Categorie archieven: deelvervoer

Een week van veiligheidskwesties, vingerwijzen en waarschuwingen

Als er niet snel iets verandert, voorspelt GTL ernstige gevolgen voor de taxisector.

De treinstations, die eens als veilige poorten naar de wereld golden, worden steeds vaker geplaagd door allerlei vormen van overlast en criminaliteit. De politieke spelers spelen echter een spelletje van verantwoordelijkheid doorschuiven. Terwijl minister-president van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest Rudi Vervoort stelt dat veiligheid een federale kwestie is, suggereren premier Alexander De Croo en minister van Binnenlandse Zaken Annelies Verlinden dat de verantwoordelijkheid weer bij Brussel zou moeten liggen. De actie blijft echter uit, en de problemen stapelen zich op.

De nationale groepering van ondernemingen met taxi- en locatievoertuigen met chauffeur (GTL) heeft de alarmbel geluid over een groeiend tekort aan taxichauffeurs. De taaleis van de Vlaamse Regering lijkt de boosdoener te zijn, en als dit niet wordt opgelost, voorspelt GTL een ‘sociaal en economisch bloedbad’.

Deze week in het mobiliteitsnieuws zien we een complex web van uitdagingen, van veiligheidsproblemen en tekorten aan arbeidskrachten tot ethische dilemma’s en technologische hindernissen. Terwijl de verantwoordelijkheid van hand tot hand lijkt te gaan, blijft de vraag: wie neemt uiteindelijk actie?

Het Russische bedrijf Yandex heeft kritiek gekregen vanwege zorgen over de privacy van zijn gebruikers. Recentelijk kwam naar buiten dat Yandex in 84% van de gevallen meewerkt aan verzoeken om informatie van de Russische overheid, wat vragen oproept over gegevensbescherming. Na de recente onthullingen over Yandex en de Russische overheid zal het belang van gegevensbescherming waarschijnlijk meer in de schijnwerpers komen te staan.

De taxitarieven op Europese luchthavens lijken te stabiliseren na een scherpe stijging vorig jaar. Tegelijkertijd hebben moderne technologieën zoals data-analyse verzekeraars in staat gesteld premies te berekenen op basis van individuele risico’s, wat vragen oproept. Bovendien roepen datagestuurde verzekeringen ethische vraagstukken op over de eerlijkheid van premies gebaseerd op individuele risico’s.

De term Mobility as a Service (MaaS) werd enkele jaren geleden gelanceerd als een veelbelovende revolutie in de transportsector. Echter, de realiteit in Nederland laat zien dat MaaS-initiatieven vaak gefragmenteerd zijn en niet de integrale aanpak bieden die werd beloofd. Moderne technologie biedt nieuwe mogelijkheden, maar ook uitdagingen. Mobility as a Service heeft niet aan alle verwachtingen voldaan, en de fragmentatie in de sector maakt een integrale aanpak complex

De complexiteit en onvervulde belofte van MaaS in Nederland

De weg naar een succesvolle implementatie van MaaS is nog lang en vol uitdagingen, maar de fundamenten zijn er.

Mobility as a Service (MaaS) is een term die enkele jaren geleden als een beloftevolle revolutie binnen de vervoerssector werd gezien. In Nederland werd er volop over gepraat, er waren talloze praatgroepen en veel bedrijven waagden zich aan pilots en experimenten. De verwachting was dat MaaS een geïntegreerde, efficiënte en duurzame oplossing zou bieden voor de vervoersbehoefte van zowel stedelijke als landelijke gebieden. Maar is deze belofte wel ingelost?

Idealiter zou een MaaS-platform de mogelijkheid bieden om met één app toegang te krijgen tot alle vormen van vervoer: openbaar vervoer, deelfietsen, huurauto’s, taxi’s, enzovoort. Het platform zou flexibel moeten zijn en de reiziger in staat moeten stellen om naadloos over te stappen van de ene vervoersvorm naar de andere. Vooral in landelijke gebieden, waar het openbaar vervoer vaak beperkt is, zou MaaS kunnen zorgen voor een stijging in het gebruik van deelmobiliteit en openbaar vervoer.

primaire keuzes

In Nederland is de realiteit helaas anders. Er zijn veel apps en initiatieven, maar ze zijn vaak gericht op specifieke vervoersoplossingen in plaats van het bieden van een integrale aanpak. De NS-app en de 9292 reisplanner zijn bijvoorbeeld nog steeds de primaire keuzes voor veel reizigers, en het aanbod van losstaande apps voor deelfietsen en huurauto’s heeft de verwarring alleen maar groter gemaakt. Dit geldt ook voor de MaaS-pilot in Groningen en Drenthe, die weliswaar goede stappen heeft gezet, maar beperkt was in zijn scope en technische implementatie.

Terwijl we de MaaS-initiatieven in Nederland onder de loep nemen, wordt het steeds duidelijker dat er verschillende obstakels zijn die het succes van MaaS in de weg staan. Deze obstakels variëren van technologische beperkingen tot regelgevingsuitdagingen en publieke perceptie.

De MaaS-pilot in Groningen en Drenthe had specifieke uitdagingen. Het landelijke gebied heeft te maken met een lage bevolkingsdichtheid en hoge autoafhankelijkheid. Er was hoop dat MaaS kon helpen om de hubtaxi en openbaar vervoer zichtbaarder te maken. Helaas bleek dit moeilijker dan gedacht, met technische problemen en vertragingen die tot een onvolledige implementatie leidden.

Als we kritisch kijken naar de voortgang van MaaS in Nederland, is het duidelijk dat er nog veel werk aan de winkel is. Ondanks enkele positieve stappen, zoals het besef van de waarde van integratie en de ontwikkeling van regionale apps zoals Glimble, is het beeld vooral een van versnippering en onvervulde beloftes. De tijd zal uitwijzen of MaaS in staat zal zijn om de complexiteit van Nederlandse mobiliteitsvraagstukken te doorgronden en te voldoen aan de hoge verwachtingen die aanvankelijk werden gesteld.

complexe onderneming

Apps zoals Glimble hebben laten zien dat het ontwikkelen van een technologisch platform dat alle vormen van vervoer integreert een complexe onderneming is. Het vraagt om interoperabiliteit tussen verschillende databases, beveiligingsprotocollen en gebruikersinterfaces. Er moet ook rekening worden gehouden met toegankelijkheidsfuncties, zoals spraakbesturing voor mensen die de app niet met hun handen kunnen bedienen.

De integratie van Wmo-vervoer en hubtaxi’s in MaaS-platforms stuit op juridische en beleidsmatige barrières. Om ov-ritten binnen het Wmo-budget te laten vallen, zijn nieuwe indicaties en beleidswijzigingen nodig. Dit is een langdurig proces dat jaren kan duren, maar cruciaal is voor het slagen van MaaS, vooral in landelijke gebieden zoals Groningen en Drenthe.

Een ander belangrijk obstakel is de publieke perceptie. Veel mensen weten nog steeds niet wat ze moeten gebruiken uit het overvloedige aanbod van apps en diensten. Er is behoefte aan voorlichting en wellicht ook een soort keurmerk dat de bruikbaarheid en betrouwbaarheid van verschillende MaaS-oplossingen kan garanderen.

De weg naar een succesvolle implementatie van MaaS is nog lang en vol uitdagingen, maar de fundamenten zijn er. Wat nodig is, is een gecoördineerde inspanning van overheid, vervoersbedrijven en technologiepartners om de belofte van MaaS om te zetten in een realiteit die voor iedereen werkt. Het alternatief – een voortdurende versnippering van diensten en een falen om belangrijke sociale en milieudoelen te bereiken – is simpelweg geen optie.

Oproep van De Mobiliteitsalliantie kaboutersocialisme en betutteling

Hierbij komt de kritiek neer op het idee van “doe wat ik zeg, niet wat ik doe”, wat als hypocriet kan worden beschouwd.

Het idee dat grotere organisaties of autoriteiten beter weten wat goed voor ons is en proberen om ons gedrag in een bepaalde richting te sturen, wordt vaak als betuttelend beschouwd. Naar aanleiding van een recente publicatie van De Mobiliteitsalliantie waarin voorstellen staan om op te nemen in een toekomstig regeerakkoord reageert Yteke de Jong van de Telegraaf niet mals en noemt het “kaboutersocialisme” en “betutteling” van de verenigde vervoersbedrijven waarvan sommige directeuren en voorzitters worden rondgereden in auto met chauffeur. 

Voor de Jong heeft de boodschap van de alliantie een wat provocerende ondertoon door te stellen dat forenzen meer moeten lopen en fietsen. De Mobiliteitsalliantie, een samenwerking van 25 mobiliteitspartijen, werpt zich in het hart van het politieke debat voor de komende Tweede Kamerverkiezingen. Maar wat is de kern van hun boodschap en hoe reageren critici daarop? De Mobiliteitsalliantie vraagt de politieke partijen om het belang van mobiliteit te verankeren in de verkiezingsprogramma’s en het komende regeerakkoord. Dit verzoek benadrukt de cruciale rol van mobiliteit in een reeks centrale thema’s zoals woningbouw, stikstof en de klimaatopgave.

Yteke de Jong van de Telegraaf interpreteert de boodschap van de alliantie door te stellen dat forenzen meer moeten lopen en fietsen. Dit komt voort uit de suggestie van ANWB-directeur Marga de Jager dat het soms beter is voor mensen om te lopen in plaats van de bus te nemen na de treinrit. Het is een voorstel dat zowel duurzaamheid als gezondheid benadrukt, maar zoals verwacht heeft dit suggestieve ‘opvoedkundige’ aspect enige weerstand opgeroepen in de media.

De Mobiliteitsalliantie vraagt de politieke partijen om het belang van mobiliteit te verankeren in de verkiezingsprogramma’s en het komende regeerakkoord.

verslaggever bij de Telegraaf Yteke de Jong

Hoewel de Jong suggereert dat de auto afwezig is in de brief van de alliantie, verduidelijkt De Jager dat er wel degelijk aandacht is voor de rol van de auto. Vooral in plattelandsgebieden is de auto onmisbaar. In stedelijke gebieden ziet de alliantie echter potentieel voor een grotere nadruk op fietsen, vooral voor werknemers die binnen een straal van 15 kilometer van hun werk wonen.

Een kernpunt van de alliantie is dat mobiliteit betaalbaar en duurzaam moet blijven. Dit betekent investeren in nul-emissieauto’s, multimodale oplossingen en verduurzaming van mobiliteit in het algemeen. De alliantie stelt verschillende maatregelen voor, variërend van het faciliteren van groei door kwalitatief hoogwaardige infrastructuur, het beter benutten van bestaande infrastructuur, tot het bevorderen van nabijheid.

Hoewel het Klimaatakkoord heeft vastgesteld dat mobiliteit 12% van de CO2-reductie moet realiseren, wijst De Jager erop dat slechts een klein deel van de gelden uit het Klimaatfonds hiervoor is bestemd. Hieruit blijkt een discrepantie tussen nationale doelstellingen en financiering.

De Mobiliteitsalliantie’s oproep richt zich op het centraal stellen van mobiliteit in de politieke discussie. Hoewel hun ideeën soms verkeerd geïnterpreteerd kunnen worden, zoals het voorstel om meer te lopen of fietsen, is het duidelijk dat hun algehele boodschap gericht is op een duurzamere en meer geïntegreerde mobiliteitsbenadering voor Nederland. Het debat zal zich waarschijnlijk voortzetten tot aan de verkiezingen en daarna, aangezien de nationale mobiliteitsstrategie zich blijft ontwikkelen.

RCC pakt de misleidende groene waas van deelscooters Felyx aan

Van de RCC mag het scooterbedrijf de termen ‘duurzaam’, ‘schoon’ en ‘groen’ niet meer gebruiken.

De opkomst van deelscooters heeft de mobiliteitsmarkt zeker beïnvloed en beloofde een duurzaam en toegankelijk alternatief te zijn voor traditioneel vervoer in steden. Felyx, een aanbieder van deelscooters, claimt al geruime tijd dat zijn groene scooters een duurzaam en CO2-besparend alternatief bieden. Echter, de Reclame Code Commissie (RCC) heeft Felyx al herhaaldelijk op de vingers getikt voor misleidende claims. Het wordt hoog tijd dat we de rooskleurige sluier wegtrekken en de harde realiteit van deelscooters onder de loep nemen.

Een van de voornaamste misleidende beweringen van Felyx is dat hun scooters duurzaam zijn en CO2 besparen. Het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid van het ministerie van infrastructuur en waterstaat heeft echter vastgesteld dat de CO2-uitstoot van een elektrische deelscooter twee keer zo hoog is als die van een e-scooter in privébezit. Deze bevindingen onthullen de harde waarheid achter de groene façade die Felyx probeert op te houden.

Bovendien wordt de duurzaamheid van deelscooters nog meer in twijfel getrokken door het feit dat ze vaak sneller kapot gaan en het productieproces om onderdelen te vervangen behoorlijk vervuilend is. Met een levensduur van slechts 3,7 jaar zijn deelscooters verre van een milieuvriendelijke keuze in vergelijking met een benzinevariant die wel tot 10 jaar meegaat. Dit roept serieuze vragen op over de werkelijke impact van deelscooters op het milieu.

Slogans als “Felyx is een innovatieve scale-up met ambitieuze plannen voor duurzaam en gedeeld stadsvervoer” zijn in strijd met de werkelijkheid.

Niet alleen de Reclame Code Commissie (RCC) heeft Felyx op de korrel genomen voor misleidende claims, maar ook de actiegroep Scootervrij heeft zich hierover beklaagd. Felyx lijkt al geruime tijd zijn klanten te misleiden en deze praktijken moeten dringend aangepakt worden. Het is tijd dat het bedrijf verantwoordelijkheid neemt voor zijn misleidende marketing en consumenten de juiste informatie geeft over de daadwerkelijke impact van hun diensten op het milieu.

“Felyx misleidt zijn klanten waarschijnlijk al zo lang als het bedrijf bestaat. Wanneer stopt Felyx met greenwashen? Misschien wel nooit, want het bedrijf draait er goed op. Wij blijven het in ieder geval nauwlettend in de gaten houden.”

Collin Molenaar – Scootervrij

Scootervrij wil het verkeer veiliger en gezonder maken, door bewustzijn te creëren over de nadelen van scooters, door het gebruik van scooters te ontmoedigen en door scooterproblemen op de politieke agenda te zetten. Een van de grootste teleurstellingen is dat deelscooters niet voldoen aan hun oorspronkelijke doelstelling om het aantal auto’s op de weg te verminderen. In plaats daarvan lijken ze vooral te worden gebruikt ter vervanging van het openbaar vervoer en de fiets. Hierdoor neemt het aantal scooters op de weg toe, wat zorgt voor overlast in de openbare ruimte. Vooral het onverantwoordelijk parkeren van deelscooters creëert problemen voor voetgangers, zoals ouderen en mensen met een beperking, die al genoeg uitdagingen hebben om zich in de stad te verplaatsen.

Natuurlijk hebben deelscooters hun voordelen, zoals gemakkelijk vervoer voor middellange afstanden en snellere reistijden in vergelijking met fietsen. Maar deze voordelen mogen niet verdoezelen dat de negatieve aspecten van deelscooters steeds duidelijker worden. Het wordt tijd dat we een realistische kijk krijgen op de daadwerkelijke impact van deelscooters op het milieu en de stedelijke leefomgeving.

Voor bedrijven als Felyx, die afhankelijk zijn van kapitaalintensieve financiering, kan deze uitspraak van de RCC ernstige gevolgen hebben. Het bedrijf moet zijn verantwoordelijkheid nemen en zich richten op echte duurzaamheid in plaats van misleidende marketingpraktijken.

Al met al is het duidelijk dat de groene waas van deelscooters vervaagt, en we moeten deze trend van misleidende claims aanpakken om een echt duurzame mobiliteitsoplossing voor onze steden te vinden. Felyx en andere aanbieders van deelscooters moeten hun verantwoordelijkheid nemen en transparant zijn over de werkelijke impact van hun diensten op het milieu en de samenleving. Alleen dan kunnen we oprecht werken aan een duurzame toekomst voor mobiliteit in onze steden.

KiM

In het straatbeeld zien we steeds vaker lichte elektrische voertuigen, zoals elektrische snor- en bromfietsen (e-scooters), elektrische vrachtfietsen en elektrische steps (e-steps). Ondanks dat deze voertuigen vaak een duurzaam imago hebben, dragen ze niet altijd bij aan minder CO2-uitstoot. Vooral deelvoertuigen hebben een hoge CO2-uitstoot door de korte levensduur en de emissies die samenhangen met het ophalen van voertuigen met lege accu’s en het herplaatsen van voertuigen met opgeladen accu’s. Hierdoor zijn de CO2-emissies van een deel-e-step of deel-e-scooter meer dan 2 keer zo hoog als van hetzelfde elektrische vervoermiddel in privébezit. Dit blijkt uit het onderzoek ‘Op weg met LEV: de rol van lichte elektrische voertuigen in het mobiliteitssysteem‘ van het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM).

Nieuwe parkeerregeling in Antwerpen maakt binnenstad aantrekkelijk voor voetgangers

Vanaf 1 augustus zullen bezoekers van de stad Antwerpen het nieuwe parkeerbeleid ervaren en moet de auto deels wijken op straat.

Deze maatregel, die bedoeld is om de binnenstad aantrekkelijker te maken voor voetgangers, zal mogelijk voor sommige ondernemers als een financiële klap aanvoelen. Aan de andere kant verzekert de Antwerpse schepen voor Mobiliteit, Koen Kennis (N-VA), dat het vaak goedkoper kan zijn om een vergunning voor de hele stad te verkrijgen.

Bewoners die gedomicilieerd zijn in de nieuwe parkeerzone zullen geen hinder ondervinden. Zij blijven, mits ze een vergunning hebben, onbeperkt en gratis parkeren in hun bewonerszone. Bovendien kunnen mindervaliden die een speciale parkeerkaart bezitten gratis parkeren in alle zones. Ruim 5.000 mensen in Antwerpen beschikken over deze kaart, en velen hebben zich al geregistreerd in de nieuwe parkeerzone.

Voor ondernemers brengt deze wijziging meer met zich mee. Bedrijven zoals schoonmaakdiensten en klusbedrijven die hun werkzaamheden uitvoeren in het hart van de stad zullen nu €1.966,25 per trimester per kenteken moeten neertellen. Deze bijdrage staat hen toe het hele jaar door in heel Antwerpen te parkeren zonder extra kosten.

De deelmobiliteit blijft echter ongewijzigd. Deelwagens van professionele diensten zoals Poppy, Cambio, Green Mobility en Miles Mobility kunnen nog steeds kosteloos parkeren in het historisch centrum. Particuliere autodelers behouden hun gratis parkeerprivilege in hun bewonerszone.

Als je liever aan de rand van de stad parkeert en vervolgens het openbaar vervoer naar de dierentuin neemt, zijn er verschillende P+R locaties rond Antwerpen.

Er zijn diverse publieke parkings in de omgeving van de zoo, zoals Q-Park, Interparking enz. Sommige van deze parkings bieden voordelige dagtarieven. Het is wel aan te raden om vooraf de beschikbaarheid en tarieven te controleren. Parkeerwachters zullen toezien op de naleving van deze nieuwe regels. Een overtreder zal een boete krijgen op basis van de huidige tarieven. Het is ook belangrijk op te merken dat in de nieuwe parkeerzone betaalautomaten zullen verdwijnen, waardoor het onmogelijk wordt voor bezoekers om via sms een parkeerticket aan te schaffen.

Ondanks de veranderingen, benadrukt schepen Kennis dat Antwerpen toegankelijk blijft voor automobilisten. Echter, hij raadt hen aan zoveel mogelijk gebruik te maken van de openbare parkeergarages. De nieuwe regels zijn van toepassing in het gebied begrensd door Brouwersvliet en Ankerrui in het noorden, de Leien in het oosten en de straten Schelde-, Kronenburg- en Kasteelpleinstraat in het zuiden. Deze straten zelf vormen de grens en vallen buiten de nieuwe parkeerregeling.

Het is afwachten hoe deze nieuwe maatregelen zullen uitpakken in de praktijk en wat de daadwerkelijke impact zal zijn op zowel bewoners, bezoekers als ondernemers.

UZ Gent gaat van vier naar twee wielen voor duurzaam woon-werkverkeer

Nieuwe maatregelen stimuleren fietscultuur, verbeteren toegankelijkheid voor patiënten en verlichten parkeerdruk rond het ziekenhuis.

In een wereld waarin klimaatverandering een steeds dringender vraagstuk wordt, zijn bedrijven en organisaties op zoek naar manieren om hun ecologische voetafdruk te verkleinen. Het Universitair Ziekenhuis Gent (UZ Gent) stelt zichzelf een ambitieus doel en een groene revolutie op het gebied van woon-werkverkeer.

Het concept is even simpel als doeltreffend. Alle medewerkers die binnen een straal van drie kilometer van het UZ Gent wonen en overdag werken, worden aangemoedigd om hun auto thuis te laten en de fiets te gebruiken. Het beleid maakt uitzonderingen voor nacht- en wachtdiensten. In een volgende fase wordt de regel ook toegepast op werknemers die binnen de vijf kilometer wonen.

Het doel is duidelijk: de milieu-impact van de dagelijkse pendel verminderen, de files vermijden en de parkeerdruk rond het ziekenhuis verlichten om een vlotte toegang voor patiënten te waarborgen. Volgens het UZ Gent is dit een win-win situatie voor iedereen.

leasefietsen

Om deze groene transitie te ondersteunen, heeft het UZ Gent ervoor gekozen om haar werknemers een duwtje in de rug te geven. Het biedt leasefietsen aan als alternatief voor de auto en voorziet extra fietsstallingen om het fietsen nog aantrekkelijker te maken.

Met dit beleid zet het UZ Gent een belangrijke stap voorwaarts en dient het als een lichtend voorbeeld voor andere organisaties. Als we willen dat onze steden en onze planeet een duurzame toekomst tegemoet gaan, dan moeten we allemaal ons deel doen. En dat begint met het heroverwegen van hoe we ons verplaatsen.

Deze actie van UZ Gent is een inspirerend voorbeeld van hoe instellingen en bedrijven de transitie naar duurzaam vervoer kunnen ondersteunen. Het verandert niet alleen de manier waarop we naar woon-werkverkeer kijken, maar ook de manier waarop we omgaan met onze steden en ons milieu. Het zou wel eens het ideale scenario kunnen zijn waar andere steden en bedrijven naar streven.

Het zal interessant zijn om de voortgang van deze regeling te volgen en de impact ervan te evalueren, ook tijdens de koude wintermaanden. Maar één ding is zeker: UZ Gent zet de juiste stap in de goede richting wat mobiliteit betreft.

Hoppy introduceert veiligere en comfortabelere deelsteps in Mechelen

Om de Mechelaars warm te maken voor de nieuwe steps, lanceert Hoppy ook een promocode.

De Belgische start-up Hoppy heeft aangekondigd dat alle deelsteps in Mechelen worden vervangen door een nieuwe, veiligere en comfortabelere versie. De beslissing om over te stappen naar de nieuwe steps werd genomen vanwege de moeilijkheden die gebruikers ondervonden bij het rijden over de kasseien in de binnenstad. De nieuwe exemplaren zijn robuuster en kunnen beter omgaan met de uitdagingen van het stadslandschap.

Om de Mechelaars warm te maken voor de nieuwe steps, maakte de woordvoerder van Hoppy bij RTV een promocode bekend waarmee gebruikers kunnen profiteren van aantrekkelijke kortingen. Deze promotie is bedoeld om de acceptatie en het gebruik van de nieuwe steps te stimuleren, en zo bij te dragen aan een duurzamere vorm van stedelijke mobiliteit.

“De veiligheid hebben we verhoogd door richtingaanwijzers in te voeren, daarnaast hebben we een dubbel remsysteem en de vering aangepast om ook het rijcomfort aan te passen.”

Hélène de Meester – Hoppy

Hoppy is opgericht met als doel de luchtkwaliteit te verbeteren en stedelijke problemen zoals verkeersopstoppingen en parkeerproblemen aan te pakken. Als een ambitieuze mobiliteitspartner heeft Hoppy plannen om ecologisch en gedeeld stadsvervoer te bevorderen. Met de toenemende verstedelijking en de verslechterende luchtkwaliteit is het noodzakelijk om over te schakelen op duurzame oplossingen voor gedeelde en openbare mobiliteit.

De groeiende druk op de openbare ruimte dwingt steden om compacte en lichte elektrische voertuigen te omarmen in plaats van individuele, vervuilende voertuigen. Het doel is om meer mensen te kunnen vervoeren met minder grote en vervuilende vervoermiddelen. Hoppy ziet het als haar missie om een ecologisch, gedeeld en duurzaam vervoersalternatief te bieden om de leefbaarheid van de stad te waarborgen.

In de ideale wereld van Hoppy zijn steden voorzien van veilige en groene straten, waarin alle inwoners gemakkelijk toegang hebben tot betrouwbaar vervoer. Met innovatieve mobiliteitsoplossingen wil Hoppy bijdragen aan de realisatie van deze visie in steden en bij bedrijven. Het team van Hoppy bestaat uit jonge en dynamische professionals die gedreven zijn en zich volledig inzetten om het verschil te maken. Daarnaast kan Hoppy rekenen op sterke investeerders die volledig achter de missie van het bedrijf staan. Samen willen ze waarde toevoegen en steden helpen hun mobiliteitsdoelstellingen te behalen.

Met de vervanging van de deelsteps in Mechelen zet Hoppy een belangrijke stap in de richting van veiligere en duurzamere mobiliteit in de stad. Het is een positieve ontwikkeling die bijdraagt aan de verbetering van de leefomgeving en de bevordering van gedeelde en groene mobiliteit.


Nu ook fietsen van TIER voor zakelijke reizigers in NS-app

Een zakelijke reiziger kan met de functie ‘in de Buurt’ kijken in de NS-app waar in de buurt een deelfiets van TIER staat.

De Nederlandse Spoorwegen biedt vanaf vandaag elektrische deelfietsen aan van TIER voor zakelijke reizigers in de NS-app. De fietsen van TIER zijn beschikbaar op verschillende locaties in Eindhoven, Veldhoven, Utrecht, Nieuwegein, Amersfoort en Maarssen. NS maakt het voor reizigers nog makkelijker en sneller om van deur tot deur te reizen door allerlei vervoer in één app aan te bieden. 

“Voor het eerst is het nu voor zakelijke reizigers mogelijk om met onze app in de stad een elektrische deelfiets te pakken en gemakkelijk naar het station, kantoor of een andere bestemming te fietsen. In een paar kliks vind je een fiets, maak je hem open met de NS-app en fiets je weg. We willen hiermee onze reizigers flexibiliteit bieden en één simpele app waarmee ze snel en makkelijk met allerlei deelvervoer kunnen reizen”.

Ivo Steffens, commercieel directeur bij NS.

Een zakelijke reiziger kan met de functie ‘in de Buurt’ kijken in de NS-app waar in de buurt een deelfiets van TIER staat. Een reiziger kan ook een fietsrit starten en weer eindigen in de NS-app. Gemaakte ritten kun je terug zien in Mijn NS Zakelijk of NS Go. Facturatie verloopt automatisch via de werkgever.

De fietsen van TIER zijn beschikbaar op verschillende locaties in Eindhoven, Veldhoven, Utrecht, Nieuwegein, Amersfoort en Maarssen.

NS verwacht dat later dit jaar alle reizigers de deelfietsen van TIER kunnen plannen, boeken én betalen via de NS-app. Reizen gaat zelden alleen van station naar station. De Nederlandse Spoorwegen wil reizigers helpen met een zo makkelijk mogelijke reis van deur tot deur en kijkt daarom verder dan alleen de trein. 

“Bij TIER geloven we dat samenwerking met partners zoals NS de krachtigste manier is om deelmobiliteit nog toegankelijker te maken. De combinatie van deelvervoer en openbaar vervoer is uiterst effectief om deur-tot-deur reizen mogelijk te maken. We zijn dan ook ontzettend verheugd dat we met deze samenwerking ook de zakelijke reiziger kunnen bedienen, bijvoorbeeld van en naar het station.”

Nils Verkennis, country manager Nederland bij TIER.

Door de toevoeging van TIER kunnen zakelijke reizigers nu ook makkelijk met de fiets naar het station komen en gebruikmaken van het openbaar vervoer. Volgens de NS kunnen reizigers gebruikmaken van ruim 22.000 OV fietsen, beschikbaar op 295 locaties. 5.100 elektrische deelscooters van Check in negen steden. Meer dan 500.000 stallingsplaatsen voor fietsen. 270 P+R locaties bij stations en 2.600 (elektrische) deelauto’s van Greenwheels verspreid over 165 gemeenten en bij 135 stations.

Ministerie werkt aan een wetsvoorstel waarmee e-steps legaal worden

Je ziet ze steeds vaker in het straatbeeld: elektrische steps. Op dit moment zijn de meeste elektrische steps niet legaal in Nederland.

Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat werkt momenteel aan een wetsvoorstel waarmee licht elektrische voertuigen (LEV’s), zoals e-steps, legaal zullen worden. Wie nu met een e-step op de openbare weg zoeft riskeert een boete van 280 euro en een inbeslagname van de step. Nu bereiden steden zich voor tegen de mogelijke komst van de e-steps.

Je mag alleen de weg op wanneer de step door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en de RDW is aangewezen als bijzondere bromfiets.

Ondertussen ziet de politie steeds meer e-steps rijden en deelt ze ook vaker boetes uit. Toch blijft het dweilen met de kraan open. Vooral jongeren zweren bij het vervoermiddel bij kortere afstanden want het is gewoon heel makkelijk en handig. Het uitblijven van regelgeving en de bijbehorende risico’s houden de meeste jongeren niet tegen om op een e-step te rijden.

Foto: Pitane Blue – Bolt e-steps

Ondanks jongeren al massaal de e-steps omarmen wil naar alle waarschijnlijkheid wethouder Van der Horst de gevreesde e-steps weren in haar stad Amsterdam, dit in tegenstelling tot steden als Rijsel, Berlijn, Parijs en Rome. Ook andere steden morren over de komst. Een woordvoerder van de gemeente Den Haag zei tegen BNR dat de deelsteps daar ‘in ieder geval niet de straat op gaan’.

Een elektrische step heet ook wel e-step. Aanbieders als Lime, Tier en Bolt kunnen wellicht vanaf 2025 ook in Nederland hun tweewielers aanbieden. Een elektrische step gaat niet harder dan 25 kilometer per uur en hoort tot de bijzondere bromfietsen. Als de e-step niet gekeurd is dan mag het niet op de openbare weg en loop je de kans dat hij in beslag wordt genomen.

MyWheels plaatst nog meer deelauto’s in vier steden

MyWheels is ervan overtuigd dat er maar 1 miljoen autoʼs nodig zijn om Nederland mobiel te houden.

De deelvervoerder MyWheels heeft het aantal deelauto’s in vier steden opgeschaald, namelijk in Nijmegen, Zaandam, Delft en Almere. In totaal worden er 54 nieuwe deelauto’s geplaatst. Het is een reactie op de groeiende vraag naar deelauto’s in Nederland.In Nijmegen heeft MyWheels het aanbod elektrische deelauto’s bijna verdubbeld. Van de 31 deelauto’s die al rondreden in de stad, is er opgeschaald naar 56 stuks. De deelauto’s staan verspreid door heel Nijmegen en dankzij de opschaling zijn ze vrijwel overal op loopafstand te vinden.  

Naar aanleiding van een officiële autodeelpilot die sinds februari 2022 loopt in Almere, is gebleken dat veel Almeerders de deelauto’s weten te vinden. Om aan de groeiende vraag te voldoen, worden er negen nieuwe elektrische auto’s geplaatst in de stad. In Zaandam wordt het aanbod deelauto’s met hetzelfde aantal uitgebreid. In Delft worden de deelauto’s voornamelijk gebruikt door studenten. Het aantal deelauto’s wordt hier uitgebreid met elf auto’s, waardoor hier straks 41 deelauto’s te gebruiken zijn. Er is regelmatig contact met de gemeentebesturen van de steden vanuit MyWheels, om samen te werken aan een betere leefomgeving. 

“In alle vier de steden gebruiken inmiddels zo veel mensen deelauto’s, dat het aanbod echt te klein was. Door fors uit te breiden, hopen we het gebruik van deelauto’s voor nog meer inwoners van Nijmegen, Zaandam, Delft en Almere aantrekkelijk te maken. De uitbreiding past ook binnen ons streven om de leefbaarheid in steden te verbeteren”.

Dani Sprecher, Manager Public Affairs en Plaatsingsstrategie van MyWheels.

De deelvervoerder MyWheels heeft het aantal deelauto’s in vier steden opgeschaald, namelijk in Nijmegen, Zaandam, Delft en Almere.

Over MyWheels

MyWheels is ervan overtuigd dat er maar 1 miljoen autoʼs nodig zijn om Nederland mobiel te houden. Zo creëert MyWheels meer ruimte op straat, meer ruimte voor groen en leveren we een belangrijke bijdrage aan het milieu. Met 2.900 deelautoʼs, waarvan 60% elektrisch, is MyWheels marktleider en het grootste autodeelplatform van Nederland. 

Het is de ambitie om in 2023 de groei van MyWheels voort te zetten, zodat we nog meer impact maken op het gebied van emissiereductie en de krapte in de openbare ruimte. Verder blijven we onze vloot verder uitbreiden, met alleen nog elektrische voertuigen. Dit draagt bij aan één van onze doelstellingen: vanaf 2025 volledig elektrisch.

MyWheels.

Cargoroo gaat flink uitbreiden om aan vraag te voldoen

De deelbakfietsen zijn een antwoord op de vraag naar leefbare en duurzame steden.

Cargoroo, bekend van de gele elektrische deelbakfietsen, gaat flink uitbreiden door de toenemende vraag naar deelbakfietsen vanuit gemeenten en gebruikers. Dit geldt zowel voor Nederlandse steden als andere steden in Europa. De deelbakfietsen zijn een antwoord op de vraag naar leefbare en duurzame steden. 

Uitbreiding in Nederlandse steden

Waar bij andere vormen van deelmobiliteit een terugval is te zien, zoals in Parijs, wordt de vraag naar de bakfietsen alsmaar groter. Vanuit de gemeente Amsterdam is op 29 maart uitgesproken dat er vanaf de zomer van 2024 minimaal 750 deelbakfietsen bij mogen komen, met de mogelijkheid tot uitbreiding naar 1.250 stuks. Op dit moment zijn er 110 elektrische deelbakfietsen beschikbaar in maar een gedeelte van de hoofdstad. Ook in Den Haag heeft Cargoroo afgelopen week officieel vernomen dat het aantal deelbakfietsen op straat mag stijgen van 200 naar 500 bakfietsen. 

Per 24 april start de e-deelbakfiets aanbieder ook in Rotterdam. Er komen in totaal honderd elektrische bakfietsen op verschillende plekken in de havenstad. Met de lancering in Rotterdam heeft de deelvervoerder zijn dienst in alle G5 steden uitgerold. 

Grootste deelbakfietsvloot in Berlijn

Ook in het buitenland wordt het deelconcept verder uitgebreid. In Berlijn staan al ruim honderd elektrische bakfietsen en dit wordt meer dan verdrievoudigd naar 350 stuks. De stad krijgt hiermee de grootste deelbakfiets vloot ter wereld. In 2023 kunnen er in Berlijn al minimaal 625.000 binnenstedelijke autokilometers worden vervangen met het aantal deelbakfietsen die er op straat komen te staan. Dit zorgt voor minder uitstoot in de stad en meer openbare ruimte voor iedereen.

Cargoroo, bekend van de gele elektrische deelbakfietsen, gaat flink uitbreiden. Dit geldt zowel voor Nederlandse steden als andere steden in Europa.

Naast deze uitbreiding in Duitsland, is Cargoroo ook recent in Frankrijk gestart met het delen van bakfietsen. In Lyon is Cargoroo dit voorjaar gestart met een pilot met een beperkt aantal fietsen. Samen met out-of-home exploitant JCDecaux kan Cargoroo met deze pilot een sterke intrede maken in de Franse markt. 

“We zijn als oprichters enorm trots op wat we tot nu toe hebben gerealiseerd. Iedereen in ons bedrijf heeft de groei samen verwezenlijkt. We zien dat veel gemeenten onze visie omarmen: de deelbakfiets voor iedereen in de stad, wat op grote schaal nodig is om veel impact te kunnen maken. Het geeft veel voldoening en draagt bij aan onze missie om een positieve bijdrage te leveren aan een leefbare stad voor iedereen. Dit baant ook verder de weg naar, “In elke straat een deelbakfiets”.

Erik de Winter, CEO Cargoroo.

Uitbreiding dankzij financieringen 

Om deze uitbreidingsplannen te realiseren, heeft Cargoroo recent een financieringsronde gehouden, waarbij 10 miljoen euro is opgehaald. Om de uitbreiding versnelt te realiseren is vorige week een crowdfunding campagne gestart, waarbij iedereen aandeelhouden kan worden van Cargoroo. Inmiddels is er al een bedrag opgehaald van meer dan 290.000 euro. Naast de crowdfundingsactie is er ook een financiering uitgegeven vanuit de Rabobank, die de missie van het bedrijf verder ondersteunt.

Actieplan Scheveningen verbreed naar gehele kust

Dit jaar wordt ook de zogeheten noise-patrol, om geluidsovertredingen van auto’s aan te pakken, ingezet en wordt opgetreden tegen straatintimidatie.

Sinds 2021 maakt de gemeente Den Haag samen met bewoners en ondernemers een actieplan om Scheveningen veilig, leefbaar en bereikbaar te houden. Dit jaar is het actieplan gemaakt voor de gehele Haagse kust. Omdat veel maatregelen uit de voorgaande jaren effectief zijn gebleken worden deze wederom ingezet. Bijvoorbeeld de inzet van parkeercoaches, plaatsing van slagbomen om verkeer op de Scheveningse strandweg te reguleren en het aanbieden van Park + Beach voor automobilisten.

“De Haagse kust is een prachtige plek en ik kijk uit naar het komende strandseizoen. De afgelopen jaren hebben we met veel inzet en gerichte acties de overlast aangepakt op Scheveningen. Daarom ben ik ontzettend blij dat dit jaar het actieplan voor de gehele Haagse kust geldt. We hebben weer het evenwicht gezocht tussen de verschillende belangen die er zijn. Ik ben dankbaar dat onze inwoners en ondernemers wederom een belangrijke bijdrage hebben geleverd bij het maken van het actieplan.”

Wethouder Anne Mulder.

Uitbreiding actieplan

Nieuw Kijkduin is momenteel in ontwikkeling. Naar verwachting kunnen bezoekers vanaf 2024 volop gebruik maken van de vernieuwde badplaats. Daarom wordt het Actieplan Scheveningen dit jaar verbreed naar de gehele kust.

Bereikbaarheid

Op een zonnige dag trekt de Haagse kust veel bezoekers. Om dit in goede banen te leiden worden meerdere maatregelen genomen. In 2023 wordt bijvoorbeeld Park + Beach mogelijk uitgebreid met nieuwe gunstig gelegen parkeerlocaties. De (elektrische) fiets, bakfiets en scooter zijn goede alternatieven voor de auto om mee naar de kust te reizen. Daarom wordt ingezet op extra promotie van de belangrijkste fietsroutes naar de kust en gratis en bewaakte fietsenstallingen. Om de overlast van hinderlijk geparkeerde deeltweewielers tegen te gaan zijn afspraken gemaakt met de aanbieders. Zo komen er bijvoorbeeld parkeervakken langs de kust voor deelscooters. Deze vakken sluiten in de app van de aanbieders zodra de vakken vol zijn.

Op een zonnige dag trekt de Haagse kust veel bezoekers. Om dit in goede banen te leiden worden meerdere maatregelen genomen.

Aanpak huftergedrag

‘‘De Haagse kust moet een fijne plek zijn voor iedereen. Er is geen ruimte voor te hard rijden, intimidatie of ander huftergedrag. Afgelopen jaren is er een stuk minder overlast geweest, om dit voor te zetten worden daarom wederom acties genomen” , aldus wethouder Anne Mulder. Zo worden bijvoorbeeld verplaatsbare snelheidsdisplays ingezet op plekken waarvan bekend is dat er regelmatig te hard wordt gereden, zoals de Gevers Deynootweg en de Westduinweg. Dit jaar wordt ook de zogeheten noise-patrol, om geluidsovertredingen van auto’s aan te pakken, ingezet en wordt opgetreden tegen straatintimidatie.

Communicatie

Er is speciale aandacht voor de communicatie met bewoners. Voor bewoners is er de pagina www.denhaag.nl/actieplankust. Met een speciale nieuwsbrief worden inwoners van Scheveningen geïnformeerd. Voor Kijkduin wordt een omgevingscommunicatie-aanpak ontwikkeld. Tot slot wordt de communicatie richting bezoekers van de kust uitgebreid met actuele, waar nodig meertalige informatie, over alle thema’s: van Park + Beach tot strandregels, parkeerregels en strandveiligheid voor de hele kust.

De ontwikkeling van mobiliteit en bereikbaarheid in Nederland

Het KiM heeft de verwachte ontwikkeling (2018-2040) van de mobiliteit en bereikbaarheid van inwoners van 4 verschillende typen gebieden in beeld gebracht.

In de beleving van een groot deel van de inwoners van stedelijke en landelijke gebieden zijn er nauwelijks bereikbaarheidsproblemen. De meesten vinden dat zij werk of voorzieningen voor bijvoorbeeld onderwijs, zorg of winkels goed kunnen bereiken. Ook is er nauwelijks verschil in beleving tussen de stads- en plattelandsbewoners. Bij het zoeken naar oplossingsrichtingen voor mobiliteit en bereikbaarheid zou er aandacht moeten zijn voor de perceptie van inwoners. Nu ligt de focus vooral op oplossingen voor problemen en knelpunten die de inwoners misschien niet als zodanig ervaren. Dit schrijft het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM) in de publicatie ‘De ontwikkeling van de mobiliteit en de bereikbaarheid in stedelijk en ruraal Nederland’.

In het stedelijk gebied groeit de bevolking en komen er steeds meer banen en voorzieningen. In delen van het landelijke ofwel rurale gebied daarentegen krimpen de bevolking en de werkgelegenheid en verschraalt het aanbod aan voorzieningen. Deze trends leiden ertoe dat de mobiliteit en de bereikbaarheid zich in deze gebieden verschillend ontwikkelen.

Het KiM heeft de verwachte ontwikkeling (2018-2040) van de mobiliteit en bereikbaarheid van inwoners van 4 verschillende typen gebieden in beeld gebracht: het stedelijk gebied waar de bevolking groeit, het stedelijk gebied waar de bevolking afneemt, het rurale gebied waar de bevolking groeit en het rurale gebied waar de bevolking afneemt. De onderzoekers hebben dit gedaan voor een hoog en een laag groeiscenario. De resultaten van de analyses zijn vertaald naar kansen, bedreigingen en oplossingen die per type gebied verschillen.

Kleinschalig openbaar vervoer (vervoer op maat) kan mogelijk als vangnet fungeren voor mensen die van dat openbaar vervoer afhankelijk zijn.

Ervaren bereikbaarheid

Er zijn tussen het stedelijke en het landelijke gebied verschillen in het aantal mogelijk te bereiken banen, onderwijsinstellingen en winkels. Maar, een groot deel van de inwoners van die gebieden ervaart nauwelijks bereikbaarheidsproblemen. Bewoners van stedelijke en die van rurale gebieden ervaren de bereikbaarheid van voorzieningen nauwelijks anders. In plattelandsgebieden kunnen bepaalde factoren, zoals een hoog autobezit (meer dan in de steden), een positieve bijdrage leveren aan de ervaren bereikbaarheid. 

Auto blijft dominant in landelijk gebied

De auto blijft in de toekomst de dominante vervoerwijze in het rurale gebied. Het gebruik van het reguliere openbaar vervoer in deze gebieden is laag en dat blijft naar verwachting ook in de toekomst zo. Daardoor staat de betaalbaarheid van het openbaar vervoer meer onder druk en is de beschikbaarheid van het openbaar vervoer in de landelijke gebieden minder vanzelfsprekend. Kleinschalig openbaar vervoer (vervoer op maat) kan mogelijk als vangnet fungeren voor mensen die van dat openbaar vervoer afhankelijk zijn. In de rurale gebieden is het ook kansrijk om op afstanden tot 20 km het gebruik van de elektrische fiets te stimuleren en doorfiets- en snelfietsroutes aan te leggen.

Leefomgeving stedelijk gebied

In een hoog groeiscenario wordt de leefomgeving van de bewoners in het stedelijk gebied meer aangetast door bijvoorbeeld meer files, toenemend ruimtegebruik van de auto, milieubelasting en geluidsoverlast. Om de kwaliteit van die leefomgeving in ieder geval op peil te houden zijn er verschillende oplossingsrichtingen voorhanden, zo stelt het KiM. Bijvoorbeeld door te zorgen voor nabijheid van wonen, werken en voorzieningen. Maar ook door stadscentra en nieuw te ontwikkelen wijken autoluw te maken en het parkeren te reguleren. Daarnaast behoort het stimuleren van deelmobiliteit en goede overstapfaciliteiten aan de randen van de stad (multimodale hubs) volgens de KiM-onderzoekers tot de mogelijkheden.

Altijd een auto rijklaar voor de deur in Helmond zonder zorgen

Minder verkeersoverlast in de wijk, minder geparkeerde auto’s in de straat en toch volop mobiliteit voor de bewoners.

Als autobezitter ben je gewend dat er altijd een auto rijklaar voor de deur staat. Van Brandevoort tot Stiphout blijft dat zo met Appacar, maar dan voordeliger. Appacar bezorgt binnen een uur een deelauto thuis of op het werk, die aanvoelt alsof het je eigen auto is. Zo heb je een auto rijklaar voor de deur, wanneer je hem nodig hebt en bespaar je honderden euro’s per maand.

AppaCar is een Nederlandse startup opgericht door Maarten Neeskens. Het bedrijf richt zich op het ontwikkelen van een duurzame mobiliteitsoplossing door middel van het delen van auto’s. Het idee achter AppaCar is dat mensen een auto kunnen huren voor een korte periode, bijvoorbeeld voor een uur of een dag, in plaats van er een te bezitten. Op deze manier kunnen gebruikers flexibel gebruik maken van een auto zonder zich zorgen te hoeven maken over het bezit, het onderhoud en de verzekering ervan.

Helmond

Vanaf 20 april 2023 is Appacar beschikbaar in het gebied rond Helmond Brandevoort, de gemeente Stiphout, de Automotive Campus en de Schootse Dreef. Binnen de groene zone op de kaart bezorgen ze je auto binnen een uur voor de deur. Meld je alvast vrijblijvend aan en ontvang dan als één van de eersten een seintje als Appacar (spreek uit: app a car) beschikbaar is in Helmond.

Maarten Neeskens wil in het gros van de Nederlandse steden actief zijn. Appacar bezit zelf geen auto’s want voor de levering van de Helmondse wagens werkt het bedrijf samen met autoverhuur- en deelbedrijven. Deelmobiliteit richt zich op mensen die oren hebben naar de gemakken van Mobility as a Service.

deelmobiliteit

Deelmobiliteit verwijst naar een mobiliteitsconcept waarbij mensen een voertuig delen in plaats van er een te bezitten. Dit kan variëren van deelauto’s en deelfietsen tot deelscooters en deelsteps. Het doel van deelmobiliteit is om het gebruik van voertuigen efficiënter te maken en de kosten en milieu-impact van individueel autobezit te verminderen. Deelmobiliteit wordt steeds populairder en wordt vaak aangeboden door startups en gevestigde bedrijven in de mobiliteitssector.

Het vervoer in Zeeland gaat veranderen

Het huidige vervoerssysteem past niet meer bij deze tijd. Op grote delen van de dag rijden bussen leeg rond en in het weekend en in de avonduren is weinig openbaar vervoer beschikbaar.

Het vervoer in Zeeland gaat veranderen. Vanaf 2025 kunnen reizigers in Zeeland kiezen uit een ideale mix van (openbare) vervoersmiddelen (klein en groot), opstappunten waar comfortabel gewacht kan worden en gebruikmaken van slimme apps waarmee reizen gepland, geboekt en tegelijk betaald kunnen worden. Een belangrijk onderdeel van het nieuwe plan zijn goede opstappunten voor reizigers. Om de opstappunten te realiseren heeft de Provincie Zeeland voor Zeeuwse gemeenten een subsidieregeling opengesteld.

Vervoer vanaf 2025

Het huidige vervoerssysteem past niet meer bij deze tijd. Op grote delen van de dag rijden bussen leeg rond en in het weekend en in de avonduren is weinig openbaar vervoer beschikbaar. Daarom gaat het vervoer in Zeeland vanaf 2025 veranderen. In het nieuwe vervoersplan is, naast de trein, boot en bus, meer flexibel vervoer beschikbaar, zoals de flextaxi en deelinitiatieven. Door de inzet van meer flexibel- en deelvervoer zijn de rustigere gebieden, ook in de avonden en weekenden, beter bereikbaar. De grote bus zoals we die nu kennen, wordt een snelle bus. Deze bus zal op rustigere plaatsen minder stoppen.

In het nieuwe vervoersplan is, naast de trein, boot en bus, meer flexibel vervoer beschikbaar, zoals de flextaxi en deelinitiatieven.

Opstappunten

Alle vormen van vervoer komen samen op de verschillende opstappunten (ook wel mobiliteithubs genoemd) die in Zeeland gerealiseerd worden. Vanaf de hubs kunnen reizigers in Zeeland opstappen op het vervoersmiddel dat bij zijn/haar reis past. Dit zijn ook plekken waar reizigers kunnen overstappen, hun fiets kunnen parkeren of even kunnen wachten.

Samen aan zet

De gemeenten en de Provincie zijn hier samen voor verantwoordelijk. In de Regionale Mobiliteitsstrategie zijn in grote lijnen afspraken gemaakt over de locaties en de functionaliteiten van de hubs. Om de realisatie van de opstappunten te stimuleren, heeft de Provincie de tweede ronde van de subsidieregeling opengesteld. Vanaf 27 maart tot en met 31 oktober 2023 is het voor Zeeuwse gemeenten mogelijk subsidie aan te vragen voor de realisatie van mobiliteitshubs, aldus de Provincie Zeeland.

Afspraken gemaakt met aanbieders deeltweewielers Haagse Kuststrook

Zo gaat de gemeente bijvoorbeeld op zoek naar extra parkeerruimte voor drukke dagen, gaan de deelaanbieders gezamenlijk parkeercoaches inzetten en mogen de scooters alleen in de aangewezen vakken parkeren.

In Den Haag wordt steeds meer gebruik gemaakt van deelscooters, deelbakfietsen en deelfietsen. Om dit groeiende gebruik in goede banen te leiden zijn onlangs opnieuw afspraken gemaakt met aanbieders van deeltweewielers voor de Haagse Kuststrook. Zo gaat de gemeente bijvoorbeeld op zoek naar extra parkeerruimte voor drukke dagen, gaan de deelaanbieders gezamenlijk parkeercoaches inzetten en mogen de scooters alleen in de aangewezen vakken parkeren.

”In 2021 is begonnen met de samenwerking tussen deeltweewielers en Gemeente Den Haag. Dit is van beide kanten goed bevallen en heeft gezorgd voor veel verbeteringen, daarom zijn er opnieuw afspraken gemaakt. Dit keer voor de gehele kuststrook, in plaats voor alleen Scheveningen. Met de gemaakte afspraken wil de gemeente samen met de aanbieders de overlast van rondslingerende deelvoertuigen terugbrengen.”

Wethouder Anne Mulder.

In Den Haag wordt steeds meer gebruik gemaakt van deelscooters, deelbakfietsen en deelfietsen.

Afspraken

Gemeente Den Haag, Go Sharing, felyx, Check, BAQME, Cargoroo en Donkey Republics hebben onder andere de volgende afspraken gemaakt:

  • Het deelvervoer aan de kust mag uitsluitend worden geparkeerd in de daartoe bestemde parkeervakken. Het parkeren buiten de vakken wordt technisch onmogelijk gemaakt.
  • De vakken worden afgesloten voor gebruikers wanneer deze vol zijn.
  • De aanbieders hebben gezamenlijke parkeercoaches op drukke dagen die de gebruikers helpen om de voertuigen netjes te parkeren en verwijzen naar vakken waar nog ruimte is om te parkeren.
  • Er wordt gebruik gemaakt van een gezamenlijke whatsapp groep om elkaar makkelijk en tijdig te kunnen informeren.
  • In de zomer vindt een wekelijks overleg plaats tussen de aanbieders en de gemeente waarin belangrijke informatie gedeeld wordt en maatregelen verscherpt kunnen worden wanneer dit nodig blijkt te zijn.
  • Om te zorgen dat er iedere dag voldoende ruimte is in de parkeervakken worden deze voor de ochtend leeggemaakt.
  • De gemeente gaat op zoek naar extra parkeerruimte (overlooplocaties). Deze kan geopend worden op de hele drukke dagen.

Toekomst

De uitbreiding van het aanbod van deelmobiliteit is belangrijk voor de gewenste mobiliteitstransitie van de gemeente Den Haag. Delen maakt ruimte, deelfietsen en deelscooters zorgen voor een efficiënter gebruik van de ruimte. Daarnaast geeft deelmobiliteit extra en snellere reisopties, waardoor de afhankelijkheid van de (eigen) auto of tweede fiets afneemt, aldus de gemeente Den Haag

Nederlandse poldermodel ter discussie in de transitie in mobiliteit

De overgang naar een duurzamer, efficiënter en inclusiever mobiliteitsysteem.

Het Nederlandse poldermodel kan bijdragen aan een brede maatschappelijke discussie over de transitie in mobiliteit en het vinden van een gezamenlijke aanpak. Het overlegmodel zorgt ervoor dat verschillende belanghebbenden, zoals overheden, bedrijven en maatschappelijke organisaties, betrokken worden bij het proces van verandering. Dit kan bijdragen aan een breed draagvlak en acceptatie van beleid en maatregelen.

Het poldermodel kan soms leiden tot bepaalde groepen die een onevenredige invloed hebben, wat kan leiden tot ongelijke behandeling en ongelijkheid.

De transitie in mobiliteit vereist ook snelle en effectieve actie om te voldoen aan de doelen op het gebied van duurzaamheid en klimaat. Het kan zijn dat de overlegstructuur van het poldermodel niet altijd de snelheid van besluitvorming mogelijk maakt die nodig is om te voldoen aan deze doelen. Daarom is het belangrijk om een balans te vinden tussen overleg en daadkracht.

transitie

Het realiseren van een transitie in mobiliteit vereist samenwerking tussen verschillende belanghebbenden, zoals overheden, bedrijven en maatschappelijke organisaties, evenals investeringen en beleidsmaatregelen die gericht zijn op duurzaamheid en innovatie. Het is een belangrijk onderdeel van de bredere inspanningen om de klimaatverandering tegen te gaan en de luchtkwaliteit te verbeteren.

Het is noodzakelijk om ervoor te zorgen dat de verschillende belanghebbenden gelijke kansen hebben om hun stem te laten horen in het besluitvormingsproces. Het poldermodel kan soms leiden tot bepaalde groepen die een onevenredige invloed hebben, wat kan leiden tot ongelijke behandeling en ongelijkheid.

In plaats van het volledig afschaffen van het poldermodel, is het belangrijk om te streven naar een evenwicht tussen overleg en snelle besluitvorming, waarbij het algemeen belang en gelijke behandeling van belanghebbenden voorop staan. Door een inclusieve aanpak te hanteren en diverse belanghebbenden te betrekken, kunnen we de transitie in mobiliteit op een effectieve en duurzame manier vormgeven.

poldermodel

Het Nederlandse poldermodel wordt vaak gezien als een voorbeeld van een succesvol overlegmodel en heeft in de loop der jaren geleid tot een aantal belangrijke hervormingen en maatregelen in de Nederlandse samenleving. Het poldermodel is een overlegmodel waarbij werkgevers, werknemers en de overheid samenwerken om tot overeenstemming te komen over beleid en maatregelen. Het model is ontstaan in de jaren 1980 en 1990 en heeft bijgedragen aan politieke stabiliteit en economische groei in Nederland.

Omruilsubsidie dieselvoertuigen Den Haag verhoogd

Bij inlevering van een dieselvoertuig krijgt men een tegoed dat besteed kan worden aan reizen met het openbaar vervoer of met een deelvoertuig, het gebruik van een transportdienst of als bijdrage aan de aanschaf van een fiets of een elektrische (brom- of snor)fiets.

Om de luchtkwaliteit in Den Haag te verbeteren is er ook begin dit jaar gekozen voor een subsidieregeling voor het laten demonteren en omruilen van diesel (bestel)auto’s en brom- en snorfietsen met een verbrandingsmotor. Deze omruilsubsidie is een succes, het subsidieplafond van € 325.000 is bereikt en wordt daarom verhoogd met € 250.000.

In 2022 zijn met deze subsidie al 540 dieselvoertuigen van de weg gehaald. Dat is goed nieuws voor iedereen die hierdoor een elektrische (brom)fiets kan aanschaffen, de luchtkwaliteit van Den Haag én voor het klimaat. Ik ben dan ook blij dat we de subsidie tot 31 maart kunnen voortzetten.

Wethouder duurzaamheid Arjen Kapteijns.

Om de luchtkwaliteit in Den Haag te verbeteren is er ook begin dit jaar gekozen voor een subsidieregeling voor het laten demonteren en omruilen van diesel (bestel)auto’s en brom- en snorfietsen met een verbrandingsmotor.

Bij inlevering van een dieselvoertuig krijgt men een tegoed dat besteed kan worden aan reizen met het openbaar vervoer of met een deelvoertuig, het gebruik van een transportdienst of als bijdrage aan de aanschaf van een fiets of een elektrische (brom- of snor)fiets. De gemeente wil het aandeel dieselvoertuigen en brom- en snorfietsen in de stad verkleinen en zo de lucht in de stad schoner maken en stikstofuitstoot te verlagen. 

Voor deze doeleinden wordt er nu ook door de gemeente gekeken naar de haalbaarheid van een zero emissie-zone voor stadslogistiek in de kustzone van Den Haag. Voor het centrum van de stad gaat zo’n zero emissiezone in 2025 van start, aldus de gemeente.

Deelmobiliteit heeft het lastig in combinatie met openbaar vervoer

In het huidige economische klimaat zijn investeerders terughoudend om in deelbedrijven te investeren.

Deelmobiliteit speelt een belangrijke rol in de mobiliteitstransitie voor het leefbaarder maken van steden en regio’s. Ondanks HTM blijft geloven in deelmobiliteit, besloot het vervoersbedrijf toch om te stoppen met het aanbieden van fietsen in combinatie met het openbaar vervoer per tram of bus. Daar waar dat kon en rendabel zou zijn voor HTM, zou het bedrijf zich hiervoor blijven inzetten. 

Maar helaas bleef dat beperkt tot Zoetermeer. HTM stopte op 1 februari 2023 met de HTM Fiets in Den Haag, Rijswijk en Leidschendam-Voorburg. De belangrijkste reden is dat het aantal ritten dat met de HTM Fiets werd gemaakt achterbleef bij de verwachtingen en daarmee niet rendabel was. HTM introduceerde de HTM Fiets in mei 2019 als aanvulling op haar openbaar vervoer. 

Van OV-aanbieders wordt nu al min of meer verwacht dat ze in hun MaaS apps straks ook aanbod hebben. Het aanbod van deelfietsen en scooters is een aantrekkelijk alternatief voor de bus. Maar de grote vraag is of openbaar vervoersbedrijven zitten te wachten op al die deelmobiliteit. Geen volle bus of vele stops op haltes, maar hun klanten zien zoeven in de frisse lucht door de straten. 

Deelscooters zijn een ramp voor een stad, het geeft overlast en is oorzaak van verrommeling.

Stof tot nadenken. Het openbaar vervoer, de hub en deelmobiliteit kunnen samen het mobiliteitslandschap veranderen en zo die fossiele eigen bezitters van een auto tot nieuw gedrag verleiden. Of dat voor de OV aanbieders zelf nu direct zo voordelig is, lijkt nog best onzeker.

toekomst

Aanbieders hebben het moeilijk om stakeholders te blijven overtuigen dat hun investeringen ooit renderen. We zien nu al de afbouw van deelmobiliteit en faillisementen. Maar, niet iedereen treurt om het verdwijnen van de deelmobiliteit uit het stadsbeeld. Velen zien de deelfietsen en scooters als een overlast. Toch is die overlast een essentieel onderdeel van de transitie richting een duurzaam mobiliteitssysteem.

Bij het implementeren van deelmobiliteit, zoals deelfietsen en scooters, is in het begin vaak sprake van hinder in de openbare ruimte. Stoepen worden geblokkeerd wat voor veel ouderen of rolstoelgebruikers hinderlijk is. Dit neemt in de loop der tijd wel iets af maar gemeenten kunnen dit voorkomen door betere richtlijnen te bepalen waar aanbieders moeten aan voldoen. 

We moeten ook rekening houden met de ontwikkelfase waarin deelmobiliteit en MaaS zich bevinden en nog wel even begrip hebben voor de innovatiefase waarin we ons bevinden.

In de toekomst gaan we steeds meer hubs zien verschijnen. Deze mobiliteitshub brengt verschillende vervoerswijzen samen. De bedoeling is om een divers mobiliteitsaanbod ter beschikking te stellen, zodat gebruikers zich flexibel kunnen verplaatsen zonder het privé-bezit van een wagen. Denk dus aan autodelen en fietsdelen, met een slimme aansluiting op het openbaar vervoer. 

Schoner, sneller en slimmer reizen door Zeeland

Door onder andere in te zetten op nieuwe vervoersmiddelen zoals de flextaxi en deelvervoer, het ontwikkelen van apps en het realiseren van mooie opstappunten, wordt Zeeland beter bereikbaar.

De komende jaren zal het publieke vervoer in Zeeland stapsgewijs veranderen voor alle reizigers. Door onder andere in te zetten op nieuwe vervoersmiddelen zoals de flextaxi en deelvervoer, het ontwikkelen van apps en het realiseren van mooie opstappunten, wordt Zeeland beter bereikbaar. Het doel is schoner, sneller en slimmer reizen door Zeeland. Onlangs kwamen bestuurders van Zeeland bij elkaar om met elkaar de voortgang van de plannen te bespreken en maakten zij nieuwe afspraken voor de komende periode.

Mensen willen snel en gemakkelijk van deur tot deur kunnen reizen. Het vervoerssysteem zoals het nu werkt, past steeds minder bij deze tijd. De behoeften van inwoners en toeristen vragen om andere, nieuwe oplossingen in een dunbevolkt gebied als Zeeland. Daarom hebben alle Zeeuwse gemeenten en de Provincie Zeeland toegewerkt naar een nieuw vervoersplan; de Regionale Mobiliteitsstrategie. In de strategie staat te reiziger centraal. In het nieuwe systeem, dat in 2025 van start gaat, kiezen reizigers uit een mix van vervoersmiddelen. Grote afstanden zijn af te leggen met de grote bus, boot of trein. Vanaf de verschillende opstappunten zijn er straks veel meer mogelijkheden zoals de flextaxi, buurtbus, vrijwilligersinitiatieven, carpoolinitiatieven en deelvervoersmiddelen. Voor mensen die slecht ter been zijn of voor jongeren die naar school moeten, blijft vervoer beschikbaar.

“De komende twee jaar moeten we toewerken naar een nieuwvervoerssysteem. Dat vraagt goede samenwerking tussen gemeenten en Provincie. We gaan samen op weg naar meer fijnmazig vervoer aangevuld met snelle verbindingen!”

Wethouder Corniel van Leeuwen, gemeente Tholen.

Vanaf de verschillende opstappunten zijn er straks veel meer mogelijkheden zoals de flextaxi, buurtbus, vrijwilligersinitiatieven, carpoolinitiatieven en deelvervoersmiddelen.

Gezamenlijke bestuurlijke conferentie

De grote lijnen voor het nieuwe vervoerssysteem zijn bekend. De komende twee jaar wordt toegewerkt naar de uitvoering van de strategie. Omdat de veranderingen groot zijn, en omdat veel partijen met elkaar moeten samenwerken, vond een conferentie plaats in de Mythe in Goes. Onder andere werd gesproken over de nieuwe mobiliteitscentrale en de manier hoe een mix van vervoer ingezet zal worden. Mobiliteitsexpert Geert Kloppenburg benadrukte de noodzaak van de veranderingen in het nieuwe vervoerssysteem.

“Het was goed om met elkaar de voortgang te bespreken van het nieuwe vervoerssysteem. Er is een breed draagvlak voor de nieuwe vervoersplannen. Over de grote lijnen waren we het al eens met elkaar, maar in aanloop naar de uitvoering zijn er altijd nog vragen. Nu is het zaak om toe te werken naar de uitvoering in 2025. Ik heb er vertrouwen in dat we samen de bereikbaarheid van Zeeland fors gaan verbeteren voor alle reizigers in Zeeland!”

Gedeputeerde Harry van der Maas, Provincie Zeeland.

Plan voor busroutes

Een van de gespreksonderwerpen tijdens de conferentie was het plan voor de busroutes. Dit is de eerste concrete stap uit de Regionale Mobiliteitsstrategie. Het concept busplan, een verantwoordelijkheid van de Provincie, is sinds een aantal weken gereed. Alle Zeeuwse gemeenten en reizigersorganisaties kunnen reageren op het plan. Daarna worden de reacties verwerkt en wordt een vervoerder gezocht om het werk vanaf 2025 uit te voeren. In het plan zijn minder busroutes opgenomen dan voorheen. Dat komt omdat er in het nieuwe systeem meer geld wordt besteed aan nieuwe vervoersvormen zoals de flextaxi, carpoolinitatieven en deelvervoer. Door het aanbieden van meer flexibiliteit, worden de kleine kernen van Zeeland beter bereikbaar, ook in de weekenden en avonduren, aldus Provincie Zeeland.