Categorie archieven: deelvervoer

Teleurgesteld: Cargoroo bakfiets niet veilig voor kleinkinderen

De huurprijs van zes euro per uur zonder abonnement lijkt redelijk, maar alleen als de service ook naar behoren functioneert.

Het huren van fietsen en scooters is een populaire keuze geworden in stedelijke gebieden. Het gemak en de snelheid waarmee men zich kan verplaatsen zijn onmiskenbare voordelen. Echter, soms blijkt dat er meer nodig is dan een gewone fiets of scooter. Dit was precies het geval voor een grootvader die zijn kleinkinderen een beloofde rit met een Cargoroo elektrische bakfiets wilde geven.

De grootvader had zijn kleinkinderen al lang een rit in de bakfiets beloofd, en belofte maakt schuld. De elektrische bakfietsen van Cargoroo zijn een ideale oplossing voor het vervoeren van meer dan alleen jezelf, vooral nu ze eenvoudig te huren zijn. Volgens de grootvader maakte Cargoroo het goedkoop, makkelijk, milieuvriendelijk en eigenlijk best leuk om grotere afstanden af te leggen met extra passagiers. Het ophalen van de bakfiets was eenvoudig, met een reserveringsmogelijkheid die al 20 minuten voor vertrek beschikbaar was. De grootvader haalde de bakfiets op, klaar om zijn kleinkinderen op te halen en hen een plezierige rit te bezorgen.

Echter, bij aankomst ontdekte hij een grote teleurstelling: de veiligheidsriemen in de bakfiets waren stuk. Alle drie de riemen die bedoeld waren om de kinderen veilig vast te maken, waren niet bruikbaar. Dit was niet alleen een gemiste kans om zijn kleinkinderen blij te maken, maar vooral ook een teken van slechte onderhoud van het materiaal door Cargoroo. “Je betaalt ongeveer zes euro per uur zonder abonnement, en je verwacht dat de bakfiets veilig is,” aldus de grootvader. Het incident zette de vraagtekens bij de betrouwbaarheid en veiligheid van de verhuurservice.

Onveilige bakfietsen aanbieden is onacceptabel wanneer het gaat om het vervoeren van kinderen. Veiligheid moet altijd de hoogste prioriteit hebben.

De voordelen van een bakfiets in de stad zijn duidelijk: ze zijn vaak sneller dan auto’s in drukke stedelijke gebieden en maken moeilijk bereikbare plekken toegankelijk. Een goed onderhouden bakfiets biedt de mogelijkheid om een Maxi-Cosi voor baby’s te plaatsen, wat ideaal is voor ouders die willen testen of een bakfiets een geschikte investering is.

Foto: © Pitane Blue – Cargoroo

Na het ophalen van de bakfiets, een wandeling van slechts enkele minuten, leek alles in orde. Echter, bij aankomst bij zijn kleinkinderen kwam de grootvader voor een nare verrassing te staan.

Dit incident met de grootvader staat niet op zichzelf. Andere klanten, vooral degenen met een abonnement, uiten ook hun ongenoegen over de service van Cargoroo. Het bedrijf biedt een abonnement aan voor €20 per maand, wat aantrekkelijk lijkt voor frequent gebruik. Echter, gebruikers melden herhaaldelijk problemen zoals niet opgeladen batterijen en lang durende reparaties. “Bij een lekke band duurde het drie weken voordat het gemaakt werd,” klaagt een abonnee. En als alternatief fietsen verderop een optie lijkt, blijkt dat ook die fietsen vaak wekenlang een lege batterij hebben.

De beperkte verhuur van Cargoroo bakfietsen in sommige delen van de stad kan direct verband houden met de gebrekkige staat van het materiaal. Het is cruciaal dat het bedrijf dit probleem erkent en er onmiddellijk maatregelen tegen neemt om het vertrouwen van de klanten te herwinnen en de veiligheid te waarborgen.

De klantenservice van Cargoroo laat volgens gebruikers ook te wensen over. Reacties blijven uit of zijn weinig informatief. Een gefrustreerde klant liet weten: “Ik ben natuurlijk direct gestopt met het duurste abonnement. Als er een alternatieve aanbieder komt in Rotterdam Zuid, stap ik direct over.” De meest gehoorde klachten gaan over sloten die niet naar behoren werken en een trage of onduidelijke klantenservice. Dit alles leidt tot een slechte klantervaring en gemiste inkomsten voor het bedrijf.

ervaring

Onze ervaring met Cargoroo verliep helaas teleurstellend. Na afloop van onze poging om de kleinkinderen een plezierige rit in de bakfiets te bezorgen, namen we contact op met de klantenservice van het bedrijf. Tot onze verbazing bleek dat er een euro meer was afgeschreven van onze rekening dan het bedrag dat in de e-mailbevestiging stond aangegeven. Dit verschil leek verband te houden met de reservering van de bakfiets vooraf, hoewel dit nergens duidelijk vermeld stond tijdens het reserveringsproces. Het ontbreken van deze informatie veroorzaakte onduidelijkheid en vragen.

Daarnaast hebben we ook melding gemaakt van de defecte veiligheidsriemen, waardoor we de bakfiets niet konden gebruiken zoals gepland. Helaas kwam de klantenservice niet verder dan het aanbieden van excuses voor het ongemak. Er werd geen concrete oplossing of compensatie geboden, wat ons gevoel van ontevredenheid alleen maar versterkte. Het potentieel van Cargoroo is groot, maar er is duidelijk werk aan de winkel om het concept succesvol te maken.

Shuttel: fietsen naar werk wint terrein op openbaar vervoer

Grote organisaties maken nadrukkelijk werk van het verduurzamen van hun mobiliteit, zonder dat dit noodzakelijkerwijs tot hogere kosten hoeft te leiden.

Fiets naar het werk wordt steeds populairder en blijkt een sleutelrol te spelen in het verduurzamen van mobiliteit binnen Nederlandse bedrijven. Dit blijkt uit recent onderzoek van Shuttel, waarin een toename van 226% in het zakelijke fietsverkeer is vastgesteld. Deze explosieve groei contrasteert sterk met de populariteit van het openbaar vervoer, waar vooral het gebruik van de trein met 24% is gedaald ten opzichte van vorig jaar.

Klaas Pieter Roemeling, directeur van Shuttel, legt uit dat deze verschuiving niet alleen bijdraagt aan duurzaamheid, maar ook significante kostenbesparingen met zich meebrengt. “Grote organisaties maken duidelijk werk van het verduurzamen van hun mobiliteit, zonder dat dit noodzakelijkerwijs tot hogere kosten hoeft te leiden. Fietsen is een duurzaam alternatief dat bijdraagt aan de vitaliteit van medewerkers en tegelijk kosten bespaart,” aldus Roemeling.

De toename in het fietsgebruik is deels te danken aan stimuleringsbeleid binnen bedrijven, zoals hogere kilometervergoedingen en het aanbieden van leasefietsen. Vooral voor korte afstanden, tot ongeveer 7,5 kilometer met een gewone fiets en tot 15 kilometer met een e-bike, wordt fietsen als een efficiënt alternatief gezien. Deze maatregelen passen goed binnen een bredere trend van duurzaam en vitaal ondernemen.

“Als bedrijven medewerkers op de fiets krijgen, gebruiken deze minder vaak de auto, maar ook minder vaak andere openbaar vervoermiddelen zoals bus, tram of metro, die vooral voor kortere afstanden worden gebruikt. Dit levert een directe besparing op, aangezien de gemiddelde kosten per kilometer voor deze vervoersmiddelen ongeveer 34 eurocent bedragen,” voegt Roemeling toe. Veel bedrijven bieden een fietsvergoeding tot het maximale fiscale bedrag van 23 cent, waardoor het voor zowel de werknemer als de werkgever aantrekkelijk blijft.

“Steeds meer bedrijven zetten in op duurzaamheid en vitaliteit, zonder dat dit leidt tot hogere mobiliteitskosten. Het mooie is dat fietsen een zeer goed duurzaam alternatief biedt voor de auto, vooral voor medewerkers die minder dan 7.5 kilometer met een gewone fiets en minder dan 15 kilometer met een e-bike van hun werkplek wonen.”

Klaas Pieter Roemeling, directeur van Shuttel

Ondanks de dalende populariteit van het openbaar vervoer, vooral in de treinsector, is er wel een lichte stijging in absolute aantallen te zien. Dit suggereert dat, hoewel het aandeel afneemt, de totale mobiliteit toeneemt door flexibeler werkarrangementen en een stijging in het algemene reisvolume.

Een andere interessante ontwikkeling die uit het onderzoek naar voren komt, is de toename van thuiswerkdagen. Medewerkers structureren hun werkdag steeds flexibeler, waarbij zakelijke reizen vaak worden gecombineerd met thuiswerken. Dit illustreert een verschuiving in de manier waarop werk wordt benaderd, mede mogelijk gemaakt door fiscale regelgeving die specifieke combinaties van vergoedingen toestaat.

Shuttel, een samenwerking tussen Pon en Volkswagen Financial Services, heeft zich de afgelopen tien jaar bewezen als een toonaangevende aanbieder van geïntegreerde mobiliteitsoplossingen. Met meer dan 125 grootzakelijke klanten en 250.000 medewerkers in hun netwerk, waaronder bedrijven als de Rijksoverheid en FrieslandCampina, blijft Shuttel innovatieve oplossingen bieden die mobiliteit toegankelijker en aangenamer maken.

Deelscooters: Scootervrij strijdt tegen overdaad in Nederlandse steden

Deelscooteraanbieders overtreden in 25 gemeenten regels en afspraken.

Te veel deelscooters in steden leiden tot frustratie en actie. Scootervrij, een actiegroep die zich inzet tegen de wildgroei aan deelscooters, heeft recentelijk aangetoond dat verschillende aanbieders van deze vervoersmiddelen de vastgestelde limieten overschrijden. Uit hun analyse blijkt dat in 25 Nederlandse gemeenten meer dan 1.100 deelscooters onrechtmatig geplaatst zijn.

Den Haag blijkt het zwaarst getroffen met een overschot van 179 scooters. Amsterdam en Almere volgen met respectievelijk 159 en 151 scooters boven de toegestane aantallen. Volgens Scootervrij is deelscooteraanbieder Check het minst betrouwbaar; zij hebben 643 scooters te veel geplaatst.

Het probleem van overlast door deelscooters is niet nieuw. Gemeenten stellen limieten in voor het aantal scooters om deze overlast tegen te gaan. “Veel inwoners ergeren zich groen aan de scooters. De aanbieders, echter, negeren vaak deze limieten in hun streven naar maximale winst,” stelt Collin Molenaar van Scootervrij. Hij benadrukt dat ondanks de ergernissen, aanbieders van deelscooters vaak regels aan hun laars lappen.

De strijd van Scootervrij is niet onopgemerkt gebleven bij de gemeenten. Verschillende steden, waaronder Capelle aan den IJssel, Eindhoven, Leeuwarden en Zwolle, hebben aangegeven maatregelen te zullen treffen tegen de overtredingen. Deze gemeenten sommeren de aanbieders om de extra scooters te verwijderen en zich aan de vastgestelde regels te houden.

Foto: © Pitane Blue – deelscooters CHECK

Volgens Scootervrij is deelscooteraanbieder Check het minst betrouwbaar; zij hebben 643 scooters te veel geplaatst.

De monitoring van de deelscooters werd uitgevoerd via het CROW Dashboard Deelmobiliteit. Dit systeem toont alle geparkeerde deelscooters die niet in gebruik zijn. Scootervrij heeft van 29 maart tot en met 26 april 2024 het aantal deelscooters in verschillende gemeenten geanalyseerd, waarbij een duidelijk patroon van overtredingen naar voren kwam.

De analyse toont aan dat het aantal deelscooters vaak fluctueert doordat deze gebruikt worden om tussen verschillende gemeenten te reizen. Hierdoor kan het aantal scooters op een bepaald moment hoger of lager zijn, afhankelijk van de verhuurstatus van de scooters.

Scootervrij blijft in gesprek met de gemeenten over de handhaving van de regels en het controleren van de deelscooteraanbieders. De actiegroep hoopt met hun inspanningen een einde te maken aan de overlast die veel burgers ervaren en de steden leefbaarder te maken voor iedereen.

Rijkspersoneel: groen licht voor duurzamer reizen en fietsen wordt beloond

Deze nieuwe CAO weerspiegelt een modern arbeidsbeleid waarbij aandacht voor de persoonlijke situatie van werknemers, hun gezondheid en het milieu centraal staat.

Alexandra van Huffelen, staatssecretaris van Koninkrijksrelaties en Digitalisering, heeft onlangs de nieuwe Collectieve Arbeidsovereenkomst (CAO) voor Rijkspersoneel ondertekend, waarmee een belangrijke stap is gezet in de verbetering van arbeidsvoorwaarden voor ambtenaren. Deze overeenkomst, die loopt van 1 juli 2024 tot en met 31 december 2025, omvat een salarisverhoging van 8,5 procent die ingaat per 1 juni. Daarnaast wordt er €50 toegevoegd aan de schaalbedragen en het Individueel Keuzebudget (IKB) wordt verhoogd naar 16,5 procent.

In het kader van duurzaamheid hebben de partijen afgesproken om in 2025 een budget van €10 miljoen te reserveren voor het verder vormgeven van de verduurzaming van het Rijk. Dit budget zal worden ingezet om een rijksbrede visie op vervoer te ontwikkelen en om een vervolg te geven aan de pilot duurzame CAO Rijk. Hiermee wordt beoogd om de CO2-uitstoot te verminderen en duurzamere vervoersopties te promoten, zoals het gebruik van elektrische fietsen en de integratie van Mobility as a Service (MAAS) systemen.

De visie op vervoer, zoals beschreven in de CAO, omvat een herziening van het vergoedingensysteem voor zakelijk reizen, waaronder woon-werkverkeer en dienstreizen. De nadruk ligt op het stimuleren van duurzame vervoersvormen, met aandacht voor regionale verschillen en de toegankelijkheid van werklocaties.

De nieuwe CAO Rijk, die loopt van 1 juli 2024 tot en met 31 december 2025, introduceert een aantal belangrijke wijzigingen en verbeteringen in de arbeidsvoorwaarden van rijksambtenaren.

Beeld: Martijn Beekman – Alexandra van Huffelen.

“Een heugelijk moment toen ik vanochtend het akkoord over de nieuwe CAO Rijk heb ondertekend! Per 1 juni wordt het salaris met 8.5 procent verhoogd, er wordt een bedrag van €50 euro toegevoegd aan de schaalbedragen en het Individueel Keuzebudget (IKB) wordt verhoogd naar 16.5 procent.”

Alexandra van Huffelen – Staatssecretaris van Koninkrijksrelaties en Digitalisering

Verder is er een interessante vooruitgang in de vergoedingen voor fietsgebruik. Met ingang van 1 oktober 2024 wordt de kilometervergoeding voor het fietsen verhoogd van €0,07 naar €0,21. Dit geldt voor zowel woon-werkverkeer als dienstreizen die per fiets worden afgelegd. Dit benadrukt de inzet van de overheid om gezond en milieuvriendelijk vervoer onder haar werknemers aan te moedigen. Tenslotte wordt de leasefietsregeling, die in 2020 als pilot werd geïntroduceerd, per 1 januari 2025 rijksbreed voortgezet. 

opvallende aanpassingen

Naast vervoer biedt de CAO vanaf 2025 een nieuwe faciliteit waarbij werknemers maximaal €2000 per jaar van hun IKB kunnen inzetten voor de aflossing van hun studieschuld. Deze maatregel is vooral relevant gezien de toenemende zorgen over studiefinanciering en de financiële lasten van jonge werknemers. Verder werd het volledig betaalde zorgverlof uitgebreid van 2 naar 4 weken en kan flexibel worden opgenomen. Dit biedt werknemers meer ruimte om zorgtaken op zich te nemen zonder inkomensverlies, een stap die de werk-privé balans aanzienlijk verbetert.

Daadkracht: samenwerking en financiering essentieel voor toekomstig transport

De Mobiliteitsalliantie, de VNG en het IPO doen een dringend beroep op de beoogde coalitie om mobiliteit onlosmakelijk onderdeel te maken van nieuw beleid.

In het huidige politieke klimaat, met een nieuw kabinet in aantocht, wordt de druk om substantiële en duurzame investeringen in de mobiliteitssector te bewerkstelligen steeds groter. Nederland staat voor aanzienlijke uitdagingen op het gebied van woningbouw, verduurzaming en leefbaarheid, waarbij mobiliteit een cruciale rol speelt. Dit thema, aangeduid als de ‘levensader van onze samenleving’, vereist volgens de Mobiliteitsalliantie, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en het Interprovinciaal Overleg (IPO) structurele investeringen om Nederland bereikbaar, betaalbaar en leefbaar te houden.

Marga de Jager, voorzitter van de ANWB en tevens voorzitter van de Mobiliteitsalliantie, benadrukt het belang van mobiliteit niet als doel op zich, maar als essentiële voorwaarde voor maatschappelijke participatie. “Bereikbaarheid én betaalbaarheid zijn cruciaal”, stelt zij, wijzend op het belang van een infrastructuur die zowel autowegen als fiets- en wandelpaden, waterwegen, en een fijnmazig openbaar vervoernetwerk omvat.

mobiliteitsbeleid

De noodzaak voor actie is duidelijk. De samenwerkende partijen signaleren dat Nederland dichtslibt zonder een krachtig mobiliteitsbeleid van het komende kabinet. Er is een jaarlijkse behoefte aan 2 à 3 miljard euro extra alleen al voor beheer en onderhoud, afgezien van de noodzakelijke investeringen in uitbreiding en vernieuwing van de infrastructuur. Gedeputeerde Harry van der Maas van het IPO verwoordt het zo: “Dat kan voorkomen worden door slimmer om te gaan met wat er al is, in combinatie met meer geld.”

Ook de politiek moet blijven letten op de betaalbaarheid van zowel het reizen met het openbaar vervoer als de auto. Marga de Jager voegt hieraan toe dat het belangrijk is dat de formerende partijen niet alleen vooruitkijken, maar ook rekening houden met eerder gemaakte afspraken en lopende of reeds geplande projecten. “Haperend beheer en onderhoud aan bijvoorbeeld rijkswegen leidt tot extra druk op provinciale en lokale wegen,” aldus de Jager.

Foto: Jan van Burgsteden

“Het is voor onze inwoners van belang dat er betaalbare en gelijkwaardige alternatieven voor de auto beschikbaar zijn, zoals goed openbaar vervoer in elke regio.”

Jan van Burgsteden, wethouder van gemeente Meierijstad en VNG-commissielid

De wethouder benadrukt het belang van bereikbaarheid op regionaal niveau. Dit is vooral belangrijk voor de toegankelijkheid van essentiële diensten zoals ziekenhuizen en nieuwe woonwijken, ook voor mensen die geen auto bezitten. De Mobiliteitsalliantie, bestaande uit diverse toonaangevende organisaties zoals ANWB, Arriva, BOVAG, en vele anderen, biedt een breed draagvlak voor deze kwesties. Ondanks de verschillen binnen de achterban van deze organisaties, is er een gemeenschappelijk streven naar een toegankelijke, betaalbare en duurzame mobiliteit die zowel de samenleving als de economie ondersteunt.

De Mobiliteitsalliantie, een krachtig samenwerkingsverband binnen de Nederlandse mobiliteitssector, vertegenwoordigt een opmerkelijk spectrum aan organisaties, van belangenverenigingen tot grote spelers in het openbaar vervoer en wegenbouw. Dit collectief streeft naar belangrijke verbeteringen en innovaties die de bereikbaarheid, betaalbaarheid en duurzaamheid van vervoer in Nederland zullen bevorderen.

De alliantie telt enkele van de meest invloedrijke en herkenbare namen in de mobiliteitssector. Onder hen bevindt zich de ANWB, die naast haar rol in hulpverlening aan weggebruikers ook toeristische diensten aanbiedt. Arriva en Nederlandse Spoorwegen (NS) zijn prominente leden die respectievelijk bus- en treinvervoer verzorgen, cruciaal voor het dagelijks functioneren van het openbaar vervoer in Nederland.

Bedrijven zoals Bouwend Nederland en MKB Infra vertegenwoordigen de bouw- en infrastructuursector, en spelen een essentiële rol in de ontwikkeling van de fysieke mobiliteitsinfrastructuur. Daarnaast speelt de RAI Vereniging een belangrijke rol als vertegenwoordiger van de rijwiel- en automobielindustrie, wat wijst op de breedte van de alliantie die zowel fietsen als auto’s omvat.

De belangen van specifieke gebruikersgroepen worden niet over het hoofd gezien. De Fietsersbond maakt zich sterk voor de belangen van fietsers, terwijl de Vereniging van Nederlandse Autoleasemaatschappijen (VNA) en Vereniging Zakelijke Rijders belangen van zakelijke automobilisten en leasebedrijven behartigen.

Wat betreft openbaar vervoer is de alliantie rijk vertegenwoordigd met bedrijven zoals GVB, HTM, Keolis, Qbuzz, RET en Transdev die diensten verzorgen in verschillende stedelijke gebieden van Nederland, zoals Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en daarbuiten. OV NL bundelt al deze bedrijven onder een gemeenschappelijke noemer, wat zorgt voor een gestroomlijnde communicatie en beleidsontwikkeling binnen de sector.

De internationale luchthaven Schiphol is ook een lid van de alliantie, wat de luchtvaartsector verbindt met de bredere doelen van mobiliteitsinnovatie en -ontwikkeling in Nederland. Schiphol speelt een cruciale rol in het faciliteren van zowel nationale als internationale verbindingen.

Duurzaam: de bakfiets verovert de stad al remmen lokale regels de groei

De bakfiets, vaak gezien als een symbool van duurzame stadslogistiek, biedt tal van voordelen.

Steeds meer bedrijven en zelfstandigen in grote steden wisselen hun traditionele bestelwagens in voor bakfietsen. Deze verschuiving wordt voornamelijk gedreven door de toenemende mobiliteitsproblemen en parkeerdruk in stedelijke gebieden. Ondernemers kiezen niet alleen voor bakfietsen vanwege praktische redenen, maar ook uit ecologische overwegingen, waarbij een significante afname van de CO2-uitstoot een belangrijke motivator is.

Voor kleine zelfstandigen zoals loodgieters en klusjesmannen biedt de bakfiets een efficiënte oplossing om snel en flexibel in de stad te navigeren. Ook de sector van pakket- en maaltijdbezorgingen heeft de voordelen ontdekt. Een elektrische bakfiets kan bijvoorbeeld gemakkelijker een parkeerplek vinden dan een auto en is in het stadsverkeer vaak sneller.

Ondanks deze voordelen, zijn er ook uitdagingen. De afmetingen van de bakfiets, hoewel compacter dan die van bestelwagens, vereisen nog steeds aanzienlijke ruimte op de vaak smalle stedelijke trottoirs. Dit kan leiden tot obstructies die niet alleen onpraktisch zijn, maar ook het imago van het betreffende bedrijf kunnen schaden.

De stedelijke infrastructuur loopt soms achter bij deze trend. Hoewel de bakfiets vele voordelen biedt, zoals altijd dichtbij parkeren en geen brandstofkosten, is het soms een puzzel om een geschikte parkeerplek te vinden zonder voetgangers te hinderen.

Foto: © Pitane Blue – Cargoroo

Toch blijft de uitdaging bestaan om de stedelijke infrastructuur aan te passen aan nieuwe vormen van vervoer en om te zorgen voor een gelijk speelveld in de concurrentiestrijd tussen aanbieders van deze innovatieve diensten.

Een ander interessant aspect van de opkomst van de bakfiets is de toename van deelbakfietsen, zoals die van Cargoroo. Deze diensten bieden bewoners de mogelijkheid om op een flexibele en duurzame manier gebruik te maken van bakfietsen zonder zelf eigenaar te hoeven zijn. Echter, de weg naar acceptatie en integratie in stadsdelen is niet altijd vanzelfsprekend. 

kwestie

In een kwestie van de vergunningverlening voor deelbakfietsen heeft de voorzieningenrechter een delicate balans te vinden tussen de belangen van de betrokken partijen. De kern van het conflict betreft de afwijzing van een vergunningaanvraag door een bedrijf, dat in deze context wordt aangeduid als verzoekster, tegenover de belangen van de gemeente, hier verweerder genoemd, en een concurrerend bedrijf, Baqme.

De rechter benadrukte dat de schorsing van de weigering om een vergunning te verlenen niet automatisch inhoudt dat de vergunning alsnog aan verzoekster zou worden uitgereikt. Dit is een belangrijk juridisch nuance, omdat het simpelweg opschorten van een negatieve beslissing niet direct leidt tot een positieve uitkomst voor de aanvrager.

Verzoekster heeft haar verzoek om voorlopige voorzieningen vooral gemotiveerd met het argument dat dit nodig is om investeerders een ‘sprankje hoop’ te bieden. Zij claimt dat de besluiten van de gemeente haar binnen twee maanden in financiële problemen kunnen brengen, wat een ernstige impact zou hebben op de bedrijfsvoering. Echter, de voorzieningenrechter vond dat deze beweringen niet voldoende onderbouwd waren, met name omdat verzoekster ervoor koos geen bedrijfsgevoelige informatie te delen die haar financiële situatie kon staven.

Deze beslissing van de voorzieningenrechter illustreert de complexiteit van juridische besluitvorming in situaties waarbij de belangen van meerdere partijen op het spel staan. De rechter wees erop dat de huidige vergunning van verzoekster nog geldig is tot 15 juni 2024, en dat het bedrijf redelijkerwijs had kunnen en moeten anticiperen op de mogelijkheid dat ze niet automatisch een nieuwe vergunning zou krijgen. Dit suggereert een verwachting van proactief risicobeheer van bedrijven in hun bedrijfsstrategieën.

Verder oordeelde de rechter dat de naleving van de Nadere regels en de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) door de gemeente een zwaarwegend belang is, dat dient ter bescherming van de rechtszekerheid. Dit belang wordt nog versterkt door de betrokkenheid van een derde partij, in dit geval Baqme, wiens rechten en belangen ook gewaarborgd moeten worden.

ANWB: Ondernemers kiezen massaal voor deelmobiliteit

Acht op de tien ondernemers verwacht over te stappen op deelmobiliteit.

Ondernemers in Nederland staan op het punt een grote verschuiving te maken van het bezitten naar het delen van vervoersmiddelen, zo blijkt uit recent onderzoek van ANWB Zakelijk. Dit jaar verwacht meer dan 82% van de ondernemers de overstap te maken naar deelmobiliteit, een opmerkelijke toename ten opzichte van de 66% van vorig jaar.

De beweging naar deelmobiliteit is niet beperkt tot een bepaald type voertuig; het omvat auto’s, fietsen, scooters en zelfs bakfietsen. Het merendeel van deze ondernemers verwacht binnen drie tot vijf jaar deze overstap te maken. Dit signaleert een toenemend bewustzijn van en behoefte aan duurzamere en kostenbesparende transportopties binnen de zakelijke gemeenschap.

Patrick van Weert, Product Manager bij ANWB Zakelijk, geeft aan dat de trend deels wordt gedreven door de stijgende kosten van voertuigbezit, maar ook door praktische overwegingen zoals parkeerproblemen en toenemende verkeersdruk in binnensteden. “Hoewel ondernemers traditioneel erg gehecht zijn aan hun eigen voertuig, openen zij hun ogen voor de mogelijkheden van gedeeld vervoer,” zegt Van Weert.

MyWheels, een aanbieder van deelauto’s, bevestigt deze trend ook in de praktijk. Op dit moment zijn al 20 procent van de ritten via hun platform voor zakelijke doeleinden, en zij verwachten dat dit percentage zal blijven groeien.

Binnen de ondernemerswereld is er een interessant verschil in de snelheid waarmee verschillende groepen verwachten over te stappen op deelmobiliteit. Zo verwachten mkb-bedrijven, die vaak meerdere voertuigen gebruiken of in bezit hebben, sneller de overstap te maken dan zzp’ers. “Een mkb-bedrijf heeft vaak te maken met meerdere voertuigen die afwisselen, wat een grotere investering betekent,” legt Van Weert uit. Daarentegen zou het voor zzp’ers, die meestal maar één voertuig nodig hebben, tot tien jaar kunnen duren om deze transitie te voltooien.

Het onderzoek dat door ANWB Zakelijk is uitgevoerd, betrof 497 ondernemers die betrokken zijn bij zakelijke mobiliteit. Deze studie is niet alleen bedoeld om trends te spotten, maar ook om de grootste uitdagingen en kansen voor ondernemers in de nabije toekomst in kaart te brengen. ANWB Zakelijk heeft ook een speciaal loket geopend voor ondernemers en verantwoordelijken voor het mobiliteitsbeleid om ondersteuning te bieden bij eventuele vragen of zorgen omtrent mobiliteit.

Groen licht voor deelsteps: Antwerpen nodigt aanbieders uit

Kandidaat-exploitanten kunnen zich hiervoor kandidaat stellen door een vergunningsaanvraag in te
dienen.

Antwerpen zet in op duurzame mobiliteit met de introductie van een nieuw deelstepaanbod. De stad heeft de markt opengesteld voor potentiële aanbieders van elektrische deelsteps, in een poging om het stedelijk vervoersnetwerk uit te breiden en te verduurzamen. Deze stap markeert een belangrijke mijlpaal in het mobiliteitsbeleid van Antwerpen, dat zich richt op het verminderen van de parkeerdruk en het bevorderen van milieuvriendelijke vervoersmiddelen.

Geïnteresseerden hebben tot 15 april 2024 de tijd om zich kandidaat te stellen voor het aanbieden van deze dienst, waarbij de stad duidelijke voorwaarden en richtlijnen heeft gesteld om een kwalitatief en betrouwbaar aanbod te garanderen. Dit beleid onderstreept het streven van Antwerpen naar een geordende en veilige stedelijke mobiliteit, waarbij overaanbod en wildgroei van deelsystemen voorkomen worden.

Naast de introductie van elektrische deelsteps, omarmt Antwerpen ook andere vormen van gedeelde mobiliteit, waaronder fietsen, bakfietsen, en scooters. Dit sluit aan bij het bredere mobiliteitsbeleid van de stad, dat gericht is op het stimuleren van alternatieve, duurzame vervoerswijzen om zo de leefbaarheid en bereikbaarheid van de stad te verbeteren.

De stad heeft een regelgevend kader opgezet voor aanbieders van deelmobiliteit, waarin de nadruk ligt op openbare orde en veiligheid, en op de kwaliteit van het aanbod. Dit omvat onder meer de noodzaak voor aanbieders om een vergunning aan te vragen en te voldoen aan specifieke voorwaarden die zijn opgesteld in overeenstemming met het mobiliteitsbeleid van Antwerpen.

Antwerpen zet stappen naar duurzame mobiliteit met nieuw deelstepaanbod.

Dit beleid is niet alleen bedoeld om de uitdagingen van stedelijke mobiliteit aan te gaan, maar ook om te zorgen voor een inclusief en toegankelijk vervoerssysteem dat bijdraagt aan een duurzame stedelijke ontwikkeling. Door strengere eisen te stellen aan deelmobiliteitsaanbieders, waarborgt Antwerpen de kwaliteit en betrouwbaarheid van deze diensten, waardoor de stad een aantrekkelijkere plek wordt om te wonen, werken en bezoeken.

Het streven naar een duurzame, efficiënte en veilige mobiliteitsoplossing weerspiegelt de toewijding van Antwerpen aan het creëren van een leefbare stad voor haar inwoners en bezoekers. Het nieuwe deelstepaanbod is een belangrijke stap voorwaarts in de realisatie van dit doel, en benadrukt de rol van innovatieve mobiliteitsoplossingen in de transitie naar een duurzamer stedelijk vervoerssysteem.

Gaiyo en GO Sharing slaan handen ineen voor groenere steden

Met deze toevoeging hebben gebruikers nu nog meer keuze dan ooit tevoren.

In een tijd waarin steden over de hele wereld zich buigen over de uitdagingen van mobiliteit en duurzaamheid, neemt Gaiyo een voortrekkersrol in met innovatieve oplossingen. Een sprekend voorbeeld hiervan is de recente samenwerking tussen Gaiyo en GO Sharing, die de weg vrijmaakt voor een groenere en meer verbonden stedelijke mobiliteit.

Gaiyo, bekend als het meest complete mobiliteitsplatform voor zowel bedrijven als consumenten in Nederland, heeft aangekondigd dat het zijn reeds indrukwekkende aanbod van deelmobiliteit uitbreidt door de volledige integratie van GO Sharing’s e-bikes en e-scooters. Deze toevoeging brengt meer dan 3.600 e-scooters en meer dan 2.650 e-bikes van GO Sharing onder de aandacht van de gebruikers van de Gaiyo App, waardoor de beschikbaarheid van duurzame vervoersmiddelen in Nederlandse steden verder wordt vergroot.

GO Sharing, opgericht in 2019 en inmiddels onderdeel van de Turkse investeringsmaatschappij 1000 Yatirimlar Holding, is geen onbekende in de wereld van duurzaam vervoer. Met een missie om steden vrij te maken van lawaai en vervuiling, biedt het bedrijf 100% elektrische fietsen en scooters aan, die via een app beschikbaar zijn in verschillende Nederlandse steden, waaronder Breda, Delft, ‘s-Hertogenbosch, Haarlem, Leeuwarden, Den Haag, Eindhoven, Rotterdam, en binnenkort ook Amsterdam. Deze uitbreiding naar Amsterdam, een stad bekend om zijn drukke straten en hoge mobiliteitsbehoeften, onderstreept de ambitie van GO Sharing om duurzame mobiliteitsopties toegankelijker te maken voor een breder publiek.

Gaiyo is er voor bedrijven die de flexibele mobiliteit van hun medewerkers beter en duurzamer willen organiseren met zakelijke mobiliteitsdiensten en -producten zoals de CO2-registratie en declaratietool voor woon-werkverkeer en thuiswerk, de Gaiyo Card

De integratie van GO Sharing binnen de Gaiyo App is niet alleen een technologische vooruitgang, maar ook een stap vooruit in de missie van Gaiyo om de meest complete oplossing te bieden voor duurzame mobiliteit. Lucien Groenhuijzen, CEO van Gaiyo, benadrukt het belang van deze mijlpaal: “Met de toevoeging van GO Sharing hebben gebruikers nu nog meer keuze dan ooit tevoren, waardoor Gaiyo een uitstekende optie is voor iedereen die op zoek is naar duurzame en flexibele mobiliteit in stedelijke gebieden.”

Voor zakelijke en privé gebruikers biedt de Gaiyo App een alles-in-één-oplossing voor het boeken, betalen en gebruiken van diverse vormen van deelvervoer. Dit omvat niet alleen e-bikes en e-scooters, maar ook openbaar vervoer, deelscooters, deelfietsen, en deelbakfietsen, waardoor Gaiyo zich positioneert als de goedkoopste parkeerapp van Nederland. Deze integratie biedt gebruikers een ongekende flexibiliteit en keuzevrijheid, waardoor de overstap naar duurzamer vervoer gemakkelijker wordt dan ooit tevoren.

In lijn met de visie van GO Sharing om een groene planeet te realiseren met mobiliteit voor iedereen, bevestigt Mudzahid Beslija, CEO van BinBin en GO Sharing, de waarde van de samenwerking met Gaiyo: “Bij GO Sharing geloven we in een groene planeet met mobiliteit van iedereen, voor iedereen. Door onze krachten te bundelen met Gaiyo, willen we verder bouwen aan onze visie om steden vrij te maken van lawaai en vervuiling door iedereen toegang te geven tot onze vervoersopties.”

Met de integratie van GO Sharing in de Gaiyo App zet Nederland wederom een stap vooruit in de richting van een duurzame, flexibele en toegankelijke mobiliteitstoekomst. Dit initiatief illustreert hoe technologie en samenwerking kunnen leiden tot praktische oplossingen voor enkele van de meest urgente uitdagingen van onze tijd.

Veiligheidszorgen schudden aan de marktpositie van Babboe in Vlaanderen

Het deelplatform Baqme, bekend om zijn verhuurdienst van elektrische bakfietsen in stedelijke gebieden, heeft onlangs zijn activiteiten in Gent en Nederland opgeschort.

Terwijl de Nederlandse bakfietsenfabrikant Babboe in eigen land al weken onder vuur ligt, maken ook klanten in België zich grote zorgen en zit Babboe nu ook in de problemen in Vlaanderen. De Nederlandse producent roept de bakfietsmodellen nu uit onderzoek blijkt dat de veiligheid van de modellen City, City E, Mini en Mini E niet kan worden gegarandeerd. De recente zorgen rondom Babboe bakfietsen, waarbij sprake is van framebreuk bij diverse modellen, roepen vragen op over de veiligheidseisen waaraan dergelijke voertuigen moeten voldoen. 

FOD

De terugroepactie, die wordt overzien door de Federale Overheidsdienst (FOD) Economie in België, toont de actieve rol van overheidsinstanties in het beschermen van consumenten tegen defecte of potentieel gevaarlijke producten. De FOD Economie heeft de bevoegdheid om in te grijpen en de terugroeping van producten te verplichten indien dit nodig wordt geacht voor de veiligheid van de consument. Deze maatregel biedt een extra laag bescherming, waarbij de overheid kan optreden als een onafhankelijke partij om de belangen van de consument te waarborgen.

Nu rijst de vraag over de bescherming van consumenten na het verstrijken van de garantietermijn. Lien Meurisse, woordvoerder van de Federale Overheidsdienst (FOD) Economie, biedt helderheid over deze kwestie tijdens een uitzending van het VRT-programma WinWin op Radio2, waarin de regels omtrent verborgen gebreken en de verantwoordelijkheid van de fabrikant worden besproken.

Wanneer de garantietermijn verstreken is, kunnen consumenten zich inderdaad beroepen op de regelgeving rond verborgen gebreken. Deze regelgeving stelt dat als een consument kan aantonen dat een product een structureel gebrek had op het moment van aankoop, hij of zij recht heeft op compensatie. Meurisse verduidelijkt: “Het lijkt ons aannemelijk dat het breken van de as van een bakfiets een structureel gebrek is, maar het blijft aan de rechter om daarover een uitspraak te doen.” Dit impliceert dat consumenten, in geval van verborgen gebreken, slechts een korting of een terugbetaling kunnen eisen van de fabrikant, afhankelijk van de ernst van het gebrek en de impact ervan op de functionaliteit van het product.

Deze wet beschermt consumenten door te verzekeren dat producten voldoen aan de verwachtingen van veiligheid en kwaliteit. Wanneer een product deze verwachtingen niet waarmaakt en daardoor schade veroorzaakt, kan de fabrikant juridisch verantwoordelijk worden gehouden.

Verder benadrukt Meurisse de Wet Productaansprakelijkheid, die fabrikanten aansprakelijk stelt voor schade veroorzaakt door gebrekkige producten. “De producent is met andere woorden aansprakelijk wanneer zijn product niet de veiligheid biedt die je mag verwachten en daardoor schade veroorzaakt.”

Foto: © Pitane Blue – Babboe

Het stopzetten van de verkoop en de terugroepactie zijn ingrijpende maatregelen die niet alleen wijzen op de potentieel ernstige gevolgen van productdefecten, maar ook op het belang van strenge veiligheidsnormen en controles. Dit incident werpt licht op het bredere vraagstuk van productveiligheid binnen de industrie van kindervervoermiddelen en de noodzaak voor continue evaluatie en verbetering van veiligheidsprotocollen.

Baqme

Het deelplatform Baqme, bekend om zijn verhuurdienst van elektrische bakfietsen in stedelijke gebieden, heeft onlangs zijn activiteiten in Gent en Nederland opgeschort. Deze beslissing is genomen in het licht van nieuwe veiligheidsrichtlijnen en volgt op de terugroepactie van Babboe, de producent van de elektrische bakfietsen die door Baqme worden gebruikt.

In Gent kunnen de deelbakfietsen van het platform Baqme tijdelijk niet meer gehuurd worden. De fietsen zijn geleverd door een Nederlandse producent, daar zijn veiligheidsproblemen opgedoken. Er waren in Gent nog geen incidenten, maar het platform wil geen risico nemen.

Baqme, dat sinds 2022 actief is in Gent, heeft tot op heden geen incidenten met hun fietsen in de stad gemeld. Desondanks heeft het platform besloten geen enkel risico te nemen met betrekking tot de veiligheid van zijn gebruikers. Deze voorzichtige benadering weerspiegelt een groeiend bewustzijn en prioriteit voor consumentenveiligheid binnen de deeleconomie. In reactie op de terugroepactie en de opgeschorte activiteiten, is Baqme momenteel op zoek naar alternatieve leveranciers voor zijn verhuurvloot. Deze stap is indicatief voor de dynamische aard van de deelvervoersector, waarin bedrijven snel moeten kunnen reageren op veiligheidsproblemen en veranderende marktomstandigheden.

Deze wet beschermt consumenten door te verzekeren dat producten voldoen aan de verwachtingen van veiligheid en kwaliteit. Wanneer een product deze verwachtingen niet waarmaakt en daardoor schade veroorzaakt, kan de fabrikant juridisch verantwoordelijk worden gehouden.

Het stopzetten van de verkoop en de terugroepactie zijn ingrijpende maatregelen die niet alleen wijzen op de potentieel ernstige gevolgen van productdefecten, maar ook op het belang van strenge veiligheidsnormen en controles. Dit incident werpt licht op het bredere vraagstuk van productveiligheid binnen de industrie van kindervervoermiddelen en de noodzaak voor continue evaluatie en verbetering van veiligheidsprotocollen.

Stint

Dit incident doet onvermijdelijk denken aan de problematiek rondom de Stint, het voertuig dat na een tragisch ongeval in 2018 van de Nederlandse wegen werd gehaald. In het hart van de controverse staat de essentiële verwachting dat transportmiddelen voor de jongste en meest kwetsbare gebruikers – onze kinderen – aan de hoogste veiligheidsnormen moeten voldoen. Fabrikanten van dergelijke voertuigen, zoals Babboe met zijn bakfietsen, worden geconfronteerd met de complexe taak om innovatieve, duurzame en vooral veilige oplossingen te bieden voor het groeiende probleem van kindervervoer.

Anders dan de Stint, die onder strikte Europese regelgeving valt en een typegoedkeuring vereist voordat het de openbare weg op mag, vallen Babboe bakfietsen van de Amersfoortse bakfietsenfabrikant niet onder de CE-markering. Dit betekent dat deze bakfietsen geen typegoedkeuring nodig hebben om gebruikt te worden. Dit roept vragen op over de mate van veiligheidstests en eisen waaraan deze bakfietsen voorafgaand aan hun marktintroductie worden onderworpen. Hoewel de zaak rond de Stint illustreert dat zelfs met een typegoedkeuring niet alle risico’s uitgesloten zijn, benadrukt het wel de waarde van een kritische, voorafgaande beoordeling van producten.

Geldkraan moet open voor struikelend Felyx wat reddingsboei zoekt

Terwijl Felyx streeft naar stabilisatie en groei, zal de komende tijd cruciaal zijn voor het bedrijf om zijn positie in de markt te handhaven en te versterken.

Het Nederlandse deelscooterbedrijf Felyx, bekend om zijn elektrische scooters die in diverse steden beschikbaar zijn, staat voor financiële uitdagingen. Een gedetailleerde analyse van de jaarverslagen van Felyx en haar dochterondernemingen, zoals gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel, onthult een toenemend verlies en een dringende behoefte aan nieuwe financiering om het bedrijf draaiende te houden. Dit komt temidden van een reeks tegenslagen, waaronder tegenvallende marktomstandigheden en het missen van een cruciale vergunning in Amsterdam, wat het voortbestaan van Felyx in gevaar brengt.

Na analyse van de jaarcijfers is het voor het Financieel Dagblad duidelijk dat het verlieslatend deelscooterbedrijf Felyx nieuwe financiering nodig heeft. In 2022 liepen de verliezen van Felyx op tot een nettoverlies van €16,2 miljoen, een aanzienlijke toename ten opzichte van het verlies van €12,3 miljoen het jaar ervoor. Deze financiële tegenvaller resulteerde in het volledig verdampen van het eigen vermogen van Felyx Sharing Holding. Als reactie op deze ontwikkeling heeft Felyx een reorganisatie doorgevoerd en een nieuw bedrijfsplan opgesteld, met als doel het tij te keren.

Begin 2023 wist het bedrijf €6,8 miljoen aan nieuwe financiering te beveiligen van zijn aandeelhouders, waaronder investeringsmaatschappij De Hoge Dennen Capital en investeerder Anne-Marie Rakhorst, die eerder al significant hadden geïnvesteerd in het bedrijf. Deze financiële injectie was een cruciale stap voor Felyx om zijn bedrijfsvoering voort te zetten.

De uitdagingen voor Felyx werden verder verergerd door de invoering van een helmplicht voor snorfietsers, wat direct impact had op het gebruik van de elektrische deelscooters. Daarnaast had slecht weer en economische onzekerheid een negatieve invloed op de vraag. Dit alles resulteerde in een langdurige periode van operationele verliezen, terwijl er juist winst werd verwacht.

helmplicht zet de rem op de groei deelscooter bedrijven

De invoering van de helmplicht voor snorfietsers, en daarmee ook voor gebruikers van elektrische deelscooters zoals die van Felyx, markeert een significant keerpunt in de Nederlandse mobiliteitssector. Deze maatregel, bedoeld om de verkeersveiligheid te vergroten, heeft directe gevolgen gehad voor het gebruiksgemak en daarmee de populariteit van deelscooterdiensten. Voor Felyx, een pionier in het aanbieden van elektrische scooters op aanvraag, vormde dit een onvoorziene hindernis in hun bedrijfsvoering.

Ondanks alle tegenslagen blijft Felyx optimistisch over de toekomst schrijft het Financieel Dagblad. Volgens de autuer van het stuk benaderen CEO Daan Becker, die in april het roer overnam van Quinten Selhorst, en financieel bestuurder Maarten Strijers dat er een oplossing in zicht is. Strijers merkte op dat, hoewel hij geen verdere details kon geven, er een proces van afhandeling gaande is en dat hij in maart meer informatie verwacht te kunnen delen.

De situatie rond Felyx onderstreept de uitdagingen waarmee start-ups in de mobiliteitssector worden geconfronteerd, vooral in een tijd van economische onzekerheid en snel veranderende regelgeving. Terwijl Felyx streeft naar stabilisatie en groei, zal de komende tijd cruciaal zijn voor het bedrijf om zijn positie in de markt te handhaven en te versterken. 

Cargoroo halveert prijzen en springt in de bres voor bakfietsgezinnen

Deelbakfiets-aanbieder Cargoroo verlaagt per direct de abonnementstarieven met 50%.

In het licht van de recente crisis rondom Babboe bakfietsen, heeft deelbakfiets-aanbieder Cargoroo een opmerkelijke stap gezet om getroffen gezinnen bij te staan. Door een significante reductie van 50% op de abonnementstarieven aan te kondigen, biedt Cargoroo een directe oplossing voor gebruikers die plotseling zonder hun vertrouwde bakfiets komen te zitten. Deze maatregel, bedoeld om de mobiliteit van stadsbewoners te garanderen, is een duidelijk signaal van solidariteit en ondersteuning aan de bakfietsgemeenschap.

De beslissing van Cargoroo is niet alleen gericht op het verlichten van de financiële last voor huidige en nieuwe gebruikers maar ook op het voorkomen van een terugval naar minder duurzame vervoersmiddelen, zoals de auto. Het initiatief, onder de actienaam #BLIJFBAKFIETSEN, benadrukt het belang van bakfietsen als essentieel onderdeel van stedelijke mobiliteit en duurzaamheid.

“En de actienaam #BLIJFBAKFIETSEN zegt eigenlijk alles al: het ergste dat er kan gebeuren, is dat gezinnen weer in de auto stappen en de stad verder laten dichtslibben.”

Cargoroo mede-oprichter Jaron Borensztajn

Foto: © Pitane Blue – Cargoroo.

De reductie van 50% op de abonnementstarieven is radicaal en geldt natuurlijk ook voor de bestaande gebruikers.

“We willen dat de bakfiets in de stad het allerbeste alternatief blijft voor de auto. Onze forse korting tijdens #BLIJFBAKFIETSEN is vooral een signaal dat we de getroffen bakfietsers écht willen helpen. Ook wij hopen dat deze ellende snel voorbij is, want dit is voor alle betrokkenen dramatisch.”

Jelle Maijer van Cargoroo

Cargoroo, met een vloot van 1350 Urban Arrow e-bakfietsen, speelt al een prominente rol in het stadsvervoer van Nederland, met diensten in grote steden zoals Amsterdam, Rotterdam, Eindhoven, Den Haag, Utrecht, Arnhem, en Nijmegen. De snelle deelbakfietsen van het bedrijf, voorzien van trapondersteuning, bieden een praktische oplossing voor stadsbewoners die incidenteel een bakfiets nodig hebben. Met de uitbreiding van hun service naar België en Duitsland, toont Cargoroo zijn ambitie om de bakfietsbeweging verder te ondersteunen en uit te breiden.

Deze strategische prijsverlaging door Cargoroo kan gezien worden als een belangrijke stap in het ondersteunen van de transitie naar duurzamere stedelijke mobiliteitsoplossingen. Door het bieden van een betaalbaar en toegankelijk alternatief voor het autogebruik, draagt Cargoroo bij aan het verminderen van verkeerscongestie en milieu-impact. Dit initiatief onderstreept het potentieel van deelvervoer als een veerkrachtige en flexibele oplossing voor onvoorziene omstandigheden die de mobiliteit van stadsbewoners kunnen beïnvloeden.

Mogelijk deelscooter drama in de Amsterdamse straten

Per 1 april mogen Check en Go Sharing samen in totaal 1200 deelscooters in de stad aanbieden, Felyx verdwijnt uit de stad.

In de dynamische wereld van stedelijk vervoer in Amsterdam is recentelijk een opvallende ontwikkeling aan het licht gekomen die de toekomst van deelscooters en deelbakfietsen in de hoofdstad onzeker maakt. De gemeente Amsterdam heeft besloten de vergunningen voor het aanbieden van deze diensten opnieuw te verdelen, waarbij nieuwe spelers voorrang krijgen boven de gevestigde namen Felyx en Cargoroo. Dit besluit heeft tot grote onrust geleid onder de twee pioniers op het gebied van deelvervoer, die door Het Parool worden aangehaald als zijnde ‘als vuil behandeld’ door de gemeentelijke overheid.

De selectieprocedure voor de nieuwe vergunningen, die vanaf 1 april ingaan, wordt door de betrokken bedrijven bekritiseerd. Volgens hen wordt er niet gekeken naar de prestaties die zij in het verleden hebben geleverd, maar ligt de focus op wat zij omschrijven als ‘loze beloftes’ van nieuwe aanbieders. Zo zal Felyx, bekend om zijn groene deelscooters die in veel delen van de stad een vertrouwd beeld zijn geworden, plaats moeten maken voor nieuwkomer Go Sharing en de reeds aanwezige Check, die samen 1200 deelscooters mogen plaatsen. Cargoroo, dat met zijn deelbakfietsen een experimentele doch succesvolle aanwezigheid had opgebouwd in onder meer de Rivierenbuurt en in stadsdeel Oost, ziet de vergunning naar de Rotterdamse aanbieder Baqme gaan, die straks ruimte krijgt voor 750 deelbakfietsen.

De kritiek spitst zich toe op het beoordelingsproces, dat door een woordvoerder van Felyx in Het Parool als dubieus wordt bestempeld. Hoewel niet direct de transparantie van het proces in twijfel wordt getrokken, wordt wel gesteld dat de manier van beoordelen en de uitkomst ervan geen recht doen aan de bewezen capaciteiten en het trackrecord van zowel Felyx als Cargoroo. Deze gang van zaken roept vragen op over de criteria die de gemeente Amsterdam hanteert bij het toewijzen van dergelijke belangrijke vergunningen.

De kritiek spitst zich toe op het beoordelingsproces, dat door een woordvoerder van Felyx in Het Parool als dubieus wordt bestempeld.

Het besluit van de gemeente Amsterdam komt op een moment dat de vraag naar duurzame en flexibele vervoersopties in de stad toeneemt. Deelscooters en deelbakfietsen hebben bewezen een waardevolle aanvulling te zijn op het openbaar vervoer, door een oplossing te bieden voor de zogenaamde ‘last mile’ en door bij te dragen aan de vermindering van verkeersdrukte en luchtvervuiling. Het wegvallen van Felyx en Cargoroo uit het straatbeeld van Amsterdam kan daarom gezien worden als een verlies voor de diversiteit en innovatie binnen het stedelijk vervoer.

De situatie rondom de vergunningen voor deelscooters en deelbakfietsen in Amsterdam illustreert de complexiteit van het beheren van de openbare ruimte in een groeiende metropool. Terwijl de stad zoekt naar manieren om mobiliteit duurzamer en efficiënter te maken, liggen de belangen van ondernemers en beleidsmakers niet altijd op één lijn. Dit incident benadrukt de noodzaak van een transparant en eerlijk selectieproces, waarbij niet alleen innovatie en duurzaamheid, maar ook de bewezen dienstverlening van aanbieders wordt meegewogen.

Check zet nieuwe stap in verkeersveiligheid met innovatieve safety lock

Het is een voorbeeld van hoe technologie en educatie samen kunnen werken om sociale normen te veranderen en veiliger gedrag in het verkeer te stimuleren.

Check, de aanbieder van deelscooters, heeft een nieuwe stap gezet om de verkeersveiligheid te verhogen door het lanceren van de Safety Lock-functie in hun app. Deze innovatie, ontwikkeld in samenwerking met TeamAlert, een organisatie gericht op de verkeersveiligheid van jongeren, stelt gebruikers in staat hun app tijdelijk te blokkeren voor het reserveren van voertuigen. Dit initiatief komt als antwoord op zorgwekkende statistieken over het rijden onder invloed op deelscooters, vooral onder jongeren.

De urgentie van deze ontwikkeling wordt onderstreept door een recente enquête van TeamAlert, waaruit bleek dat meer dan een kwart van de jonge deelscootergebruikers (tot 24 jaar) toegeeft wel eens onder invloed een scooter te besturen. Deze bevindingen werden versterkt door een landelijke toename in alcohol- en drugsgebruik in het verkeer in 2022, met een stijging van 37,4% in uitgedeelde boetes. Deze alarmerende cijfers hebben Check aangezet tot actie.

De Safety Lock is niet alleen een technologische oplossing, maar ook een educatieve tool. Gebruikers die het slot willen deactiveren, moeten eerst een tutorial over de gevolgen van rijden onder invloed bekijken. Dit initiatief wordt ondersteund door een gerichte communicatiecampagne van Check, die in drie tijdvakken is opgedeeld volgens onderzoek van het SWOV. De campagne is erop gericht gebruikers bewust te maken van de risico’s van rijden onder invloed en hen aan te moedigen het slot te activeren.

“Onder sommige gebruikers geldt een sociale norm dat het rijden onder invloed op een deelscooter normaal is. Door het bedenken van een nieuwe feature om rijden onder invloed op deelscooters tegen te gaan, zendt Check een krachtige boodschap uit dat dit gedrag niet oké is. In de omgeving van jongeren zijn vrienden erg belangrijk in het creëren van een veilige sociale norm. Doordat de Safety Lock gebruikers stimuleert om de feature met hun vrienden te delen, wordt deze sociale norm versterkt.”

Saar Hadders van TeamAlert

Saar Hadders van TeamAlert benadrukt de belangrijke rol van de Safety Lock in het creëren van een veilige sociale norm onder jongeren. Volgens haar helpt de functie jongeren om voorafgaand aan het drinken van alcohol een veilige keuze te maken en stimuleert het delen van de functie met vrienden een positieve sociale druk. Gebruikers die vrijdag- of zaterdagnacht tussen 23.00 uur en 06.00 uur een deelscooter willen pakken moeten dus eerst verplicht een tutorial kijken over de gevolgen van rijden onder invloed.

Foto: Check Pressroom

Liften, een eeuwenoude manier van reizen, maakt een moderne comeback

Het fenomeen ‘liften’ doet denken aan een kartonnen bord met plaats van bestemming erop en een lifter met duim omhoog.

In de Kempen staan zes liftzuilen van F’kes meerijden. Op die zuil kun je aangeven waar je naartoe wil en vervolgens op een bankje wachten totdat iemand je een lift geeft. Liften, een eeuwenoude manier van reizen, maakt een moderne comeback in de Kempen, waar het project ‘F’kes Meerijden’ reizigers en automobilisten samenbrengt. Dit initiatief, gelanceerd in de gemeenten Eersel, Bladel, Reusel-De Mierden en Bergeijk, introduceert liftzuilen – eigentijdse versies van bushokjes, speciaal ontworpen voor liften. Hiermee wordt niet alleen ingespeeld op de duurzame reisbehoeften van burgers, maar ook op de bevordering van sociale interactie en gemeenschapszin.

“Naast minder drukke wegen, een gezondere lucht en kostenbesparing, is het ook een verrijking om een gesprekje aan te knopen met een dorpsgenoot. Liften verbindt.”

Wethouder Hetty van der Hamsvoort (gemeente Bladel)

Deze liftzuilen, verspreid over dorpen als Hulsel, Hoogeloon, Wintelre, Knegsel, Weebosch en Luyksgestel, zijn niet zomaar een nostalgische knipoog naar het verleden. Ze zijn strategisch gepositioneerd in dorpen met een sterke sociale cohesie, waar de kans groter is dat mensen elkaar kennen. Dit bevordert niet alleen het gemak waarmee men een lift aanbiedt of accepteert, maar verhoogt ook de veiligheid, een cruciaal aspect van dit project.

Wil je meer weten over F’kes meerijden of denk je dat het ook interessant kan zijn in jouw gemeente? Neem dan contact op met de projectleider van F’kes meerijden, Eline Swinkels.

De liftzuilen in de Kempendorpen maken onderdeel uit van het initiatief F’kes Meerijden, opgezet vanuit het mobiliteitsprogramma Brainport Bereikbaar. Met de beschikbaarheid van 06:30 tot 22:30 uur dagelijks, bieden deze zuilen een praktische en milieuvriendelijke reisoptie voor volwassenen. Gebruikers kunnen hun bestemming kenbaar maken via een lichtkrant boven de zuil, waarna automobilisten kunnen stoppen om hen mee te nemen. Dit systeem benadrukt niet alleen het belang van spontaniteit en avontuur in het dagelijks leven, maar ook het belang van verantwoordelijkheid en veiligheid. Gebruikers worden aangemoedigd om waakzaam te blijven, hun intuïtie te volgen en in geval van ongemak de rit te beëindigen.

kinderen

Deze aanpak heeft echter beperkingen. Het wordt niet aanbevolen om kinderen te laten liften met onbekenden en het systeem is niet betrouwbaar genoeg voor wie punctueel op werk of afspraken moet zijn. Desondanks biedt ‘F’kes Meerijden’ een innovatieve, sociale en duurzame oplossing voor mobiliteitsproblemen in landelijke gebieden, waarbij de nadruk ligt op gemeenschapsgevoel en milieuverantwoordelijkheid.

Foto: © Brainport Bereikbaar

Autodelen bewijst economische en duurzame waarde in Nederlandse markt

Lynk & Co’s succes in Nederland onderstreept economische en ecologische voordelen als sleutel tot duurzame stedelijke mobiliteit. De uitleners kunnen hun eigen uurprijzen bepalen, met de laagste gemiddelde prijs in Zweden (9 euro/uur) en de hoogste in Italië (30 euro/uur).

De recente gegevens van Lynk & Co benadrukken een behoorlijke verschuiving in de benadering van onze mobiliteit, met de nadruk op het delen van auto’s. Deze trend wordt ondersteund door het feit dat meer dan 20% van de Nederlandse leden van Lynk & Co actief deelnemen aan autodelen. Dit is een opvallende ontwikkeling in een samenleving waar auto’s traditioneel het grootste deel van de tijd ongebruikt blijven, vaak wel 96%.

De strategie van Lynk & Co wijkt af van conventionele autofabrikanten. Ze zetten in op het efficiënter gebruik van auto’s door middel van een deelsysteem. Dit systeem is niet alleen gericht op het vergroten van de toegankelijkheid tot mobiliteit, maar ook op het voorkomen van de toevoeging van meer auto’s in al drukke stedelijke gebieden. De effectiviteit van dit model wordt onderstreept door de indrukwekkende cijfers: Lynk & Co-auto’s zijn gezamenlijk meer dan 1,5 miljoen uur gedeeld en het aantal deelauto’s overstijgt de 18.000.

“Autodelen is niet zomaar een dienst – het gaat over mobiliteit toegankelijk maken en ons toewijden aan duurzaamheid. Het is onze manier om een revolutie teweeg te brengen in de essentie van autobezit en de weg vrij te maken voor een duurzamere en inclusievere toekomst, één rit per keer.”

Alain Visser, CEO van Lynk & Co

De langetermijnvisie van Lynk & Co op het gebied van autodelen wordt gekenmerkt door het creëren van een gemeenschap en het stimuleren van gebruikers om actief deel te nemen. Dit wordt mogelijk gemaakt door een gebruiksvriendelijke interface die de focus legt op meer dan alleen het reduceren van de CO2-uitstoot. De Lynk & Co 01-modellen zijn specifiek ontworpen voor het delen, uitgerust met geavanceerde technologie die het mogelijk maakt. Alle boekingen en transacties worden veilig en eenvoudig afgehandeld via de app, en de deelauto’s zijn volledig verzekerd door Lynk & Co.

Foto: Lynk & Co

Naast duurzaamheidsvoordelen blijkt autodelen ook economisch rendabel. In het afgelopen jaar hebben Lynk & Co autodelers gezamenlijk 850.000 euro verdiend. Steeds meer leden dekken hun maandelijkse lidmaatschapskosten door hun auto te delen, wat aantoont dat leden bij Lynk & Co niet alleen auto’s besturen, maar ook actief bijdragen aan verandering.

De opmars van autodelen in Nederland, aangevoerd door Lynk & Co, vertegenwoordigt een belangrijke verschuiving in hoe we denken over autobezit en het gebruik. Het is een afspiegeling van een groeiend bewustzijn rond de inefficiëntie van het traditionele autobezit, waarbij voertuigen het overgrote deel van de tijd stilstaan. Dit inzicht heeft geleid tot het zoeken naar alternatieven die niet alleen economisch maar ook ecologisch duurzaam zijn.

modellen

Lynk & Co’s benadering van autodelen is niet alleen innovatief in haar eenvoud en toekomstgerichtheid, maar ook in de manier waarop het bedrijf technologie integreert om dit mogelijk te maken. Elk model, zoals de 01, is ontworpen met het oog op delen, voorzien van technologie die de gebruikerservaring verbetert en vereenvoudigt. Dit is een cruciale factor geweest in de adoptie en het succes van het autodeelsysteem.

De financiële voordelen van dit model zijn ook aanzienlijk. De mogelijkheid voor Lynk & Co leden om inkomsten te genereren door hun auto’s te delen, heeft geleid tot een nieuwe manier van denken over autobezit. Het is niet langer alleen een kostenpost, maar kan ook een bron van inkomsten zijn. Dit is een sterke motivatie voor deelnemers en draagt bij aan de populariteit van het programma.

De impact van Lynk & Co’s autodeelinitiatief strekt zich verder uit dan alleen de gebruikers. Het heeft ook een bredere maatschappelijke impact. Door de noodzaak van het kopen van nieuwe auto’s te verminderen, helpt het congestie en milieuvervuiling in stedelijke gebieden te verminderen. Dit is een belangrijk aspect in een tijd waarin steden worstelen met deze uitdagingen.

Over Lynk & Co

Lynk & Co maakt mobiliteitsoplossingen voor de connected generatie. Ze maken echt goede auto’s (het type dat alles heeft wat je wilt zonder dat je erom hoeft te vragen) én bieden een nieuwe manier aan om de auto’s te gebruiken. Met de verschillende membership-opties wordt mobiliteit toegankelijk en flexibel. Een member kan op maandbasis over een auto beschikken en deze delen met vrienden, familie en de Lynk & Co-community

Zes miljoen euro voor innovatief vervoerssysteem in Zeeland

De inefficiëntie van grote bussen die vaak leeg rondrijden en de beperkte beschikbaarheid van vervoer in de avond en het weekend worden hiermee aangepakt.

Zeeland, met zijn uitgestrekte en dunbevolkte gebied, heeft lange tijd te maken gehad met uitdagingen wat betreft de bereikbaarheid van zijn dorpen en kernen. Het traditionele openbaar vervoerssysteem, dat sterk leunde op vaste routes van bus, boot en trein, voldeed niet meer aan de veranderende behoeften van de bevolking. In reactie hierop wordt een nieuw, innovatief vervoerssysteem geïntroduceerd, dat niet alleen de vaste routes omvat, maar ook een reeks flexibele opties zoals flextaxi’s, deelfietsen, deelauto’s en carpoolinitiatieven.

Deze ontwikkeling is niet alleen een reactie op de directe vervoersbehoeften, maar ook een strategische zet om de leefbaarheid en bereikbaarheid van Zeeland te verbeteren. De samenwerking tussen de Zeeuwse gemeenten, de provincie Zeeland en het Rijk benadrukt de gezamenlijke inspanning om de overgang naar dit nieuwe systeem soepel te laten verlopen. Belangrijk hierbij is de betrokkenheid van reizigers bij deze veranderingen, iets wat essentieel is voor het slagen van dit project.

De bekendmaking tijdens de conferentie ‘Bereikbaarheid voor Iedereen’ in Amersfoort, is een duidelijke indicatie van de inzet van de overheid om de bereikbaarheid in minder dichtbevolkte gebieden zoals Zeeland te verbeteren.

Minister Harbers: “Onze manier van reizen verandert. Naast de auto, de fiets en de trein is er steeds meer deelvervoer, zijn er opstap- en overstappunten en apps om ons vervoer beter te regelen. Het is mooi om te zien hoe Zeeland oplossingsgericht werkt in een provincie waar goede bereikbaarheid met het openbaar vervoer een uitdaging vormt. Een app om reizigers in Zeeland beter op weg te helpen is daarvoor een mooi initiatief.”

Aanvullend op financiële bijdragen uit Zeeland investeert het ministerie zes miljoen euro. Het beschikbare budget wordt onder andere geïnvesteerd in de verdere ontwikkeling van een digitaal platform zodat het plannen, boeken, reizen en betalen via reis-apps mogelijk wordt gemaakt. Het feit dat WMO-vervoer ook onderdeel uitmaakt van dit nieuwe plan is een belangrijk en uniek aspect.

Minister Harbers, staatssecretaris Heijnen en gedeputeerde Van der Maas op conferentie Bereikbaarheid voor Iedereen

Minister Mark Harbers en staatssecretaris Vivianne Heijnen van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en gedeputeerde Harry van der Maas van Provincie Zeeland kondigen op 13 november 2023 aan dat door het ministerie een bedrag van zes miljoen euro beschikbaar wordt gesteld om publiek vervoer in Nederland mogelijk te maken.

Tijdens het BO MIRT werd bekend dat het Rijk 6 miljoen investeert in het Zeeuwse publieke vervoerssysteem. De komende jaren wordt Zeeland beter bereikbaar, ook in de avonduren en in het weekend. Met het publieke vervoerssysteem wordt, naast de vaste routes van bus, boot en trein, ingezet op zogenaamd fijnmazig en flexibel vervoer. Zeeland ontvangt geld van het Rijk om gezamenlijk de plannen verder te implementeren. Het innovatieve systeem is een voorbeeld voor andere regio’s.

De aankondiging van de Provincie Zeeland, in samenwerking met het Rijk, om zes miljoen euro te investeren in een innovatief vervoerssysteem, waaronder een digitaal platform voor het plannen, boeken en betalen van reizen, roept enkele kritische vragen op. Hoewel het initiatief op het eerste gezicht een veelbelovende stap lijkt richting het moderniseren van openbaar vervoer in Zeeland, zijn er onderliggende zorgen die niet over het hoofd gezien mogen worden.

kritieke aspecten

Een van de kritieke aspecten van dit nieuwe systeem is de afhankelijkheid van chauffeurs en openbaar vervoersbedrijven die zich inschrijven op de aanbesteding. De realiteit in veel landelijke en dunbevolkte gebieden, zoals Zeeland, is dat er vaak een tekort is aan chauffeurs. Dit kan te wijten zijn aan diverse factoren, zoals onaantrekkelijke arbeidsvoorwaarden of simpelweg een gebrek aan geïnteresseerden in deze beroepen. Zonder voldoende chauffeurs om de geplande routes en diensten uit te voeren, kan de effectiviteit van het nieuwe systeem ernstig worden ondermijnd, ongeacht hoe geavanceerd of gebruiksvriendelijk de app ook is.

Bovendien is de bereidheid van openbaar vervoersbedrijven om in te schrijven op de aanbestedingen in Zeeland een ander kritisch punt. Als deze bedrijven niet overtuigd zijn van de haalbaarheid of de winstgevendheid van de aangeboden routes en diensten, kunnen ze ervoor kiezen om niet deel te nemen. Dit kan leiden tot een gebrek aan essentiële diensten in bepaalde gebieden, vooral in de meer afgelegen en minder bevolkte delen van de provincie. De effectiviteit van een digitaal platform hangt sterk af van de beschikbaarheid en regelmaat van het openbaar vervoer dat het dient te ondersteunen.

Daarnaast is er de vraag naar de toegankelijkheid van de app zelf. In regio’s waar de digitale geletterdheid wellicht lager is, vooral onder oudere inwoners, kan een overgang naar een app-gebaseerd systeem een drempel vormen. Hoewel het initiatief een telefonische boekingsoptie behoudt, moet de nadruk liggen op het waarborgen dat deze dienst net zo effectief en toegankelijk is als de digitale optie.

Vivianne Heijnen
staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat – foto: Pitane Blue

pilot voor Nederland

Staatssecretaris Heijnen benadrukt de indrukwekkende creativiteit en inspanning die Zeeland heeft getoond in het ontwikkelen van dit toekomstbestendige vervoerssysteem, een systeem dat mogelijk ook in andere delen van Nederland kan worden ingezet. Staatssecretaris Heijnen: “Ik ben erg onder de indruk van de innovatieve plannen van de provincie Zeeland. De bereikbaarheid van Zeeland is een lastige puzzel. Met een enorme dosis creativiteit is er de afgelopen tijd hard gewerkt om tot een toekomstbestendig nieuw vervoerssysteem te komen. Ik hoop dat de ervaringen die hier worden opgedaan ook voor slimme oplossingen in heel Nederland kunnen zorgen.”

“Er komen grote veranderingen voor reizigers in Zeeland. Met hulp van het Rijk zorgen we voor een goede overgang naar nieuwe vormen van vervoer. Ik ben blij dat het Rijk de Zeeuwse plannen ondersteunt. We gaan samen aan de slag om Zeeland beter bereikbaar te maken voor iedereen en ik hoop dat we hiermee een voorbeeld zijn voor andere regio’s!”

Harry van der Maas

Lid Gedeputeerde Staten SGP Van der Maas benadrukt het belang van de steun van het Rijk in deze grote overgang naar nieuwe vervoersvormen en spreekt de hoop uit dat Zeeland een voorbeeld zal zijn voor andere regio’s. Dit initiatief illustreert een proactieve aanpak om regionale uitdagingen aan te gaan en kan als inspiratie dienen voor soortgelijke inspanningen in andere delen van het land.

Fotorechten: Provincie Zeeland – Harry van der Maas

Umob haalt €6 miljoen op: een nieuwe fase voor geïntegreerde mobiliteit

Naast de doelstelling om een volledig en toegankelijk platform voor mobiliteit te bieden, wil umob gemeentes gaan helpen met het verbeteren van de integratie van deelmobiliteit.

In een nieuwe financieringsronde heeft het Nederlandse Mobility-as-a-Service (MaaS) platform umob maar liefst €6 miljoen aan investeringskapitaal weten te vergaren. Met dit kapitaal kan de in augustus gelanceerde app de volgende fase van zijn strategische expansie inluiden. Het platform integreert volledig het gebruik van deelmobiliteit, taxi’s en openbaar vervoer, en werpt zich op als een centrale bemiddelaar tussen gemeenten, mobiliteitsaanbieders en bedrijven.

Umob maakt een verscheidenheid aan reisopties naadloos toegankelijk via een enkele interface. Na het verkrijgen van een account kunnen gebruikers reizen plannen, boeken en betalen tegen dezelfde tarieven als die rechtstreeks door de aanbieders worden aangeboden, en dit alles zonder de noodzaak van afzonderlijke apps voor elke dienst. Deze ontwikkeling komt op een moment dat de populariteit van deelmobiliteitsdiensten in Nederland groeit, maar nog steeds een klein deel van de totale vervoersmix uitmaakt.

Raymon Pouwels, medeoprichter van umob en voormalig oprichter en ceo van GO Sharing, benadrukte het belang van het verhogen van de toegankelijkheid van deelmobiliteit als een haalbaar alternatief voor het bezit van een eigen auto. “Om van deelmobiliteit een aantrekkelijke optie te maken, moet een voertuig altijd binnen drie minuten loopafstand beschikbaar zijn. Enkelvoudige aanbieders kunnen dit niet alleen bereiken, maar door ze allemaal in één app te integreren, bieden we gebruikers toegang tot ruim 200.000 voertuigen,” legt Pouwels uit.

Foto: umob – Raymon Pouwels en Bibi Jorissen

De ambities van umob reiken echter verder dan alleen het samenbrengen van verschillende vervoersdiensten. Het platform wil een sleutelrol spelen bij het coördineren van gemeentelijke inspanningen om de acceptatie van gedeelde vervoersmodi te vergroten. Dit omvat het identificeren van optimale locaties voor mobiliteitshubs, het faciliteren van gesprekken tussen aanbieders en het delen van geanonimiseerde data en inzichten.

Medeoprichter Bibi Jorissen onderstreept het belang van deze samenwerking: “Naast een breed en divers aanbod moeten we praktische zaken als parkeerplaatsen en hotspots aanpakken. Met de data die we verzamelen, kunnen we een waardevolle rol spelen bij het inrichten van de toekomstige mobiliteitsinfrastructuur van gemeenten.”

Bovendien wil umob zijn voetafdruk uitbreiden tot buiten de Nederlandse grenzen. De recent opgehaalde €6 miljoen volgt op een eerdere investering van €2 miljoen in 2022 en zal worden gebruikt om het platform internationaal op te schalen. “Ons platform is klaar om onze service internationaal aan te bieden. We beginnen volgend jaar met België en onze driejarenplanning voorziet in activiteiten in zes verschillende Europese landen,” aldus Pouwels.

Gemeente Den Haag zet 350.000 euro in voor hubs die gebruik van deeltweewielers moeten stimuleren

Om het gebruik van deeltweewielers te stimuleren en om parkeeroverlast aan te pakken, gaat de gemeente Den Haag ongeveer 100 zogeheten buurtmobiliteitshubs aanleggen.

Met een budget van circa 350.000 euro beoogt het project het gebruik van deeltweewielers te stimuleren en parkeeroverlast in dichtbevolkte gebieden tegen te gaan. De deeltweewielers, meestal emissievrij en energie-efficiënt, vormen een uitstekend alternatief voor conventionele auto’s, vooral voor korte ritten.

De buurtmobiliteitshubs zijn gepland locaties waar deeltweewielers, zoals elektrische fietsen en scooters, geclusterd worden geparkeerd. Dit maakt het voor bewoners eenvoudiger om toegang te krijgen tot dit type vervoer, terwijl het ook een georganiseerde oplossing biedt voor potentiële parkeerproblemen. Het project zal in eerste instantie gericht zijn op het centrum van Den Haag en de populaire kustplaats Scheveningen, voordat het naar andere wijken wordt uitgebreid.

De keuze voor het centrum en Scheveningen als de eerste gebieden voor de hubs is strategisch. Het centrum is vaak het epicentrum van handel, cultuur en administratie, waardoor het een logische keuze is voor het faciliteren van snelle en efficiënte mobiliteit. Scheveningen, met zijn toeristische aantrekkingskracht, kan profiteren van de gereduceerde parkeerdruk en de verbeterde toegang tot openbaar vervoer die de hubs zullen bieden.

Wethouder Robert van Asten benadrukte de belangrijke rol van deelmobiliteit in de toekomst van de stad. “Wij willen Den Haag bereikbaar, aantrekkelijk en leefbaar houden,” zei Van Asten. “De ruimte is beperkt in onze stad, en daarom zetten we ons vol in voor de mobiliteitstransitie. Door het aanleggen van de buurtmobiliteitshubs wordt het gebruik van deeltweewielers laagdrempeliger en pakken we tegelijkertijd overlast aan. Ik ben daarom ontzettend blij met deze ontwikkeling.”

Bij de implementatie van dit ambitieuze project worden ook verschillende buurt- en ondernemersorganisaties betrokken. Dit suggereert een brede maatschappelijke steun en samenwerking, die cruciaal zou kunnen zijn voor het welslagen van een dergelijk vooruitstrevend initiatief. Het betrekken van buurtorganisaties kan bijdragen aan een betere afstemming van de locaties van de hubs en het aanpakken van specifieke lokale problemen.

De investering van 350.000 laat de ernst zien waarmee de gemeente Den Haag dit project benadert. Met dit initiatief laat de gemeente Den Haag een vooruitstrevende blik op stedelijke planning zien, gericht op een inclusievere, duurzamere toekomst. In een wereld waar steden zich in een snel tempo ontwikkelen, kunnen dergelijke projecten als een belangrijk referentiepunt dienen voor andere gemeenten die ook een evenwicht proberen te vinden tussen groei en leefbaarheid.

Leuven van studentenstad tot pionier in deelmobiliteit is een echte autodeelstad

Leuven heeft bewezen dat een stad niet groot hoeft te zijn om grootse ideeën te realiseren.

Vooral bekend als studentenstad en thuisbasis van de oudste universiteit van België, voegt Leuven een nieuwe titel aan zijn lijst toe: een voorloper in deelmobiliteit. De stad heeft de afgelopen jaren grote stappen gezet in het promoten van autodelen en heeft onlangs haar aanbod uitgebreid met nieuwe partners zoals Poppy en Dégage.

Een van de belangrijkste trekpleisters in Leuven’s autodeelproject is het gemak en de flexibiliteit die het biedt aan zijn bewoners. Met diensten als Poppy, waar je een auto kunt nemen en achterlaten waar je maar wilt, is het makkelijker dan ooit om een ritje te maken zonder de verplichtingen van autobezit. Dégage gaat nog een stap verder door een platform te bieden waar particulieren hun auto kunnen delen met buren.

Leuven is geen nieuwkomer als het gaat om autodelen. De stad heeft al meer dan 200 deelwagens in omloop, zowel op particuliere als commerciële basis. Dat heeft indrukwekkende resultaten opgeleverd: meer dan 4.700 gezinnen en bedrijven maken gebruik van deelwagens en het aantal autodelers is in vier jaar tijd met 55% gestegen.

Naast gezinnen zien ook lokale bedrijven de voordelen van autodelen. Veel bedrijven hebben eigen parkeerplaatsen opgegeven ten gunste van deelauto-abonnementen voor hun werknemers. Dit draagt niet alleen bij aan de bedrijfscultuur rond duurzaamheid, maar leidt ook tot aanzienlijke kostenbesparingen.

De inspanningen zijn niet onopgemerkt gebleven. Vorig jaar ontving Leuven de ‘Elke buurt deelt’-award voor haar proactieve rol in het stimuleren van autodelen. Schepen van mobiliteit David Dessers is optimistisch over de toekomst. “We erkennen Poppy en Dégage als nieuwe autodeelorganisaties in onze stad om het aanbod te vergroten. Elk van deze diensten heeft een unieke aanpak en spreekt verschillende doelgroepen aan.”

​”We starten een proefproject van anderhalf jaar met zowel Poppy als Dégage. De komende maanden bekijken we of het aanbod aanslaat en we gaan de impact en het gebruik van de wagens na”

David Dessers – schepen van mobiliteit Leuven

In het kader van het proefprojecten krijgen de wagens een parkeerkaart waarmee gebruikers in de blauwe en betalende zones onbeperkt mogen parkeren. Volgens Dessers is een van de grootste voordelen van autodelen dat het helpt om de openbare ruimte beter te benutten. “Een deelwagen vervangt ongeveer tien particuliere auto’s. Dat betekent meer ruimte voor recreatie en minder parkeerdruk,” legt hij uit. 

Leuven is nog steeds in een proefperiode van anderhalf jaar om te evalueren hoe goed de nieuwe diensten worden ontvangen en wat de impact zal zijn op autobezit in de stad. Maar met een dergelijk robuust en divers aanbod lijkt de toekomst van autodelen in Leuven veelbelovend.

Poppy

Poppy Mobility is al aanwezig in Brussel, Antwerpen, Mechelen, Gent en Luik en de Belgische luchthavens en vanaf morgen 1 september dus ook in Leuven met 35 voertuigen. Het gaat over een mix van types voertuigen. Als Poppy aanslaat in Leuven, wordt het aanbod mogelijk op termijn verder uitgebreid naar 60 wagens. Bijzonder aan Poppy is dat je de wagens kunt nemen en achterlaten op het merendeel van de openbare parkeerplaatsen. Het is ook mogelijk om een rit te starten in Leuven en deze te beëindigen in één van de andere steden en luchthavens waar Poppy actief is.

“Poppy wil iedere Leuvenaar toegang geven tot een wagen zonder alle nadelen van wagenbezit of de beperkingen van deelwagens met vaste staanplaatsen”, legt Pierre de Schaetzen, CMO van Poppy Mobility uit. “Je neemt de dichtstbijzijnde wagen, die je op het merendeel van de openbare parkeerplaatsen kan achterlaten, in Leuven en in alle andere steden en luchthavens waar we aanwezig zijn.”

Dégage

Dégage is een deelplatform waarbij particulieren hun wagen of (bak-)fiets kunnen delen met andere Dégage-leden. Autokosten kunnen hoog oplopen maar voor een eigenaar is de auto wegdoen soms een brug te ver. Door je auto te delen, staat je auto minder stil, deel je de kosten en kun je je wagen blijven gebruiken. Voor elke kilometer die iemand anders met de wagen rijdt, krijgt de eigenaar kosten terugbetaald. Gebruikers betalen een kilometervergoeding gebaseerd op de werkelijke kosten van de wagen.

Eline Snacken van Dégage: “Dégage is blij met de erkenning door stad Leuven. Dankzij de parkeerkaarten kunnen onze deelwagens nu een waardig alternatief zijn voor de eigen wagen. Dégage is voor een stad of gemeente een laagdrempelige manier van autodelen. We zijn ervan overtuigd dat de samenwerking met stad Leuven onze missie kracht bij zet. Dégage streeft geen winst na, wel leefbare en sociale buurten.”