Categorie archieven: Kinderen

Scouting zet in op veiligheid: avondvierdaagse Eindhoven feestelijk van start met zon

Met een stralende zon en een grote opkomst is maandagavond in Eindhoven de Avondvierdaagse van Scouting Dokter Albert Schweitzer feestelijk van start gegaan.

In de wijken Acht en de Achtse Barrier verzamelden zich tal van enthousiaste kinderen en hun ouders voor de eerste wandeltocht van het populaire evenement, dat ook dit jaar weer garant staat voor sportiviteit, gezelligheid en saamhorigheid.

De Avondvierdaagse, die plaatsvindt op 1, 3, 8 en 10 juni, biedt deelnemers de keuze uit twee routes van 4 of 6 kilometer. Daarmee is het evenement toegankelijk voor jong en oud, en kunnen zowel beginnende als meer ervaren wandelaars deelnemen. Vanaf 18.00 uur vertrekken de groepen vanaf wisselende locaties in de wijk, waaronder een park, een speeltuin en een basketbalveld. De aftrap vond plaats aan de Juralaan, waar het zonnetje zorgde voor een extra feestelijke sfeer.

stempelposten

Langs de routes is er niet alleen aandacht voor beweging, maar ook voor plezier en beleving. Iedere kilometer worden de wandelaars verrast met een drinkpost of een activiteit. In totaal zijn er vier stempelposten per route, waar deelnemers hun kaart kunnen laten aftekenen. Daarbij is het niet alleen een kwestie van langslopen, want bij twee van deze posten moeten eerst spelletjes worden gespeeld voordat de felbegeerde stempel wordt verdiend. Het zorgt voor een speelse onderbreking van de wandeltocht en draagt bij aan de levendige sfeer onderweg.

Bij de eindlocatie wacht nog een extra verrassing. Daar is een speciale fotopost ingericht waar deelnemers op de gevoelige plaat kunnen worden vastgelegd door een professionele fotograaf. Ook onderweg worden sfeerbeelden gemaakt, die later online beschikbaar worden gesteld in een galerij. De organisatie laat weten dat deze foto’s tijdelijk te bekijken en te downloaden zijn, waarna ze na enkele maanden worden verwijderd. Een deel van de beelden kan daarnaast worden gebruikt voor promotiedoeleinden of verschijnen op de website van Achtse Belangen.

eigen drinkfles

De organisatie benadrukt het belang van een goede voorbereiding. Deelnemers krijgen het advies om stevige wandelschoenen te dragen en kleding aan te trekken die tegen een stootje kan, zeker omdat het weer in juni soms onvoorspelbaar kan zijn. Ook wordt gevraagd om een eigen drinkfles of beker mee te nemen, om zo de hoeveelheid afval tijdens het evenement te beperken. Daarmee wil de organisatie niet alleen een sportief, maar ook een milieubewust evenement neerzetten.

Foto: © Pitane Blue – vierdaagse Eindhoven

Met nog drie wandelavonden te gaan, lijkt de toon voor een geslaagde editie al gezet. De combinatie van sport, spel en gezelligheid maakt de Avondvierdaagse tot een evenement waar veel deelnemers elk jaar weer naar uitkijken.

Veiligheid staat tijdens de vier wandeldagen voorop. Vrijwilligers van Scouting Dokter Albert Schweitzer begeleiden de routes en zien erop toe dat alles ordelijk en veilig verloopt. Deelnemers wordt nadrukkelijk gevraagd om hun aanwijzingen op te volgen en zich aan de verkeersregels te houden. Zeker omdat er in groepen wordt gelopen, is het belangrijk alert te blijven op ander verkeer in de wijk.

vertrouwd evenement

De Avondvierdaagse is inmiddels een vertrouwd evenement in Eindhoven en omgeving, en trekt jaarlijks veel deelnemers uit de regio. Voor Scouting Dokter Albert Schweitzer, gevestigd aan de Mispelhoefstraat 126 in Acht, vormt het evenement een verlengstuk van hun wekelijkse activiteiten. Daar worden het hele jaar door uitdagende opkomsten georganiseerd voor verschillende leeftijdsgroepen. De scoutinggroep wil met evenementen als deze laten zien dat scouting een actieve en sociale manier is om vrije tijd door te brengen.

Vooruitpas Amersfoort: gratis treinreizen voor lage inkomens grote proef van start

De Nederlandse Spoorwegen zetten een opvallende stap om reizen toegankelijker te maken voor mensen met een kleine portemonnee.

In samenwerking met gemeenten en andere overheden werkt NS aan de ontwikkeling van een speciale treinpas voor inwoners met een laag inkomen. De eerste proef vindt plaats in Amersfoort, waar een selecte groep inwoners tijdelijk gratis gebruik kan maken van de trein.

De proef draait om de zogenoemde Vooruitpas Amersfoort, een initiatief dat gericht is op het vergroten van de mobiliteit en maatschappelijke participatie. Inwoners met een laag inkomen krijgen hiermee de kans om gedurende een halfjaar kosteloos met de trein te reizen. Daarmee wil NS niet alleen praktische ondersteuning bieden, maar ook onderzoeken wat de impact is van vrij reizen op het dagelijks leven van deelnemers.

essentieel

Binnen het plan staat één gedachte centraal: mobiliteit is essentieel om mee te kunnen doen in de samenleving. Daan Schut, lid van de Raad van Bestuur van NS, benadrukt het belang hiervan en zegt: “Reizen is vrijheid. Als je te weinig geld hebt om met de trein te reizen, word je daarin beperkt. Je moet steeds afwegen: ga ik wel of niet op pad, en wat moet ik daarvoor laten? Om die reden willen veel gemeenten en provincies goedkoper ov aanbieden. Als NS willen we dat de trein beschikbaar is voor iedereen. Daarom willen we nu samen met die overheden onderzoeken of we voor mensen met een laag inkomen een speciale pas kunnen samenstellen.”

De gemeente Amersfoort speelt een sleutelrol in deze eerste fase. Gezinnen die in aanmerking komen voor de regeling worden actief benaderd door de gemeente. In totaal zijn er duizend passen beschikbaar. Mocht de belangstelling groter zijn dan het aanbod, dan wordt er geloot onder de aanmeldingen. Daarmee wil de gemeente het proces eerlijk laten verlopen en zoveel mogelijk inzicht krijgen in de behoefte onder inwoners.

afgebakend

De proefperiode is duidelijk afgebakend. De Vooruitpas gaat van start op 1 juli en loopt automatisch af op 31 december 2026. In die zes maanden worden de reisbewegingen, behoeften en ervaringen van deelnemers nauwkeurig gevolgd. De verzamelde gegevens moeten inzicht geven in hoe vaak en waarvoor de trein wordt gebruikt, en of gratis reizen daadwerkelijk bijdraagt aan meer deelname aan werk, onderwijs en sociale activiteiten.

Foto: © Pitane Blue – Sprinter Lighttrain

De resultaten van het experiment worden begin volgend jaar verwacht. NS wil deze inzichten gebruiken om te bepalen of een landelijke of bredere regeling haalbaar is. Daarbij wordt nadrukkelijk gekeken naar samenwerking met andere overheden, zowel op lokaal als regionaal en nationaal niveau. Het uiteindelijke doel is om een structurele oplossing te ontwikkelen die reizen voor mensen met een laag inkomen betaalbaarder maakt.

aanvullende maatregelen

Naast deze proef is NS ook in gesprek met het Rijk en andere vervoerders over aanvullende maatregelen. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar betaalbaarheid, maar ook naar duurzaamheid en energieverbruik binnen het openbaar vervoer. De proef in Amersfoort kan daarmee dienen als een belangrijke eerste stap in een bredere herziening van hoe het openbaar vervoer toegankelijk wordt gehouden voor kwetsbare groepen.

De komende maanden moeten uitwijzen of de Vooruitpas daadwerkelijk het verschil maakt. Voor de deelnemers betekent het in ieder geval een unieke kans om zonder financiële drempels gebruik te maken van het spoor. Voor NS en de betrokken overheden vormt het een belangrijke test om te bepalen hoe mobiliteit eerlijker verdeeld kan worden in Nederland.

Aantal incidenten verdubbeld: bijna ongelukken stapelen zich op rond overwegen

Het aantal jongeren dat betrokken raakt bij gevaarlijke situaties rond spoorwegovergangen is de afgelopen jaren flink toegenomen.

Dat blijkt uit recente cijfers van spoorbeheerder ProRail. Waar in 2021 nog 17 procent van de incidenten jongeren betrof, is dat aandeel in 2025 opgelopen tot 33 procent. In diezelfde periode kwamen twaalf jongeren tussen de 10 en 29 jaar om het leven bij ongelukken op overwegen.

De stijging baart zorgen, zeker omdat het vaak gaat om situaties die eenvoudig te voorkomen zijn. Jongeren steken bijvoorbeeld nog snel het spoor over terwijl de slagbomen al naar beneden gaan, of negeren het rode waarschuwingslicht nadat er net een trein is gepasseerd. Dergelijk risicogedrag komt jaarlijks honderden keren voor. Volgens ProRail spelen ongeduld, haast en afleiding door smartphones daarbij een belangrijke rol.

nieuwe campagne

Om die reden start de spoorbeheerder een nieuwe campagne die zich specifiek richt op jongeren tussen de 15 en 21 jaar. In de campagne worden confronterende beelden gebruikt van berichten die worden getypt terwijl een trein nadert. De bedoeling is om jongeren bewust te maken van de gevaren van afleiding op en rond het spoor. Woordvoerder Martijn de Graaf verwoordt het scherp bij de openbare omroep: “Een trein swipe je niet zomaar weg.” Hij voegt daaraan toe: “Je kunt beter een minuutje te laat komen dan nooit aankomen.”

Niet alleen slachtoffers en hun nabestaanden worden geraakt door incidenten op het spoor. Ook machinisten dragen de impact van dit soort momenten met zich mee. Edwin van de Vegte, al 25 jaar werkzaam als machinist, herinnert zich een recent voorval nog levendig. “Laatst zag ik bij Staphorst een joggende dame. Zonder te kijken stak ze doodleuk over. Ik passeerde met 120 kilometer per uur.” De schrik zit er bij hem nog goed in. “Als ik een halve seconde eerder was geweest, had ik haar geraakt. Dan voel je weer precies waar je hart zit, hoor. Bij Steenwijk trilde ik niet meer, maar zulke situaties gaan je niet in de koude kleren zitten.”

Foto: © Pitane Blue – overweg

Ook zijn collega Amber Huigen maakte onlangs een gevaarlijk moment mee. “Een fatbiker reed vlak voor me het spoor over. Gelukkig reed ik maar 40 kilometer per uur en kon de persoon passeren. Maar het hoort natuurlijk niet en je hart zit op zo’n moment in je keel.” Het zijn voorbeelden die duidelijk maken hoe klein de marge soms is tussen een bijna-ongeluk en een tragedie.

aanpassingen

Naast gedragsverandering zet ProRail ook in op aanpassingen aan de infrastructuur. Vooral onbewaakte spoorwegovergangen, waar geen slagbomen of waarschuwingslichten aanwezig zijn, blijken risicovol. Op deze plekken gebeuren relatief veel ongelukken. Daarom worden deze overgangen stap voor stap aangepakt. Zo worden er onder meer slagbomen, bellen en lichtsignalen geplaatst om weggebruikers beter te waarschuwen.

Daarnaast zijn sinds 2024 op tientallen risicovolle overgangen flitscamera’s geïnstalleerd. Deze camera’s registreren overtredingen van automobilisten en andere weggebruikers met een kenteken. Uit eerdere evaluaties van ProRail blijkt dat deze maatregel effect heeft. Op sommige locaties is het aantal overtredingen met maar liefst 60 procent afgenomen.

menselijke factor

Toch blijft de menselijke factor volgens de spoorbeheerder doorslaggevend. Zolang mensen risico’s blijven nemen, blijft het gevaar bestaan. Met de nieuwe campagne hoopt ProRail vooral jongeren te bereiken en hen bewust te maken van de gevolgen van hun gedrag. De boodschap is helder: een moment van onoplettendheid kan levensveranderende gevolgen hebben.

Paniek door kinderstreek: Wizz Air vlucht opgeschrikt door woord op telefoon

Een opmerkelijk incident in het luchtruim boven het oostelijke Middellandse Zeegebied zorgde voor grote onrust onder passagiers, bemanning en veiligheidsdiensten.

Een passagiersvliegtuig van luchtvaartmaatschappij Wizz Air, onderweg van Londen Luton naar Tel Aviv, werd tijdens de nadering van Israël onderschept en begeleid door meerdere Israëlische gevechtsvliegtuigen. Aanleiding was een melding van een vermeende dreiging aan boord, die uiteindelijk loos alarm bleek te zijn, maar wel leidde tot het in werking stellen van de hoogste veiligheidsprocedures.

“terrorist”

Het toestel, dat vloog onder vluchtnummer W95301, bevond zich in de laatste fase van de vlucht richting Ben Gurion Airport toen onder passagiers plotseling paniek ontstond. Meerdere inzittenden zagen op het scherm van een mobiele telefoon in de cabine een opvallende en verontrustende aanduiding verschijnen. Volgens getuigen ging het om het woord “terrorist”, dat zichtbaar was als naam van een draadloos netwerk. Wat in eerste instantie onschuldig leek, werd door de gespannen internationale veiligheidscontext al snel als potentieel gevaarlijk geïnterpreteerd.

De melding werd vrijwel direct doorgegeven aan de cabinebemanning. Die besloot geen enkel risico te nemen en stelde de bevoegde luchtvaart- en veiligheidsautoriteiten op de hoogte. In Israël ging daarop het alarm af en werden de protocollen voor een mogelijk dreigingsscenario geactiveerd. De Israëlische luchtmacht handelde snel en stuurde binnen korte tijd meerdere gevechtsvliegtuigen de lucht in om het passagiersvliegtuig te onderscheppen.

Foto: © Pitane Blue – Wizz Air

Terwijl de straaljagers het Wizz Air-toestel naderden, werd het vliegtuig onder strikte begeleiding naar Ben Gurion Airport geleid. Passagiers merkten de aanwezigheid van de militaire toestellen op en beschrijven de sfeer aan boord als gespannen en stil. De escorte bleef gedurende de rest van de vlucht in positie, totdat het toestel veilig toestemming kreeg om te landen.

Wi-Fi-hotspot

Al snel werd duidelijk dat er geen sprake was van een echte bedreiging. De oorzaak bleek opmerkelijk simpel en onschuldig. Een kind aan boord had, spelenderwijs, de naam van de mobiele Wi-Fi-hotspot van zijn ouders gewijzigd in het Arabische woord voor “terrorist”. Een andere passagier die probeerde verbinding te maken met een draadloos netwerk zag deze naam op zijn scherm verschijnen en sloeg alarm, niet beseffend dat het om een kinderstreek ging.

Hoewel de melding achteraf ongegrond bleek, benadrukten betrokken autoriteiten dat de genomen maatregelen noodzakelijk waren. In de huidige veiligheidssituatie wordt elke mogelijke aanwijzing serieus genomen, zeker wanneer het gaat om een toestel dat onderweg is naar Israël. De snelle inzet van de luchtmacht en de strikte controles op de grond worden gezien als bewijs dat de veiligheidsprocedures effectief functioneren.

Na afronding van alle controles werd vastgesteld dat geen enkele passagier of bemanningslid gevaar had gelopen. Het vliegverkeer op Ben Gurion Airport kon daarna weer volgens schema worden hervat. De betrokken autoriteiten onderzochten het incident verder om vast te stellen hoe dergelijke misverstanden in de toekomst voorkomen kunnen worden en hoe communicatie aan boord beter kan worden afgestemd op veiligheidsprotocollen.

Tilburg op vingers getikt: moeder strijdt tegen gemeente om taxivervoer voor dochter

Gemeente moet opnieuw kijken naar vervoer leerling met beperking.

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft in Breda een tussenuitspraak gedaan in een slepende kwestie over leerlingenvervoer, waarin een moeder uit de regio Tilburg botst met het college van burgemeester en wethouders over de vergoeding van taxivervoer voor haar dochter met een autismespectrumstoornis. De zaak werpt opnieuw licht op de spanningen tussen gemeentelijk beleid en de dagelijkse realiteit van gezinnen die afhankelijk zijn van passend vervoer naar school.

leerlingenvervoer

De moeder had op 16 december 2024 een aanvraag ingediend voor een vergoeding van de kosten van leerlingenvervoer voor het schooljaar 2024-2025. Het ging om haar dochter, die is gediagnosticeerd met een autismespectrumstoornis en speciaal onderwijs volgt. Begin januari 2025 werd die aanvraag door de gemeente Tilburg afgewezen, met als reden dat de afstand tussen de woning en de school minder dan zes kilometer bedraagt. Volgens de geldende verordening zou daarmee geen recht bestaan op vergoeding van aangepast vervoer, zoals taxivervoer.

Na bezwaar kwam de gemeente gedeeltelijk terug op dat besluit. In april 2025 verklaarde het college het bezwaar gegrond en werd alsnog een reiskostenvergoeding toegekend, gebaseerd op de kosten van het openbaar vervoer voor het kind en een begeleider. De moeder bleef echter met lege handen staan waar het ging om taxivervoer. Volgens het college voldeed zij niet aan de voorwaarden van de Verordening leerlingenvervoer gemeente Tilburg 2020, waarin is vastgelegd wanneer aangepast vervoer moet worden vergoed.

afwijzing

Die afwijzing liet de moeder niet los. In beroep voerde zij aan dat haar dochter, gezien haar psychische beperking, niet in staat is om ook niet onder begeleiding gebruik te maken van het openbaar vervoer. Daarmee zou volgens haar zijn voldaan aan de voorwaarden die de verordening stelt. Daarnaast wees zij op de zware belasting voor het gezin. Door de situatie rond haar dochter moet haar andere kind iedere ochtend naar de voorschoolse opvang, een extra kostenpost waar in de toegekende vergoeding geen rekening mee wordt gehouden. Ook stelde zij dat de gemeente te laat was met het nemen van een beslissing op bezwaar en dat daar consequenties aan verbonden zouden moeten worden.

Als de leerling door zijn structurele handicap niet in staat is, zelfs niet onder begeleiding, van het openbaar
vervoer gebruik te maken, verstrekt het college een voorziening in de vorm van aangepast vervoer. De
vraag of een leerling al dan niet als gehandicapt valt aan te merken is hierbij niet van belang. Het gaat om
de vraag of de leerling, door zijn handicap, al dan niet zelfstandig van het openbaar vervoer gebruik kan
maken.

Tijdens de zitting in november 2025 bleek dat de kern van het geschil draait om de vraag of de dochter, gelet op haar handicap, daadwerkelijk in staat is om met het openbaar vervoer te reizen. Het college stelde zich op het standpunt dat uit het overgelegde psychologisch onderzoek uit 2023 niet volgt dat sprake is van een onhoudbare situatie bij reizen met bus of trein. Daarbij werd aangevoerd dat ook taxivervoer prikkels met zich meebrengt, bijvoorbeeld doordat een taxi wordt gedeeld met andere kinderen of in de file kan komen te staan.

tussenuitspraak

De rechtbank zette daar stevige vraagtekens bij. In de tussenuitspraak oordeelt de rechter dat het college onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de relevante bepaling uit de verordening niet van toepassing zou zijn. In de toelichting bij de regels staat juist dat verklaringen van deskundigen zwaar moeten meewegen en dat de gemeente, als die verklaringen onduidelijk of onvolledig zijn, zelf een onafhankelijk deskundig advies kan inwinnen. De moeder had niet alleen een psychologisch rapport ingebracht, maar ook een verklaring van de begeleider van haar dochter. Dat de gemeente die stukken terzijde schoof zonder aanvullend deskundig onderzoek, noemt de rechtbank een motiverings- en zorgvuldigheidsgebrek.

motivering

Om die reden krijgt het college nu de opdracht om het gebrek te herstellen. Binnen twee weken moet de gemeente laten weten of zij van die mogelijkheid gebruikmaakt en vervolgens heeft zij zes weken de tijd om alsnog een deugdelijke motivering te geven of een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen. Dat kan betekenen dat een onafhankelijk sociaal-medisch advies wordt ingewonnen, zoals de verordening voorschrijft. Tot die tijd houdt de rechtbank iedere verdere beslissing aan en is er nog geen oordeel over proceskosten of griffierecht.

De zaak laat zien hoe strikt beleid en menselijke maat elkaar kunnen raken. Voor de betrokken moeder staat niet alleen een juridische interpretatie op het spel, maar vooral de dagelijkse haalbaarheid van het schooltraject van haar dochter en de impact daarvan op het hele gezin. De definitieve uitspraak wordt pas verwacht nadat de gemeente haar huiswerk opnieuw heeft gedaan.

Petitie: helft van ouders ontevreden over vervoer naar speciaal onderwijs

Wisselende chauffeurs, uren in taxi’s, touringcars en lange reistijden zorgen voor stress.

Het vervoer van kinderen naar het speciaal onderwijs blijft een bron van frustratie voor veel ouders. Uit een nieuwe peiling van Ouders & Onderwijs blijkt dat bijna de helft van de ouders nog altijd ontevreden is. Van de 234 ondervraagde ouders geeft 48 procent aan dat het leerlingenvervoer niet goed geregeld is. De meest gehoorde klachten gaan over lange reistijden, steeds wisselende chauffeurs en een te volle taxi.

De onvrede speelt al jaren. Ouders & Onderwijs hield dit onderzoek inmiddels voor de derde keer en ziet nauwelijks verbetering. Volgens de resultaten vindt 42 procent van de ouders dat er de afgelopen jaren niets veranderd is, ondanks alle gesprekken in de politiek en het onderwijsveld. Maar liefst 23 procent ziet zelfs dat de problemen groter zijn geworden.

begeleiding

Ouders melden dat hun kinderen dagelijks uren in een busje doorbrengen, vaak zonder de juiste begeleiding. Daarnaast wordt de toegang tot leerlingenvervoer voor steeds meer gezinnen beperkt door nieuwe regels die gemeenten hanteren. Ouders ervaren dit als onrechtvaardig en schadelijk voor hun kinderen.

De persoonlijke verhalen maken duidelijk hoe groot de impact is. Moeder Marian Keuning vertelt hoe zwaar het vervoer weegt op haar gezin: “De onrust in het taxivervoer zorgt voor extra stress en onzekerheid, waardoor gedurende de week hier veel tijd en negatieve aandacht heen gaat. Ik denk niet dat beleidsmakers en uitvoerenden hier zich voldoende bewust van zijn.”

Voor haar kind voelt de keuze van de gemeente extra wrang. “Dat er nu van touringcars gebruik wordt gemaakt, is natuurlijk idioot. De kinderen worden niet voor niets overgeplaatst naar speciaal onderwijs; waar de klassen kleiner zijn, meer kennis is van de problematiek en meer structuur wordt geboden.” Volgens haar laat dit zien dat het vervoer steeds verder losstaat van de behoeften van de kinderen waarvoor het juist bedoeld is.

kindvriendelijk

Ook Lobke Vlaming, directeur van Ouders & Onderwijs, stelt dat het systeem tekortschiet. Zij ziet dat de verantwoordelijkheden tussen gemeenten en vervoersbedrijven zorgen voor problemen: “Deze peiling laat opnieuw zien dat het systeem niet goed werkt. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het vervoer, maar geven de uitvoering aan bedrijven. Die doen hun werk vaak niet op een kindvriendelijke manier. Ouders zijn boos en verdrietig als ze zien dat hun kind elke dag uren in een busje zit. Het is tijd dat de landelijke politiek iets doet.”

Foto: © Pitane Blue – leerlingenvervoer

De boodschap van ouders en belangenorganisaties is helder: zolang gemeenten en vervoerders het probleem niet zelf kunnen oplossen, moet de landelijke politiek ingrijpen. Alleen met landelijke regels en duidelijke kaders kan worden gegarandeerd dat alle kinderen veilig, menselijk en passend naar school kunnen reizen.

De roep om landelijke regels wordt steeds sterker. Ouders willen afspraken over maximale reistijden, vaste chauffeurs en voldoende kwaliteit van het vervoer. Een van hen is Jethro Geelen, die de petitie Onze kinderen zijn geen pakketje! Regel leerlingenvervoer landelijk en menselijk is gestart. Hij pleit voor meer aandacht voor de menselijke maat in plaats van een puur logistieke benadering. Ouders & Onderwijs ondersteunt dit initiatief en roept alle betrokkenen op om de petitie te tekenen.

overprikkeld

Voor veel gezinnen voelt het leerlingenvervoer inmiddels als een dagelijkse strijd die ten koste gaat van het welzijn van hun kinderen. Ouders zien dat hun kinderen vermoeid, overprikkeld of gestrest op school aankomen, wat hun leerprestaties en welzijn ernstig beïnvloedt. Zij willen dat er eindelijk werk wordt gemaakt van structurele hervormingen.

Ouders & Onderwijs nodigt daarnaast ouders uit om mee te praten over het onderwerp. In een speciale klankbordgroep kunnen zij ervaringen delen en oplossingen aandragen. Via het Landelijk Ouderpanel worden ouders regelmatig bevraagd over onderwijsthema’s. Met ruim 9.500 deelnemers klinkt de stem van ouders steeds luider, en volgens de organisatie is het van groot belang dat zoveel mogelijk ouders zich aansluiten.

Onrust in Zoetermeer om leerlingenvervoer: vertragingen en slechte communicatie

Inwoners van Zoetermeer maken zich grote zorgen over de toestand van het leerlingen- en jeugdhulpvervoer.

Sinds de start van het nieuwe schooljaar op 26 augustus 2024 ontvangt de gemeente Zoetermeer een groeiend aantal klachten over het leerlingen- en jeugdhulpvervoer, uitgevoerd door Trevvel. De problemen zijn divers, maar draaien voornamelijk om de telefonische bereikbaarheid, vertraagde ritten, het te laat ophalen van kinderen en een gebrek aan duidelijke communicatie. Deze situatie veroorzaakt niet alleen veel stress bij ouders, maar brengt ook de kinderen zelf in een kwetsbare positie doordat ze vaak te laat op school of bij zorginstellingen arriveren.

De problemen die door ouders worden gemeld, zijn deels te wijten aan opstartproblemen bij Trevvel, dat sinds augustus verantwoordelijk is voor het vervoer van 340 kinderen in de gemeente Zoetermeer. In de eerste twee weken van het nieuwe schooljaar had Trevvel te kampen met een terugkerende telefoonstoring, waardoor de communicatie met ouders ernstig werd bemoeilijkt. Deze storing is op 6 september 2024 definitief verholpen, maar daarmee waren de klachten nog lang niet van de baan.

Een ander groot probleem betreft de communicatie tussen het portaal van Trevvel en dat van één van hun onderaannemers. Door deze technische storing kunnen ouders de taxi’s niet volgen, zijn wijzigingen in de ritten niet zichtbaar en kunnen afmeldingen niet worden verwerkt. Hoewel Trevvel meermaals heeft toegezegd dat dit probleem op korte termijn zou worden opgelost, bleek tijdens een gesprek met de gemeente op 1 oktober 2024 dat dit nog steeds niet het geval is. Eerdere toezeggingen van Trevvel waren te optimistisch, en de verwachting is nu dat de oplossing binnen enkele werkdagen wordt gerealiseerd.

gevolgen voor kinderen

Naast de technische problemen is er ook sprake van een personeelstekort. Tot 16 september 2024 hadden 15 tot 18 kinderen nog geen vaste chauffeur, waardoor zij vaak pas vervoerd worden nadat een andere route is afgerond. Dit leidt ertoe dat zij regelmatig te laat op hun bestemming arriveren. Op 16 september meldde Trevvel dat ze wekelijks voor 4 tot 5 kinderen een vaste chauffeur zou vinden, een belofte die redelijk in lijn ligt met de huidige voortgang. Toch zijn er per dag nog 4 tot 10 kinderen zonder vaste chauffeur, wat betekent dat zij op onregelmatige tijden worden opgehaald en afhankelijk zijn van vervangende routes.

Trevvel heeft aangegeven dat het personeelstekort langzaam wordt opgelost, maar de vertragingen zorgen bij ouders voor veel onrust. Het vervoer van deze kinderen, die vaak baat hebben bij een vaste routine, blijft onzeker. Uit onderzoek blijkt dat andere vervoerders niet genoeg capaciteit hebben om de ritten structureel over te nemen, wat een oplossing via een andere aanbieder vooralsnog onmogelijk maakt.

financiële sancties

De gemeente Zoetermeer heeft inmiddels stappen ondernomen om Trevvel aan te sporen tot verbetering. Op 23 september 2024 is aan de vervoerder duidelijk gemaakt dat zij binnen drie weken onder de norm van maximaal twee gegronde klachten per 500 ritten moeten zitten. Als deze norm op 14 oktober 2024 niet is gehaald, dient Trevvel een plan van aanpak op te stellen om de situatie te verbeteren. Deze termijn van drie weken is om juridische redenen vastgesteld, omdat het contract met Trevvel pas twee maanden oud is. De gemeente wil voorkomen dat hen verweten wordt dat ze niet redelijk en billijk hebben gehandeld bij de begeleiding van een nieuwe partner.

Naast deze waarschuwing zijn er financiële sancties toegepast. Op basis van de klachten is al op 25 september aangekondigd dat 5% van de volgende factuur zal worden ingehouden. Dit percentage kan oplopen als Trevvel de problemen met hun portaal niet op tijd oplost. Toen op 1 oktober bleek dat het portaal nog steeds niet operationeel was, is besloten dat er nogmaals 5% van de factuur wordt ingehouden, waardoor de totale inhouding nu op 10% staat.

Hoewel deze financiële sancties zijn bedoeld om druk uit te oefenen op Trevvel om de situatie te verbeteren, merken ouders en kinderen hier in de praktijk weinig van. Zij blijven de directe gevolgen ondervinden van de problemen in het leerlingen- en jeugdhulpvervoer, zoals vertraagde ritten en een gebrek aan communicatie. Voor hen is het cruciaal dat de problemen snel worden opgelost, omdat de huidige situatie hun dagelijkse leven ernstig ontregelt.

De gemeente Zoetermeer houdt de vinger aan de pols en blijft in gesprek met Trevvel om de dienstverlening zo snel mogelijk op het gewenste niveau te krijgen. Ondertussen blijft de druk vanuit de politiek en de ouders toenemen. Het is afwachten of de vervoerder erin slaagt om binnen de gestelde termijn verbeteringen door te voeren, of dat er mogelijk nog strengere maatregelen genomen moeten worden.

Hoewel een nieuwe vervoerder doorgaans enige tijd nodig heeft om in te werken, wordt het gebrek aan efficiëntie en communicatie momenteel scherp bekritiseerd door ouders, vooral in vergelijking met de vorige vervoersbedrijven.

Foto: © Pitane Blue – Trevvel Rotterdam

Het leerlingen- en jeugdhulpvervoer van de gemeente Zoetermeer werd voorheen uitgevoerd door De Vier Gewesten Personenvervoer (DVG), waarbij de diensten werden verzorgd door twee lokale taxibedrijven: Taxi van den Heuvel en Royal Taxi Service. Deze bedrijven waren jarenlang verantwoordelijk voor het vervoeren van kinderen naar scholen en zorginstellingen, en werden door veel ouders gewaardeerd vanwege hun lokale aanwezigheid en persoonlijke benadering.

Aan het begin van een nieuw schooljaar is het niet ongebruikelijk dat er klachten binnenkomen over het leerlingen- en jeugdhulpvervoer. Dit komt vaak door de overgang naar een nieuwe vervoerder, wat bij ouders tot frustratie kan leiden. De verwachtingen van ouders zijn vaak hoog en de vergelijking met de vorige vervoerder speelt daarbij een belangrijke rol. Zeker als de nieuwe vervoerder nog niet aan de hoge eisen van ouders lijkt te voldoen, worden de kritische geluiden snel geuit.

Het blijkt dat ouders vaak terugverlangen naar de oude vervoerder, zeker als de start met de nieuwe partij moeizaam verloopt. Daarbij komt dat de meeste ouders een lage tolerantie hebben voor problemen als vertragingen of slechte communicatie, aangezien het gaat om kwetsbare groepen kinderen die afhankelijk zijn van deze vervoersdiensten om naar school of zorginstellingen te komen. De verantwoordelijkheid om alles in goede banen te leiden ligt echter bij de nieuwe vervoerder, die in de eerste maanden vaak onder een vergrootglas ligt.

lokale politiek

Niet alleen ouders roeren zich in zulke situaties, ook de lokale politiek blijft niet stilzitten. Oppositiepartijen in de gemeenteraad zijn er doorgaans snel bij om zich kritisch uit te laten over problemen in het leerlingenvervoer. Ze stellen al vroeg vragen aan de verantwoordelijke wethouder en gebruiken dergelijke kwesties om druk uit te oefenen op het college. Zó! Zoetermeer is daar een goed voorbeeld van. De partij stelt scherpe vragen over de kwaliteit van het leerlingenvervoer en pleit voor snelle oplossingen. “De gemeente heeft een verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat ouders niet het slachtoffer worden van een falende vervoerder,” aldus een woordvoerder van de partij.

Het is echter belangrijk om op te merken dat het vervoer aan het begin van een schooljaar doorgaans gepaard gaat met aanloopproblemen. Nieuwe routes moeten ingewerkt worden, chauffeurs moeten wennen aan de kinderen en er is soms tijd nodig om de planningen goed op elkaar af te stemmen. Dit kan leiden tot de nodige kinderziektes, maar veel van deze problemen worden in de eerste weken vaak opgelost.

Desondanks begrijpen ouders die afhankelijk zijn van leerlingen- en jeugdhulpvervoer dat dergelijke problemen niet lang mogen duren. Voor hen gaat het niet alleen om een dienst, maar om een essentieel onderdeel van hun dagelijks leven. Het gaat om kinderen die vaak extra zorg en aandacht nodig hebben, en een falend vervoerssysteem kan voor deze gezinnen ernstige gevolgen hebben.

Zoetermeer: jeugdwet- en leerlingenvervoer in handen van Trevvel

Deze jongeren kunnen om uiteenlopende redenen niet zelfstandig of met hulp van ouders en verzorgers reizen. Daarom voert een gespecialiseerde vervoerder deze ritten uit, al dan niet in aanwezigheid van extra begeleiders.

Vandaag begint Trevvel officieel met het verzorgen van het jeugdwet- en leerlingenvervoer in de gemeente Zoetermeer. Het Rotterdamse bedrijf won eerder dit jaar de aanbesteding die de gemeente Zoetermeer had uitgeschreven en start per 1 augustus met de uitvoering van de opdracht.

In Zoetermeer maken ongeveer 350 jongeren gebruik van het vervoer dat onder de jeugdwet valt of het leerlingenvervoer. Deze jongeren reizen dagelijks naar locaties waar zij jeugdhulp ontvangen of naar scholen binnen het regulier en speciaal onderwijs. Om uiteenlopende redenen kunnen deze jongeren niet zelfstandig reizen of met hulp van hun ouders en verzorgers. Daarom is er een gespecialiseerde vervoerder nodig, die deze ritten vaak ook uitvoert met extra begeleiders.

Mirl de Bruin, General Manager van Trevvel, legt uit: “Ons personeel is goed opgeleid om deze bijzondere vorm van vervoer in goede banen te leiden. We kunnen dan ook niet wachten om onze expertise nu ook in Zoetermeer aan de dag te leggen.” Trevvel heeft vergelijkbare opdrachten in Rotterdam en Capelle aan den IJssel en beschikt daarmee over ruime ervaring in het doelgroepenvervoer.

zorg- en onderwijsinstellingen

De ritten van Trevvel voeren van en naar diverse zorg- en onderwijsinstellingen. Dit zijn onder meer locaties voor dagbesteding, (para)medische behandeling en jeugd-ggz. Daarnaast gaat het om instellingen voor speciaal onderwijs (so), voortgezet speciaal onderwijs (vso) en regulier basis- of voortgezet onderwijs. Ook speciale scholen voor basisonderwijs (sbo) en richtingsscholen vallen onder de bestemmingen.

Het leerlingenvervoer richt zich op zowel leerlingen met een beperking als leerlingen die onderwijs volgen aan bijzondere scholen met een specifieke levensbeschouwelijke of religieuze visie. “Een leerling komt in Zoetermeer in aanmerking voor het leerlingenvervoer als de richtingsschool meer dan zes kilometer van het huisadres verwijderd is. Dat is een afstand die jongeren niet vanzelfsprekend zelfstandig en veilig kunnen afleggen. Ook in zulke gevallen biedt Trevvel uitkomst,” aldus De Bruin.

Foto: © Pitane Blue – Trevvel Rotterdam

Trevvel is gevestigd aan de Bahialaan in Rotterdam en gespecialiseerd in doelgroepenvervoer en zorgvervoer. Het bedrijf is actief in de regio Rijnmond en werkt in opdracht van verschillende gemeentes en regionale zorginstellingen. Trevvel biedt diverse vervoersvormen aan, zoals Trevvel Route en Trevvel Samen. Daarnaast voert het bedrijf met Trevvel Sociaal ook welzijnswerk uit, wat nog een stap verder gaat in hun dienstverlening.

Trevvel is niet onbekend met complexe vervoersopdrachten. In Rotterdam en Capelle aan den IJssel heeft het bedrijf al diverse succesvolle projecten afgerond. De focus ligt altijd op veiligheid, betrouwbaarheid en klanttevredenheid, wat blijkt uit de positieve feedback van zowel opdrachtgevers als gebruikers. De Bruin benadrukt dat het bedrijf continue werkt aan verbeteringen en innovaties om de dienstverlening verder te optimaliseren.

Leerlingenvervoer: nieuwe VNG verordening zet leerlingen op eigen benen

Ondanks dat de vorige modelverordening in samenwerking met gemeenten was opgesteld, kreeg de VNG de afgelopen jaren kritische vragen van gemeentelijke medewerkers.

De recent aangepaste VNG Modelverordening leerlingenvervoer brengt subtiele maar belangrijke wijzigingen met zich mee voor gemeenten in Nederland. De update, die een vervanging is van de versie uit december 2020, legt nieuwe accenten op het gebied van aangepast vervoer en de bevordering van zelfredzaamheid onder leerlingen met een beperking.

De verordening bevat nu een gedetailleerdere omschrijving van ‘aangepast vervoer’. Hieronder valt elk type vervoer dat door de gemeente speciaal georganiseerd wordt voor kinderen die vanwege hun handicap niet zelfstandig van openbaar vervoer gebruik kunnen maken. Dit omvat een breed scala aan mogelijkheden, van vergoedingen voor fietsvervoer tot het beschikbaar stellen van speciaal aangepaste voertuigen.

Een opvallend nieuw element binnen de verordening is de introductie van het ‘persoonlijk vervoersontwikkelingsplan’. Dit plan kan door het college worden opgesteld voor leerlingen die de leeftijd van negen jaar bereiken. Het doel van dit plan is om deze leerlingen te helpen de vaardigheden te ontwikkelen die nodig zijn om zo veel mogelijk zelfstandig te kunnen reizen. Dit markeert een significante verschuiving richting het stimuleren van onafhankelijkheid bij deze jongeren.

De VNG Modelverordening bekostiging leerlingenvervoer van december 2020 wordt vervangen door een nieuwe versie, de VNG Modelverordening leerlingenvervoer. Deze vervanging heeft een aantal beperkte gevolgen voor beleid en uitvoering bij gemeenten.

Tevens wordt in de nieuwe verordening sterk de nadruk gelegd op kosteneffectiviteit. De gemeente kijkt naar de goedkoopst passende vervoersoptie die voldoet aan de behoeften van de leerling. De beslissingen hierover worden genomen op basis van de individuele situatie van elke leerling, waardoor maatwerk centraal staat in de benadering van de gemeente.

Van fietsvergoeding tot aangepast busje, gemeenten vernieuwen leerlingenvervoer.

De implementatie van de verordening is echter niet zonder uitdagingen. Het vraagt om een nauwe samenwerking en heldere communicatie tussen gemeentelijke afdelingen, scholen en ouders. Dit is cruciaal om te waarborgen dat elke leerling de benodigde ondersteuning krijgt.

Daarnaast heeft de gemeente het proces voor het aanvragen van vervoersvoorzieningen gestroomlijnd. Aanvragen kunnen zowel digitaal als op papier worden ingediend, waarbij het college de taak heeft binnen acht weken na ontvangst van een complete aanvraag een beslissing te nemen. Deze termijn kan indien nodig met nog vier weken worden verlengd.

Verder zorgen duidelijke richtlijnen voor het beoordelen van de afstand en de route naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school ervoor dat het vervoer zowel kostenefficiënt als toegankelijk is. Hiermee wordt geprobeerd om de mobiliteit van leerlingen met speciale behoeften te verbeteren en inclusief onderwijs toegankelijker te maken.

Dit beleid illustreert de voortdurende inspanningen van de Nederlandse gemeenten om gelijke onderwijskansen te garanderen voor alle leerlingen, ongeacht hun fysieke of cognitieve beperkingen. Het toont een duidelijke vooruitgang in het denken over onderwijs en mobiliteit, gericht op de integratie en zelfstandigheid van jongeren met speciale behoeften.

Wachten op de bus blijft dagelijkse realiteit voor Rotterdamse speciaal onderwijs

Het leerlingenvervoer in Rotterdam blijft een rit vol obstakels voor sommige kinderen en scholen.

De ongemakken van het leerlingenvervoer in Rotterdam blijven een bron van frustratie voor zowel leerlingen als scholen. Hoewel Trevvel, de organisatie verantwoordelijk voor dit vervoer, beweert dat het chauffeurstekort is opgelost, blijkt de praktijk anders. Uit een rondgang van het Algemeen Dagblad langs diverse scholen komt een beeld naar voren van kinderen die soms anderhalf uur moeten wachten of te laat komen omdat de busjes uitblijven.

De directeur van De Koppeling, een Rotterdamse school voor christelijk speciaal basisonderwijs, spreekt van een ‘heel vervelende’ situatie. Hij erkent de goede wil van de chauffeurs, maar wijst op problemen in de planning en organisatie. Deze problematiek is niet uniek voor De Koppeling. Ook bij het Passer College, locatie Hillevliet, ervaren leerlingen regelmatig vertragingen van dertig tot veertig minuten. De conciërge van de school, Tansel Dilci, merkt op dat de leerlingen inmiddels gewend zijn geraakt aan deze ongemakken.

Ook De Piloot, een school voor speciaal onderwijs met meerdere vestigingen, deelt soortgelijke ervaringen. De situatie lijkt echter verrassend voor Trevvel. In een schriftelijke reactie laat de vervoerder weten verbaasd te zijn over deze signalen. Trevvel benadrukt dat er voldoende chauffeurs zijn en trekt een parallel met automobilisten die ook niet altijd op tijd komen in de spits. De organisatie, verantwoordelijk voor ongeveer vierduizend dagelijkse ritten in de regio, is bereid om met de scholen in gesprek te gaan om tot een oplossing te komen.

Foto: © Pitane Blue – Trevvel Rotterdam

Deze discrepantie tussen de ervaringen van de scholen en de reactie van Trevvel werpt licht op een groter probleem. De complexiteit van het organiseren van vervoer in een dichtbevolkte en drukke stad als Rotterdam is aanzienlijk. Vooral in de spitsuren is het een uitdaging om op tijd te zijn, iets wat niet alleen geldt voor het leerlingenvervoer, maar voor alle weggebruikers.

communicatie

Het is duidelijk dat de communicatie en samenwerking tussen de scholen en Trevvel verbeterd moet worden. Dit vraagt om een zorgvuldige planning en wellicht innovatieve oplossingen om de efficiëntie van het vervoer te verhogen. Het belang van betrouwbaar vervoer voor deze kwetsbare groep leerlingen, die speciaal onderwijs volgen, kan niet worden onderschat. Het is essentieel voor hun educatieve ervaring en dagelijkse routine.

In deze context is het belangrijk om niet alleen de korte termijn problemen aan te pakken, maar ook te kijken naar concrete oplossingen. Dit kan variëren van betere verkeersplanning in de stad tot het inzetten van geavanceerdere technologieën voor routeplanning en tijdmanagement. Terwijl Trevvel en de scholen werken aan een oplossing, blijft de hoop bestaan dat dit niet alleen zal leiden tot verbeterd leerlingenvervoer, maar ook tot een dieper begrip van de onderliggende uitdagingen binnen stedelijke mobiliteit en onderwijslogistiek.

Beter leerlingenvervoer vraagt een diepgaande kijk op de VNG handreiking

De bekostiging van het leerlingenvervoer is een gemeentelijke taak, waarbij gemeenten financieel verantwoordelijk zijn.

Dagelijks maken 72.000 kinderen gebruik van een vorm van leerlingenvervoer. Gelukkig gaat het meestal goed, maar we kennen ook de verhalen in de media van een leerling die tevergeefs op een bus wacht, overvolle taxi’s of personeelstekort bij een vervoersbedrijf. Zo ontstond de aanleiding om een VNG-handreiking leerlingenvervoer beschikbaar te stellen aan de gemeenten.

De “VNG-handreiking leerlingenvervoer” is een uitgebreide gids die richtlijnen en adviezen biedt voor de efficiënte en effectieve organisatie van leerlingenvervoer door Nederlandse gemeenten. De handreiking is opgesteld door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) in samenwerking met experts uit de sector. Het document biedt een gedetailleerd overzicht van de juridische grondslagen, beleidskaders, en verschillende rollen en verantwoordelijkheden binnen het proces van leerlingenvervoer.

Een van de hoofddoelen van de handreiking is het bieden van ondersteuning aan vier specifieke groepen gemeentelijke medewerkers: consulenten leerlingenvervoer, beleidsadviseurs, contractmanagers/accountbeheerders, en medewerkers inkoop en aanbesteding. Deze professionals werken samen om een soepele en effectieve uitvoering van het leerlingenvervoer te garanderen.

De handreiking benadrukt het belang van een zorgvuldige planning en coördinatie van het leerlingenvervoer, evenals de noodzaak voor gemeenten om hun verordeningen en beleidskaders regelmatig bij te werken. Dit is vooral van belang om te voldoen aan de voortdurend veranderende wettelijke vereisten en lokale behoeften.

Gemeenten zijn verplicht een verordening Leerlingenvervoer te hebben, gebaseerd op wetten zoals de WPO, WVO2020 en WEC. De VNG biedt een modelverordening aan die gemeenten kunnen aanpassen aan hun lokale situatie​​. De nadruk ligt ook op zelfstandig reizen van leerlingen, met aandacht voor de zelfredzaamheid en het zelfvertrouwen van kinderen. Ouders spelen een cruciale rol in dit proces​​.

Dagelijks maken ongeveer 72.000 kinderen gebruik van het leerlingenvervoer.

Het bepalen van de beste route van huis naar school is afhankelijk van diverse factoren, waaronder onderwijsbehoefte, afstand en vervoersmogelijkheden​​. Een belangrijk aspect van de handreiking is de nadruk op samenwerking tussen verschillende functies en stakeholders, met een focus op optimale uitvoering en het oplossen van knelpunten​​.

De handreiking introduceert twee belangrijke cycli: de voorbereiding van het nieuwe schooljaar en de cyclus van inkoop, aanbesteding en contractmanagement. De consulent leerlingenvervoer speelt een centrale rol in de dagelijkse uitvoering van het beleid en is het eerste aanspreekpunt voor ouders en scholen. De aanvraag voor leerlingenvervoer kan verschillende redenen hebben, waaronder afstand, handicap en denominatie. Het proces van toekenning begint met een gesprek tussen de consulent en de ouders/verzorgers, waarbij de meest passende vervoersvoorziening wordt bepaald.

Het document behandelt ook uitdagingen zoals piekbelastingen in het vervoer en de noodzaak om alternatieve vervoersoplossingen te verkennen. Bovendien wordt de rol van ouders en scholen in het proces benadrukt, waarbij de nadruk wordt gelegd op samenwerking en communicatie om de beste resultaten te bereiken. De handreiking bevat ook specifieke adviezen en richtlijnen voor de organisatie van het leerlingenvervoer, zoals het vaststellen van een jaarlijkse planning, het opstellen van contracten met vervoersbedrijven, en het beheren van klachten en klanttevredenheidsonderzoeken.

De “VNG-handreiking leerlingenvervoer” is dus een essentieel document voor Nederlandse gemeenten, omdat het hen helpt bij het navigeren door de complexiteit van het leerlingenvervoer en het bieden van effectieve, efficiënte en op maat gemaakte vervoersoplossingen voor leerlingen.

Geef je oude fiets een nieuw leven want “Da’s zo gefietst”.

Nederland zet zich in voor meer fietsen voor kinderen uit gezinnen met financiële uitdagingen.

De campagne “Da’s zo gefietst”, die Nederlanders oproept om niet meer gebruikte kinderfietsen te doneren, is een samenwerkingsverband tussen diverse belangrijke organisaties en overheidsinstellingen, elk met hun unieke bijdrage aan dit maatschappelijk belangrijke initiatief.

Staatssecretaris Vivianne Heijnen van Infrastructuur en Waterstaat heeft het initiatief genomen door de eerste kinderfiets te doneren aan de ANWB, als onderdeel van de kerstspecial van de campagne “Da’s zo gefietst”. Samen met ANWB Kinderfietsenplan en Stichting Leergeld, roept het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat Nederlanders op om hun niet meer gebruikte kinderfietsen te doneren. Deze fietsen worden opgeknapt en beschikbaar gesteld aan kinderen uit minderbedeelde gezinnen.

“We willen dat zoveel mogelijk mensen gaan fietsen, ook de mensen die dat nu niet kunnen betalen. Op jonge leeftijd toegang hebben tot een fiets zorgt ervoor dat je kan meedoen. Het vergroot de zelfstandigheid en is goed voor de gezondheid. Met deze kerstactie willen we zoveel mogelijk fietsen inzamelen voor kinderen in Nederland. Een mooie gedachte deze maand: dat je fiets een nieuw leven krijgt bij een kind die dat goed kan gebruiken.”

Vivianne Heijnen (staatssecretaris IenW)

In Nederland, met een bevolking waarvan 20% boven de 6 jaar oud zelden of nooit fietst, en waar 1 op de 10 mensen geen fiets bezit, bestaat er een discrepantie in fietsbezit. Met 23 miljoen fietsen in het land, waarvan een aanzienlijk deel ongebruikt blijft, is het opmerkelijk dat er in elke schoolklas gemiddeld twee kinderen zijn zonder fiets. Het ANWB Kinderfietsenplan, in samenwerking met gemeenten en Stichting Leergeld, biedt een oplossing door deze ongebruikte fietsen een nieuw leven te geven.

Foto: IenW – kerstspecial van de campagne “Da’s zo gefietst”.

Staatssecretaris Heijnen benadrukt het belang van fietsen voor de ontwikkeling en gezondheid van kinderen en ziet deze kerstactie als een kans om zoveel mogelijk kinderen van fietsen te voorzien. Sébastiaan Laarman van de ANWB onderstreept het belang van fietsen voor de sociale inclusie van kinderen, en Gaby van den Biggelaar van Stichting Leergeld wijst op de impact van een fiets op de deelname van kinderen aan maatschappelijke activiteiten.

“De gemeente Den Haag vindt het belangrijk dat iedereen in onze stad toegang heeft tot een fiets. Fietsen is gezond, schoon en gemakkelijk. En het houdt onze stad bereikbaar. Daarom zet de gemeente zich ook de komende jaren in om meer mensen toegang te geven tot een fiets. Zo heeft de gemeente zich aangesloten bij de City Deal Fietsen voor Iedereen en heeft in Den Haag het Kinderfietsenplan, dat dit jaar voor de derde keer gehouden is.”

Arjen Kapteijns (wethouder Den Haag)

De gemeente, vertegenwoordigd door wethouder Arjen Kapteijns, heeft zich actief aangesloten bij dit initiatief. De gemeente Den Haag erkent het belang van fietsen voor de gezondheid, milieu en stedelijke mobiliteit. Met projecten als de City Deal Fietsen voor Iedereen en het Kinderfietsenplan, streeft de gemeente ernaar om de toegankelijkheid van fietsen voor alle inwoners, vooral kinderen, te vergroten.

“Ieder kind een fiets is voor de ANWB noodzakelijk, zo kunnen alle kinderen meedoen in de maatschappij. Met een fiets kunnen kinderen zelf naar school fietsen, naar vriendjes of een andere middelbare school uitkiezen. Een fiets vergroot de wereld en zorgt tegelijkertijd er ook voor dat kinderen op een jonge leeftijd leren fietsen en inzicht krijgen in verkeerssituaties,”

Sébastiaan Laarman (ANWB)

Tweet

Het ANWB Kinderfietsenplan is een initiatief van de ANWB, gericht op het verzamelen, opknappen en distribueren van gebruikte kinderfietsen. De ANWB, al lang een voorvechter van mobiliteit en verkeersveiligheid in Nederland, ziet het Kinderfietsenplan als een verlengstuk van haar missie om mobiliteit voor iedereen toegankelijk te maken.

Stichting Leergeld

Deze stichting heeft als doel het voorkomen van sociale uitsluiting van kinderen uit gezinnen met minder financiële middelen. Door samen te werken met scholen, gemeenten en sociale fondsen, biedt Stichting Leergeld ondersteuning in de vorm van onder meer schoolbenodigdheden, contributies voor sportclubs en dus ook fietsen. 

“In veel gezinnen is er geen geld voor een goede en passende kinderfiets. Door deze kerstactie hopen we als Stichting Leergeld meer kinderen uit gezinnen met geldzorgen blij te maken met een fiets. Met een fiets kunnen kinderen blijven meedoen met hun leeftijdsgenootjes en naar bijvoorbeeld de sportclub en school gaan.”, aldus Gaby van den Biggelaar (directeur-bestuurder Stichting Leergeld).

Digitale waarschuwingen voor schoolzones verhogen verkeersveiligheid

De proefperiode liet zien dat moderne technologie een directe impact kan hebben op het rijgedrag van automobilisten.

De introductie van een digitale waarschuwing voor automobilisten bij het naderen van schoolzones in 2024 is een grote vooruitgang in de verkeersveiligheid rond Nederlandse scholen. Dit initiatief, dat voortkomt uit een succesvolle proefperiode, is gericht op het beschermen van schoolgaande kinderen, een van de meest kwetsbare groepen verkeersdeelnemers.

Een schoolzone, gedefinieerd als een specifiek gebied rondom een school aangewezen door de gemeente, is vaak een centrum van intensieve activiteit, met kinderen en ouders die te voet, per fiets of met de auto arriveren. Minister Harbers van Infrastructuur en Waterstaat benadrukt het belang van deze nieuwe technologie, waarbij data ingezet wordt om automobilisten alert te maken op hun omgeving, vooral tijdens de hectische momenten van begin en einde van de schooldag.

Deze digitale waarschuwingen, die een aanvulling vormen op fysieke wegaanduidingen, zijn getest in vijf Nederlandse gemeenten Amsterdam, Helmond, ’s-Hertogenbosch, Meijerijstad en Rotterdam. Hierbij speelde de samenwerking met de PO-raad, de sectorvereniging voor primair onderwijs, een cruciale rol. Samen brachten zij de locaties van 190 schoolzones in kaart en creëerden een database met gedetailleerde informatie over schooltijden en vakanties.

“Als scholen beginnen of eindigen, krioelt het van de ouders en kinderen rondom elke school. Op de fiets, te voet of op weg naar de auto. Dit kan onverwachte situaties opleveren, want kinderen zijn nog bezig met het begrijpen van de situaties in het verkeer. Ik vind het een hele mooie uitkomst dat nu blijkt dat data hierbij kan helpen. Als mensen hun rijgedrag aanpassen door een alarm dat ze krijgen in hun auto, zijn ze extra scherp en daarmee wordt de kans op ongelukken kleiner.”

Mark Harbers – Minister Infrastructuur en Waterstaat

Tijdens de proefperiode van december 2022 tot juni 2023 ontvingen automobilisten bij het naderen van een schoolzone een gesproken bericht of een tekstwaarschuwing via hun (navigatie)app, met de duidelijke boodschap om vaart te minderen. Deze waarschuwingen werden mogelijk gemaakt door de samenwerking van verschillende organisaties, waaronder ANWB, Be-Mobile, Tripservice, Locatienet en GeoJunxion, die de data deelden via hun respectievelijke reisapps.

De resultaten van de proef zijn veelbelovend: uit enquêtes onder 3500 gebruikers blijkt dat meer dan de helft van de automobilisten aangeeft alerter te zijn en hun rijgedrag aan te passen door langzamer te rijden. Deze positieve reactie op de digitale waarschuwingen heeft geleid tot het besluit de proef landelijk uit te rollen.

In de volgende fase van dit project zullen alle Nederlandse scholen hun gegevens over schooltijden, vakanties en vrije dagen aanleveren aan de PO-raad. Deze informatie wordt vervolgens gedeeld met het Nationale Dataportaal Wegverkeer (NDW), dat de verantwoordelijkheid draagt om deze te combineren met de locatiedata van schoolzones. Het NDW zal deze gecombineerde gegevens vervolgens toegankelijk maken voor alle navigatieapps en autofabrikanten, inclusief de logistieke sector.

Kritiek vanuit de praktijk: Roelof Veenbaas over het falende doelgroepenvervoer

De noodzaak om verder te kijken dan bezuinigingen en het belang van het luisteren naar de praktijkervaringen.

Roelof Veenbaas, een autoriteit op het gebied van rolstoelonderzoek en mobiliteitsadvies, heeft het één en ander te zeggen over het huidige beleid in het doelgroepenvervoer. En hij zou het moeten weten, na jarenlang werk in de veiligheid van rolstoelvervoer bij organisaties als TNO Wegtransportmiddelen en Stichting Vast = Beter. Veenbaas zijn kritiek sluit aan bij de dringende oproep die de Koninklijke Nederlandse Vervoer (KNV) Zorgvervoer en Taxi deed aan de Nederlandse colleges van Burgemeesters en Wethouders. Voorzitter Bertho Eckhardt benadrukte de onhoudbare situatie waarin zorgvervoerders en hun personeel momenteel opereren, met name als het gaat om het leerlingenvervoer voor het schooljaar 2023-2024.

Een kernprobleem is het schrijnende tekort aan chauffeurs, een kwestie die volgens Veenbaas systematisch wordt onderschat bij aanbestedingen. Deze blinde vlek is niet alleen zorgwekkend voor de vervoerders maar ook voor ouders, die meestal in het duister tasten over de zogenaamde ‘geheime’ kwaliteitsafspraken in de gegunde aanbesteding.

Veenbaas roept op tot een eerlijke en transparante dialoog die zich richt op de realiteit en niet op de besparingsmogelijkheden. “De wereld is veranderd; er zijn meer scheidingen, de behoeften zijn gevarieerder en complexer geworden. Wanneer gaan we die complexiteit erkennen en integreren in onze planning en beleid?” Hij maakt duidelijk dat de nadruk moet liggen op het vermijden van ‘leerschade’ voor de kinderen, in plaats van kostenefficiëntie.

“Het is tijd dat we erkennen dat doelgroepenvervoer niet zomaar een kwestie is van A naar B rijden. Het gaat om kinderen met specifieke behoeften, het gaat om hun veiligheid en hun toekomst. En het gaat zeker ook om de mensen die deze essentiële dienst verlenen: de chauffeurs.”

Het feit dat chauffeurs vaak de schuld krijgen van problemen in het vervoer is een andere pijnlijke waarheid die Veenbaas aanstipt. “Deze chauffeurs zijn wel verantwoordelijk tijdens de rit, maar hebben geen invloed op de stress die veroorzaakt wordt door de ritplanning. Als er iets misgaat, moet je dat niet op het bordje van de chauffeur schuiven.”

Foto: Pitane Blue – doelgroepenvervoer Leiden

Terwijl het debat over de huidige problemen in het leerlingenvervoer woedt, plaatst Veenbaas nog een ander kritisch element in de schijnwerpers: de kwaliteit van het vervoer zelf. Hij benadrukt het belang van het bouwen van vertrouwen en de erkenning van de rol van de doelgroepenchauffeur als een vak op zich. “Het wordt hoog tijd dat we het kwaliteitsbegrip voorzien van echte inhoud,” zegt hij. Hierbij kaart hij ook de dagelijkse variabiliteit in het vervoer aan, een realiteit die vaak wordt genegeerd bij het opstellen van beleid en bij aanbestedingen.

Een gemiste kans, vindt Veenbaas, is het gebrek aan gesprekken met bedrijven die uit de sector zijn gestapt omdat ze de kwaliteit niet konden leveren voor de prijs die via de aanbesteding was vastgesteld. Eveneens wordt er onvoldoende geluisterd naar de ervaringen van chauffeurs en onderwijsinstellingen die met succes hebben bijgedragen aan goed functionerend vervoer. Het probleem is, aldus Veenbaas, een diepgewortelde angstcultuur die elke fundamentele verandering in de weg staat.

Veenbaas pleit niet voor een complete omverwerping van het systeem maar voor een meer genuanceerde benadering, die recht doet aan de complexiteit van het doelgroepenvervoer. “De roep om meer efficiëntie en bezuiniging moet niet ten koste gaan van de kwaliteit en veiligheid,” aldus Veenbaas. “Wat we nodig hebben, zijn duurzame oplossingen die het systeem niet alleen efficiënter maar ook menselijker maken.”

oplossing

Als we iets kunnen leren van de ervaring en expertise van mensen als Roelof Veenbaas, dan is het dat er geen snelle oplossingen zijn voor ingewikkelde problemen. Het zal een gecoördineerde inspanning vergen van alle belanghebbenden om een daadwerkelijke verandering te bewerkstelligen. Wat duidelijk is, is dat de eerste stap het erkennen van de problemen is, en de tweede stap het serieus nemen van de mensen die dagelijks met deze problemen te maken hebben.

De noodklok is geluid, niet alleen door de KNV maar ook door mensen als Roelof Veenbaas, die met een schat aan ervaring en expertise de vinger op de zere plek leggen. Wat we nodig hebben, is een grondige heroverweging van het systeem, met een focus op de menselijke aspecten van vervoer – van de kinderen die afhankelijk zijn van deze dienst tot de chauffeurs die het wiel in handen hebben.

In het verleden heeft Roelof als onderzoeker bij TNO in opdracht van het ministerie van Verkeer en Waterstaat ook belangrijk onderzoek gedaan naar de veiligheid van het rolstoelvervoer. Dit onderzoek kreeg landelijke aandacht en leidde tot een uitzending van het consumentenprogramma Radar.

Roelof Veenbaas is een man met diepgaande expertise en persoonlijke ervaring op het gebied van rolstoelvervoer. Als wetenschappelijk medewerker heeft hij zich jarenlang toegewijd aan het ontwerp en veiligheidsanalyses van rolstoelen. Dit heeft geleid tot medeoprichting van de Stichting Vast = Beter in 2004, een organisatie die zich inspant voor het verbeteren van de veiligheid van vervoer voor mensen met een handicap. Via opleiding en voorlichting op de werkvloer heeft hij tot oktober 2014 een bijdrage geleverd aan de doelen van deze stichting.

Maar Veenbaas is niet alleen een expert in theorie; hij heeft ook persoonlijke ervaring. Zijn partner zorgde al voor hun pleegkind Arjen, met zeer ernstige meervoudige beperkingen (zEMB), toen hij haar in 1985 ontmoette. Arjen, die in 2018 op 45-jarige leeftijd overleed, heeft Veenbaas veel geleerd over de nuances en uitdagingen van het leven met een handicap.

Deze combinatie van professionele en persoonlijke ervaring heeft Veenbaas een uniek perspectief gegeven, maar het was niet zonder zijn moeilijke momenten. In 2014 besloot hij te stoppen met zijn werk rondom de veiligheid van het rolstoelvervoer omdat hij zich steeds minder op zijn gemak voelde tijdens overleggen over aanpassingen aan de ‘oude’ Code VVR. Als onafhankelijk onderzoeker en ervaringsdeskundige ouder vond hij het lastig om zijn stem te laten horen in een landschap waar deelbelangen vaak zwaarder wogen dan het totaalbeeld en empathie voor de ander.

Veenbaas stelt dat, hoewel de juridische zoektocht naar een ‘schuldige’ bij (bijna) ongevallen begrijpelijk is, dit niet bijdraagt aan een echte oplossing voor veiligheidsproblemen. In plaats daarvan pleit hij voor een open analyse van de oorzaken bij meldingen van (bijna) ongevallen, zodat alle betrokken partijen hiervan kunnen leren. In zijn ogen is dat een veel effectievere benadering dan het cultiveren van een claimcultuur.

Langere schoolbusritten plagen Vlaams buitengewoon onderwijs

Een maand na schoolstart zitten honderden leerlingen dagelijks langer dan beloofde 90 minuten op de bus, ondanks toezeggingen van de Vlaamse regering.

In een recent persbericht van Katholiek Onderwijs Vlaanderen worden verontrustende cijfers naar voren gebracht over de ritduur van schoolbussen voor buitengewoon onderwijs. Volgens deze organisatie zitten honderden leerlingen dagelijks langer dan anderhalf uur op de bus, en dat terwijl de Vlaamse minister van Mobiliteit, Lydia Peeters van de Open VLD, juist had beloofd dat geen enkele leerling langer dan 90 minuten onderweg zou zijn naar school. Een maand na de start van het nieuwe schooljaar blijkt deze doelstelling verre van gehaald. Sterker nog, bijna een op de tien leerlingen zit zelfs langer dan de beloofde 90 minuten in de bus, zowel ’s ochtends als ’s avonds.

Deze problematiek is nog groter dan het op het eerste gezicht lijkt. Uit een eigen enquête van Katholiek Onderwijs Vlaanderen blijkt dat veel bussen regelmatig pas aankomen na het begin van de schooltijd. Dit zorgt ervoor dat mogelijk meer dan duizend leerlingen per week de start van hun lessen missen. En het zijn niet alleen de vertragingen die zorgen baren. De scholen klagen ook over de staat van de bussen; onvoldoende ventilatie, kapotte veiligheidsgordels en defecte airconditioning zijn slechts enkele van de problemen die worden gemeld.

softwaresysteem

Volgens VRT-nieuws zouden problemen met een nieuw softwaresysteem ook bijdragen aan de moeizame organisatie van het leerlingenvervoer. Zo zouden kinderen die in dezelfde straat wonen en naar dezelfde school gaan, soms door verschillende bussen worden opgehaald. De Lijn, die verantwoordelijk is voor het organiseren van het vervoer, wijst onder meer naar chauffeurstekorten en een toename van ruim 6.300 leerlingen dit jaar als oorzaken voor de vertragingen en de langere ritduren.

Het is dus duidelijk dat het huidige systeem niet voldoet aan de behoeften van de leerlingen en de scholen. Dit is extra pijnlijk omdat de Vlaamse regering onlangs in de Septemberverklaring heeft aangekondigd vanaf 2024 jaarlijks 30 miljoen euro extra uit te trekken voor het leerlingenvervoer van het buitengewoon onderwijs. Hoe dit geld precies zal worden ingezet om de huidige problemen aan te pakken, blijft vooralsnog onduidelijk.

Foto: De Lijn

Ondanks beloften en financiële toezeggingen blijkt de Vlaamse overheid moeite te hebben met het oplossen van een aanhoudend probleem: de lange ritduur van schoolbussen in het buitengewoon onderwijs. Terwijl de financiële investering voor de komende jaren lijkt verzekerd, met een extra 30 miljoen euro die vanaf 2024 jaarlijks zal worden vrijgemaakt, ontbreekt het aan onmiddellijke oplossingen voor de problemen waar scholen en leerlingen nu mee te maken hebben.

De onhoudbare situatie heeft ook een administratieve impact op scholen. Ze worstelen met de extra organisatie die nodig is om leerlingen op te vangen die te laat aankomen, en zijn bovendien genoodzaakt om aanvullende maatregelen te treffen voor het welzijn van de leerlingen. Naast het missen van onderwijstijd is er namelijk ook de kwaliteit van het vervoer zelf; een gebrek aan comfort en veiligheid draagt niet bij aan een goede start van de schooldag.

aantal leerlingen

Volgens De Lijn zijn er verschillende factoren die bijdragen aan de moeizame organisatie dit jaar, waaronder chauffeurstekorten en een significante toename van het aantal leerlingen. Ook de late inschrijvingen in september en problemen met nieuwe software droegen bij aan de problemen. De complexiteit van deze kwestie vraagt om een multifaceted benadering, die verder gaat dan enkel financiële investeringen.

Wat de zaak nog problematischer maakt, is dat de lange ritten en vertragingen niet alleen ongemakkelijk zijn, maar ook pedagogische implicaties hebben. Het constant missen van de start van de schooldag kan leiden tot leerachterstanden en onnodige stress bij leerlingen, die al te maken hebben met de uitdagingen van het buitengewoon onderwijs.

In dit licht wordt de urgentie van de oproep van Katholiek Onderwijs Vlaanderen aan de Vlaamse regering alleen maar groter. De tijd dringt voor het vinden van een adequate oplossing die meer behelst dan het beloven van toekomstige financiële middelen. Het gaat hier niet alleen om comfort en gemak, maar ook om het welzijn en de onderwijskansen van enkele van de meest kwetsbare leden van de samenleving.

Denk twee keer na voor je met de auto tot aan de deur rijdt

De strandtas wordt vervangen door een goed gevulde schoolrugzak.

Zoals de meeste mensen wel weten, is het begin van het schooljaar een tijd van hernieuwde energie, nieuwe schoolspullen en weerzien van klasgenoten. Maar er is nog een andere, minder bekende statistiek die deze periode kenmerkt: vlak na de zomervakantie neemt het aantal verkeersongevallen toe.

Met de hervatting van de scholen in het midden van het land en de naderende start in het noorden en het zuiden, is het essentieel om een moment te nemen en te reflecteren op de verkeersveiligheid rondom scholen. De eerste schooldagen kunnen chaotisch zijn, met veel kinderen en ouders die zich tegelijkertijd op de weg begeven. Dit vraagt om extra aandacht en verantwoordelijkheid van iedereen.

“kiss-and-ride” 

Een groeiend punt van zorg is de toenemende trend van ouders die hun kinderen liefst tot op het schoolplein met de auto afzetten. Deze “kiss-and-ride” zones kunnen erg handig zijn, maar zorgen vaak ook voor veel verkeersopstoppingen en gevaarlijke situaties, vooral in de spits.

Schokkend genoeg zijn scholieren vaak het slachtoffer. Bij Veilig Verkeer Nederland is deze trend al te lang een doorn in het oog. Ze willen niet langer toekijken en hopen dat we dit jaar kunnen rekenen op de hulp van héél Nederland. Dus ook op die van jou!

In de maanden augustus en september zijn veel jongeren nog bezig hun routine opnieuw te vinden. Ze zijn misschien nieuwe routes aan het leren omdat ze naar een andere school gaan, of ze zijn gewoon minder alert na de ontspannen zomermaanden. Tegelijkertijd zijn automobilisten zich misschien niet altijd bewust van de toename van fietsers en voetgangers nu de scholen weer zijn begonnen.

Vanuit de campagne ‘Onze scholen zijn weer begonnen’, zetten ze een gezamenlijke boodschap neer: automobilisten, matig je snelheid en wees extra alert! Maar het is niet alleen aan de automobilisten. We moedigen ouders ook aan om met hun kinderen te praten over verkeersveiligheid, routes te oefenen en ze bewust te maken van de gevaren op de weg.


Ieder jaar, na de zomervakantie, vinden er onder fietsende scholieren opvallend veel ongelukken plaats. Deze negatieve trend moeten we zien om te buigen. Door via social media automobilisten en andere weggebruikers ervan bewust te maken dat de scholen weer starten, help je kinderen veilig naar school te gaan.

Door de grote hoeveelheid auto’s die tegelijkertijd aankomen en vertrekken, ontstaan er opstoppingen. Dit zorgt voor frustratie en verhoogt de kans op ongelukken. Kinderen zijn onvoorspelbaar. Ze kunnen plotseling de weg oversteken of tussen auto’s door rennen. Met zoveel auto’s dicht bij de school is het risico op ongevallen groter.

Meer auto’s betekent meer uitstoot. Dit is niet alleen slecht voor het milieu, maar ook voor de gezondheid van de kinderen. Overweeg om met andere ouders uit de buurt te carpoolen. Hierdoor vermindert het aantal auto’s en wordt de belasting op de weg verminderd. Als het mogelijk is, laat kinderen dan te voet of met de fiets naar school gaan. Dit is niet alleen gezonder, maar het vermindert ook de verkeersdrukte.

Overweeg om een paar straten verderop te parkeren en loop het laatste stukje naar school. Dit vermindert de drukte direct rondom de school en geeft kinderen ook wat extra beweging. Dubbel parkeren, stoppen op zebrapaden of andere verkeersovertredingen maken de situatie alleen maar gevaarlijker.

Ongeacht hoe je je kind naar school brengt, blijf altijd alert. Kinderen kunnen onvoorspelbaar zijn, dus een extra paar ogen kan het verschil maken tussen een veilige en een gevaarlijke situatie. Laten we dit nieuwe schooljaar beginnen met een hernieuwde focus op veiligheid. Door samen te werken en rekening te houden met elkaar, kunnen we zorgen voor een veilige en prettige omgeving voor onze kinderen.

Vier maanden gratis openbaar vervoer voor Amsterdamse kinderen

Wethouder Van der Horst hoopt dat het gebruik van het openbaar vervoer door deze actie blijvend toeneemt.

Alle Amsterdamse kinderen van 4 tot en met 11 jaar kunnen vanaf de zomervakantie ruim vier maanden gratis reizen met de bussen, trams en metro’s van GVB. Met deze actie wordt het openbaar vervoer toegankelijker en betaalbaarder voor Amsterdamse gezinnen. De gemeenteraad maakte vorig jaar 1 miljoen euro vrij om kinderen op zaterdag gratis te laten reizen, maar het bleek mogelijk om het aantal dagen flink uit te breiden. Het reisproduct kan vanaf 1 juli worden aangevraagd en op een persoonlijke OV-chipkaart worden gezet.

Alle Amsterdamse kinderen van 4 tot en met 11 jaar kunnen vanaf de zomervakantie ruim vier maanden gratis reizen met de bussen, trams en metro’s van GVB. Met deze actie wordt het openbaar vervoer toegankelijker en betaalbaarder voor Amsterdamse gezinnen. De gemeenteraad maakte vorig jaar 1 miljoen euro vrij om kinderen op zaterdag gratis te laten reizen, maar het bleek mogelijk om het aantal dagen flink uit te breiden. Het reisproduct kan vanaf 1 juli worden aangevraagd en op een persoonlijke OV-chipkaart worden gezet.

Wethouder Melanie van der Horst – fotograaf Tom Feenstra

Voor mensen die niet zo goed wegwijs zijn in het online aanvragen van een OV-kaart en een abonnement, wordt ondersteuning geregeld. Het team dat normaal de aanvragen voor gratis OV voor AOW’ers behandelt, wordt ingezet om de aanvragen vanaf 1 juli te verwerken.

“Er zijn zoveel gezinnen waarvoor het niet vanzelfsprekend is om buiten hun eigen buurt en door de stad te reizen. Ik hoop dat deze actie hen een mooie zomervakantie bezorgt en de kans geeft om hun horizon te verbreden. Daarna loopt het abonnement nog drie maanden door. Dus ik hoop dat iedereen gebruik maakt van deze mooie actie. En wie wat extra hulp nodig heeft bij het aanvragen, gaan we daarbij helpen.”

Wethouder Melanie van der Horst (Verkeer en Vervoer)

Van der Horst hoopt dat het gebruik van het openbaar vervoer door deze actie blijvend toeneemt: “Het zou mooi zijn als meer mensen hun weg terugvinden naar het openbaar vervoer. De reizigersaantallen zijn nog steeds niet terug op het oude niveau en we zijn hard aan het werk om het netwerk op peil te houden. Het zou daarbij natuurlijk ontzettend helpen als meer mensen weer gebruik maken van de trams, metro’s en bussen.”

De actie loopt van 22 juli tot en met 30 november 2o23. Kinderen moeten altijd onder begeleiding van een volwassene reizen.

Plopsaland per trein, het ultieme familie-uitje tijdens de Paasdagen

Kom paaseieren rapen in Plopsaland De Panne en verblijf in het Plopsa Hotel!

Pasen is traditioneel de start van het pretparkseizoen. Ook dit jaar is het weer mogelijk om met het hele gezin te genieten van een avontuurlijke reis naar het populaire Plopsaland. Reizen met kinderen kan soms een uitdaging zijn, maar met de trein wordt dit avontuur een stuk eenvoudiger. Plopsaland De Panne is een themapark aan de Belgische kust, opgebouwd rond de populaire Studio 100-figuren Samson & Gert, Kabouter Plop, Piet Piraat, Amika, Bumba en hun vriendjes.

Alles begint met een goede reisvoorbereiding. Voor een zorgeloze reis is het belangrijk om vooraf een aantal zaken te regelen. Boek je treintickets ruim van tevoren om verzekerd te zijn van een zitplaats en bespaar op de kosten door gebruik te maken van groepskortingen. Controleer ook de dienstregeling op de website van de Nederlandse Spoorwegen (NS) of de Belgische NMBS, en houd rekening met eventuele vertragingen of werkzaamheden.

De Plopsa-parken trappen de paasvakantie, traditioneel de start van het pretparkseizoen, af met een hele reeks paasevents. In Plopsaland De Panne zorgen de pups van PAW Patrol en een heuse Ketnet Junior Paaseierenraap voor de nodige sfeer. Ook Plopsa Coo opent op 2 april, na een groot winteronderhoud, opnieuw de deuren.

Plopsaland bevindt zich in het Belgische De Panne, tegen de Franse grens. Om hier te komen, reis je vanuit Nederland eerst met de trein naar Antwerpen, waar je kunt overstappen op een rechtstreekse verbinding naar De Panne. Afhankelijk van je vertrekpunt, kan deze reis tussen de 3 en 4,5 uur duren. Het grote voordeel van reizen met de trein is dat kinderen de ruimte hebben om zich te bewegen en te spelen, zonder dat de ouders zich zorgen hoeven te maken over files of parkeerproblemen. Bovendien is de treinreis zelf al een avontuur op zich, met prachtige uitzichten op de Nederlandse en Belgische landschappen.

tips voor onderweg

Om de treinreis zo aangenaam mogelijk te maken voor de kinderen, zijn hier enkele tips. Neem een kleurrijk rugzakje mee met favoriete speeltjes, kleurpotloden en kleurboeken om de kinderen bezig te houden. Zorg voor voldoende eten en drinken, zoals gezonde snacks, broodjes en flesjes water. Maak gebruik van de treinfaciliteiten, zoals stopcontacten voor het opladen van elektronica en toiletten aan boord. Reserveer, indien mogelijk, zitplaatsen in een rustig gedeelte van de trein om eventuele overlast te beperken.

Eenmaal aangekomen in De Panne, kan je de kusttram richting Oostende nemen die een halte heeft voor de ingang van het pretpark, maar het hoeft niet echt. Het station van De Panne ligt op wandelafstand (300m) van de ingang van het park. Deze stopt vlak voor de ingang van Plopsaland.

over Plopsaland

Het meest bezochte pretpark van België heeft er weer een pareltje bij: ‘The Ride to Happiness by Tomorrowland’, uniek in Europa! Ben jij een echte adrenalinezoeker? Waag je dan aan de onvergetelijkste rit van je leven in deze betoverende extreme spinning coaster waarbij je maar liefst 5 keer overkop gaat. Uniek in Europa! Of wat dacht je van een fascinerende boottocht op de avontuurlijke DinoSplash, doorheen een prehistorisch landschap met levensechte dinosaurussen. Vlieg in slechts twee seconden van 0 naar 90 km/u tijdens een spannende rit op de spectaculaire Anubis The Ride of raas tegen een snelheid van meer dan 70 km/u over de rails van de houten achtbaan Heidi The Ride.

De allerkleinsten worden met open armen opgewacht door hun geliefde helden zoals Samson & Marie, K3, Bumba en Maya de Bij en leven zich uit op meer dan 50 betoverende outdoor- en indoorattracties. Ga op een magische boottocht doorheen het prachtige Bos van Plop en beleef een duizelingwekkende rit in de K3 Roller Skater. Het overdekte Mayaland, dat vanaf dit jaar maar liefst 365 dagen per jaar open is, zorgt bij slecht weer voor de nodige magie!

Het zijn moeilijke tijden voor Oekraïense kinderen en hun ouders. Om hen alvast één dag aan de realiteit te laten ontsnappen, krijgen Oekraïense kinderen tot 14 jaar die hun land zijn ontvlucht gratis toegang tot alle Plopsa-parken. Kinderen en volwassenen ouder dan 14 jaar genieten van tot wel 40% korting op de tickets.

De Plopsa Group steunt jaarlijks heel wat goede doelen. De Plopsa-parken zijn er voor iedereen; ook voor gezinnen die het financieel moeilijk hebben. Om ook hen van een dagje Plopsa te kunnen laten genieten, werkt de Plopsa Group samen met Iedereen Verdient Vakantie. Zo kunnen deze gezinnen genieten van de Plopsa-parken met 30% korting.