Tag archieven: CDA

Sterke aandacht voor ketenmobiliteit: coalitie zet vol in op wonen en bereikbaarheid

De nieuwe coalitie van D66, VVD en CDA presenteert zich met een duidelijke ambitie en een uitgesproken toon.

Wat vooral opvalt in de plannen ten aanzien van mobiliteit, is dat bereikbaarheid niet meer als los beleidsdossier wordt behandeld, maar nadrukkelijk wordt gekoppeld aan wonen, veiligheid en economie. Mobiliteit is in het coalitieakkoord geen doel op zich, maar een randvoorwaarde om andere maatschappelijke problemen op te lossen.

maatregelen

Geen grote woorden over gedragsverandering, maar concrete maatregelen over onderhoud, veiligheid, betaalbaarheid en bereikbaarheid. Mobiliteit wordt gepresenteerd als iets dat moet werken voor iedereen, in alle regio’s, en dat vooral betrouwbaar en veilig moet zijn. Dat pragmatische karakter is misschien wel het meest opvallende element van het mobiliteitsbeleid in dit coalitieakkoord.

Onder leiding van Rob Jetten, Dilan Yeşilgöz-Zegerius en Henri Bontenbal wil het kabinet de komende jaren “bouwen aan een beter Nederland”. In het gezamenlijke voorwoord zetten de drie partijleiders de koers scherp neer. “Wij geloven dat de samenleving weer een politiek wil die laat zien dat mét elkaar meer oplevert dan tegen elkaar”, schrijven zij, waarmee direct afstand wordt genomen van de politieke polarisatie die volgens hen het vertrouwen in de overheid heeft uitgehold.

woningmarkt

Centraal in de plannen van de coalitie staat de woningmarkt, die al jaren onder zware druk staat. Het kabinet kiest ervoor om de hypotheekrenteaftrek in stand te houden, een maatregel die vooral huiseigenaren rust moet bieden in een tijd van economische onzekerheid. Tegelijkertijd wordt erkend dat de problemen op de woningmarkt daarmee niet zijn opgelost. Vanaf 2029 wordt jaarlijks 1 miljard euro vrijgemaakt voor de bouw van betaalbare woningen. Daarmee wil de coalitie niet alleen het woningtekort aanpakken, maar ook zorgen dat starters, gezinnen en ouderen weer perspectief krijgen op een passende plek om te wonen.

Rob Jetten – Beeld: Martijn Beekman

Een eerste duidelijke lijn is dat infrastructuur structureel wordt verbonden aan woningbouw. Nieuwe wegen, spoorlijnen en ov-verbindingen worden alleen nog prioriteit gegeven als ze aantoonbaar bijdragen aan de ontsluiting van nieuwe woonwijken en economische ontwikkeling. Daarmee breekt het kabinet met het verleden waarin infrastructuurprojecten vaak op zichzelf stonden. Mobiliteit wordt gepresenteerd als een middel om de woningnood te verlichten en regio’s beter te laten functioneren.

Een belangrijk onderdeel van die aanpak is het bevorderen van doorstroming. Veel huishoudens wonen volgens het kabinet niet meer in een woning die past bij hun inkomen of levensfase. Door beter doorstromen mogelijk te maken en zogenoemd scheefwonen tegen te gaan, moeten woningen vrijkomen voor mensen die daar echt op zijn aangewezen. De coalitie ziet daarbij een duidelijke rol voor zowel gemeenten als woningcorporaties, die samen met het Rijk moeten zorgen voor een evenwichtiger verdeling van de beschikbare woonruimte.

Foto: © Pitane Blue – Dilan Yesilgöz

Daarnaast valt op dat het akkoord sterk inzet op onderhoud boven uitbreiding. In meerdere passages wordt benadrukt dat bruggen, tunnels, viaducten en spoorwegen het einde van hun levensduur naderen. Het kabinet kiest er expliciet voor om achterstallig onderhoud de komende jaren voorrang te geven boven grootschalige nieuwe aanleg. Veiligheid, betrouwbaarheid en doorstroming worden daarbij als doorslaggevend genoemd. Dit wijst op een meer nuchtere, beheergerichte mobiliteitsvisie.

Woningbouw wordt in de plannen nadrukkelijk gekoppeld aan bereikbaarheid. Nieuwe infrastructuur moet voortaan hand in hand gaan met de ontwikkeling van nieuwe woonwijken. De coalitie wil voorkomen dat er wijken ontstaan die slecht ontsloten zijn of waar bewoners afhankelijk blijven van de auto. Tegelijkertijd wordt erkend dat de bestaande infrastructuur in veel delen van het land kampt met achterstallig onderhoud. Wegen, bruggen en viaducten verkeren op sommige plekken in zorgwekkende staat. Het kabinet trekt daarom extra middelen uit om deze knelpunten aan te pakken, met het oog op veiligheid én doorstroming.

brandstofaccijns

Voor automobilisten bevat het akkoord een concrete tegemoetkoming. De verlaging van de brandstofaccijns op benzine wordt met nog een jaar verlengd. Daarmee wil de coalitie voorkomen dat autorijden voor grote groepen Nederlanders onbetaalbaar wordt, zeker in regio’s waar het openbaar vervoer geen volwaardig alternatief is. Die maatregel wordt gepresenteerd als tijdelijk, in afwachting van bredere hervormingen op het gebied van mobiliteit en belastingen.

Het openbaar vervoer krijgt eveneens aandacht, met name in de aansluiting op andere vormen van vervoer. OV-knooppunten moeten beter bereikbaar worden voor fietsers, zodat de combinatie van fiets en trein of bus aantrekkelijker wordt. De fiets wordt door het kabinet gezien als een essentieel onderdeel van duurzame mobiliteit, zeker in stedelijke gebieden waar ruimte schaars is en de druk op het wegennet groot blijft.

verkeersveiligheid

Op het gebied van verkeersveiligheid kondigt de coalitie een opvallende maatregel aan voor fatbikes. Deze steeds populairder wordende elektrische fietsen zorgen volgens gemeenten en politie voor groeiende zorgen, vooral door hoge snelheden en jonge bestuurders. Het kabinet wil daarom een minimumleeftijd invoeren en een helmplicht instellen. Met deze stap wil de coalitie het aantal ongelukken terugdringen en duidelijkheid scheppen in het verkeersbeeld.

Foto: © Pitane Blue – CDA – Henri Bontenbal

Een opvallend detail is de sterke aandacht voor ketenmobiliteit, met name de fiets. OV-knooppunten moeten beter bereikbaar worden voor fietsers, waarmee de combinatie fiets-trein wordt gepositioneerd als volwaardig alternatief voor de auto. De fiets wordt niet alleen gezien als duurzaam vervoermiddel, maar ook als praktische oplossing voor bereikbaarheid in stedelijke gebieden.
Op het gebied van verkeersveiligheid springt de fatbike-maatregel eruit. Het akkoord introduceert een aparte voertuigcategorie, met een minimumleeftijd, helmplicht en de mogelijkheid voor gemeenten om fatbike-vrije zones in te stellen. Dit laat zien dat het kabinet bereid is snel en gericht in te grijpen bij nieuwe mobiliteitsproblemen, in plaats van te wachten op bestaande wetgeving.

Alles bij elkaar schetst het akkoord een coalitie die inzet op stabiliteit en samenwerking, met nadruk op wonen, bereikbaarheid en veiligheid. De woorden uit het voorwoord, waarin Jetten, Yeşilgöz-Zegerius en Bontenbal benadrukken dat politiek weer moet laten zien dat samenwerken loont, vormen de rode draad door de plannen. Of deze ambitie ook in de praktijk waargemaakt kan worden, zal de komende jaren moeten blijken, maar de richting is helder: bouwen, verbinden en herstellen van vertrouwen.

Koolmees benadrukt risico: D66 en CDA moeten eerst samen door het stof

Formatie kraakt maar breekt niet volgens verkenner.

Het politiek trefpunt in Den Haag kleurde vanochtend al vroeg in met gespannen gezichten en een overvolle publieke tribune. Vanaf 10.15 uur stond het debat met verkenner Wouter Koolmees op de agenda, een zitting die tot 14.00 uur doorging en waarin de recente adviezen van de verkenner centraal staan. Koolmees nam plaats in de Kamer om, in zijn eigen woorden, helder uiteen te zetten waarom hij heeft geadviseerd dat D66 en het CDA als eerste gezamenlijk een inhoudelijke basis moeten smeden om de vastgelopen formatie weer in beweging te krijgen.

dezelfde wens

Koolmees schetste een beeld van partijen die, ondanks de politieke verschillen, allemaal dezelfde wens delen: zo snel mogelijk een stabiel kabinet op de rails krijgen. In zijn uitleg aan de Kamer benadrukte hij dat er volgens hem aanzienlijk veel raakvlakken zijn op thema’s die al maanden het politieke debat domineren. Hij wees op onderwerpen als wonen, asiel, stikstof en veiligheid, onderwerpen waar, naar zijn observatie, “veel overeenkomsten” liggen tussen fracties.

Toch erkende de verkenner dat de schaduwkanten van het proces minstens zo groot zijn. Hij maakte duidelijk dat de onderlinge verschillen tussen de potentiële coalitiepartners nog steeds scherp en soms hardnekkig zijn. Koolmees sprak van “blokkades” die de vorming van een duurzame samenwerking in de weg staan. Hij lichtte daarbij toe dat het in zijn ogen riskant zou zijn om op dit moment vier partijen gelijktijdig om tafel te zetten, omdat de verschillen dan direct onder een vergrootglas komen te liggen. Volgens hem zou het proces daardoor al in de eerste fase kunnen “vastlopen op varianten” en de verhoudingen onnodig op scherp kunnen zetten. Dat scenario zou, aldus Koolmees, “heel slecht voor het proces zijn”.

Foto: © Pitane Blue – Wouter Koolmees

Door eerst D66 en CDA samen te brengen hoopt hij een opening te creëren waarbij beide partijen vanuit het politieke midden kunnen zoeken naar bredere steun. In zijn toelichting klonk herhaaldelijk dat verbreding van het draagvlak essentieel is, niet alleen in de Tweede Kamer maar vooral ook in de Eerste Kamer, waar geen enkele combinatie kan rekenen op een automatische meerderheid. Het voorstel van de verkenner moet volgens hem helpen het fundament te verstevigen voordat de volgende partijen worden betrokken.

VVD kritisch

Die aanpak levert echter niet van alle kanten applaus op. Met name de VVD liet zich kritisch uit, omdat die partij graag al in deze fase wilde aanschuiven. Koolmees reageerde op de kritiek met de woorden: “Formeren is faseren, zei een voorganger van mij.” Vervolgens legde hij de nadruk op een andere realiteit van het formatieproces door daaraan toe te voegen: “Maar formeren is soms ook elimineren.” Met die uitspraak maakte hij duidelijk dat een zorgvuldige volgorde soms onvermijdelijk is om de impasse te doorbreken.

Toch benadrukte de verkenner dat zijn advies geen uitnodiging is voor gesloten deuren of achterkamertjes. Volgens hem moeten D66 en CDA tijdens het opstellen van hun inhoudelijke agenda een zichtbare “uitgestoken hand” houden naar de overige partijen. Alleen op die manier kan volgens hem het gewenste brede draagvlak ontstaan dat nodig is om de formatie uiteindelijk tot een goed einde te brengen. Hoe de Kamer die boodschap ontvangt, blijkt pas later op de dag wanneer de verdere debatten en interrupties hun beslag krijgen.

CDA: spitsrijders gaan betalen maar opbrengst vloeit terug naar infrastructuur

Het CDA presenteert in zijn verkiezingsprogramma “Bouwen op vertrouwen – Onze keuzes voor een fatsoenlijk land” een breed pakket aan maatregelen rondom mobiliteit. Het programma laat zien dat de partij mobiliteit niet alleen beschouwt als een praktische noodzaak, maar als een fundament voor leefbaarheid, sociale samenhang en economische ontwikkeling.

Het uitgangspunt is dat mobiliteit dienstbaar moet zijn aan gezinnen, senioren, scholieren en werkenden, zodat iedereen veilig en tijdig zijn bestemming kan bereiken. Het CDA kiest nadrukkelijk voor integrale sturing en investeringen in bereikbaarheid, waarbij niet meer uitsluitend wordt gedacht in afzonderlijke modaliteiten, maar in een totaalplaatje waarin auto, fiets, openbaar vervoer en logistiek elkaar aanvullen.

regionale verbindingen

Het CDA benadrukt dat betaalbaar en toegankelijk openbaar vervoer de basis moet zijn. Bus- en treinreizen mogen niet duurder zijn dan noodzakelijk en het systeem moet voor mensen werken, zeker voor senioren, jongeren en inwoners die minder digitaal vaardig zijn. Ook moet het openbaar vervoer voorzieningen als ziekenhuizen, scholen en verenigingen blijven ontsluiten.

Daarnaast wordt sterk ingezet op verbeterde verbindingen tussen de Randstad en de regio, zoals de Lelylijn, de Noord-Zuidlijn en internationale treinverbindingen. Deze projecten zijn essentieel om woningbouw, economische groei en grensoverschrijdende samenwerking met buurlanden mogelijk te maken.

fiets en voetgangers

Het CDA wil een voortzetting van een landelijk fietsplan, waaronder doorfietsroutes en fietssnelwegen, zodat scholieren, forenzen en recreanten veilig en snel hun bestemming kunnen bereiken. Het fietsbeleid moet bovendien een vast onderdeel worden van de jaarlijkse MIRT-besprekingen (Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport). Ook krijgt wandelen een plek in beleid, onder meer via de verbreding van de City Deal ‘Ruimte voor lopen’, die gemeenten en maatschappelijke organisaties verbindt.

Het CDA erkent dat in veel regio’s de auto onmisbaar blijft. Investeringen in weginfrastructuur worden daarom gezien als een noodzaak, niet als luxe. Daarbij kiest het CDA voor innovatieve oplossingen zoals slimme verkeerslichten, spitsmijdprogramma’s en beter incidentmanagement om files terug te dringen.

Opvallend is het plan voor een tijd- en plaatsgebonden congestieheffing, waarbij automobilisten tijdens de spits in drukke gebieden extra betalen. De opbrengst hiervan wordt weer geïnvesteerd in infrastructuur. Verder wordt de motorrijtuigenbelasting (MRB) hervormd, zodat deze beter aansluit bij de overgang naar elektrische auto’s door te heffen op voertuigoppervlak in plaats van gewicht. Ook verkeersveiligheid krijgt nadruk. Het CDA pleit voor een herinvoering van het alcoholslot, verlichting op alle 60- en 80-kilometerwegen, meer flitspalen op risicolocaties en een zero-tolerancebeleid voor drugs in het verkeer.

logistiek

Goederenvervoer is volgens het CDA essentieel voor de economie. Het programma kiest voor een multimodale aanpak, waarbij vervoer over water en spoor prioriteit krijgt boven de weg. Zo wordt bijgedragen aan duurzaamheid en het verdienvermogen van Nederland. Er komt bovendien een uitbreiding van de vrachtwagenheffing, zodat deze ook geldt op andere wegen dan alleen de snelwegen, om sluiproutes tegen te gaan.

Daarnaast investeert de partij in duurzame logistiek, onder andere via Europese logistieke e-corridors met waterstof- en batterijtrucks en betere laadinfrastructuur voor zware voertuigen. Binnenvaart en vervoer over water krijgen een centrale plek in verduurzamingsplannen.

mainports

De luchtvaart ziet het CDA als belangrijk voor de economie, maar deze moet tegelijk verduurzamen. Groei of krimp van de sector wordt niet als doel op zich gezien, maar als resultaat van de milieuruimte en gezondheidsruimte die beschikbaar is. Lelystad Airport blijft vooralsnog militair gebruikt, maar kan pas commercieel worden ingezet als er duidelijkheid is over schoner en stiller vliegen en de laagvliegroutes zijn opgelost.

Het CDA kiest in dit programma voor een evenwichtige mobiliteitsaanpak die zowel inzet op duurzaamheid als bereikbaarheid. De partij ziet mobiliteit niet alleen als middel om mensen van A naar B te brengen, maar als voorwaarde voor leefbare steden, sterke regio’s en een concurrerende economie. Opvallend is dat er zowel aandacht is voor innovatieve maatregelen, zoals congestieheffing en laadinfrastructuur voor zwaar vervoer, als voor klassiek beleid, zoals investeringen in wegen, bruggen en spoorverbindingen.

Dries van Agt, een leven gewijd aan politiek, passie en principes

Van Agt’s regeringsperiode viel samen met een tijd waarin Nederland geconfronteerd werd met verschillende uitdagingen op het gebied van binnenlandse veiligheid, waaronder de Molukse treinkapingen.

Dries van Agt, een markante figuur in de Nederlandse politiek, is op 93-jarige leeftijd overleden. Van Agt, bekend om zijn unieke stijl en taalgebruik, leidde Nederland als premier in een tijd van politieke onrust en maatschappelijke veranderingen. Zijn periode als minister-president van 1977 tot 1982 was er een van demonstraties, gijzelingen en een zoektocht naar nationale identiteit in een snel veranderende wereld.

Van Agt’s invloed reikte verder dan de politieke arena. Als fervent wielrenner en liefhebber van de Italiaanse cultuur bracht hij een zekere flair in de Nederlandse politiek die tot op de dag van vandaag herinnerd wordt. Maar het is vooral zijn bijdrage aan de politieke discussie over mobiliteit en verkeer die in deze context bijzonder relevant is. In zijn tijd als premier was Van Agt een voorstander van het bevorderen van openbaar vervoer en het verminderen van de afhankelijkheid van de auto in stedelijke gebieden. Zijn benadering van mobiliteitsbeleid was vooruitstrevend, met een nadruk op duurzaamheid en milieu voor een tijd waarin deze begrippen nog niet wijdverbreid waren in het politieke discours. 

gijzeling

Met het overlijden van oud-premier Dries van Agt komt ook de herinnering terug aan een van de meest tumultueuze periodes in de Nederlandse naoorlogse geschiedenis, waarin Van Agt een sleutelrol speelde: de treinkaping bij De Punt in 1977. Als minister van Justitie was Van Agt politiek verantwoordelijk voor de beëindiging van deze gijzeling door Molukse separatisten, die aandacht vroegen voor hun streven naar een onafhankelijke Molukse staat. Deze actie resulteerde in de dood van zes kapers en twee gijzelaars.

De treinkaping bij De Punt is een complex en pijnlijk hoofdstuk in de Nederlandse geschiedenis, waarbij de acties van Van Agt en de regering destijds nog altijd onderwerp van debat en analyse zijn.

De gijzeling bij De Punt en een gelijktijdige gijzeling in een basisschool in Bovensmilde vormden het dramatische hoogtepunt van een reeks acties door Molukkers in Nederland, gericht op het verkrijgen van erkenning en ondersteuning voor hun politieke doelen. De kaping duurde bijna drie weken en eindigde met een gewelddadige bestorming door Nederlandse mariniers, bijgestaan door zes starfighters, waarbij de overige gijzelaars werden bevrijd.

“Ik heb een heel fijn leven gehad. Er is heel wat gebeurd, maar het is in ieder geval een interessant leven geweest. Ik zou eigenlijk niet zo goed weten wat ik zou overdoen als in die kans daartoe zou krijgen.”

Interview met Oud-premier Dries van Agt – Omroep GLD

Van Agt’s visie op de rol van politiek in het sturen van mobiliteit en verkeersbeleid was duidelijk. Hij zag de noodzaak van een evenwicht tussen ontwikkeling en duurzaamheid, tussen de behoefte aan mobiliteit en de bescherming van het milieu. Zijn beleid legde de basis voor de latere ontwikkelingen in Nederland op het gebied van fietsinfrastructuur en openbaar vervoer.

Zijn overtuiging dat politieke besluitvorming essentieel is voor het vormgeven van de toekomst van mobiliteit in Nederland, blijft een belangrijk onderdeel van zijn nalatenschap. Van Agt’s benadering van verkeersbeleid was er een van pragmatisme, gericht op het verbeteren van de levenskwaliteit voor alle Nederlanders. Dit deed hij door te pleiten voor beleid dat niet alleen gericht was op het heden, maar ook rekening hield met toekomstige generaties.

Na zijn politieke carrière bleef Van Agt actief in diverse maatschappelijke rollen en bleef hij zich uitspreken over verschillende onderwerpen, waaronder internationale kwesties en mensenrechten. Zijn invloed op de Nederlandse politiek en maatschappij is onmiskenbaar, maar zijn directe impact op de Nederlandse Spoorwegen als premier lijkt meer onderdeel van een algemeen regeringsbeleid dan van specifieke initiatieven of hervormingen.

In Memoriam

Oud-politiek CDA voorman Dries van Agt, op 2 februari 1931 geboren in Geldrop, is 93 jaar geworden. Hij stierf samen met zijn geliefde echtgenote Eugenie van Agt-Krekelberg. Dries van Agt werd in 1977 de eerste leider van het CDA en was daarna vijf jaar minister-president van Nederland in drie achtereenvolgende kabinetten.

Alarmbel mobiliteit klinkt luider dan ooit voor politiek partijprogramma

Van betaalbaarheid tot duurzaamheid: hoe willen politieke partijen ons land de komende jaren mobiel houden?

Het is een dringende oproep die klinkt als een alarmbel in de oren van iedereen die zich bezighoudt met mobiliteit in Nederland. De vraag is of hetzelfde geluid ook hoorbaar is bij de politieke partijen? “Als er niets gebeurt, komt Nederland letterlijk en economisch stil te staan.” Dat zegt Marga de Jager, de voorzitter van de Mobiliteitsalliantie, een samenwerkingsverband van 25 organisaties in de vervoerssector, waaronder de ANWB, de Fietsersbond, Schiphol en de NS. De alliantie pleit ervoor dat het nieuwe kabinet jaarlijks 2 tot 3 miljard euro extra investeert in de vervoersinfrastructuur.

politieke partijen

Nu de politieke partijen hun standpunten over mobiliteit verder hebben verfijnd in hun verkiezingsprogramma’s, wordt het meer dan ooit tijd om deze urgentie te onderkennen en actie te ondernemen. Of zoals De Jager het verwoordt: “Zorg in elk geval dat datgene wat gepland stond ook wordt uitgevoerd de komende jaren.” De mobiliteitsplannen van Nederlandse politieke partijen tonen een scherp contrast in visies en benaderingen. In een land waar mobiliteit een kritieke rol speelt in het dagelijks leven, biedt elk van de grote partijen een unieke draai aan hoe ze deze essentiële sector willen hervormen.

Maar er is meer. De Jager wijst erop dat zonder adequate investeringen in mobiliteit, ook het proces van verduurzaming in gevaar komt. Dit heeft niet alleen ecologische implicaties, maar bedreigt ook de economische vitaliteit van het land. Bovendien ligt er een sociale tijdbom op de loer. Als de kosten voor mobiliteitsdiensten blijven stijgen zonder overheidsinterventie, worden deze diensten onbetaalbaar voor een grote groep mensen. Tijd voor onze redactie in de aanloop naar de Tweede Kamer verkiezingen voor een analyse en ons samenvattend inzicht in de verschillende partijprogramma’s.

Marga de Jager – CEO ANWB

De VVD richt zich op betaalbaarheid en efficiëntie, ondersteund door technologische innovaties. De partij is daarmee populair onder middengroepen en ondernemers. Maar de VVD’s standpunt om accijnzen op auto’s te verlagen staat op gespannen voet met hun streven naar een snelle overgang naar elektrisch rijden, wat vragen oproept over de consistentie van hun plannen. De VVD streeft ernaar het openbaar vervoer en de auto als gelijkwaardige opties te zien, maar hun voorstellen lijken de auto toch te bevoordelen.

De PvdAGroenLinks verschuift de aandacht naar sociale inclusiviteit, met een nadruk op het maken van openbaar vervoer dat betaalbaar en toegankelijk is voor iedereen. Deze sociaal gerichte aanpak klinkt mooi, maar critici wijzen erop dat er weinig details zijn over hoe de partij deze plannen denkt te financieren. De politieke alliantie neemt een expliciet milieuvriendelijke houding aan. Hun focus ligt op het verminderen van de CO2-uitstoot door substantiële investeringen in fietsinfrastructuur en de vergroening van het openbaar vervoer. Deze groene agenda krijgt steun onder een jongere demografie, maar stuit ook op weerstand bij diegenen die vrezen voor hogere belastingen en kosten.

D66 probeert een middenweg te vinden tussen economische groei en duurzaamheid. Ze zetten in op waterstof als een potentiële brandstof van de toekomst en willen tegelijkertijd het bestaande openbaar vervoersnetwerk moderniseren. Dit evenwichtige standpunt kan in theorie een breed electoraat aanspreken, maar het brengt het risico met zich mee van niet genoeg focus op één specifiek gebied.

kleinere partijen

Terwijl de grote partijen hun eigen uitgesproken visies op mobiliteit hebben, mogen de standpunten van kleinere en opkomende partijen niet over het hoofd worden gezien, omdat ze vaak nieuwe en innovatieve benaderingen bieden.

Portret van Lilian Marijnissen, door Robin de Puy.

De SP benadrukt een meer gemeenschapsgerichte benadering van mobiliteit. Hun focus ligt op het verbeteren van lokale en regionale vervoersdiensten, waardoor de partij een sterke achterban kan opbouwen in kleinere gemeenschappen. Echter, het gebrek aan aandacht voor nationale en internationale verbindingen kan een beperkende factor zijn in hun mobiliteitsvisie.

Het CDA streeft naar verbeterde bereikbaarheid in minder dichtbevolkte regio’s door substantiële investeringen in belangrijke spoorlijnen zoals de Nedersaksenlijn en de Lelylijn. Bovendien pleit de partij voor financiële steun aan regionale openbaarvervoerprojecten zoals de Maaslijn en de verbinding Zwolle-Munster. In een ongebruikelijke beweging kant de partij zich tegen rekeningrijden in dunbevolkte gebieden, kiezend voor een e-vignet om bijdragen van buitenlandse automobilisten te verwerven voor het onderhoud van wegen.

Forum voor Democratie (FVD) maakt bijvoorbeeld een gedurfde keuze door te pleiten voor de afschaffing van veel bestaande milieuvoorschriften rond mobiliteit. De partij beschouwt deze regelgeving als een belemmering voor economische groei. Dit standpunt kan resoneren bij een groep kiezers die zich gefrustreerd voelen door wat zij zien als overregulering, maar het roept ook vragen op over duurzaamheid en langetermijneffecten op het milieu.

De Partij voor de Dieren legt de nadruk juist sterk op duurzaamheid, en wil het gebruik van fossiele brandstoffen fors verminderen. Ze pleiten voor investeringen in alternatieve, duurzamere vormen van transport, zoals de fiets en het openbaar vervoer. Hoewel deze visie aantrekkelijk kan zijn voor milieubewuste kiezers, lopen ze het risico anderen af te schrikken die vrezen voor een te drastische verandering in hun dagelijks leven.

Om deze doemscenario’s te vermijden, heeft de Mobiliteitsalliantie een aantal concrete voorstellen gedaan. Naast het doortrekken van de Noord-Zuidlijn en de verbreding van de A4, wordt er gepleit voor het in stand houden van de pontveren die een vitale rol spelen in het vervoer van mensen over water. Dit alles, zegt De Jager, vereist niet alleen plannen, maar vooral ook daadkracht van het nieuwe kabinet.

De ChristenUnie ziet mobiliteit als een manier om de sociale cohesie te bevorderen, waarbij zowel lokale gemeenschappen als het gehele land worden verbonden. Zij focussen op betrouwbaar openbaar vervoer en goede weginfrastructuur als middelen om dit te bereiken. Hoewel deze aanpak minder controversieel is, ontbreekt het aan een duidelijke visie op milieuvraagstukken.

Denk wil het openbaar vervoer toegankelijker maken voor minderbedeelden en pleit voor eerlijkere prijzen. Daarnaast wil de partij dat er meer aandacht komt voor de transportbehoeften van minderheden en nieuwkomers. Deze inclusieve benadering kan een bepaalde niche aanspreken, maar de uitwerking en financiële haalbaarheid blijven vraagstukken.

Foto: SGP – Chris Stoffer

Bij elkaar genomen tonen deze partijen een breed scala aan benaderingen, van deregulering en economische groei tot sociale inclusiviteit en milieuduurzaamheid. Zoals de grotere partijen hun eigen specifieke kiezersgroepen aantrekken, doen ook deze kleinere partijen dat, en hun invloed op het nationale debat over mobiliteit kan niet worden genegeerd. 

De SGP, vaak gezien als conservatief en traditioneel, heeft een verrassend pragmatische benadering van mobiliteit. Ze zijn voorstander van een goed onderhouden weginfrastructuur, maar willen ook investeren in nieuwe technologieën om de verkeersdoorstroming te verbeteren. Op deze manier probeert de partij een evenwicht te vinden tussen moderniteit en traditie.

Naarmate de verkiezingen naderen, wordt het steeds belangrijker om deze diverse visies te wegen en te overwegen welke het meest coherent en toepasbaar zijn op een nationaal niveau. Terwijl de focus vaak ligt op de grotere en bekendere partijen, dragen ook de kleinere partijen bij aan de veelzijdigheid van het debat rondom mobiliteit. Enkele voorbeelden zijn SGP, 50Plus en BIJ1.

Foto: JA 21 – Joost Eerdmans – Annabel Nanninga

JA21, een relatief nieuwe speler, houdt er liberale economische ideeën op na, waarbij particulier ondernemerschap in de mobiliteitssector wordt gestimuleerd. Ze willen de markt meer openstellen en bureaucratische belemmeringen verminderen, wat in hun ogen tot meer innovatie en efficiëntie zou leiden.

50Plus legt de nadruk op het verbeteren van de mobiliteit voor ouderen. Dit omvat niet alleen openbaar vervoer, maar ook speciale diensten en voorzieningen voor senioren, zoals buurtbussen en ouderentaxi’s. In een vergrijzende samenleving kan deze focus op ouderen een belangrijk punt van overweging zijn.

BIJ1 richt zich op het creëren van een meer inclusieve samenleving en dit is terug te zien in hun standpunten over mobiliteit. De partij streeft naar betaalbaar en toegankelijk vervoer voor iedereen, met een speciale focus op kwetsbare groepen. Hiermee wil BIJ1 de mobiliteitskloof verkleinen die vaak te zien is in diverse en ongelijke samenlevingen.

Kortom, de kleinere partijen belichten facetten van het mobiliteitsdebat die soms over het hoofd worden gezien door de grotere partijen. Ze brengen onderwerpen als inclusiviteit, veroudering en efficiëntie naar voren, en voegen daarmee een extra laag van complexiteit toe aan de discussie. In de aanloop naar de verkiezingen zou het onverstandig zijn deze partijen en hun unieke benaderingen te negeren.

Mobiliteitsplan van het CDA investeert in een bereikbaar en duurzaam Nederland

Asociaal gedrag in het verkeer en tegen OV-personeel moet volgens het CDA harder worden bestraft.

Het CDA heeft zijn verkiezingsprogramma gepresenteerd. Ralph Diederen, voorzitter van de programmacommissie, overhandigde het programma aan waarnemend partijvoorzitter Mark Buck en lijsttrekker Henri Bontenbal. Mobiliteit staat hoog op de agenda van het CDA, en het programma is ambitieus op dit gebied.

Het CDA stelt dat bereikbaarheid een basisrecht is en wil ruimhartig investeren in zowel wegen als openbaar vervoer. De focus ligt ook op het ondersteunen van belangrijke spoorlijnen zoals de Nedersaksenlijn en de Lelylijn, die met name de bereikbaarheid in de minder dichtbevolkte regio’s moeten verbeteren.

Het CDA wil meer geld uittrekken voor regionaal openbaar vervoer en regionale bereikbaarheid. Concrete projecten als de Maaslijn en de verbinding Zwolle-Munster zijn cruciale randvoorwaarden voor deze nieuwe manier van denken.eerlijke en toegankelijke oplossingen biedt voor heel Nederland.

Het CDA is tegen rekeningrijden in deze gebieden, omdat mensen daar minder vervoersalternatieven hebben. In plaats daarvan wordt een e-vignet voorgesteld om bijdragen van buitenlandse automobilisten te verkrijgen voor het onderhoud van wegen.

De partij ziet kansen voor de NS om met de nieuwe generatie intercitytreinen een eerste stap te zetten naar een binnenlands hogesnelheidsnetwerk. Dat zou het niet alleen aantrekkelijker maken om in de stad te werken en elders te wonen, maar biedt ook een alternatief voor Europese vliegvakanties.

rekeningrijden

Voor mensen die op het platteland wonen, zijn er minder alternatieven dan voor stedelingen. Daarom is het CDA tegen het idee van rekeningrijden op het platteland. Wel willen ze met een e-vignet een bijdrage vragen van mensen buiten Nederland voor het in stand houden van het wegennet. De partij wil ook investeren in duurzame en betaalbare alternatieven voor de auto, zoals snelfietspaden en deelvervoer. De partij is bereid om regels aan te passen als deze alternatieve vormen van vervoer in de weg staan.

Asociaal gedrag in het verkeer en tegen OV-personeel moet volgens het CDA harder worden bestraft. Daarnaast investeert het CDA in wegafscheidingen en verlichting op gevaarlijke provinciale N-wegen. De partij wil ook dat mensen met een beperking beter toegang krijgen tot het openbaar vervoer en andere publieke voorzieningen. Met deze integrale aanpak op het gebied van mobiliteit laat het CDA zien dat het een partij is die verder kijkt dan de gebaande paden en duurzame, eerlijke en toegankelijke oplossingen biedt voor heel Nederland.

Mona Keijzer opent eerste praktijktest evenementen

Afgelopen maandag opende de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat Mona Keijzer de eerste praktijktest van de Fieldlab Evenementen in het Beatrix Theater Utrecht. Er werd tijdens een zakelijk congres met vijfhonderd bezoekers onderzocht hoe grote evenementen veilig kunnen plaatsvinden. Het is de start van een reeks praktijktesten. Het kabinet gebruikt de opgedane kennis en inzichten als input om te bepalen hoe er naar veilige en verantwoorde evenementen toegewerkt kan worden.

“Terug naar normaal, of het nu gaat om een congres met je collega’s, een sportwedstrijd of een concert bezoeken: dat wil iedereen graag. Daarom zijn deze praktijktesten zo ontzettend belangrijk. Niet alleen biedt het perspectief voor de ondernemers, maar ook voor de bezoekers ervan. Met deze praktijktesten doen we dat veilig en verantwoord, waarbij we rekening houden met de ontwikkelingen van het coronavirus. En dat is vooruitkijken.”

Mona Keijzer, staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat

Tweet

Aan deze praktijktesten zitten wel voorwaarden aan verbonden. Zo moet iedere deelnemer een negatieve coronatest laten zien (niet ouder dan 48 uur) en wordt bij binnenkomst de temperatuur opgemeten. Als onderdeel van  het onderzoek worden de bezoekers tijdens de bijeenkomst gevolgd met een bewegingssensor. Daarmee wordt kennis opgedaan over hoe bezoekers zich in verschillende situaties gedragen en hoe evenementen veilig zouden kunnen plaatsvinden. Na afloop dienen de bezoekers een nieuwe coronatest te ondergaan.

Het is de eerste praktijktest die plaatsvindt. Hierna volgen nog zeven events. Andere praktijktesten die binnenkort plaatsvinden zijn een theatervoorstelling en twee voetbalwedstrijden. Daarnaast zal een dance-event en live-concert binnen en een dance-event en live-concert buiten plaats gaan vinden.

Lees ook: ABT Utrecht kiest Pitane Mobility software voor logistieke planning van vervoer van artiesten

Beatrix Theater Utrecht

CDA wil experimenteren met de vrijwilligerstaxi

Bij de concessieverlening voor het openbaar vervoer is een goede bereikbaarheid van dunbevolkte gebieden een belangrijk criterium. Experimenten met andere vervoersmiddelen als deelauto’s en vrijwilligerstaxi’s kunnen in de concessie worden meegenomen. Het reguliere spoornetwerk kan intensiever worden gebruikt, ook door extra maatregelen voor stiller en veiliger spoor. Het CDA wil afspraken maken over de mogelijkheid om de Duitse en Belgische hogesnelheidslijnen door te trekken naar Hengelo, Venlo, Maastricht en Groningen en bestaande internationale verbindingen te verbeteren. 

Met de aanleg van nieuwe hoogwaardige openbaarvervoersverbindingen wil het CDA nieuwe gebieden ontsluiten om te wonen en te werken. Zo willen ze de steden toegankelijk en leefbaar houden en spreiden ze de economische kracht over het hele land. De partij wil investeren in binnenlandse hogesnelheidsverbindingen naar het Noorden (Lelylijn) en het Oosten met een goede aansluiting naar de rest van Europa. Breda, Utrecht, Zwolle, Groningen en Arnhem worden knooppunten op het nieuwe hogesnelheidsnetwerk.

Voor betere verbindingen tussen steden en regio’s wil de brede volkspartij  CDA bouwen aan hubs, waar verschillende vervoersvormen samenkomen en reizigers eenvoudig kunnen overstappen naar een (deel)auto, (deel)fiets, trein of metro. Via digitale dan altijd altijd de snelste of goedkoopste weg vinden. Voor het CDA is een concurrerende en duurzame luchtvaart op Schiphol en de regionale luchthavens van groot belang voor de economie en werkgelegenheid. Stillere, schonere en zuinigere vliegtuigen moeten een bijdrage leveren aan het terugdringen van de overlast voor de directe omgeving. Voor korte afstanden stimuleren ze het gebruik van de trein. De opening van vliegveld Lelystad wordt bezien in het licht van het herstel van de luchtvaart.

Goede wegverbindingen zijn van groot belang voor onze economie en transport. Landelijk en regionaal willen ze knelpunten aanpakken en zetten ze in op innovatieve oplossingen, zoals de zelfrijdende auto, om de doorstroming te vergroten en files tegen te gaan. Met Zeeland gaan ze in gesprek over een haalbare oplossing voor een tolvrije Westerscheldetunnel. Het CDA wil op termijn een hervorming van de autobelasting, zodat ook elektrische auto’s gaan bijdragen aan de aanleg en onderhoud van wegen en spoorwegen. Voorwaarde is dat het totaal aan autobelastingen niet stijgt.

Enkele programmapunten van het CDA zijn – voor korte afstanden stimuleren we het gebruik van de trein – aanleg van nieuwe hoogwaardige openbaarvervoersverbindingen – betere verbindingen tussen steden en regio’s en het bouwen van hubs – concessieverlening koppelen aan een goede bereikbaarheid van dunbevolkte gebieden – experimenteren met de vrijwilligerstaxi en  een tolvrije Westerscheldetunnel. 

Tweede Kamerverkiezingen

Lijsttrekker Wopke Hoekstra kwam in 2006 terug naar Nederland en woont samen met zijn vrouw Liselot en vier kinderen in Bussum. Na een aantal jaren in het buitenland te hebben gewoond werd hij in 2007 actief voor het CDA. Als redacteur voor het CDA-magazine kon hij zijn passie voor schrijven combineren met zijn inzet voor de partij. Al snel werd Wopke Hoekstra ook actief voor de Eduardo Frei Stichting, een stichting van het CDA voor internationale solidariteit en ondersteuning van nieuwe democratieën, als penningmeester. Later werd Wopke Hoekstra actief in het bestuur van zijn eigen afdeling, Amsterdam. Wopke Hoekstra is door de leden gekozen als lijsttrekker van het CDA. Tijdens het online verkiezingscongres op 16 januari 2021 werd de uitslag van de stemming bekendgemaakt. 

Het CDA wil staan voor de gedeelde waarden die ons verbinden, voor de traditie van tolerantie en verantwoordelijkheid en voor de joods-christelijke wortels die ons land hebben gevormd tot een van de mooiste plekken op aarde. Het Wilhelmus is het oudste volkslied ter wereld. We mogen trots zijn op ons volkslied. Maar tradities vergen onderhoud. Als kinderen het Wilhelmus niet meer leren op school, verliest het volkslied aan betekenis. Dat zou ontzettend zonde zijn. Daarom wil het CDA dat kinderen op school het Wilhelmus leren.

Lees ook: D66 wil slimmer naar alle modaliteiten van vervoer kijken

Aanvulling TOGS-regeling vanaf 15 april eenmalige gift

Het kabinet heeft aanvullende maatregelen genomen om ondernemers te ondersteunen vanwege de economische gevolgen van het coronavirus. Minister Eric Wiebes en staatssecretaris Mona Keijzer van Economische Zaken en Klimaat (EZK) en staatssecretaris Hans Vijlbrief (Financiën) hebben dit dinsdag in een Kamerbrief bekend gemaakt.

Taxiondernemers hebben afgelopen maandag Staatssecretaris Keijzer van Economische Zaken en Klimaat een petitie aangeboden om aanspraak te maken op de Tegemoetkoming Ondernemers Getroffen Sectoren (TOGS). Als woordvoerders klopten Hedy Borremans (TCA) en Marcel Chandrikapersad (UTC) aan bij de regering om via staatssecretaris Mona Keijzer (CDA) aandacht te vragen voor de zorgelijke financiële positie waarin zij verkeren door COVID-19.

verruimde regeling

Bovendien wordt de premie voor de verruimde regeling Borgstelling Midden- en Kleinbedrijf (BMKB) verlaagd. Ook gaat de overheid leverancierskrediet herverzekeren tot een bedrag van twaalf miljard euro. Daarnaast krijgen meer bedrijven een eenmalige gift als tegemoetkoming voor de gevolgen van maatregelen die het kabinet neemt om het coronavirus te bestrijden: gestreefd wordt deze specifieke uitbreiding per 15 april 2020 open te stellen. Minister Eric Wiebes en staatssecretaris Mona Keijzer van Economische Zaken en Klimaat (EZK) en staatssecretaris Hans Vijlbrief (Financiën) hebben dit vandaag in een Kamerbrief bekend gemaakt.

“Het kabinet doet in deze uitzonderlijke en barre tijden wat nodig is. Bij de aankondiging van het Noodpakket voor banen en economie hebben we meteen gezegd dat deze regelingen niet stilstaan. De verlengde gezondheidsmaatregelen van het kabinet hebben een grotere, directe impact op groepen ondernemers. Daarom stellen we opnieuw miljardensteun beschikbaar.”, aldus Minister Wiebes en staatssecretaris Keijzer (EZK).

De gezondheidsmaatregelen van het kabinet, die zijn verlengd tot en met 28 april 2020, hebben directe consequenties voor de inkomsten in een aantal specifieke sectoren. Bijvoorbeeld door de gedwongen sluiting van eet- en drinkgelegenheden en evenementen, het verbod op contactberoepen op het gebied van uiterlijke verzorging, annuleringen in de reisbranche vanwege het ‘alleen-noodzakelijke reizen’ advies voor Nederlanders en de verplichting om anderhalve meter afstand te houden.

Foto: KNV

Lees ook: SBI code 4932 vervoer per taxi is toegevoegd aan TOGS

Mona Keijzer – CDA
Eric Wiebes




Politiek spel Rotterdamse raad blijft probleem voor Trevvel

Voor raadslid Michel van Elck, sinds 2010 raadslid voor Leefbaar Rotterdam en wellicht een van de grootste tegenstanders van het beleid van Wethouder Sven de Langen (CDA), is de maat vol. De Rotterdamse politici weten niet echt goed wat ze met de Trevvel situatie aan moeten.

Twee jaar na de start van de nieuwe aanbieder van het doelgroepenvervoer is volgens van Elck het vervoer nog steeds niet op orde en elke keer opnieuw aanleiding voor vragen binnen de Rotterdamse Raad. Van de ruim 7000 ritten die door Trevvel dagelijks uitgevoerd worden liggen te vaak ingekomen klachten onder het vergrootglas.

onderzoek na onderzoek

Om tegemoet te komen aan de wensen werden verschillende onderzoeken gestart. Dat de uitkomsten hiervan niet geheel in lijn met de verwachtingen zijn heeft te maken met vele factoren. Wellicht is de voornaamste regel dat duidelijk moet bepaald worden wat men van elkaar kan verwachten. Dat is het geval tussen de vervoerder en de opdrachtgever, maar zeker in de eerste plaats ook voor de reiziger. 

Veel gehoord probleem is dat het verwachtingspatroon van de Trevvel reiziger soms anders is dan de gemaakte afspraken tussen de gemeente en de vervoerder. De voornaamste bron van ergernis bij de reizigers zijn de indicaties die niet altijd op orde zijn. 

Een reiziger die een wagen met lage instap verwacht en een busje ziet voorrijden is daar niet gelukkig over. En hoe zet je twee reizigers samen voorin in de bus wanneer er geen sprake is van een indicatie maar de reiziger toch de wens heeft om voorin te zitten en niet achterin naast een andere reiziger met een hond.

uitkomsten zijn niet altijd heel positief. 

“Nee ik vind het zelf ook wel teleurstellend en ik had gedacht dat na 2 jaar met een nieuwe aanbieder vervoeren het beter zou zijn opgepakt en dat mensen tevreden zou zijn over de service van het vervoer.” aldus Ingrid van Wifferen (D66)

Hoe kan het dat die verbeteringen er nog niet helemaal zijn. Dat is ook nog niet helemaal duidelijk waardoor het dan komt en is moeilijk helemaal boven water te krijgen. 

toenemende verkeersdrukte 

Komt het door ICT-systemen, een veel te lange periode van T-Mobile storingen in het Rotterdamse waardoor datacommunicatie en Track & Trace systemen niet optimaal of geheel niet werkten of is het toch nog onwennigheid?  In ieder geval is een deel te verklaren door toenemende verkeersdrukte waardoor sommige delen van de stad onbereikbaar zijn binnen de verwachte Trevvel reistijden.

“Wethouder de Langen zegt telkens dat er aan gewerkt wordt, te gemakkelijk gezegd en daar kom je in het begin wel mij mee weg maar dat hoor ik nu al 10 keer. Ik wil nu zien dat ze die stap zetten”, aldus Michel van Elck.

Lees ook: Rotterdamse taxicentrales kiezen voor dezelfde systemen