Politiek

Landelijk

  • Financiële nood bij EBS: provincies grijpen in en trekken extra geld uit voor busvervoer

    Financiële verliezen dwingen drie provincies tot ingrijpen, reizigers merken voorlopig niets. Oplopende kosten en problemen met het elektriciteitsnet maken huidige concessie onhoudbaar.

    De provincies Gelderland, Overijssel en Flevoland hebben met vervoersbedrijf EBS afspraken gemaakt over een voortijdige beëindiging van de samenwerking in de regio IJssel-Vecht. Het bedrijf kampt met aanhoudende financiële verliezen en kan de huidige vervoersconcessie niet langer rendabel uitvoeren. EBS blijft nog tot juli 2029 verantwoordelijk voor het busvervoer, maar daarna moet een nieuwe regeling van kracht worden. De provincies trekken voorlopig extra geld uit om het openbaar vervoer overeind te houden.

    De toekomst van het busvervoer in de regio IJssel-Vecht gaat ingrijpend veranderen. Waar vervoersbedrijf EBS oorspronkelijk tot 2035 verantwoordelijk zou blijven voor de exploitatie van de buslijnen, komt daar nu zes jaar eerder een einde aan. De provincies Gelderland, Overijssel en Flevoland hebben na maandenlang overleg met de vervoerder besloten de samenwerking voortijdig te beëindigen.

    Aanleiding zijn de grote financiële problemen waarmee EBS te maken heeft. Begin juli werd duidelijk dat het bedrijf aanzienlijke verliezen lijdt op het busvervoer in de regio. De inkomsten en uitgaven zijn dusdanig uit balans geraakt dat een rendabele exploitatie niet meer mogelijk is. Volgens de provincies is er bovendien geen uitzicht op een verbetering van de financiële situatie in de komende jaren.

    realistisch

    De problemen zijn opmerkelijk omdat het aanbod van EBS bij de aanbesteding in 2022 nog als haalbaar werd beoordeeld. Destijds werden drie inschrijvingen met elkaar vergeleken. Het voorstel van EBS werd daarbij omschreven als ambitieus, maar tegelijkertijd realistisch. De praktijk bleek echter weerbarstiger. Operationele tegenvallers, oplopende kosten en omstandigheden waarop de vervoerder niet altijd invloed had, hebben de financiële positie van de concessie ernstig onder druk gezet.

    Een van de genoemde oorzaken is netcongestie, waarbij de capaciteit van het elektriciteitsnet onvoldoende is om aan alle aanvragen en behoeften te voldoen. Samen met andere externe omstandigheden en hogere exploitatiekosten heeft dit ertoe geleid dat de oorspronkelijke financiële uitgangspunten niet langer houdbaar zijn. De provincies en EBS hebben de afgelopen maanden intensief gezocht naar een oplossing waarmee het busvervoer voor reizigers gewaarborgd kan blijven, zonder dat de financiële problemen verder uit de hand lopen.

    De uitkomst van dat overleg is dat EBS de bussen nog tot juli 2029 blijft rijden. Daarmee wordt de oorspronkelijke looptijd van de concessie, die tot 2035 zou duren, aanzienlijk ingekort. Om te voorkomen dat de dienstverlening in de tussentijd in gevaar komt, hebben Gelderland, Overijssel en Flevoland afgesproken financieel extra bij te dragen aan de exploitatie.

    Dat betekent niet dat de provincies alle verliezen van EBS gaan compenseren. Volgens de gemaakte afspraken blijft het grootste deel van de financiële schade voor rekening van de vervoerder zelf. Hoeveel extra geld de provincies precies beschikbaar stellen, is op dit moment nog niet duidelijk. De afspraken moeten namelijk nog definitief worden vastgesteld. Wel benadrukken de provincies dat de aanvullende financiële bijdrage binnen de bestaande begrotingen voor het openbaar vervoer past.

    EBS
    Foto: © Pitane Blue – EBS

    De overeenkomst betekent daarmee een voortijdig einde aan een vervoerscontract dat oorspronkelijk tot 2035 zou lopen. Tegelijkertijd krijgen de provincies de gelegenheid om het busvervoer opnieuw aan te besteden en een andere koers uit te zetten voor de jaren na 2029.

    Voor reizigers heeft de overeenkomst voorlopig geen directe gevolgen. De bussen blijven onder verantwoordelijkheid van EBS rijden en de huidige dienstverlening kan worden voortgezet. Ondertussen bereiden de drie provincies zich voor op de periode na juli 2029. Daarvoor wordt een nieuwe aanbestedingsprocedure gestart, waarmee de toekomstige organisatie van het regionale busvervoer moet worden geregeld.

    Hoe de nieuwe concessie er precies uit gaat zien, is nog niet bekend. De komende maanden worden de plannen verder uitgewerkt. Daarbij speelt ook de veranderde situatie op de markt voor openbaar vervoer een belangrijke rol. De ontwikkelingen van de afgelopen jaren hebben de provincie Gelderland ertoe gebracht een andere aanpak te overwegen.

    Gelderland wil het eigen deel van het busvervoer mogelijk onderbrengen in een afzonderlijke concessie. Daarmee zou de provincie voor haar eigen gebied een aparte overeenkomst kunnen sluiten, in plaats van de huidige gezamenlijke concessie met Overijssel en Flevoland voort te zetten.

    voornemen, geen besluit

    Dat voornemen is echter nog geen definitief besluit. Provinciale Staten van Gelderland moeten eerst toestemming geven voordat de provincie daadwerkelijk met een zelfstandige concessie verder kan. Hoewel de samenwerking tussen de provincies op het gebied van concessies mogelijk verandert, betekent dit niet dat zij volledig uit elkaar gaan.

    Gelderland, Overijssel en Flevoland willen ook na 2029 blijven samenwerken onder de gezamenlijke merknaam RRReis. Daarmee blijft de herkenbare naam voor het regionale openbaar vervoer behouden, ook wanneer de organisatie achter de busdiensten verandert.

    De komende maanden moeten duidelijk maken hoe de nieuwe vervoersstructuur wordt ingericht en welke gevolgen dat heeft voor de toekomstige aanbestedingen. Voorlopig staat vooral de continuïteit van het busvervoer centraal. Door EBS nog tot juli 2029 verantwoordelijk te houden en tegelijkertijd aanvullende financiële afspraken te maken, willen de provincies voorkomen dat de huidige problemen gevolgen krijgen voor reizigers.

Regionaal

  • Ouderen haken af: zorgen om hoge instap bij taxi’s in Terneuzen

    Partij wil dat behoefte aan een lage instap standaard wordt vastgelegd bij het reserveren.

    Sociaal Terneuzen maakt zich zorgen over de toegankelijkheid van Wmo- en Flextaxi’s voor inwoners die slecht ter been zijn. Vooral ouderen en mensen met spier-, gewrichts- of andere mobiliteitsproblemen zouden regelmatig moeite hebben om de voertuigen veilig in en uit te komen. De lokale fractie heeft daarom schriftelijke vragen gesteld aan het gemeentebestuur en dringt aan op maatregelen die het reizen gemakkelijker moeten maken.

    Aanleiding voor de vragen zijn signalen die Sociaal Terneuzen naar eigen zeggen ontvangt van inwoners. De hoogte van de instaptreden van sommige taxi’s en taxibusjes zou voor een deel van de reizigers een behoorlijke hindernis vormen. Ook zou er niet altijd voldoende houvast aanwezig zijn om gemakkelijk naar binnen te kunnen stappen. Juist voor mensen die afhankelijk zijn van dit vervoer kan dat grote gevolgen hebben.

    ongemak bij instappen

    De problemen zouden volgens de partij verder gaan dan alleen ongemak tijdens het instappen. Sociaal Terneuzen heeft signalen gekregen dat sommige inwoners door de moeilijke instap minder vaak gebruik durven te maken van de taxi. Er zouden zelfs mensen zijn die helemaal niet meer durven te reizen. Daarmee raakt de kwestie volgens de fractie direct aan de mobiliteit van inwoners die voor hun vervoer juist afhankelijk kunnen zijn van de Wmo- of Flextaxi.

    Raadslid Ingrid Wojtal wijst daarbij niet alleen naar de inrichting van de voertuigen. Ook de omstandigheden waaronder chauffeurs hun werk moeten uitvoeren spelen volgens haar een rol. Krappe planningen en personeelstekorten kunnen ervoor zorgen dat chauffeurs minder tijd hebben om reizigers uitgebreid te ondersteunen bij het in- en uitstappen.

    Die hulp kan juist belangrijk zijn voor passagiers die moeite hebben met lopen, hun benen niet gemakkelijk kunnen optillen of extra steun nodig hebben om een voertuig binnen te komen. Wanneer een eerste opstap relatief hoog is, kan een rit die voor andere passagiers vanzelfsprekend is voor iemand met mobiliteitsproblemen al bij het instappen een flinke uitdaging worden.

    bushalte

    Daar komt volgens Sociaal Terneuzen bij dat niet iedere reiziger op de hoogte is van de mogelijkheden die er al zijn. Bij de reserveringscentrale kan namelijk worden gevraagd om een voertuig met een lage instap. De fractie constateert echter dat die mogelijkheid kennelijk niet bij iedereen bekend is. Daardoor bestaat het risico dat een reiziger een voertuig krijgt waarbij het instappen moeilijker is, terwijl mogelijk rekening gehouden had kunnen worden met de lichamelijke beperkingen van die persoon.

    lage instap

    Sociaal Terneuzen wil daarom van het gemeentebestuur weten of hier al tijdens het reserveren van een rit structureel aandacht aan kan worden besteed. De fractie vraagt of de behoefte aan een lage instap standaard kan worden uitgevraagd wanneer iemand een rit boekt. Wanneer een passagier aangeeft zo’n voertuig nodig te hebben, zou die informatie vervolgens in het klantprofiel kunnen worden opgenomen.

    Op die manier hoeft een reiziger niet bij iedere nieuwe reservering opnieuw aan te geven dat een hoge instap problemen oplevert. Bovendien kan bij de planning van het vervoer direct rekening worden gehouden met de behoefte van de betreffende passagier. De partij wil weten welke mogelijkheden het gemeentebestuur ziet om zo’n werkwijze toe te passen.

    technische aanpassing

    De schriftelijke vragen beperken zich niet tot reserveringen en klantprofielen. Sociaal Terneuzen vraagt eveneens aandacht voor technische aanpassingen aan de voertuigen. De fractie wil dat wordt gekeken naar oplossingen waarmee met name de eerste opstap naar een taxibus lager kan worden gemaakt. Daarmee zou een belangrijke hindernis voor reizigers met lichamelijke beperkingen kunnen worden verkleind.

    Voor Sociaal Terneuzen staat daarmee vooral de praktische toegankelijkheid van het vervoer centraal. Een Wmo- of Flextaxi kan op papier beschikbaar zijn, maar wanneer iemand door een hoge trede of gebrek aan voldoende houvast nauwelijks in het voertuig kan komen, levert dat in de dagelijkse praktijk alsnog problemen op.

    De fractie wacht nu op de beantwoording van de schriftelijke vragen door het gemeentebestuur. Daarbij moet duidelijk worden welke mogelijkheden er zijn om beter rekening te houden met reizigers die een lage instap nodig hebben en of technische aanpassingen aan de voertuigen een oplossing kunnen bieden.