwer van en voor de lokale besturen. Bij de VVSG staat het opkomen voor de belangen van de Vlaamse lokale besturen centraal. Dat vormt de kern van hun rol als belangenbehartiger. Elk jaar behandelen ze vele tientallen Vlaamse, federale en Europese beleidsdossiers, die ze aankaarten bij ministers en hun kabinet, in het parlement, op administraties en tijdens tal van formele en informele contacten. Zo oefenen ze invloed uit op het beleid en de besluitvorming op verschillende bestuursniveaus.

Nieuwe vereisten voor rijexamen B in Vlaanderen: navigatie skills nu een must

De aankondiging van deze nieuwe regelgeving heeft gemengde reacties opgeleverd.

Vanaf 1 oktober 2023 wordt het praktijkexamen voor het rijbewijs in categorie B in Vlaanderen een tikkeltje uitdagender. Kandidaten moeten vanaf dan niet alleen bewijzen dat ze de verkeersregels kennen en deze kunnen toepassen, maar ook dat ze behendig kunnen omgaan met een navigatiesysteem. Dit nieuws volgt op een studie van de Universiteit Hasselt, die het belang van deze vaardigheid voor de moderne automobilist aantoonde.

Het goede nieuws is dat je niet verplicht bent een duur navigatiesysteem aan te schaffen voor het examen. Je mag je eigen gps gebruiken, of een gratis navigatie-app zoals Waze of Google Maps op je smartphone. Het enige vereiste is dat het toestel in een speciale houder moet zitten tijdens het examen.

Heb je geen eigen navigatiesysteem? Geen zorgen, de examinator zal je voorzien van een standaardmodel. Dit model wordt uniform gebruikt in alle Vlaamse examencentra om een eerlijke beoordeling te garanderen.

Het praktijkexamen vraagt nu niet alleen dat je het navigatietoestel vlot en correct kunt bedienen, maar ook dat je in staat bent zelfstandige beslissingen te nemen op basis van de aanwijzingen. Het is dus raadzaam om tijdens je rijopleiding en oefenperiode voldoende tijd te besteden aan deze nieuwe eis.

De instructies van het navigatiesysteem moeten in het Nederlands zijn, zodat de examinator je kan volgen. Als je een tolk nodig hebt voor het examen, zal deze de Nederlandstalige instructies vertalen naar Frans, Duits of Engels, afhankelijk van je voorkeur.

Deze nieuwe regelgeving benadrukt het groeiende belang van technologie in het dagelijks verkeer en bereidt nieuwe bestuurders beter voor op de realiteit van het moderne rijden. Sommigen zien het als een logische stap in een steeds meer gedigitaliseerde wereld, terwijl anderen vrezen dat het een extra barrière kan vormen voor mensen die niet technologisch onderlegd zijn of geen toegang hebben tot moderne smartphones.

Uitbreiding van nul-emissiezones naar taxi’s en nieuw verkeersbord

TTO-taxi’s verplichten zichzelf aan allerlei gemeentelijke regels te voldoen om niet hun status te verliezen.

Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat werkt aan een wijziging van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990). De wijziging beoogt gemeenten de mogelijkheid te geven nul-emissiezones voor taxi’s te creëren en daarbij nieuwe verkeersborden te introduceren. Deze aanpassing kan belangrijke gevolgen hebben voor taxiondernemers, lokale overheden en het bredere streven naar duurzaamheid en verbetering van de luchtkwaliteit. Hier is wat u moet weten over deze voorgestelde veranderingen.

nieuw verkeersbord

De wijziging omvat ook de introductie van een nieuw verkeersbord dat aangeeft wanneer een voertuig een milieu- of nul-emissiezone binnengaat. Dit is bedoeld om weggebruikers duidelijk te maken dat er specifieke emissie-eisen gelden voor voertuigen die deze zones inrijden.

Nul-emissiezones zijn specifieke gebieden waar alleen voertuigen zonder uitstoot zijn toegestaan. Het doel is om de luchtkwaliteit te verbeteren en geluidsoverlast te verminderen, vooral in stedelijke gebieden.

De nieuwe regelgeving vraagt om significante aanpassingen voor taxiondernemers. Ze zullen moeten investeren in voertuigen die voldoen aan de nul-emissiecriteria of moeten een ontheffing aanvragen. Dit kan financiële en operationele uitdagingen opleveren.

taken voor gemeenten

Gemeenten zullen verantwoordelijk zijn voor de handhaving van deze nieuwe zones en moeten de verkeersborden aanpassen om de nieuwe regelgeving te weerspiegelen. Dit vereist een gecoördineerde aanpak en potentiële investeringen in infrastructuur en handhaving. De voorgestelde wijziging bevat ook de optie om deze regels in de toekomst uit te breiden naar andere categorieën voertuigen. Dit betekent dat de impact van deze wijziging nog verder kan reiken.

publieke inspraak

Belanghebbenden en het publiek kunnen tot en met 15 september 2023 reageren op deze voorgestelde wijzigingen. Dit biedt iedereen de mogelijkheid om feedback te geven en eventueel de regelgeving te beïnvloeden.

In het licht van de klimaatcrisis en het streven naar duurzamere steden, kan deze wijziging een stap in de goede richting zijn. Echter, de gevolgen, vooral voor taxiondernemers en lokale overheden, zijn niet te onderschatten en vragen om een zorgvuldige afweging van alle betrokken partijen.

De voorgestelde wijziging in het RVV 1990 betreffende nul-emissiezones voor taxi’s heeft de aandacht getrokken van diverse belanghebbenden, waaronder bewoners van stedelijke gebieden. Rustema, een Amsterdamse bewoner, deelt zijn kijk op deze veranderingen en de gevolgen die ze kunnen hebben voor de luchtkwaliteit en de taximarkt in de stad. 

Volgens Rustema zijn met name de zogenaamde ‘platform-taxi’s’ – die via apps als Uber en Bolt klanten werven – verantwoordelijk voor een groot deel van de luchtvervuiling en verkeersonveiligheid in Amsterdam. Deze taxi’s, die vaak rondrijden zonder daklicht en in goedkopere modellen, zorgen volgens hem voor veel overlast.

tto-taxi’s als positief voorbeeld

Daarentegen stelt Rustema dat TTO-taxi’s, die zich moeten houden aan strenge gemeentelijke regels, steeds vaker uitstootvrij zijn. Deze taxi’s zijn vaak verbonden aan lokale taxicentrales en zijn volgens hem een stap in de goede richting voor een duurzamer taxilandschap. In de reactie benadrukt het echter dat de omschakeling naar uitstootvrije taxi’s niet zonder uitdagingen zal zijn. TTO-taxi’s hebben het voordeel van speciale oplaadpunten in uitgaansgebieden, maar voor andere taxi’s kan het een uitdaging zijn om een beschikbare laadpaal in woonwijken te vinden.

Ondanks de mogelijke uitdagingen is Rustema optimistisch dat de nieuwe nul-emissiezones een positieve impact zullen hebben. Hij hoopt dat veel van de vervuilende platform-taxi’s door deze maatregelen zullen verdwijnen of op zijn minst hun gedrag zullen aanpassen.

Zwerfafval in de bermen, automobilisten betalen mee straks

Elke dag gooien we alleen al in Nederland 19 miljoen plastic bekers en voedselverpakkingen weg die slechts één keer zijn gebruikt.

Als je vanaf 1 juli eten of drinken afhaalt of laat bezorgen, betaal je extra voor wegwerpbekers en -bakjes die (deels) gemaakt zijn van plastic. Ondernemers mogen die niet meer gratis aanbieden. Ook zijn zij vanaf 1 juli verplicht om een herbruikbare optie aan te bieden. Dat kan op twee manieren: ondernemers vullen de beker of het bakje dat je zelf meebrengt of bieden een beker of bakje aan dat je weer terug kunt brengen. Van wegwerp naar hergebruik. Dat is beter voor het milieu én vanaf 1 juli óók voor je portemonnee.

Elke dag gooien we alleen al in Nederland 19 miljoen plastic bekers en voedselverpakkingen weg die slechts één keer zijn gebruikt. Onnodig veel afval dat vaak op straat en in de bosjes belandt. Om de afvalberg te verkleinen en zwerfafval terug te dringen, voert de overheid maatregelen door om van hergebruik de norm te maken.

“We willen de wereld netjes achterlaten voor onze kinderen en kleinkinderen. Deze nieuwe regels gaan daarbij helpen, want het gaat enorm veel afval én zwerfafval schelen. We gebruiken namelijk veel te veel wegwerpverpakkingen. En dat kan echt anders. We zetten daarom in op hergebruik. Iedereen kan een steentje bijdragen door een eigen beker of bakje mee te nemen of door te kiezen voor een beker of bakje waar borg op zit en dat weer in te leveren. Laten we er samen voor zorgen dat hergebruik de standaard wordt.”

Staatssecretaris Vivianne Heijnen van Infrastructuur en Waterstaat

Elke dag gooien we alleen al in Nederland 19 miljoen plastic bekers en voedselverpakkingen weg die slechts één keer zijn gebruikt.

Om het gebruik van herbruikbare bekers en bakjes te stimuleren, gelden straks nieuwe regels:

  • Vanaf 1 juli betaal je extra voor wegwerpbekers, -bakjes met plastic als je eten of drinken afhaalt of laat bezorgen. Dit geldt bijvoorbeeld als je een koffie op het station haalt, een frietje meeneemt bij de snackbar, een maaltijdsalade in de supermarkt koopt of een broodje in plastic bij het tankstation.
  • De kosten die je maakt voor wegwerpbekers en -bakjes met plastic staan straks apart op de kassabon vermeld. Zo zie je meteen hoeveel extra je betaalt.
  • Ondernemers zijn vanaf 1 juli verplicht om een herbruikbare optie aan te bieden. Er zijn twee manieren.
    • Of ondernemers bieden herbruikbare bekers en bakjes aan waarvoor je borg moet betalen en die je terug kunt brengen.
    • Of ondernemers vullen de beker of het bakje dat jij hebt meegebracht.
  • De ondernemer kiest zelf welke vorm wordt aangeboden. Ze kunnen er ook voor kiezen om beide vormen aan te bieden.
  • Vanaf 1 januari 2024 wordt bij consumptie ter plaatse herbruikbaar servies het uitgangspunt. Denk aan de afwasbare mok op kantoor en herbruikbare of hoogwaardig recyclebare bekers en bakjes op festivals en evenementen.

De nieuwe maatregelen komen voort uit de Europese richtlijn Single Use Plastics (SUP) en hebben als doel de impact van wegwerpplastic op het milieu te verminderen en meer plastic te hergebruiken en recyclen.

Ondernemers veranderen mee

Ondernemers mogen per 1 juli geen gratis wegwerpbekers en -bakjes met plastic meer aanbieden. Dit geldt ook voor de bekers waar je bijvoorbeeld koffie voor onderweg in krijgt. Die beker lijkt van papier, maar bevat een plastic laagje om de beker waterdicht te maken. Dat geldt ook voor veel papieren bakjes. Als klant betaal je daar straks een extra bedrag voor, bovenop de prijs van je eten of drinken. Ondernemers mogen zelf bepalen hoeveel geld zij vragen voor wegwerpbekers en -bakjes die plastic bevatten. Als richtlijnen geeft de overheid mee:

  • € 0,25 voor een beker
  • € 0,50 voor een maaltijd (eventueel met meerdere bakjes)
  • € 0,05 voor voorverpakte kleine porties groente, fruit, noten en portieverpakkingen voor bijvoorbeeld beleg en saus

De maatregelen komen voort uit de Europese richtlijn Single Use Plastics, die de impact van producten met plastic in het milieu wil verminderen.

Uitzonderingen toegestaan voor nachtelijk vervoer watertaxi’s in het Waddengebied

De intentie is dat, zodra er overeenstemming is over de inhoud, zowel de richtlijn als de gedragscode door alle betrokken partijen wordt ondertekend.

In een schrijven aan de voorzitter van de Tweede Kamer door Minister Harbers op de motie Van der Plas en op de Kamervragen van het lid De Hoop is uitgebreid ingegaan op de regelgeving voor (nachtelijk) vervoer op de Waddenzee. Op grond van de bestaande regelgeving geldt als hoofdregel dat er overdag op de Waddenzee binnen de hoofdvaarwegen/veerbootroutes geen snelheidsbeperking geldt, ook niet voor watertaxi’s.

Eerder was er sprake van geen uitzondering voor watertaxi’s om boven de nachtelijke maximumsnelheid van 20 km/u te varen rondom de Waddeneilanden. Dat schreef Harbers van Infrastructuur en Waterstaat in een brief aan de Tweede Kamer, na een motie van Caroline van der Plas (BBB).

Voor de watertaxi’s geldt op deze routes in de nachtelijke uren een snelheidsbeperking. Zij mogen hier ‘s nachts alleen varen met een snelheid van maximaal 20 km/u. In de motie is het kabinet verzocht haast te maken met het overleg met onder meer de watertaxibedrijven en gemeenten om te kijken naar uitbreiding van de lijst met uitzonderingen en om in dat overleg binnen de wet naar oplossingen te zoeken om nachtelijke watertaxidiensten naar de Waddeneilanden in stand te houden.

dringende taak

Alle betrokken partijen onderkennen de noodzaak tot het maken van uitzonderingen in geval van incidenten in de Waddenzee of op de Waddeneilanden en onderschrijven onderstaande specificering. Bij het verder uitwerken van wat is toegestaan in geval van incidenten, nood en levensbedreigende situaties, is het uitgangspunt gehanteerd dat er sprake moet zijn van een dringende taak.

Mark Harbers

Een watertaxi moet voor de Waddeneilanden de hele avond en nacht beschikbaar blijven voor situaties waarin dit echt nodig is. Dat vinden de vijf eilandgemeenten, die de Tweede Kamer om steun vroegen.

Aangezien er echter geen uitputtende lijst bestaat van wat onder een dringende taak moet worden verstaan, is in het overleg de volgende concrete invulling gegeven aan dit begrip en daarmee aan de uitzonderingsbepaling uit het verkeersbesluit. Het betreft onder meer urgent ziekenvervoer. Daarbij kan men denken aan een levensbedreigende of een gezondheidsverslechterende situatie die directe hulp van de betrokken hulpverleningsdiensten vergt. De basisgezondheidszorg op een van de eilanden staat dusdanig onder druk dat uitwijken naar het vasteland noodzakelijk is.

gedragscode

De nadere duiding van de uitzonderingssituaties, de daarbij geldende randvoorwaarden, en aanvullende afspraken over waar de bemanning in die uitzonderingssituaties aan moet voldoen, zullen worden samengebracht in twee documenten die gezamenlijk worden opgesteld door RWS, de Veiligheidsregio, de Regionale Ambulance Voorziening en watertaxi-ondernemers: een richtlijn en een gedragscode. De richtlijn zal onder andere ingaan op de uitzonderingsgevallen waarin harder dan 20 km/u mag worden  gevaren en de daarvoor geldende voorwaarden (vaardigheden en opleiding schipper).

In de gedragscode wordt opgenomen hoe uitzonderingen worden aangemeld en waar een schipper op dient te letten bij het snel varen voor wat betreft bescherming van de natuur en borging van de nautische veiligheid. Daarbij valt te denken aan het voornemen tot snel varen tussen zonsondergang en zonsopkomst moet worden gemeld aan de regionale meldkamer/Centrale Meldpost Waddenzee (Brandaris). De schipper moet daarbij de proportionaliteit van het snel varen aannemelijk maken en overige vaarweggebruikers niet in gevaar brengen of onnodig hinderen.