Tag archieven: nea

NEA-index 2026 vastgesteld: kosten voor taxivervoer stijgen met 4,1 procent

De jaarlijkse vaststelling van de NEA-index, die de kostenontwikkelingen in het zorg- en taxivervoer weergeeft, laat voor 2026 een gemiddelde stijging van 4,1 procent zien.

Onderzoeksbureau Panteia heeft in opdracht van het Sociaal Fonds Mobiliteit (SFM) de cijfers voor 2025 en de raming voor 2026 geanalyseerd. De NEA-index is een belangrijk instrument voor zowel opdrachtgevers als vervoerders in de taxibranche. De uitkomst bepaalt immers vaak de aanpassing van tarieven en contracten in de sector.

Het onderzoek, gepubliceerd in oktober 2025, laat zien dat 2025 werd afgesloten met een totale kostenstijging van 5 procent ten opzichte van het jaar ervoor. Daarmee lag de werkelijkheid iets boven de eerdere raming van 4,3 procent. De grootste aanjagers van die stijging waren de loonkosten, hogere verzekeringspremies en een forse toename van de rentelasten.

Voor 2026 wordt een gematigder groei verwacht, maar de kosten blijven oplopen. Vooral de loonkosten en de overgang naar duurzamer vervoer drukken op de marges van de ondernemers.

lonen bepalend

Volgens Panteia stijgen de loonkosten in 2026 gemiddeld met 4,1 procent. Dat komt door een loonsverhoging van 3,5 procent in de nieuwe cao, een extra vakantiedag en een vergoeding voor woon-werkverkeer. De verlaging van de sociale lasten met 0,3 procent biedt slechts beperkt tegenwicht. “De loonkosten blijven de grootste kostenpost voor taxibedrijven, goed voor meer dan 65 procent van de totale uitgaven,” stelt het rapport.

De cao voor de sector, die geldt van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2027, is volgens het Sociaal Fonds Mobiliteit een belangrijke stap richting betere arbeidsvoorwaarden in een branche die kampt met personeelstekorten. De invoering van de woon-werkvergoeding en een extra vakantiedag moeten bijdragen aan het behoud van chauffeurs.

rente stijgt fors

Opmerkelijk is dat de energiekosten volgend jaar naar verwachting dalen met 4,8 procent. Dat komt deels door de verdere toename van het aantal elektrische taxi’s, dat inmiddels goed is voor 41 procent van het totale wagenpark. Het gebruik van CNG-voertuigen daalt juist verder. De prijs van elektriciteit stabiliseert, terwijl diesel iets goedkoper wordt.

De rentelasten stijgen echter flink, met maar liefst 20 procent. Dat heeft alles te maken met de ontwikkeling van de lange rente, die volgens het Centraal Planbureau hoog blijft. Voor veel ondernemers betekent dat hogere financieringskosten bij de aanschaf van nieuwe voertuigen, zeker nu de overstap naar zero-emissie-auto’s investeringen vergt.

Foto: © Pitane Blue – taxichauffeurs op de standplaats Scheveningen

De NEA-index 2026 zal voor veel vervoerders en gemeenten opnieuw de basis vormen voor de herziening van tarieven in contracten. De stijging van 4,1 procent lijkt gematigd, maar komt bovenop eerdere verhogingen. Voor veel taxibedrijven betekent dat een voortdurende zoektocht naar balans tussen duurzaamheid, betaalbaarheid en arbeidsvoorwaarden.

Verzekeringspremies nemen in 2026 naar verwachting met 6,6 procent toe. Stalling en overige vaste kosten bewegen met het algemene prijsniveau mee, rond de 2,3 procent. Onderhoud en reparatie stijgen met 4 procent, mede door hogere materiaalkosten en hogere lonen in de technische sector.

De elektrificatie van de sector zet stevig door. Uit onderzoek van Panteia blijkt dat het aandeel zero-emissievoertuigen in 2025 is gestegen van 28 naar 41 procent. Daarmee groeit het belang van elektriciteitsprijzen in de NEA-index. Het aandeel voertuigen op aardgas is verder teruggelopen tot 4 procent. Zero-emissievervoer is sinds enkele jaren structureel onderdeel van de berekeningen. De bijbehorende investerings- en energieontwikkelingen worden meegewogen in de index, die daardoor steeds beter aansluit op de realiteit van de moderne taxivloot.

kostenstructuur

De totale kostenstructuur binnen het taxivervoer verschuift langzaam. Waar brandstofkosten in belang afnemen, groeit het aandeel vaste lasten zoals rente, verzekering en loonkosten. De gemiddelde kostenverdeling voor 2026 bestaat uit 65,8 procent loonkosten, 8,9 procent afschrijving, 6,5 procent energiekosten, 5,6 procent algemene kosten en kleinere posten voor verzekering, onderhoud en stalling.

Volgens Panteia is bij de berekening van de index geen rekening gehouden met kostenstijgingen als gevolg van congestie. Dat betekent dat eventuele vertragingen of langere rijtijden, bijvoorbeeld door druk verkeer of wegwerkzaamheden, buiten beschouwing zijn gelaten.

NEA-index in 2025 vastgesteld op 1,5%: correctie na dalende energiekosten

De NEA-index voor 2025 is vastgesteld op 1,5%.

Dit percentage vormt een belangrijk ijkpunt voor de kostenontwikkeling in de taxibranche en het zorgvervoer. In deze indexering is ook de eerder afgesproken loonsverhoging van 5% per 1 januari 2025 verwerkt, die onderdeel uitmaakt van de cao Zorgvervoer en Taxi. Het verschil tussen deze 5% loonsverhoging en de 1,5% NEA-index wordt grotendeels verklaard door een correctie over het jaar 2024.

Bij de berekening van de NEA-index voor 2025 is rekening gehouden met de onverwachte daling van brandstof-, gas- en elektriciteitsprijzen in 2024. Vorig jaar werd namelijk bij het vaststellen van de index voor 2024 nog uitgegaan van een sterke stijging in deze energiekosten. Echter, in plaats van de verwachte stijging, bleek de prijs van brandstoffen en elektriciteit gedurende het jaar juist te dalen.

neerwaartse bijstelling

Bovendien was er voor de tweede helft van 2024 een prognose gemaakt van een gemiddelde loonstijging die hoger uitviel dan uiteindelijk het geval was. Bij het opstellen van de NEA-index voor 2024 werd namelijk uitgegaan van een loonsverhoging, maar omdat er op dat moment nog geen cao-akkoord was, werd een schatting van een hogere loonstijging gehanteerd. Uiteindelijk bleek de daadwerkelijke loonstijging slechts 4%, lager dan verwacht.

Vanwege deze lagere loonkosten en dalende energiekosten in 2024 is er een correctie doorgevoerd in de indexering voor 2025, wat resulteert in een neerwaartse bijstelling van 2,8%. Dit betekent dat hoewel er voor 2025 een loonsverhoging van 5% is afgesproken, de totale kostenontwikkeling zoals berekend in de NEA-index op slechts 1,5% uitkomt.

De NEA-index, berekend door onderzoeksbureau Panteia in opdracht van Sociaal Fonds Mobiliteit, is gebaseerd op verschillende vaststaande parameters, zoals de loonkosten binnen de cao Zorgvervoer en Taxi en prognoses van het Centraal Planbureau (CPB). Toch moet worden opgemerkt dat bepaalde toekomstige kostenontwikkelingen die nog onzeker zijn, zoals mogelijke kostenstijgingen door toenemende verkeerscongestie, niet zijn meegenomen in de raming. Evenmin is rekening gehouden met kostenstijgingen door andere onzekere factoren. Het uiteindelijke kostenplaatje kan daarom per taxibedrijf verschillen, afhankelijk van hun specifieke kostenstructuur.

prognose

Voor 2025 voorspelt Panteia opnieuw een stijging van de kosten voor taxivervoer. Het Centraal Planbureau (CPB) heeft een verwachte loonstijging van 5% opgenomen in de prognoses voor het nieuwe jaar, met een lichte stijging van de sociale lasten van 0,1%. Dit betekent dat de loonkosten, inclusief sociale lasten, naar verwachting met 5,1% zullen stijgen. Dit is een forse toename die taxibedrijven in hun tariefstelling moeten meenemen.

De vaste kosten, zoals rente en afschrijvingen, zullen naar verwachting eveneens blijven stijgen. De rentekosten worden geraamd op een stijging van 25,2%, terwijl de kosten voor verzekering met 4,5% zullen toenemen. Ook de kosten voor stalling zullen met 3,2% stijgen, in lijn met de algemene inflatieverwachtingen.

brandstof

Voor de variabele kosten, zoals brandstof en onderhoud, verwacht Panteia een gematigde stijging. De energiekosten, die onder andere betrekking hebben op elektriciteit en diesel, zullen naar verwachting met 3,2% dalen in 2025. De kosten voor banden zullen naar verwachting met 3,2% stijgen, terwijl de kosten voor onderhoud en reparatie met 4,2% omhoog zullen gaan. Deze stijgingen zijn gebaseerd op prognoses van producentenprijzen en loonkosten in de onderhoudssector.

Foto: Pitane Blue – planning taxibedrijf

In opdracht van Sociaal Fonds Mobiliteit heeft Panteia een overzicht gemaakt van de laatste gemiddelde kostenontwikkelingen voor het taxivervoer. De kostenontwikkelingen per taxibedrijf kunnen dus anders uitpakken.

Voor de taxi- en zorgvervoerbranche is de NEA-index een belangrijke graadmeter om zich voor te bereiden op de kostenstijgingen van het komende jaar. De index wordt jaarlijks opgesteld op basis van gedetailleerde analyses van de kostenontwikkeling in de sector. Dit zorgt ervoor dat bedrijven in deze sector hun tarieven dienovereenkomstig kunnen aanpassen en rekening kunnen houden met loonstijgingen en andere kostenfactoren zoals brandstofprijzen en belastingmaatregelen.

De aanpassing van de NEA-index is niet alleen van belang voor de ondernemers in de taxi- en zorgvervoersector, maar heeft ook invloed op de tarieven die aan klanten worden doorberekend. Voor overheidsinstanties en instellingen die verantwoordelijk zijn voor het inkopen van vervoer, zoals gemeenten die verantwoordelijk zijn voor leerlingenvervoer en Wmo-vervoer, vormt de indexering een belangrijk instrument om een realistische prijsstelling te hanteren. Daarnaast kan de correctie van 2,8% ook een signaal zijn dat de sector efficiënter kan opereren door de daling van energie- en loonkosten.

factoren

Het rapport van Panteia biedt een uitgebreid overzicht van de factoren die hebben geleid tot de huidige NEA-indexering. Voor ondernemers in de sector wordt het aangeraden dit rapport grondig door te nemen, zodat ze de financiële impact op hun bedrijfsvoering goed kunnen inschatten. Hoewel de algemene kostenontwikkeling voor de hele sector geldt, is het mogelijk dat individuele bedrijven te maken krijgen met afwijkende kostenpatronen, bijvoorbeeld door verschillen in schaalgrootte, operationele efficiëntie en regionale factoren.

Ondanks de huidige stabiele voorspellingen, blijft er in de toekomst altijd sprake van onzekerheden. Onverwachte stijgingen in brandstofprijzen, aanpassingen in wetgeving of plotselinge veranderingen in de vraag naar zorgvervoer kunnen alsnog voor extra kosten zorgen. Dit maakt het voor bedrijven van groot belang om flexibel te blijven en zich goed voor te bereiden op mogelijke schommelingen in hun kostenstructuur.

Onderzoeksbureau Panteia past NEA-index aan na ontdekking van berekeningsfout

Helaas is gebleken dat Panteia abusievelijk een onjuiste doorrekening van de nieuwe kostenaandelen heeft uitgevoerd met als resultaat dat de NEA-index 0,6% neerwaarts dient te worden bijgesteld naar 3,4%.

In de afgelopen week is duidelijk geworden dat de berekeningen achter de NEA-index voor 2024, een essentieel instrument voor het bepalen van kostenontwikkelingen in het taxivervoer, niet correct waren uitgevoerd door onderzoeksbureau Panteia. In eerste instantie werd de index vastgesteld op 4,0%, maar na een herziening bleek een neerwaartse bijstelling van 0,6% noodzakelijk, waardoor de index uitkomt op 3,4%.

Deze fout is betreurenswaardig en het Sociaal Fonds Mobiliteit (SFM) betuigen excuses voor het veroorzaakte ongemak. Tegelijkertijd benadrukken zij het belang van een accurate NEA-index en verzekeren zij dat er maatregelen genomen zullen worden om herhaling van dergelijke fouten in de toekomst te voorkomen.

Panteia

De NEA-index wordt jaarlijks opgesteld door Panteia in opdracht van het Sociaal Fonds Mobiliteit. Deze index speelt een cruciale rol in de kostenbepaling van het taxivervoer voor het komende jaar. Het combineert een correctie van de kosten van het huidige jaar met een prognose van de te verwachten kostenontwikkelingen in het volgende jaar. Bij deze berekeningen maakt Panteia gebruik van betrouwbare en consistente indicatoren zoals de consumentenprijsindex van het CBS, ramingen van het Centraal Plan Bureau en de cao Zorgvervoer en Taxi.

Onderzoeksbureau Panteia past NEA-index aan na ontdekking van berekeningsfout, benadrukt belang van accurate kostenbepaling in taxivervoer.

Het is belangrijk om te benadrukken dat de NEA-index geen correcties met terugwerkende kracht toepast, maar uitsluitend dient als basis voor het bepalen van het juiste kostenniveau voor het aankomende jaar. Het houdt rekening met zowel stijgingen als dalingen in de kosten.

De betrouwbaarheid van de index blijkt uit het feit dat over de afgelopen zes jaar het verschil tussen de afwijking en de raming vrijwel nihil is. Echter, binnen een jaar kunnen op bepaalde kostenposten, zoals brandstof, significante afwijkingen optreden. Afhankelijk van de gemaakte afspraken tussen vervoerder en opdrachtgever kunnen deze afwijkingen financiële consequenties hebben.

Sociaal Fonds Mobiliteit

In opdracht van Sociaal Fonds Mobiliteit maakt Panteia jaarlijks een overzicht van de laatste gemiddelde kostenontwikkelingen voor het taxivervoer. Panteia berekent de kostenontwikkelingsindex in absolute onafhankelijkheid. Meestal wordt de NEA-index in de laatste week van oktober bekend gemaakt. De volledige details en uitleg van de NEA-index zijn beschikbaar in het online gepubliceerde rapport.

NEA-index zet de toon: kostenontwikkeling zorg- en taxivervoer stijgt naar 4,0% in 2024

Deze jaarlijkse maatstaf, uitgevoerd in opdracht van het Sociaal Fonds Mobiliteit, wordt traditioneel eind oktober bekendgemaakt en werpt licht op verwachte kostenontwikkelingen in de sector.

Panteia, een onafhankelijk onderzoeksbureau, heeft in opdracht van Sociaal Fonds Mobiliteit de NEA-index berekend voor het zorg- en taxivervoer voor het komende jaar. Het cijfer is cruciaal omdat het de kostenontwikkelingen in deze sector aangeeft. Voor 2024 komt de index uit op 4,0%, aangedreven door twee belangrijke factoren: een stijging van de cao-lonen met 4,0% en een verwachte toename van de brandstofkosten. Deze ontwikkelingen zullen ongetwijfeld rimpelingen veroorzaken in de mobiliteitssector.

De methodologie van Panteia is gericht op het leveren van betrouwbare en consistente indicatoren. De consumentenprijsindex (CPI) van het CBS, prognoses van het Centraal Planbureau en de cao Zorgvervoer en Taxi vormen de basis voor de berekeningen. Interessant is dat factoren als verkeerscongestie of onzekere toekomstige kosten niet in de berekeningen zijn meegenomen. Dit houdt in dat de uiteindelijke kosten nog kunnen fluctueren, afhankelijk van onvoorspelbare elementen.

Twee hoofdfactoren bepalen deze cijfers: een stijging van de cao-lonen met 4,0% per 1 januari 2024 en een verwachte toename van brandstofkosten, wat de totale kostenontwikkeling voor 2024 op 5,3% brengt. Een correctie van -1,3% wordt over het jaar 2023 toegepast vanwege lagere brandstofkosten, wat uiteindelijk leidt tot de NEA-index van 4,0% voor 2024.

De berekeningen zijn gebaseerd op gegevens zoals de cao Zorgvervoer en Taxi en prognoses van het Centraal Planbureau, maar ze negeren eventuele toekomstige kosten zoals verkeerscongestie. Panteia heeft een gedetailleerd overzicht gemaakt van de gemiddelde kostenontwikkelingen voor taxivervoer. Deze cijfers geven echter slechts een gemiddeld beeld en de daadwerkelijke kosten per taxibedrijf kunnen variëren.

vervoerscontracten

De NEA-index krijgt steeds meer tractie in vervoerscontracten, aangezien het zowel voor vervoerders als voor opdrachtgevers duidelijkheid verschaft over de kostenontwikkelingen. Het maakt een betere prijsstelling mogelijk zonder een premie voor risico’s die anders moeilijk te kwantificeren zijn.

Sinds 2010 is de opdrachtgever voor dit onderzoek het Sociaal Fonds Mobiliteit, dat het stokje overnam van KNV Taxi. Panteia maakt gebruik van betrouwbare indicatoren zoals de consumentenprijsindex (CPI) van het CBS en ramingen van het Centraal Plan Bureau om zowel de nacalculatie voor het huidige jaar als de raming voor het komende jaar te maken.

Zo illustratief als deze cijfers zijn, ze bieden geen absolute zekerheid. Onvoorziene kostenfluctuaties, zoals die bij brandstof, kunnen binnen een jaar grote afwijkingen opleveren. Een gemiddeld taxibedrijf actief in het zorgvervoer met ongeveer 30 voertuigen zag bijvoorbeeld een verschil van €65.000 in brandstofkosten tussen de raming en de werkelijkheid. Deze correcties worden meegenomen in de NEA-index van het daaropvolgende jaar, maar vormen geen terugwerkende compensatie.

Sociaal Fonds Mobiliteit

Sociaal Fonds Mobiliteit heeft het opdrachtgeverschap van dit onderzoek overgenomen van KNV Taxi sinds 2010. Het rapport van Panteia biedt een overzicht van gemiddelde kostenontwikkelingen, maar het is belangrijk op te merken dat deze cijfers per taxibedrijf kunnen variëren. Overigens wordt voor het jaar 2023 een correctie van -1,3% toegepast, grotendeels vanwege lagere brandstofkosten.

Staking leerlingen- en zorgvervoer gaat door

Onbegrijpelijk dat een vakbond pikt dat werknemers gestraft worden als ze door ziekte niet kunnen werken.

De staking in leerlingen- en zorgvervoer gaat door, ondanks dat vakbond CNV het eindbod van de werkgevers accepteert. Dat laat FNV weten op het nieuws van het akkoord afgelopen dinsdag. In de sector werken 22.000 mensen, voornamelijk met een parttime contract van gemiddeld 20 uur per week. Wat FNV betreft loopt de huidige cao af op 31 december 2022.

Volgens Meindert Gorter, bestuurder FNV gaat de andere vakbond akkoord met iets wat nog helemaal niet goed is uitonderhandeld en weten ze niet waar ze voor gaan tekenen. Bovendien blijven FNV leden strijden voor volledige loondoorbetaling bij ziekte. Gorter vindt het onbegrijpelijk dat een vakbond pikt dat werknemers gestraft worden als ze door ziekte niet kunnen werken.

De werkgevers lieten 11 november een ultimatum verlopen met eisen van medewerkers over een nieuwe cao Zorgvervoer en taxi. Als reactie daarop begonnen 18 november in een aantal regio’s estafettestakingen. Op dezelfde dag werden de vakbonden uitgenodigd verder te praten, maar die gesprekken eindigden teleurstellend. Daarop besloten de FNV-leden verder te staken.

In een verklaring zegt KNV-voorzitter Bertho Eckhardt: “We hopen dat FNV alsnog meedoet en afziet van de stakingen. Het zou ons verbazen wanneer deze stakingen toch doorgezet worden nu er een geldige cao ligt. Natuurlijk mogen FNV-leden staken, dat is hun recht. Maar voor mensen die afhankelijk zijn van zorgvervoer, bijvoorbeeld leerlingen in het speciaal basisonderwijs en mensen met een beperking, is deze staking echt kwalijk.”

Wat FNV betreft loopt de huidige cao af op 31 december 2022.

NEA-index 13,7% in 2023

Panteia heeft berekend dat de NEA-index voor het zorg- en taxivervoer in 2023 uitkomt op 13,7%. De twee belangrijkste ontwikkelingen die meewegen zijn de stijging van de cao-lonen met 8% per 1 januari 2023 waardoor de kostenontwikkeling in totaal op 6,8% voor 2023 uitkomt, en de enorme stijging van de brandstofkosten in 2022 waardoor er een correctie van 6,9% wordt doorgevoerd voor het volgende jaar.

De kostenontwikkelingen zijn gebaseerd op vaststaande feiten, zoals de cao Zorgvervoer en Taxi, en prognoses van het Centraal Planbureau. Bij de berekening van de kostenontwikkeling is geen rekening gehouden met kostenstijgingen als gevolg van toename van de congestie. Toekomstige kostenontwikkelingen die nog onzeker zijn, zijn eveneens niet bij de ramingen betrokken.

De belangrijkste oorzaak van de historisch hoge NEA-index is de stijging van de energieprijzen. Vanzelfsprekend vertaalt zich dit één op één door in de brandstofkosten. Daarnaast zijn nagenoeg alle kostensoorten enorm gestegen, omdat energie een groot onderdeel uitmaakt van de productiekosten. Hierdoor is de inflatie naar ongekende hoogte gestegen, wat tot gevolg heeft gehad dat de lonen substantieel zijn gestegen om de kosten voor het levensonderhoud te kunnen betalen.

Historisch hoge NEA-index voor 2023 is 13,7%

De belangrijkste oorzaak van de historisch hoge NEA-index is de stijging van de energieprijzen.

Met een dagje uitstel vanwege de cao-onderhandelingen met CNV Vakmensen, is de NEA-index bekend geworden. Panteia heeft berekend dat de NEA-index voor het zorg- en taxivervoer in 2023 uitkomt op 13,7%.

De twee belangrijkste ontwikkelingen die meewegen zijn de stijging van de cao-lonen met 8% per 1 januari 2023 waardoor de kostenontwikkeling in totaal op 6,8 % voor 2023 uitkomt, en de enorme stijging van de brandstofkosten in 2022 waardoor er een correctie van 6,9% wordt doorgevoerd voor het volgende jaar.

Volgens het digitaal vakblad Personenvervoer Magazine zijn de kostenontwikkelingen gebaseerd op vaststaande feiten, zoals de met CNV Vakmensen afgesloten cao Zorgvervoer en Taxi, en prognoses van het Centraal Planbureau. Bij de berekening van de kostenontwikkeling is geen rekening gehouden met kostenstijgingen als gevolg van toename van de congestie. Toekomstige kostenontwikkelingen die nog onzeker zijn, zijn eveneens niet bij de ramingen betrokken.

De geraamde ontwikkelingen van de kosten in 2023 zijn opgesteld aan de hand van de prognoses van het Centraal Planbureau (CPB) in haar Macro Economische Verkenning (MEV) 2023 – door derden verstrekte informatie – het nationaal consumentenprijsindexcijfer (CPI) en de World Economic Outlook (WEO) van oktober 2022.

De belangrijkste oorzaak van de historisch hoge NEA-index is de stijging van de energieprijzen. Vanzelfsprekend vertaalt zich dit één op één door in de brandstofkosten. Daarnaast zijn nagenoeg alle kostensoorten enorm gestegen, omdat energie een groot onderdeel uitmaakt van de productiekosten. Hierdoor is de inflatie naar ongekende hoogte gestegen, wat tot gevolg heeft gehad dat de lonen substantieel zijn gestegen om de kosten voor het levensonderhoud te kunnen betalen.

In opdracht van Sociaal Fonds Mobiliteit heeft Panteia een overzicht gemaakt van de laatste gemiddelde kostenontwikkelingen voor het taxivervoer. De kostenontwikkelingen per taxibedrijf kunnen dus anders uitpakken. Het complete rapport is online te bekijken.

Op basis van deze kostenontwikkelingen is de gemiddelde kostenstijging in het taxivervoer voor 2023 +13,7% – bron Panteia

Werkgevers Zorgvervoer en Taxi verbaast over vakbonden

NEA Index 2023 11,3% of hoger. Het verlopen van het ultimatum heeft tot gevolg dat wellicht de cao loonstijging niet in de tarieven kan worden doorberekend.

Werkgevers Zorgvervoer en Taxi verbazen zich over aarzeling van vakbonden bij eindbod. De werkgevers in het zorg- en taxivervoer hebben voor een nieuwe cao per 2023 een eindbod gedaan, met een ultimatum tot en met dinsdag 25 oktober. De vakbonden CNV en FNV hebben dit ultimatum laten verlopen, waardoor het historisch hoge loonbod van meer dan 12% en de onderhandelingen in feite zijn opgeschort. Martijn Kersing (KNV) vindt het onbegrijpelijk dat de vakbonden het eindbod nog niet hebben geaccepteerd.

“Wij hechten er alle belang aan dat er een nieuwe cao komt, dat geeft rust en duidelijkheid voor iedereen. Bonden dreigen met hun houding de werknemers de zo zeer gewenste loonsverhoging per 1 januari van 8% door de neus te boren.”

Martijn Kersing – Voorzitter van de werkgeversdelegatie

Tijdens de onderhandelingen kregen werkgevers steeds vaker het signaal dat voor de meeste van hun werknemers een stijging van het salaris het allerbelangrijkste was, terwijl vakbonden aanvullende eisen en voorwaarden stelden. Om dit te toetsen heeft KNV een enquête opgesteld die door de werkgevers onder hun personeel is uitgezet, en waarin de werknemers konden aangeven of zij kunnen instemmen met het voorstel van werkgevers. 

enquête

Deze enquête werd ruim 3200 keer ingevuld en ruim 74% van de respondenten (waarvan 90% chauffeur) zou kunnen instemmen met het voorstel van werkgevers. De enquête was anoniem en vrijblijvend en kon ook maar één keer worden ingevuld. Werkgevers konden niet zien welke werknemers de enquête invulden en ook de resultaten niet inzien. Als een werknemer het eindbod niet goed vond, kon deze ook aangeven waarom niet en daar is dus door ruim 25% van de respondenten gebruik van gemaakt.

Meer zit er van de kant van werkgevers ook echt niet in.

Werkgevers verbaast het dat vakbonden het eindbod nog niet zelf aan hun achterban hebben voorgelegd, temeer omdat het eigen personeel heel goed weet dat de coronacrisis en de huidige hoog oplopende kosten de bedrijfstak geen goed doen en er dus wel degelijk een goed eindbod ligt. Meer zit er van de kant van werkgevers ook echt niet in.

Het verlopen van het ultimatum heeft tot gevolg dat de cao loonstijging niet in de tarieven kan worden doorberekend. Martijn Kersing laat weten dat doordat in de NEA-index (die in de branche vaak wordt gebruikt) geen rekening kan worden gehouden met een nieuwe cao, er van een landelijk gemiddelde loonkostenontwikkeling uitgegaan zal worden die veel lager ligt dan hetgeen wij graag onze werknemers willen uitbetalen. De NEA-index is echter nog niet definitief vastgesteld en werkgevers willen op basis van het eindbod nog steeds tot een nieuwe Cao komen met de vakbonden, zodat werknemers de loonstijging per 1 januari 2023 wel krijgen.

Als de publicatie van de NEA-index er eenmaal is en er is geen nieuwe cao afgesproken, is het onmogelijk om op een later moment méér af te spreken dan waar in de index mee wordt gerekend. Werkgevers kunnen deze extra kosten dan niet meer doorbelasten. De ondernemers hebben de afgelopen maanden de fors gestegen brandstofprijzen al voor de kiezen gehad. Daar heeft de index voor dit jaar geen rekening mee kunnen houden. De marges in het vervoer zijn laag. Extra kosten waar geen inkomsten tegenover staan, zijn door de sector niet te dragen.

Sociaal Fonds Mobiliteit

Ook volgens SFM zal de NEA-index dit jaar niet in oktober, maar op 14 november worden gepubliceerd. De reden voor de vertraging zijn de cao-onderhandelingen. Op dit moment is er nog geen akkoord en is de loonsverhoging voor 2023 nog niet bekend. De loonkosten hebben in de NEA-index een groot aandeel. Om cao-partijen zoveel mogelijk tijd te geven om tot een akkoord te komen, is door de klankbordgroep besloten de vaststelling en publicatie van de NEA-index te verlengen tot 14 november. In de klankbordgroep zitten vertegenwoordigers van het landelijk Platform Opdrachtgevers Doelgroepenvervoer, vervoerders en vakbonden.Als cao-partijen niet tot een onderhandelingsresultaat komen voor 14 november, wordt de component loon in de index vastgesteld op basis van de gemiddelde loonstijging zoals in de Macro Economische Verkenningen staat vermeld. Deze stijging is 3,9%. De NEA-index voor 2023 komt dan uit op circa 11,3%. Op basis van de huidige gesprekken tussen vakbonden en werkgevers is het niet uitgesloten dat de loonstijging substantieel meer zal zijn dan 3,9%, zodat met een NEA-index tussen de 13% en 15% rekening moet worden gehouden. Op 14 november zal het exacte percentage van de index bekend worden gemaakt.

CAO akkoord dringend noodzakelijk voor NEA-index

Aan het einde van de dag wil iedereen zijn gezin kunnen onderhouden.

Loon, doorbetaling bij ziekte en verloonde tijd. Dat zijn samengevat voornaamste eisen van de bonden die opkomen voor een nieuwe CAO in de sector Zorgvervoer en taxi. Gesprekken kenmerken zich door moeizame onderhandelingen tussen de vakbonden en werkgevers waarbij FNV leden zelfs oproept om te betogen en zelfs, indien noodzakelijk, stakingen niet uitsluit.

Aan de andere zijde van de onderhandelingstafel zitten de werkgevers die via de brancheorganisatie Koninklijk Nederlands Vervoer (KNV) worden vertegenwoordigd. Tijdens de aftrap van het  Congres Contractvervoer voerde vakbond FNV actie voor de deur van Taxi Expo ’22 in Houten. De uitgelezen plaats om aandacht te vragen bij de werkgevers. De komende dagen zijn cruciaal voor de werkgevers want de NEA deadline van eind oktober is reeds in zicht.

bod afgewezen

De werkgevers bieden een loonsverhoging van 8% maar de wachtdagen en de loonkorting bij ziekte willen ze behouden. Ook willen werkgevers de oude verloonde tijd regels terug, waarbij chauffeurs niet worden betaald wanneer er geen ritten voor ze zijn. FNV geeft vandaag aan in een email aan de leden dit bod niet acceptabel te vinden en roept leden op om de petitie te ondertekenen tekenen om zodoende minimaal 2500  handtekeningen te verzamelen. Als een laatste waarschuwing naar de werkgevers bieden ze op 21 oktober de CAO petitie aan.

acties in aantocht

Wanneer de vakbond geen gehoor krijgt bij de werkgevers staan acties op de agenda want strijdbaar zijn de leden wel. Daarom organiseert FNV vanaf 10 oktober bijeenkomsten op diverse plekken in het land. De voorbereidingen worden genomen om te escaleren wanneer werkgevers niet over de brug komen.

chauffeurstekort

Dat de situatie nijpend is mag duidelijk zijn en werd nog duidelijker bij de start van het nieuwe schooljaar. Een landelijk gebrek aan chauffeurs lag veelal aan de basis. Volgens vakbondsbestuurder FNV Taxi Meindert Gorter wordt het zonder CAO een wildwest verhaal en een mokerslag voor de gehele sector. Dat chauffeurs de sector verlieten is te vaak wijten aan de lage lonen en personeelstekorten geven mensen met laagbetaalde baantjes de macht om betere arbeidsvoorwaarden te eisen. Dat is precies waar het in deze CAO onderhandelingen om draait.

“Wat ze voor nog meer nodig hebben is voor alle flexibele tijd die ze werken een beloning. Daarbij kan je denken aan avond- en nachttoeslagen of toeslagen voor gebroken diensten. Zelfs de feestdag die ze binnen de CAO niet betaald krijgen willen ze wel betaald krijgen.”

Meindert Gorter – vakbondsbestuurder FNV Taxi
Meindert Gorter – vakbondsbestuurder FNV Taxi

Een groot eisenpakket dus. Dat de eisen duidelijk zijn is bekend en aangezien de NEA-index eind oktober wordt samengesteld is het van groot belang dat beide partijen akkoord bereiken over een nieuwe CAO. Wat de leden eisen is 14,- EUR per uur en daarvoor hebben ze eigenlijk 15% loonsverhoging nodig. Dat laatste zit dat er wellicht voor de werkevers niet in gezien de huidige ontwikkelingen ten aanzien van investeringen, opbouwen van uitgeputte reserves uit het verleden en de hoge kostprijzen. In de cao’s van Zorgvervoer & Taxi vind je afspraken over loon, toeslagen, werktijden, overwerk, vakantie en pensioen voor taxichauffeurs (straattaxi) en het contractvervoer.

NEA index

Door de NEA worden berekeningen uitgevoerd die gegevens opleveren over de kostenontwikkelingen in het lopende jaar en de verwachtingen voor het komende jaar. Hierbij wordt gekeken naar de loonkosten, brandstofkosten, filedruk en verslechtering in de bereikbaarheid. Deze index is tevens bepalend voor de prijsverhogingen bij het grootste deel van de aanbestedingen die worden uitgevoerd door taxibedrijven en regiecentrales. De definitieve resultaten van de door de NEA uitgevoerde calculaties worden jaarlijks in oktober bekend gemaakt en gepubliceerd in een overzicht.

Panteia

In opdracht van Sociaal Fonds Mobiliteit maakt Panteia een overzicht gemaakt van de laatste gemiddelde kostenontwikkelingen voor het taxivervoer. De kostenontwikkelingen per taxibedrijf kunnen dus anders uitpakken. De twee belangrijkste ontwikkelingen die meewegen zijn de stijging van de cao-lonen met en een stijging van de brandstofkosten. Sociaal Fonds Mobiliteit is opdrachtgever voor de NEA-index, de  jaarlijkse kostenontwikkelingstool voor het taxivervoer, die door Panteia wordt opgesteld.

contracten

De NEA-index wordt steeds vaker in vervoerscontracten opgenomen. Dit schept duidelijkheid voor beide partijen. Voor vervoerders sluit het een niet in te schatten en soms niet te dragen kostenontwikkelingsrisico uit. Voor opdrachtgevers is het voordeel hiervan dat ze van de vervoerders de scherpst mogelijke prijs krijgen aangeboden. In die prijs zit namelijk geen opslag verwerkt voor het kostenontwikkelingsrisico.

Opdrachtgevers moeten rekening houden met hoge NEA-index

Panteia heeft drie scenario’s op jaarbasis doorgerekend met verschillende brandstofprijzen.

De sterk stijgende brandstofprijzen van het afgelopen jaar hebben een groot effect op de kosten in het zorg- en taxivervoer. Op verzoek van Sociaal Fonds Mobiliteit heeft Panteia volgens het vakblad Personenvervoer Magazine berekend wat de gevolgen hiervan zijn voor de kostenontwikkelingen in het zorg- en taxivervoer. De overige kostenontwikkelingen van loon, afschrijvingen, verzekeringen en dergelijke zijn hierbij nog niet meegenomen. Op basis van de eerste berekeningen lijkt een hogere NEA-index onvermijdelijk als brandstofprijzen niet substantieel gaan dalen.

Panteia heeft drie scenario’s op jaarbasis doorgerekend met verschillende brandstofprijzen. Een scenario met brandstofprijzen die het hele jaar min of meer op het huidige niveau blijven (plus 45%), een scenario waarin de brandstofprijzen met 25% stijgen en een scenario waarin de brandstofprijzen met 65% stijgen. Hieruit blijkt dat de kostenontwikkelingen van brandstof respectievelijk 3,9%, 2,2% of 5,6%% stijging van de NEA-index veroorzaken. Op basis van het gemiddelde over de laatste 6 jaar zijn de brandstofprijzen normaal gesproken goed voor een stijging van 0,2% van de NEA-index.

“Opdrachtgevers moeten rekening houden met een hoge NEA-index dit jaar,” stelt Henk van Gelderen, directeur Sociaal Fonds Mobiliteit. “Niet alleen vanwege de explosief gestegen brandstofprijzen maar ook vanwege de inflatie en de druk op de lonen door het toenemende personeelstekort. De NEA-index wordt in oktober bekend gemaakt. De reden voor deze tussentijdse mededeling is dat opdrachtgevers tijdig rekening kunnen houden met de consequenties van de kostenstijging voor hun budgetten.”

Lees ook: Vliegvakantie duurder door brandstofprijzen

Niet alleen vanwege de explosief gestegen brandstofprijzen maar ook vanwege de inflatie en de druk op de lonen door het toenemende personeelstekort.

NEA-index vastgesteld op 3.5% voor 2022

In opdracht van Sociaal Fonds Mobiliteit maakt Panteia jaarlijks een overzicht van de laatste gemiddelde kostenontwikkelingen voor het taxivervoer. Panteia heeft berekend dat de NEA-index voor het zorg- en taxivervoer in 2022 uitkomt op 3,5%. De twee belangrijkste ontwikkelingen die meewegen zijn de stijging van de cao-lonen met 2,5% per 1 januari 2022 waardoor de kostenontwikkeling in totaal op 2,6% voor 2022 uitkomt, en een stijging van de brandstofkosten in 2021 waardoor er een correctie van 0,9% wordt doorgevoerd. De kostenontwikkelingen zijn gebaseerd op vaststaande feiten, zoals de cao Taxivervoer, en prognoses van het Centraal Planbureau. Bij de berekening van de kostenontwikkeling is geen rekening gehouden met kostenstijgingen als gevolg van toename van de congestie. Toekomstige kostenontwikkelingen die nog onzeker zijn, zijn eveneens niet bij de ramingen betrokken.

De coronacrisis, die sinds maart 2020 een zeer grote impact heeft op het taxivervoer, heeft geleid tot een sterk afgenomen omzet. Aangezien omzet geen onderdeel is van de kostenontwikkelingen van Panteia wordt dit effect niet meegenomen in dit onderzoek. De coronacrisis heeft naast de reguliere loon- en prijsontwikkeling van de diverse kostensoorten, ook invloed op de algehele kostenontwikkeling. De kostenontwikkelingseffecten zijn niet direct uit te drukken in één cijfer voor de gehele taxibranche. Deze effecten zijn daarom niet meegenomen in de kostenontwikkeling.

In opdracht van Sociaal Fonds Mobiliteit heeft Panteia een overzicht gemaakt van de laatste gemiddelde kostenontwikkelingen voor het taxivervoer. De kostenontwikkelingen per taxibedrijf kunnen dus anders uitpakken. Het complete rapport kunt u online bekijken.

Achtergrond

De kostenontwikkelingen zijn gebaseerd op vaststaande feiten en prognoses van het Centraal Planbureau. Toekomstige kostenontwikkelingen die nog onzeker zijn, zijn niet bij de ramingen betrokken. De NEA-index wordt steeds vaker in vervoerscontracten opgenomen. Dit schept duidelijkheid voor beide partijen. Voor vervoerders sluit het een niet in te schatten en soms niet te dragen kostenontwikkelingsrisico uit. Voor opdrachtgevers is het voordeel hiervan dat ze van de vervoerders de scherpst mogelijke prijs krijgen aangeboden. In die prijs zit namelijk geen opslag verwerkt voor het kostenontwikkelingsrisico. Dit onderzoek werd de voorgaande jaren in opdracht van KNV Taxi uitgevoerd. Vanaf 2010 heeft Sociaal Fonds Mobiliteit het opdrachtgeverschap overgenomen.

Bron: Sociaal Fonds Mobiliteit

Lees ook: Storing bij Justis brengt chauffeurs in problemen

Panteia heeft berekend dat de NEA-index voor het zorg- en taxivervoer in 2022 uitkomt op 3,5%.

Matige 1% stijging van de NEA-index voor taxivervoer in 2021


Panteia heeft berekend dat de NEA-index voor taxivervoer in 2021 uitkomt op 1%. De twee belangrijkste ontwikkelingen die meewegen zijn de stijging van de Cao-lonen met 1,5% per 1 januari 2021 waardoor de index in totaal op 1,9% voor 2021 uitkomt, en een daling van de brandstofkosten in 2020 waardoor er een correctie van -0,9% wordt doorgevoerd.

Volgens Koninklijk Vervoer Nederland zijn de kostenontwikkelingen gebaseerd op vaststaande feiten zoals de Cao Taxivervoer en prognoses van het Centraal Planbureau. Bij de berekening van de kostenontwikkeling werd er geen rekening gehouden met kostenstijgingen als gevolg van toename van de congestie. De coronacrisis, die sinds maart 2020 een zeer grote impact heeft op het taxivervoer, heeft geleid tot een sterk afgenomen omzet. Aangezien omzet geen onderdeel is van de kostenontwikkelingen van Panteia wordt dit effect niet meegenomen in dit onderzoek. 

De coronacrisis heeft naast de reguliere loon- en prijsontwikkeling van de diverse kostensoorten, ook invloed op de algehele kostenontwikkeling. De kostenontwikkelingseffecten zijn niet direct uit te drukken in één cijfer voor de gehele taxibranche. Deze effecten zijn daarom niet meegenomen in de kostenontwikkeling.

Lees ook: KNV, CROW en het ministerie van IenW houden kenniscafé

Bron: Panteia – rapport uitgevoerd in opdracht van Sociaal Fonds Mobiliteit

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp

Maximum tarieven voor taxivervoer conform LTI index

Op 1 januari worden de maximum tarieven voor de taxi geïndexeerd met de LTI-index van 2,23%. In een reactie op het voornemen van het ministerie van I&W, dat een internetconsultatie openstelde, stelde KNV Taxi gebruik van de NEA-index voor. Deze index is meer toegesneden op de reële kostensituatie in de taxibedrijfstak. 

LTI versus NEA index

Sinds 2010 worden de maximumtarieven voor taxivervoer jaarlijks geïndexeerd. Per 1 januari 2017 gebeurt dit op basis van de Landelijke Tarievenindex (LTI). Aanleiding hiervoor is de evaluatie van de tariefstructuur in de taxisector, waarover de Tweede Kamer bij brief van 16 juni 2016 is geïnformeerd.

Voor 2020 komt uit de berekening een LTI van 2,23%. Dit betekent dat de vaste bedragen, de bedragen per kilometer en de bedragen per minuut hiermee worden verhoogd. Hetzelfde geldt voor het tarief dat de vervoerder, mits afgesproken met de consument, in rekening mag brengen voor de wachtperiode bij aanvang van de rit.

Resultaten internetconsultatie

Door middel van internetconsultatie is aan eenieder de gelegenheid geboden om te reageren op een concept van deze regeling. Hiermee wordt voldaan aan artikel 106 van de Wet personenvervoer 2000.

In een reactie wordt gepleit voor indexering met de NEA-kostenontwikkelingsindex, aangezien deze het meest toegesneden zou zijn op de taxibranche en voor het afschaffen van de wettelijke maximumtarieven omdat deze niet zouden passen bij een geliberaliseerde markt. Bovendien zou in de indexering van de wettelijke maximumtarieven rekening gehouden moeten worden met de toenemende congestie en de afschaffing van de BPM-teruggaaf voor taxi’s vanaf 2020.

Het zij benadrukt dat de maximumtarieven niet gelden voor contractvervoer en voor taxivervoer dat wordt aangeboden tegen een vast tarief per rit dat vooraf met de reiziger is overeengekomen. Deze regeling regelt bovendien enkel een jaarlijkse indexering en beoogt geen wijzigingen in de bestaande tariefstructuur. In de voorgenoemde evaluatie is de opbouw van de maximumtarieven, alsook het bestaansrecht hiervan, aan de orde geweest.

Hieruit bleek dat het reguleren van de maximumtarieven een belangrijk middel blijft om met name kwetsbare consumenten, zoals ouderen en toeristen, te beschermen wanneer zij een taxi nemen op straat. Eveneens werd geadviseerd om de LTI te hanteren voor de indexering. De genoemde ontwikkelingen vormen geen aanleiding om daarvan af te wijken.

Met congestie wordt in de maximumtarieven in die zin rekening gehouden dat de rechtstreeks aan een rit toe te wijzen (extra) reistijd als gevolg van congestie met de tariefcomponent ‘bedrag per minuut van de duur van de taxirit’ aan de reiziger kan worden belast. Gelet op de met de regeling beoogde reizigersbescherming en temeer nu voor een aanzienlijk deel van het taxivervoer de maximumtarieven niet gelden, is het onwenselijk om ook de zogenoemde ‘onbeladen tijd’ aan de reiziger door te kunnen belasten.

Het doorbelasten aan de reiziger van de eventuele financiële gevolgen van het afschaffen van de BPM-teruggaaf zou bovendien de ermee beoogde financiële vergroeningsprikkel beperken.

In de andere reactie wordt gepleit voor een apart tarief voor incidentele gebruikers van een rolstoeltaxibus, en met name voor de groep mensen met een fysieke beperking die geen pas hebben voor het aanvullend openbaar vervoer (AOV) of besloten hebben niet van het AOV gebruik te maken. Hiervoor wordt geen aanleiding gezien.

De regeling bepaalt immers niet de tarieven die vervoerders moeten hanteren, maar stelt slechts maximumtarieven vast. Reizigers kunnen dus een vervoerder kiezen die lagere tarieven rekent, of met een vervoerder een lager vast tarief afspreken. Voor reizigers met een beperking zijn voor specifieke doeleinden bovendien specifieke regelingen beschikbaar. Naast het AOV zijn dit bijvoorbeeld Valys, Wmo-vervoer en zittend ziekenvervoer.

Nalevingslasten

Als taxiondernemers op basis van de nieuwe (geïndexeerde) maximumtarieven kiezen voor het aanpassen van hun tarieven, dan kan dit nalevingslasten tot gevolg hebben. Deze lasten hangen samen met de volgende handelingen: het (laten) aanpassen van de taxameter, het downloaden, printen en invullen van nieuwe tariefkaarten en het vervangen van tariefkaarten binnen en buiten het taxivoertuig

De eenmalige lasten die samenhangen met de aanpassing van de taxameters zijn: 41.000 taxi’s x 0,25 uur x € 28 = € 287.000. De eenmalige lasten die samenhangen met de nieuwe taxi-informatiekaarten zijn: 41.000 taxi’s x 0,5 uur x € 28 = € 574.000. Als alle taxiondernemingen deze handelingen verrichten zijn de totale lasten € 861.000. Per taxivoertuig zou dit neerkomen op € 21,00. De feitelijke lasten zullen echter lager uitvallen. 

Niet alle taxi’s verrichten vervoer waarvoor de maximumtarieven gelden. Dit geldt voor contractvervoer en in het geval uitsluitend taxivervoer wordt verricht waarbij de prijs vooraf is overeengekomen. Bovendien is het mogelijk dat in de praktijk niet alle taxiondernemers de (geïndexeerde) maximumtarieven doorberekenen.

Lees ook: Tarief stijgt met 2,6 procent voor Waddenveren







NEA-index 6,7% voorspelt flink duurdere taxi in 2020

Panteia heeft berekend dat de NEA-index voor taxivervoer in 2020 uitkomt op 6,7%. De voornaamste reden is de afschaffing van de teruggaveregeling BPM per 1 januari 2020. Daarnaast stijgen de lonen met 2% per 1 januari 2020 en zijn de kosten voor verzekeringen fors toegenomen. Ook de kostenverhogende effecten van de Wet Arbeidsmarkt in Balans (de WAB) zijn in de index verdisconteerd.

De kostenontwikkelingen kunnen per taxibedrijf anders uitpakken. Sociaal Fonds Taxi vervult binnen de bedrijfstak taxi de rol van toezichthouder voor de CAO Taxivervoer en is het kenniscentrum op het gebied van opleidingen, arbo, veiligheid en de CAO Taxivervoer. Sociaal Fonds Taxi is opgericht en wordt bestuurd door KNV Taxi, FNV en CNV vakmensen. Het begrip taxivervoer omvat in dit verband alle vervoer met taxi’s, inclusief het groepsvervoer.

De kosten voor 2020 stijgen weliswaar substantieel met 7,5%, maar door een correctie van 0,8% op de vorig jaar ingeschatte kostenontwikkeling in 2019, komt de NEA-index uit op 6,7%. De belangrijkste reden voor de correctie is het feit dat de sectorpremies in 2019 lager zijn uitgevallen dan vooraf voorzien.

De kostenontwikkelingen zijn gebaseerd op vaststaande feiten, zoals de cao Taxivervoer, en prognoses van het Centraal Planbureau. Bij de berekening van de kostenontwikkeling is geen rekening gehouden met kostenstijgingen als gevolg van toename van de congestie. Toekomstige kostenontwikkelingen die nog onzeker zijn, zijn eveneens niet bij de ramingen betrokken.

In opdracht van Sociaal Fonds Taxi heeft Panteia een overzicht gemaakt van de laatste gemiddelde kostenontwikkelingen voor het taxivervoer. De kostenontwikkelingen per taxibedrijf kunnen dus anders uitpakken. Het complete rapport kunt u online bekijken.

Lees ook: Openbaar vervoer heeft nood aan investeringen en geld voor modern materiaal







Biodiesel fraude aanleiding grootschalig onderzoek

Onlangs veroordeelde de rechtbank een 51 jarige man uit Harderwijk tot een gevangenisstraf van 30 maanden waarvan 10 maanden voorwaardelijk, voor fraude, valsheid in geschrifte en witwassen in een biodiesel schandaal.

De hoofdverdachte maakte zich daarnaast ook schuldig aan valsheid in geschrifte tijdens de handel in zogeheten biotickets. In die biotickets stond dat door het biodieselbedrijf grote hoeveelheden biodiesel op de Nederlandse markt waren gebracht zonder dat dit in werkelijkheid gebeurde. Dit leverde het bedrijf ongeveer 2 miljoen euro op.

Twee medeverdachten, de 47-jarige vrouw van de hoofdverdachte en een 52-jarige man uit Wijhe, kregen voorwaardelijke gevangenisstraffen en een taakstraf opgelegd. Een vierde verdachte, een 54-jarige man uit Kampen, werd vrijgesproken.

Recent heeft de Staatssecretaris de Kamer middels brief, met in de bijlage de signaalrapportage van het ILT, geïnformeerd over een grootschalig internationaal strafrechtelijk onderzoek naar fraude met biodiesel.

Fraude kan immers het vertrouwen aantasten.

De Staatssecretaris van Veldhoven – Van der Meer schrijft aan de Kamer dat ze de zaak en de verdenking van fraude zeer serieus neemt. Fraude kan immers het vertrouwen aantasten dat partijen in de biobrandstoffenmarkt moeten hebben. De duurzaamheid van de biobrandstoffen die ingezet worden als hernieuwbare energie moet zijn geborgd.

Zeker gelet op de rol die (geavanceerde) biobrandstoffen de komende jaren spelen in onze energievoorziening als transitiebrandstof richting zero-emissie vervoer. De huidige inzet van biobrandstoffen vindt plaats binnen de kaders van de Europese Richtlijn hernieuwbare energie (RED)

De komende tijd blijft de Staatssecretaris nauw samenwerken met de instanties uit het publieke domein, zoals NEa en ILT, en het private domein en streeft ernaar om de ketenanalyse aan de Kamer aan het einde van het jaar te doen toekomen.

Lees ook: Wereldwijd aandacht gevraagd voor autogas