Tag archieven: fiets

Werkgevers slaan handen ineen: grote fietschallenge van start in Utrecht Oost:

Donderdag 21 mei gaat in Utrecht Oost een opvallende mobiliteitsactie van start die duizenden werknemers moet verleiden om vaker de fiets te pakken.

Onder de noemer Expeditie Oost bundelen meer dan tien grote werkgevers hun krachten in een zes maanden durende challenge die niet alleen draait om bereikbaarheid, maar ook om gezondheid en duurzaamheid. Het initiatief komt uit de koker van het UMC Utrecht en samenwerkingsprogramma Goedopweg. 

Met de actie willen zij inspelen op de groeiende drukte in en rond het Utrecht Science Park en Rijnsweerd. Die gebieden blijven zich ontwikkelen, terwijl de infrastructuur niet in hetzelfde tempo meegroeit. Door medewerkers te stimuleren de auto vaker te laten staan, hopen de initiatiefnemers de regio bereikbaar en leefbaar te houden.

breed draagvlak

Deelnemende organisaties zijn onder meer het UMC Utrecht, de Universiteit Utrecht, Hogeschool Utrecht, het Hubrecht Instituut, de Provincie Utrecht, ROM Utrecht Region, Danone en a.s.r. Daarmee krijgt de challenge een breed draagvlak onder zowel publieke als private partijen. Medewerkers van deze organisaties kunnen hun fiets- en wandelkilometers registreren via de Da’s zo gefietst-app. Elke rit levert punten op die ingewisseld kunnen worden voor beloningen. Aan het einde van de rit wacht bovendien een extra stimulans: de organisatie die na zes maanden de meeste ritten heeft verzameld, wint een prijs voor alle deelnemende collega’s. Tussendoor worden er elke twee maanden prijzen verloot om de motivatie hoog te houden.

Volgens Celina Kroon, Manager Duurzaamheid bij het UMC Utrecht, is samenwerking cruciaal om echte verandering te realiseren. “Als initiatiefnemer van Expeditie Oost zien we dat de ambities uit de Pledge 2.0, waaronder +10% fiets, +9% OV en –18% auto, alleen haalbaar zijn wanneer organisaties samen optrekken en beleid weten te vertalen naar concreet gedrag in de dagelijkse praktijk. Daarom heeft het UMC Utrecht dit initiatief samen met Goedopweg opgezet. Inmiddels doen meer dan tien organisaties mee en maken we duurzame mobiliteit steeds toegankelijker en aantrekkelijker voor onze collega’s en studenten. Door vaker te kiezen voor de fiets of een wandeling dragen zij niet alleen bij aan een beter bereikbaar en duurzamer Utrecht Oost, maar ook aan hun eigen gezondheid en welzijn.”

De drempel om mee te doen is bewust laag gehouden. Deelname is kosteloos en het registreren van ritten kan automatisch of handmatig via de app. Daar zit nog een extra voordeel aan: slimme verkeerslichten springen bij aankomst van deelnemers sneller op groen, waardoor de fietstocht niet alleen duurzamer maar ook efficiënter wordt.

De officiële aftrap vindt plaats op Fiets naar je Werk Dag, donderdag 21 mei. Om het startschot extra feestelijk te maken, zijn er speciale fietsroutes uitgezet door het Utrecht Science Park. Deze routes zijn ontworpen door fietsdeskundige Merijn Heijne en voeren deelnemers langs een bijzondere tussenstop bij melkveebedrijf ’t Zuivelhoekje in Zeist. Tussen 11.00 en 13.00 uur kunnen fietsers daar terecht voor een kaasproeverij, een vers broodje van de boer en een speels potje boter-kaas-en-eieren. Wie onderweg stopt, wordt bovendien beloond met extra punten in de challenge.

Photo: © Goedopweg

Johannes van de Water, gebiedsregisseur Utrecht Oost voor Goedopweg, benadrukt het belang van collectieve actie. “Utrecht Oost groeit. Meer mensen, meer organisaties, maar dezelfde wegen. De enige manier om dat op te lossen is door het samen anders te doen. Expeditie Oost laat zien dat werkgevers in een gebied enorme kracht hebben als ze gezamenlijk optrekken. Geen beleidsnotitie, maar gewoon: collega’s die elkaar aansteken om op de fiets te stappen. Dat is precies het soort beweging dat beklijft.”

samenwerkingsverband

Goedopweg speelt al langer een actieve rol in het verbeteren van de bereikbaarheid in de regio Utrecht en Amersfoort. De organisatie is een samenwerkingsverband van onder meer de Provincie Utrecht, de gemeenten Utrecht en Amersfoort, Regio Amersfoort, MRU West, Rijkswaterstaat en het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Met praktische en vernieuwende oplossingen probeert Goedopweg reizigers en werkgevers te stimuleren om slimmer en duurzamer te reizen.

Met Expeditie Oost krijgt die ambitie een concreet gezicht. De komende maanden zal moeten blijken of de gezamenlijke inspanning van werkgevers en medewerkers daadwerkelijk leidt tot minder autoverkeer en een blijvende gedragsverandering in Utrecht Oost.

Circulatieplan werkt: trams en trappen winnen van taxi’s in historisch Gent

Het lijkt een paradox: hoe meer auto’s worden geweerd uit een stad, hoe aantrekkelijker die wordt voor bezoekers.

Toch is dat precies wat in Gent is gebeurd. De Oost-Vlaamse stad is in de laatste jaren tijd uitgegroeid tot een voorbeeld van doordachte stedelijke mobiliteit die hand in hand gaat met economische en toeristische bloei. Terwijl andere steden nog worstelen met een balans tussen bereikbaarheid en leefbaarheid, oogst Gent nu de vruchten van een mobiliteitsplan dat mobiliteit opnieuw in dienst stelt van de mens.

Gent heeft de voorbije jaren een ware toeristische remonte doorgemaakt. De stad kende, net als de rest van Vlaanderen, een zware terugval tijdens de coronapandemie, maar sinds 2022 is er sprake van een sterk herstel. Met ongeveer 840.000 toeristische aankomsten in 2023 evenaart Gent de cijfers van topjaar 2019. Tegelijkertijd groeide het aantal overnachtingen in hotels met 10 procent ten opzichte van 2022, wat leidde tot een record van 1,4 miljoen hotelovernachtingen. De heropleving was niet alleen kwantitatief; ook de beleving van toeristen is merkbaar verbeterd.

mobiliteitsbeleid

Volgens het stadsbestuur is een cruciale factor achter dit succes het mobiliteitsbeleid dat al in 2017 werd uitgerold. Dat jaar ging het zogeheten circulatieplan van start, waarmee de historische binnenstad grotendeels autovrij werd. Vroeger reden toeristen en inwoners elkaar in de wielen in smalle middeleeuwse straten. Vandaag is er plaats voor voetgangers, fietsers, terrasjes en lokale winkels – en het werkt.

Foto: © Pitane Blue – Gent Graslei

In het hart van Gent, waar historische charme en moderne mobiliteit samenkomen, speelt de taxisector een cruciale rol in het vervoerslandschap. Voor zowel toeristen als inwoners biedt de stad een divers aanbod aan taxidiensten, die zich de afgelopen jaren hebben aangepast aan nieuwe regelgeving, technologische innovaties en duurzaamheidsdoelstellingen.

Het Gentse mobiliteitsplan is gestoeld op een eenvoudige logica: wie de stad wil doorkruisen met de auto, moet dat via de stadsring (R40) doen. Doorgaand verkeer door het centrum is niet langer mogelijk. Het stadsgebied is opgedeeld in sectoren met knips – zones waar verkeer niet zomaar doorheen kan – waardoor doorgaand verkeer ontmoedigd wordt en alternatieven zoals openbaar vervoer, fiets en voetgangersverkeer meer ruimte krijgen.

Het resultaat: het aantal auto’s in de binnenstad is drastisch gedaald, terwijl het gebruik van de fiets en het openbaar vervoer aanzienlijk is toegenomen. Trams en bussen rijden nu sneller door, zonder vertragingen door files. Het aantal verkeersongevallen daalde, de luchtkwaliteit verbeterde en de publieke ruimte werd opnieuw ingedeeld in functie van verblijfskwaliteit in plaats van doorstroming. De stad oogt rustiger, veiliger en aantrekkelijker voor toeristen én inwoners.

toerisme zonder auto

De mobiliteitsrevolutie heeft ook het toerisme fundamenteel veranderd. Gent bewijst dat een stad toeristen niet hoeft te ontvangen met brede toegangswegen en parkeerplaatsen, maar dat een voetgangersvriendelijke omgeving net meer aantrekkingskracht biedt. Bezoekers komen nu vooral met de trein of parkeren hun auto aan de rand van de stad in Park & Ride-zones, waarna ze per tram of bus het centrum inrijden. De Lijn heeft de frequentie en doorstroming van haar netwerk afgestemd op deze toestroom.

Voor internationale bezoekers biedt station Gent-Sint-Pieters een knooppunt met directe verbindingen naar Brussel-Zuid (Thalys/Eurostar) en de luchthaven. Vanuit het station brengt tram 1 je binnen tien minuten naar de Korenmarkt – het hart van de stad. De reistijd is betrouwbaar en nauwelijks beïnvloed door verkeersdrukte, iets wat in andere steden vaak een pijnpunt blijft.

Foto: © Pitane Blue – Gentse Waterzooi

Gent is niet alleen een stad van cultuur en geschiedenis, maar ook van smaak. Naast het rijke aanbod aan restaurants biedt Gent een aantal iconische streekgerechten die je als culinaire liefhebber niet mag missen. Proef de Gentse Waterzooi in het restaurant De Graslei, een romige stoofpot die oorspronkelijk met vis werd bereid maar tegenwoordig vaak met kip op tafel komt. 

De klassieke stoverij met friet, een hartige rundvleesstoofpot geserveerd met krokant gebakken Belgische frieten, blijft een publieksfavoriet. Zoetekauwen kunnen hun hart ophalen aan cuberdons – ook wel Gentse neuzen genoemd – kegelvormige snoepjes met een smeuïge frambozenvulling. En wie van pittig houdt, mag de beroemde Tierenteyn-mosterd niet overslaan, die al sinds 1790 volgens traditioneel recept in het hart van de stad wordt gemaakt. Deze lokale lekkernijen zijn volop te vinden in de vele eetgelegenheden, speciaalzaken en markten verspreid over Gent.

Foto: © Pitane Blue – Ghent Marriott

Het mobiliteitsplan en de lage-emissiezone (LEZ) hebben ook invloed gehad op de ontwikkeling van nieuwe verblijfsinfrastructuur. Sinds 2023 geldt een hotelstop binnen de stadsring voor nieuwe projecten met meer dan 16 kamers. Daardoor zijn investeerders uitgeweken naar zones net buiten het centrum – zoals The Loop, Gent-Dampoort en het station Gent-Sint-Pieters – waar nog ruimte is voor grootschalige logies en de bereikbaarheid via tram en fiets optimaal is.

Deze strategische spreiding betekent minder druk op het centrum, minder verkeer in historische wijken en een betere verdeling van toeristen over de stad. Voor de bezoeker verandert er weinig: dankzij goede OV-verbindingen en de compacte stadsstructuur is men op een kwartier toch weer midden in de historische kern.

fiets en voetgangers als leidraad

De fiets speelt een centrale rol in Gent. De stad beschikt over een uitgebreid netwerk aan fietspaden, stallingen en verhuurpunten. Toeristen kunnen zowel klassieke als elektrische fietsen huren om de stad of omgeving te verkennen. Dankzij de infrastructuur is fietsen veilig en comfortabel. Voor wie liever wandelt, biedt Gent een van de best toegankelijke historische centra in Europa – alles ligt binnen wandelafstand en zonder verkeershinder.

Het succes van het mobiliteitsbeleid is zichtbaar in cijfers, maar ook voelbaar in de sfeer van de stad. De Graslei, ooit geplaagd door parkeerdruk en lawaaiig verkeer, is nu een kalm decor voor boottochten, wandelingen en gesprekken op een terras. Dat gevoel wordt versterkt door stadsbrede maatregelen: het gebruik van CityCards voor OV en toegang tot musea, de invoering van nachtbussen in het weekend, en de duurzame inbedding van mobiliteit in toeristische beleving.

voorbeeld voor andere steden

Gent laat zien dat een autovrije stad niet gelijkstaat aan onbereikbaarheid. Integendeel, door slim in te zetten op multimodale bereikbaarheid en een ruimtelijk beleid dat verblijfstoerisme aanmoedigt buiten de centrale kern, werd de stad juist aantrekkelijker voor bezoekers. De leefkwaliteit ging omhoog, de verkeersdruk omlaag en de economische impact bleef positief.

Gent kiest er resoluut voor om voetganger, fietser en tramreiziger voorop te zetten – en doet dat met succes. Het mobiliteitsmodel van Gent zou wel eens de blauwdruk kunnen worden voor andere steden die zoeken naar balans tussen toerisme, bereikbaarheid en leefbaarheid. De cijfers, maar vooral de ervaring ter plaatse, tonen aan: duurzame mobiliteit is geen beperking, maar een troef.

De geheimen van de Japanse Tuin: alle reisopties overzichtelijk op een rij

Tussen eeuwenoude bomen en zorgvuldig onderhouden paden ontvouwt zich een van de meest bijzondere geheimen van Den Haag: de Japanse Tuin op landgoed Clingendael.

Deze tuin, slechts enkele weken per jaar toegankelijk, trekt jaarlijks duizenden bezoekers die zich laten betoveren door bloeiende azalea’s, sierkersen en zeldzame mossoorten. Dit voorjaar is de tuin geopend van zaterdag 26 april tot en met maandag 9 juni, dagelijks van 10.00 tot 20.00 uur. Met een oppervlakte van 6.800 vierkante meter is het de oudste en grootste Japanse tuin in Nederland, ooit aangelegd begin 20e eeuw door barones Marguérite van Brienen, beter bekend als freule Daisy.

De kwetsbaarheid van de flora, waaronder zeldzame plantensoorten en een delicaat mosbed, maakt dat de tuin slechts korte tijd per jaar toegankelijk is voor publiek. Bezoekers moeten zich houden aan een vaste looproute en het maximumaantal van honderd personen tegelijk in de tuin wordt strikt gehandhaafd. Deze maatregelen zijn nodig om het unieke karakter van de tuin in stand te houden.

pareltje van Clingendael

Wie het pareltje van Clingendael wil bezoeken, doet er goed aan zijn reis vooraf zorgvuldig te plannen. Vanuit steden als Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Leiden is de snelste verbinding via de trein naar Den Haag Centraal, gevolgd door een korte busrit met HTM-buslijn 20 richting Duinzigt. Deze stopt bij de halte Van der Woertstraat, vanwaar het nog dertien minuten wandelen is naar de tuin. Voor wie uit Leiden komt, is streekbus 43 (R-net) een goed alternatief. Deze rijdt via Wassenaar en stopt bij de Carel Reinierszkade, op slechts zes minuten loopafstand van de parkentree.

minder mobiel

Een interessante optie voor minder mobiele bezoekers of wie geen zin heeft in een wandeling, is de Haagse Hopper. Deze op afroep beschikbare HTM-minibus rijdt op aanvraag rechtstreeks van Den Haag Centraal naar het landgoed. Reserveren is verplicht en het aantal ritten per dag is beperkt, dus tijdig plannen is aan te raden.

Ook de fiets is een ideale manier om Clingendael te bereiken. Vanuit het centrum van Den Haag is het ongeveer vijf kilometer fietsen, een tocht van twintig à vijfentwintig minuten door onder meer het Haagse Bos en de wijk Benoordenhout. Fietsers kunnen gebruikmaken van de onbewaakte stalling bij de hoofdingang aan de Wassenaarseweg. Vooral tijdens drukke weekenden kan het hier behoorlijk vol raken, maar in de omgeving zijn ook andere toegangen waar de fiets neergezet kan worden.

Voor automobilisten is de situatie iets complexer. Parkeren binnen het park is verboden, dus men moet in de omliggende straten van Benoordenhout of Wassenaar een plekje zoeken. De Wassenaarseweg is de meest directe route naar de hoofdingang, maar staat bekend om zijn beperkte parkeergelegenheid. Alternatieven zijn te vinden aan de Ruychrocklaan of Van Alkemadelaan, waar het doorgaans rustiger is. Let daarbij wel op zones voor vergunninghouders en mogelijke betaald parkeren.

NAVO-top

De timing van het tuinseizoen valt dit jaar midden in de voorbereidingen voor de NAVO-top op 24 en 25 juni. Hoewel deze internationale bijeenkomst ná de sluiting van de Japanse Tuin plaatsvindt, zullen in de aanloop ernaartoe al verkeersmaatregelen van kracht zijn in Den Haag. Verwacht wordt dat rond het World Forum, waar de top plaatsvindt, diverse wegen worden afgesloten en het openbaar vervoer wordt omgeleid. De route van buslijn 20 naar Clingendael ligt buiten deze beveiligde zone, maar vertragingen zijn mogelijk vanwege de algehele verkeersdrukte. Fietsers ondervinden hiervan vermoedelijk het minste hinder, wat de tweewieler tot het meest betrouwbare vervoermiddel maakt in deze periode.

extra  reistijd

Voor wie van plan is met de auto te komen, is het belangrijk extra reistijd in te calculeren en indien mogelijk alternatieve routes te gebruiken. Hoofdwegen zoals de A4, A44, N44 en N14 kunnen tussen 22 en 26 juni gedeeltelijk worden afgesloten. Bezoekers vanuit het noorden doen er goed aan via de A12 richting het centrum van Den Haag te rijden en van daaruit via stadswegen naar Clingendael te navigeren. Vanuit het zuiden is de A13 richting A12 de beste optie, met als doel de Van Alkemadelaan of Benoordenhoutseweg te bereiken.

Een bezoek aan de Japanse Tuin vraagt dus om een goede voorbereiding, maar wie de moeite neemt, wordt beloond met een unieke ervaring. De combinatie van Japanse esthetiek, Nederlandse geschiedenis en de pracht van de lente maken deze plek tot een van de meest betoverende locaties van het land.

Toekomst deelmobiliteit onder druk: niet alleen GO Sharing blijft worstelen

GO Sharing trekt bijna 3.000 scooters terug uit tientallen Nederlandse gemeenten en blijft enkel actief in Amsterdam met 600 scooters.

De groene GO Sharing fietsen worden, net als de scooters, massaal verwijderd in veel steden. Sinds 1 augustus is het steeds moeilijker geworden om een deelscooter of fiets van GO Sharing te gebruiken, omdat ze op grote schaal worden weggehaald. Dit besluit komt niet geheel onverwacht; het verdwijnen van de scooters zorgt bij veel mensen voor opluchting. Vanaf het begin was er namelijk veel ergernis over de manier waarop de voertuigen geparkeerd en achtergelaten werden.

In Eindhoven was de situatie de afgelopen dagen bijzonder schrijnend. Voor de vijfde keer in slechts twee dagen tijd brandde in de nacht van zondag op maandag een deelscooter van GO Sharing uit. De frustratie rondom deze voertuigen lijkt daarmee een nieuw hoogtepunt te hebben bereikt.

Het verdienmodel van GO Sharing is nooit succesvol geweest. Ondanks de tientallen miljoenen euro’s die investeerders in het bedrijf staken, wist GO Sharing nooit winstgevend te worden. Dit terwijl de organisatie binnen enkele jaren flink uitbreidde. Toch bleek de behoefte aan de scooters laag, wat resulteerde in een voortdurende strijd om financieel gezond te blijven. In 2023 ging het bedrijf failliet en werd het opgekocht door het Turkse bedrijf BinBin. Helaas heeft deze overname niet geleid tot een significante verbetering. De strategie van GO Sharing blijft gericht op uitbreiding in de hoop winstgevend te worden, maar telkens opnieuw blijkt er weinig vraag naar de scooters, waardoor het bedrijf gedwongen wordt in te krimpen.

Volgens de actiegroep Scootervrij is het slechts een kwestie van tijd voordat er opnieuw een faillissement volgt. De concurrenten van GO Sharing, zoals Felyx en Check, hebben het niet veel beter. Felyx werd eerder dit jaar nog van faillissement gered door het Spaanse bedrijf Cooltra. Scootervrij verwacht dat ook zij op termijn zullen moeten inkrimpen of zelfs failliet zullen gaan door tegenvallende gebruikscijfers.

Foto: © Pitane Blue – vertrek GO Sharing Eindhoven

De situatie met de deelscooters in Nederland weerspiegelt een bredere trend in de deelmobiliteitssector. Wat ooit werd gezien als een innovatieve oplossing voor stedelijke mobiliteit, lijkt nu te struikelen over problemen zoals vandalisme, slechte parkeergewoonten en een gebrek aan vraag. De problemen van GO Sharing illustreren de uitdagingen waarmee veel bedrijven in deze sector te maken hebben.

Een belangrijke vraag is of deze problemen inherent zijn aan het bedrijfsmodel van deelmobiliteit of dat ze kunnen worden opgelost door betere regelgeving en beheer. Steden zoals Amsterdam en Rotterdam hebben al striktere regels ingevoerd voor deelmobiliteitsbedrijven, in een poging om de negatieve impact op openbare ruimte en buurtgemeenschappen te beperken. Echter, deze maatregelen hebben tot nu toe niet geleid tot een duurzame oplossing voor de problemen.

De toekomst van GO Sharing en soortgelijke bedrijven blijft onzeker. Terwijl de actiegroep Scootervrij en andere critici hun zorgen blijven uiten, is het duidelijk dat er iets fundamenteels moet veranderen om deelmobiliteit levensvatbaar te maken in Nederland. Voor nu blijft het afwachten hoe de sector zich zal aanpassen aan de uitdagingen en of er nieuwe modellen zullen opstaan die beter kunnen inspelen op de behoeften en verwachtingen van zowel gebruikers als steden.

De opmars van de e-fiets: een nieuwe trend in Nederlandse mobiliteit

De groei in populariteit van de e-fiets brengt ook nieuwe uitdagingen met zich mee.

Nederlanders blijven fervente fietsers, met meer dan 28% van alle verplaatsingen in het land die per fiets worden afgelegd. Deze constante betrokkenheid bij het fietsen weerspiegelt de cruciale rol van de fiets in het Nederlandse mobiliteitssysteem. Het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM) heeft deze en andere relevante gegevens gepresenteerd in hun nieuwste publicatie, “Fietsfeiten 2023”.

In 2022 registreerde Nederland een indrukwekkend aantal van 4,8 miljard fietstochten, goed voor een totaal van 18,2 miljard kilometer. Dit komt neer op een gemiddelde van 3,0 kilometer per inwoner per dag. Het gebruik van de fiets in Nederland is divers, waarbij de fiets niet alleen voor vrijetijdsactiviteiten wordt gebruikt, maar ook een populair vervoersmiddel blijft voor werk en onderwijs.

Opvallend is het verschil in fietsgebruik tussen verschillende groepen. Vrouwen en jongeren zijn de meest fervente fietsers, en vrouwen gebruiken bovendien aanzienlijk vaker een e-fiets dan mannen. Stedelijke gebieden kennen een hogere fietsdichtheid dan landelijke gebieden, een tendens die zowel voor als na de coronapandemie zichtbaar is.

Het KiM rapport “Fietsfeiten 2023” benadrukt ook de sociale aspecten van fietsen. Fietsen blijft een toegankelijke en betaalbare vorm van vervoer voor een breed scala aan mensen.

OV fiets

Steden en gemeenten staan voor de taak om de infrastructuur aan te passen aan deze snellere en zwaardere fietsen. Dit betekent niet alleen het verbeteren van fietspaden, maar ook het inrichten van voldoende en veilige parkeerplaatsen voor e-bikes.

De toename van de afstand die per fiets wordt afgelegd, is grotendeels te danken aan de stijgende populariteit van de e-fiets. Tussen 2012 en 2019 steeg de totale afgelegde afstand met bijna 8%, en hoewel de groei tijdens de coronapandemie afzwakte, bleef de trend positief. De e-fiets is in opkomst ten koste van de traditionele fiets, met een opmerkelijke stijging in het gebruik van e-fietsen.

In grote steden is fietsen een veel gekozen vervoersmiddel, en de pandemie bracht een lichte verschuiving teweeg, met een toename in wandelen. Desondanks blijft de e-fiets aan populariteit winnen, niet alleen onder ouderen maar ook opvallend genoeg onder jongeren en jongvolwassenen. Deze trend is landelijk waarneembaar, hoewel er regionale verschillen zijn, met name tussen de Randstad en overige gebieden.

De brochure Fietsfeiten 2023 bevat nog veel meer inzichten. Zo toont de brochure hoe het fietsgebruik verdeeld is over de dag, hoe afstanden en reistijden verschillen tussen de gewone fiets en e-fiets en welke rol de fiets in het voor- en natransport speelt. Ook gaat de brochure in op maatschappelijke effecten, zoals gezondheid, duurzaamheid en verkeersveiligheid.

Jongeren vaak al aangeschoten voordat ze op de fiets stappen

De overheid en lokale gemeenten worden aangespoord om maatregelen te nemen.

In de hedendaagse uitgaanscultuur manifesteert zich een zorgwekkende trend: jongeren die voorafgaand aan een avondje stappen thuis ‘indrinken’. Deze praktijk brengt niet alleen gezondheidsrisico’s met zich mee, maar vormt ook een gevaar op de weg. Vooral in steden waar de fiets een populair vervoermiddel is, leidt dit tot verontrustende situaties.

Thuis indrinken is niet echt nieuw en is een wijdverspreid fenomeen bij jongeren dat deel uitmaakt van de jongerencultuur. De recente economische ontwikkelingen hebben een directe impact gehad op de toename, met name op de prijs van een biertje in cafés. Deze prijsstijgingen hebben ook invloed op het uitgaansgedrag van mensen. Een analyse van de prijsstijgingen in verschillende steden toont aan dat de prijs van een standaardglas pils in sommige gevallen met wel 10% tot 15% is gestegen vergeleken met vorig jaar.

onderzoek

Een recent onderzoek van de Universiteit van Amsterdam heeft aangetoond dat meer dan 60% van de jongeren tussen 16 en 24 jaar regelmatig thuis alcohol nuttigt voordat ze uitgaan. De redenen variëren van financiële besparingen – drankjes in clubs en bars zijn vaak duur – tot sociale druk. Echter, wat begint als een onschuldige voorbereiding op een avondje uit, kan snel omslaan in gevaarlijk gedrag.

De effecten van alcohol zijn duidelijk en wetenschappelijk bewezen: verminderde coördinatie, trager reactievermogen en een vertekend beoordelingsvermogen. Dit zijn factoren die, zodra jongeren op de fiets stappen, levensgevaarlijk kunnen zijn. De politie rapporteert een toename in het aantal verkeersongevallen onder invloed, vooral in de late avonduren en vroege ochtend.

De boodschap is duidelijk: het ‘onschuldige’ thuis indrinken kan ernstige gevolgen hebben.

Het probleem wordt verergerd door het feit dat veel jongeren de gevaren van alcohol onderschatten. “Ze denken vaak dat een paar drankjes geen kwaad kunnen, maar de werkelijkheid is anders”, zegt Joris van Hoof, onderzoeker aan de Universiteit Twente. “Al bij lage alcoholpromillages zien we een significante toename in risicogedrag.”

Deze trend heeft geleid tot oproepen voor strengere handhaving en voorlichting. Sommige steden hebben al initiatieven genomen, zoals het organiseren van bewustwordingscampagnes en het verhogen van de aanwezigheid van politie in uitgaansgebieden. Ook wordt er gepleit voor meer voorlichting op scholen en in de gemeenschap over de gevaren van alcoholgebruik, vooral in combinatie met fietsen.

De boodschap is duidelijk: het ‘onschuldige’ thuis indrinken kan ernstige gevolgen hebben. Het is essentieel dat jongeren zich bewust worden van de risico’s, niet alleen voor hun eigen gezondheid, maar ook voor hun veiligheid op de weg.

spoedeisende hulp

Dronken fietsers vormen de grootste groep patiënten na alcoholgerelateerde ongevallen. Uit recente data blijkt dat 60% van de ongevallen waarbij alcohol een rol speelde, betrekking heeft op fietsers die ten val zijn gekomen.

Artsen en verpleegkundigen op spoedeisende hulpafdelingen zien regelmatig de gevolgen van dergelijk risicogedrag. “De verwondingen variëren van lichte schaafwonden tot ernstige hoofdtrauma’s,” zegt een ervaren arts in een grootstedelijk ziekenhuis. “Het is schokkend om te zien hoeveel mensen zichzelf en anderen in gevaar brengen door dronken te fietsen.”

De impact van deze ongevallen strekt verder dan alleen fysieke schade. Naast de directe gevolgen voor de gezondheid, zijn er ook maatschappelijke en economische implicaties. De druk op de gezondheidszorg, de kosten van medische behandelingen en de bredere gevolgen voor verkeersveiligheid zijn aanzienlijk.

Deze cijfers leiden tot oproepen voor strengere handhaving en meer bewustwordingscampagnes. Verkeersveiligheidsorganisaties, zoals Veilig Verkeer Nederland, benadrukken de noodzaak van educatie over de gevaren van alcohol in het verkeer, met een specifieke focus op fietsers.

Foto: Pitane Blue – ambulance op weg op het fietspad

Artsen en verpleegkundigen op spoedeisende hulpafdelingen zien regelmatig de gevolgen van dergelijk risicogedrag.

De combinatie van alcohol en fietsen leidt vaak tot verhalen die zowel humoristisch als zorgwekkend zijn. In de Nederlandse fietscultuur, waar de fiets een onmisbaar vervoermiddel is, zijn dergelijke avonturen niet moeilijk te vinden. Een rondvraag in verschillende steden bevestigt dit: bijna iedereen heeft wel een persoonlijke anekdote of kent iemand die een dergelijk avontuur heeft beleefd.

anekdotes

De verhalen variëren van komische tot soms gevaarlijke situaties. Neem bijvoorbeeld de klassieker over de onzichtbare kuil in de weg. “Ik dacht dat ik kon zigzaggen tussen de kuilen door, maar voor ik het wist, lag ik er middenin,” vertelt een student uit Utrecht lachend over zijn nachtelijke fietsavontuur na een feestje.

Of het verhaal over de ‘bewegende’ boom. Een jonge vrouw uit Rotterdam herinnert zich: “Ik zweer het je, die boom kwam uit het niets. Ik probeerde hem te ontwijken, maar het was al te laat.” Gelukkig liep dit avontuur af met een paar schrammen en een deuk in haar ego.

Deze anekdotes, hoewel vaak verteld met een glimlach, belichten een serieus probleem. Alcoholgebruik beïnvloedt het beoordelingsvermogen en de motorische vaardigheden, wat leidt tot verhoogde risico’s in het verkeer. De Politie en Veilig Verkeer Nederland waarschuwen regelmatig voor de gevaren van rijden onder invloed, inclusief fietsen.

Deze waarschuwingen zijn niet voor niets. Uit ziekenhuisgegevens blijkt dat een significant aantal fietsongevallen in de nachtelijke uren gerelateerd is aan alcoholgebruik. “Het is een probleem dat we serieus moeten nemen,” zegt een woordvoerder van de verkeerspolitie. “Een ongeluk zit in een klein hoekje, zeker als je gedronken hebt.”

Uit recent onderzoek blijkt dat veel minderjarigen zonder veel moeite alcohol kunnen kopen.

Ondanks strenge regelgeving en bewustwordingscampagnes, blijft het verrassend eenvoudig voor minderjarigen in Nederland om aan alcohol te komen. Dit wijst op een kloof tussen de wetgeving en de realiteit in winkels en horecagelegenheden.

nachtwinkels

Volgens de Nederlandse wetgeving zijn verkopers verplicht om bij twijfel over de leeftijd van een koper een legitimatiebewijs te vragen. Dit kan een identiteitskaart, rijbewijs of een ander officieel document zijn. De wet is helder: de verkoop van alcohol aan minderjarigen is verboden en de verkoper is altijd verantwoordelijk bij overtreding van deze regel.

Ondanks deze duidelijke regels, blijkt uit recent onderzoek dat veel minderjarigen zonder veel moeite alcohol kunnen kopen. In sommige gevallen wordt er niet eens om een identiteitsbewijs gevraagd. Deze situatie is niet alleen zorgwekkend vanwege de directe gezondheidsrisico’s voor jongeren, maar ook vanwege de bredere maatschappelijke gevolgen.

Volgens Lydia Peeters kunnen slimme drones de verkeersveiligheid verbeteren

“Moordstrookjes moeten definitief uit woordenboek verdwijnen.”

Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken Lydia Peeters heeft van de fiets een echte topprioriteit gemaakt in haar beleid. Drones kunnen volgens Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken Peeters onze VeloVeiligheid verbeteren. Daarbij denkt men aan het opsporen van conflictsituaties nog vóór er slachtoffers vallen. 

In situaties met veel verkeer of bij grote evenementen, zoals fietsraces, kunnen drones worden gebruikt om de situatie in real-time te bewaken. Ze kunnen potentieel gevaarlijke situaties identificeren voordat ze zich voordoen en waarschuwingen doorgeven aan de relevante autoriteiten of deelnemers.

Uiteraard kunnen drones zeker bijdragen aan de veiligheid van fietsers op de weg. Drones kunnen worden gebruikt om verkeerspatronen en gedragingen van automobilisten te observeren. Deze informatie kan worden gebruikt om gevaarlijke wegen en kruispunten te identificeren, evenals tijdstippen waarop het risico voor fietsers het grootst is. Op basis van deze gegevens kunnen stadsplanners passende maatregelen nemen, zoals het verbeteren van de infrastructuur of het aanpassen van verkeerslichten.

fietsveiligheid

Drones kunnen worden gebruikt om educatieve video’s te maken over fietsveiligheid. Deze kunnen realistische scenario’s tonen en uitleggen hoe fietsers veilig kunnen blijven op de weg. Het gebruik van drones voor deze doeleinden zou echter wel regelgeving en privacyoverwegingen met zich meebrengen. Daarnaast zou het nodig zijn om systemen op te zetten voor het effectief beheren en interpreteren van de verzamelde gegevens.

“We werken hard op het terrein en de realisaties worden stilaan zichtbaar. Kwaliteitsvolle infrastructuur is een basisvereiste voor veilig fietsverkeer en daarom moeten we ernaar streven om het investeringsritme van jaarlijks minimaal 300 miljoen euro aan te houden. Kortom: de hoge financiële injecties willen we verankeren in de toekomst. Het ambitieuze fietsbeleid mag niet stoppen na deze legislatuur. We hebben de lat hoog gelegd inzake fietsinfrastructuur en die lat moet hoog blijven liggen of zelfs hoger komen te liggen. Weg met ‘moordstrookjes’ en ‘nietspaden’, liever vandaag dan morgen.”

Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken Lydia Peeters

fietsbeleidsplan

Het vorige fietsbeleidsplan dateert uit 2016 en is achterhaald. Voor Lydia Peeters (Open Vld) moeten ‘moordstrookjes’ definitief uit het woordenboek verdwijnen. Nog nooit werd er zoveel geïnvesteerd in fietsinfrastructuur als onder Minister Peeters. Deze legislatuur maakt Peeters maar liefst 1,4 miljard euro vrij voor veilige en comfortabele fietspaden. In 2017 werd er bijvoorbeeld net iets meer dan 100 miljoen euro geïnvesteerd. Alleen al in 2023 gaat het om 446 fietswerven op en langs onze gewestwegen. Daarnaast ondersteunt deze Vlaamse regering onder impuls van Minister Peeters ook de provincies en lokale besturen bij het uitvoeren van hun fietsambitie.

De Minister wil tegen 2040 elk jaar minstens 125 gevaarlijke kruispunten aanpakken, dat stelt zij in haar Fietsambitie en het meest innovatieve plan, de drones die via het MIA-project (Mobiliteit Innovatief Aanpakken) zijn ingezet om op korte termijn gevaren in het verkeer te neutraliseren, zijn technologie die alles beter in kaart moeten brengen. Voor sommigen roept de naam ‘slimme drones’ al vragen op. De beelden van de camera’s die via de drones worden ontvangen moeten door mensen worden geanalyseerd. “De gevaarlijke verkeerssituaties brengen we al 50 jaar in kaart, het probleem is dat we ze maar zelden ‘slim’ oplossen.”, twittert Herman Willemse in een reactie op het plan. 

Toch leren we van de proefprojecten waarbij de toestellen boven potentieel gevaarlijke punten de lucht in worden gestuurd en sporen conflictsituaties op nog vóór er slachtoffers vallen. De opbrengst ervan is enorm: “Op bijzonder korte tijd kunnen we verkeerssituaties in kaart brengen, beoordelen en potentiële conflicten proactief aanpakken”, zegt verkeersexpert Tom Brijs (UHasselt).

Foto: Lydia Peeters – Vlaams minister van Mobiliteit en Openbare Werken

In haar Fietsambitie benadrukt minister Peeters dat verdere investeringen absoluut nodig zijn en blijven. Iedereen moet de mogelijkheid hebben om zich met de fiets te verplaatsen. Daarom is het de ambitie dat in 2040 elke Vlaming toegang heeft tot een (deel)fiets en dat iedereen – ongeacht leeftijd, gender, sociale klasse, cultuur of gezondheid – zich veilig en comfortabel voelt op de fiets.

“Dataverzameling, innovatie en experiment zijn cruciaal voor een grensverleggend fietsbeleid. Door vandaag te experimenteren met slimme technologieën en nieuwe materialen, bouwen we aan een écht ambitieuze toekomst voor de fiets”, zegt minister Peeters.

De technologie is ondertussen toegepast op drie zogenaamd grijze knelpunten; plaatsen waar niet meteen ongevallen voorkomen, maar waar weggebruikers zich toch niet veilig voelen. De Schoolstraat in Beringen is daar één van. Daar werd de drone tweemaal de lucht in gestuurd, in de ochtendpiek en ‘s avonds. De dronebeel­den leggen ook draai- en keerproble­men bloot, oversteek­ge­drag of parkings die als kortere weg dienst doen. 

De resultaten werden volgens HLN ondertussen met de stad Beringen en het Agentschap Wegen en Verkeer besproken én de eerste aanpassingen werden al doorgevoerd, meldt het kabinet-Peeters. Zo werd de oversteekplaats voor kinderen opgeschoven, zodat die “meer in de lijn ligt met de natuurlijke looplijnen” en werd een kleine zijstraat afgesloten.

Nieuwe campagne gestart: Kort ritje? Da’s zo gefietst

Uit gedragsonderzoek van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat blijkt dat bijna 7 op de 10 intensieve autogebruikers vaker voor korte ritten de fiets zou willen pakken.

Net even wat vaker op de fiets naar het werk, de sportschool, vrienden, of de bakker. Heel veel mensen zouden het graag doen. Maar vaak wint de macht der gewoonte. Om mensen daarbij een zetje in de rug te geven start vandaag een nieuwe publiekscampagne. Want een kort ritje? Da’s zo gefietst. Staatssecretaris Heijnen (Infrastructuur en Waterstaat) geeft vandaag in Maastricht het startschot voor deze campagne.

“Gezonder leven en meer bewegen staat bij het begin van elk nieuw jaar bij veel mensen bovenaan de lijst met goede voornemens. Met deze campagne helpen we een handje mee. En het is vaak heerlijk om voor kleine stukjes de fiets te pakken. Even wat beweging, een frisse neus en een leeg hoofd. Waar meer wordt gefietst, klaart de lucht vaak letterlijk en figuurlijk op”.

Staatssecretaris Heijnen.

Fietsland Nederland

Nederland is al een echt fietsland. Een kwart van alle verplaatsingen in ons land gaat met de fiets, dat is nergens in de wereld zo hoog. Ons land heeft bovendien meer fietsen dan inwoners. Toch is er ook nog veel te winnen. De helft van alle autoritten is korter dan 7,5 kilometer, en een derde korter dan 5 kilometer. Uit gedragsonderzoek van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat blijkt dat bijna 7 op de 10 intensieve autogebruikers vaker voor korte ritten de fiets zou willen pakken. Gerichte communicatie waarbij drijfveren van mensen, zoals gezondheid, milieu en geld naar voren komen, kan daarbij helpen. Dat is ook precies het doel van de campagne; bewustzijn vergroten en mensen op een positieve manier stimuleren voor korte ritjes vaker de fiets te nemen. Dat is lekker voor je lijf, voor je portemonnee en voor de natuur.

Het doel van de campagne; bewustzijn vergroten en mensen op een positieve manier stimuleren voor korte ritjes vaker de fiets te nemen.

De campagne duurt drie jaar. Uitingen van de campagne zijn vanaf vandaag te zien op alle landelijke TV-zenders, op de radio, online en buiten. Denk daarbij aan de achterkant van bussen, reclamezuilen en op bushokjes, zowel digitaal als met een grote poster. De Rijksoverheid monitort elk jaar op meerdere momenten of het beoogde effect met de campagne wordt bereikt.

Aftrap

Staatssecretaris Heijnen start de campagne vandaag in Zuid-Nederland. Zij doet dat bij een fietspad, samen met regionale bestuurders en voorbijgangers, met of zonder fiets. Zij nodigt iedereen uit zich aan te sluiten bij de campagne. Voor bijvoorbeeld gemeenten en werkgeversnetwerken is er campagnemateriaal beschikbaar, zodat zij op hun eigen manier mee kunnen doen.

Vaker op de fiets

Het kabinet wil graag dat meer mensen die dat kunnen de fiets nemen, bijvoorbeeld naar het werk. Een van de concrete doelen is dat er in 2027 20% meer gefietst wordt dan in 2017, een ander doel is dat er begin 2025 100.000 meer mensen naar het werk fietsen dan begin 2022. Om dat mogelijk te maken investeert het kabinet samen met provincies in gemeenten in betere fietsvoorzieningen. In oktober vorig jaar maakte staatssecretaris Heijnen daarom bekend bijna 800 miljoen euro in de fiets te investeren. Denk aan betere stallingen bij stations, meer doorfietsroutes en nieuwe fietsverbindingen om woonwijken beter bereikbaar te maken. Daarnaast werkt het kabinet met provincies en gemeenten aan meer veiligheid voor fietsers in het verkeer. Er komt een meerjarenplan fietsveiligheid en Rijk, provincies en gemeenten doen in heel het land investeringen om drukke plekken of plaatsen waar veel ongevallen plaatsvinden veiliger te maken. Ook zijn er inmiddels in ruim 200 gemeenten programma’s om ouderen die tot op hoge leeftijd willen en kunnen fietsen te helpen dat zo veilig mogelijk te doen, aldus het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.

Levensgevaarlijke valpartij met de fiets in Gentse Veldstraat

De Veldstraat in Gent is een smalle straat in slechte staat, er liggen grote kasseien met veel tussenruimte en ook tramsporen.

In de drukste winkelstraat van Gent is vrijdag een vrouw lelijk gevallen met de fiets en werd met zware verwondingen naar het ziekenhuis gebracht. Ondertussen is ze buiten levensgevaar. aanvankelijk werd gedacht dat de vrouw met de fiets vast kwam te zitten in de tramsporen maar dat bleek achteraf niet het geval. Volgens twee getuigen gleed de fiets weg op een verhoogde en gladde stoeprand.

Door het ongeval was het tramverkeer even verstoord, verschillende rijtuigen stonden stil in de winkelstraat en konden geen kant meer op. De plaats werd na een uurtje weer vrijgegeven voor alle tramverkeer. De tramsporen zijn al langer voer voor discussie in Gent. Eind 2021 kwam er een fietser om het leven nadat die uit was gegleden op de tramsporen in de Vlaanderenstraat.

ongeval

Vorige week was  het in Wondelgem raak. Een ongeval gebeurde tussen een tramtoestel en een personenwagen. De bestuurder van de auto, een oudere dame, moest bevrijd worden. Het ongeval gebeurde rond 14.50 uur in de Meerkoetlaan in de Gentse deelgemeente Wondelgem.  Dat duurde ruim een uur, het tramverkeer lag in beide richtingen stil tussen Wondelgem en Evergem.

In Gent liggen grote kasseien met veel tussenruimte en ook tramsporen.

Het centrum van de stad is vaker in beeld met uitval van de tram of ongevallen door de tramsporen. Onlangs zorgde in het centrum van Gent aan de Korenmarkt richting Veldstraat heeft een ontspoorde tram voor heel wat hinder. De tram die ontspoorde door een technisch defect aan de wissel bezorgde medewerkers van De Lijn behoorlijk werk om hem terug op het spoor te duwen. Bij het incident vielen geen gewonden.


NS bouwt 170 onbemande uitgiftepunten OV-fiets om

De eerste uitgiftepunten die al klaar zijn kun je vinden op station Geldrop, Deurne en Heeze.

De OV-fiets zie je tegenwoordig overal voorbij komen, in de stad maar ook zeker op het platteland. Of je nu naar je werk, afspraak of etentje met vrienden gaat, neem voor het laatste stukje van je reis de OV-fiets. Hoe handig is dit als je bestemming niet op loopafstand van het station is. De OV-fiets kun je huren op bijna 300 uitgiftepunten door het hele land op stations, bij P+R terreinen en bij bus- of metrohaltes. Er worden op dit moment 21.700 fietsen aangeboden op de bijna 300 uitgiftepunten in Nederland.

Je huurt een fiets met je persoonlijke OV-chipkaart met daarop een gratis OV-fietsabonnement of NS Flex abonnement. Je kunt een OV-fiets huren bij een stalling met en zonder medewerkers. Bij een stalling zonder medewerkers staan de fietsen bijvoorbeeld in een carrousel, kluis of in een fietsenrek. Dit kan bij iedere locatie anders zijn, maar daar gaat verandering in komen. NS is gestart met het ombouwen van alle ruim 170 uitgiftepunten van OV-fietsen zonder medewerkers naar makkelijk herkenbare OV-fiets uitgiftepunten. Dit is voor de reiziger overzichtelijker en gemakkelijker omdat het straks overal hetzelfde is. De carrousel en kluis gaan verdwijnen, op kleinere stations komt een ‘abri’ die herkenbaar is aan het blauw-gele buisframe. Op de grotere stations komt een paviljoen (glazen fietsenstalling) voor alleen de OV-fietsen.

De eerste uitgiftepunten die al klaar zijn kun je vinden op station Geldrop, Deurne en Heeze. Met de ombouw van de uitgiftepunten komen er enkele honderden fietsen bij, de vraag naar de OV-fiets neemt toe. Alle fietsen in de omgebouwde uitgiftepunten zijn voorzien van het nieuwe OV-fietsslot. Dat slot is te openen met je OV-chipkaart. De huur van de OV-fiets stopt als je hem op slot zet in een OV-fietszone op de huurlocatie. Je huurt een fiets al voor €4.45 per 24 uur. Uit onderzoek van de Nederlandse Spoorwegen krijgt de OV-fiets van reizigers een dikke 8!

Te veel obstakels in de trein om fiets mee te nemen

De Fietsersbond onderzocht mogelijke oplossingen en vraagt NS om meer fietsplaatsen te realiseren door middel van fietshaken en de informatievoorzieningen te verbeteren.

De fiets en de trein zijn een sterke combinatie door de goede stallingsmogelijkheden op treinstations en het aanbod van de OV-fiets. Maar voor de recreatieve fietser zijn er veel obstakels. Er zijn weinig fietsplaatsen in de trein beschikbaar en duidelijke informatie erover ontbreekt. Het tekort aan fietsplaatsen neemt vooral toe op mooie zonnige dagen in het voorjaar of in de zomer. De Fietsersbond onderzocht mogelijke oplossingen en vraagt NS om meer fietsplaatsen te realiseren door middel van fietshaken en de informatievoorzieningen te verbeteren.

Volgens het onderzoek Fietsvakanties en Fietstrektochten 2021 (Kien Onderzoek) telt Nederland 11,1 miljoen recreatieve fietsers en gingen 3 miljoen Nederlanders in 2021 op fietsvakantie. De meeste fietsers vertrekken vanuit huis, maar soms verschilt het begin- en eindpunt van de route. “Er is een grote groep fietsers die graag zijn eigen fiets meeneemt naar mooie plekken elders in Nederland of in het buitenland. Maar wil je met de fiets op pad en een deel hiervan per trein afleggen, dan lukt dat vaak niet. Voor een duurzame fietsvakantie zou je toch geen auto nodig moeten hebben”, aldus Wim Bot van de Fietsersbond. Er zijn nu te weinig fietsplaatsen beschikbaar in treinen naar populaire recreatieve bestemmingen, zoals de Waddeneilanden of Limburg.

Ook levert de fiets meenemen in de trein vaak stress op. Je weet niet waar het treinstel stopt waar je met je fiets in moet. In een kort tijdsbestek moet je het kleine fietslogo zien te herkennen en ernaartoe sprinten. Daarnaast hebben medereizigers weinig begrip voor fietsers, al helemaal als de trein vol is.

De fiets en de trein zijn een sterke combinatie door de goede stallingsmogelijkheden op treinstations en het aanbod van de OV-fiets.

Haken in de trein als oplossing
Door vaste zitplaatsen te vervangen door klapstoelen met haken erboven, worden meer fietsplaatsen gecreëerd in de trein zonder zitplaatsen op te geven. In buitenlandse treinen zijn hier veel goede voorbeelden van te vinden. De Fietsersbond onderzocht hoeveel fietsplaatsen er per treintype zijn en hoeveel fietsplaatsen dat kunnen worden als de fietsen aan haken kunnen worden opgehangen. Zo is het per treintype vaak mogelijk om twee of vier extra fietsplaatsen toe te voegen.

Informatie over fietsplaatsen
Voor de wachtende fietser op het perron is het prettig om te weten waar de ingang voor de fietsen is bij een aankomende trein. Het scheelt een hoop stress als op perrons, in de app en op de treinen zelf duidelijk wordt aangegeven waar de treinstellen stoppen waarin je je fiets mee kan nemen. Het beter aanduiden van de fietsplaatsen kan ook zorgen voor meer begrip bij niet-fietsers en zorgen voor een beter in- en uitstapproces. Een goed voorbeeld van een duidelijke bestickering is onderstaande trein in Duitsland.

Reactie NS
Voor publicatie heeft de Fietsersbond het rapport voorgelegd aan NS. NS ziet helaas niets in de suggestie om haken te plaatsen. Ze denken dat mensen het te zwaar vinden om hun fiets aan een haak op te hangen. Wim Bot: “We vinden het erg jammer dat NS deze aanname niet verder willen onderzoeken. Voor wielrenners zijn fietshaken juist een uitkomst. En er zijn tal van goede voorbeelden in treinen in het buitenland.” Eind 2023 verwacht NS wel een pilot op de perronborden uit te kunnen voeren met instapinformatie voor fietsers in NS-treinen, aldus de Fietsersbond.

We kiezen vaker fiets in hogere prijssegment.

Consumenten schaffen steeds vaker een fiets aan in het hogere prijssegment. Zo steeg het aandeel fietsen boven de €2700,- van 4 procent in 2017 tot 19 procent in 2021.

Uit de nieuwste editie van ‘Mobiliteit in Cijfers Tweewielers 2022-23’, een jaarlijkse publicatie van RAI Vereniging en BOVAG, blijkt dat het aantal e-bikes flink toeneemt. Consumenten schaffen steeds vaker een fiets aan in het hogere prijssegment. Zo steeg het aandeel fietsen boven de €2700,- van 4 procent in 2017 tot 19 procent in 2021. Vanaf 2015 is het aantal e-bikes in Nederland verdrievoudigd tot 3,4 miljoen vorig jaar. De uitgave laat tevens zien dat de verkoop van bromfietsen vorig jaar met bijna 8 procent toenam ten opzichte van 2020. De motor blijft populair en is steeds meer in trek bij jongvolwassenen tussen de 18 en 35 jaar.

‘Mobiliteit in Cijfers Tweewielers’ brengt de Nederlandse markt voor fietsen, brom- en snorfietsen en motorfietsen in kaart. Ook staan er ontwikkelingen beschreven die spelen in onze omringende landen en binnen Europa, zoals de verkoop en productieaantallen.

Uit de nieuwste editie van ‘Mobiliteit in Cijfers Tweewielers 2022-23’, een jaarlijkse publicatie van RAI Vereniging en BOVAG, blijkt dat het aantal e-bikes flink toeneemt.

Nederland derde land in Europa qua verkoop e-bikes

Hoewel de verkoop van nieuwe fietsen in ons land in 2021 met 175.000 stuks daalde ten opzichte van 2020 is Nederland, na Duitsland en Frankrijk in absolute aantallen de Europese nummer 3 als het gaat om de aanschaf e-bikes. Het totale aantal elektrische fietsen in Nederland bedroeg afgelopen jaar circa 3,4 miljoen. De populariteit van de e-bike zorgt er deels voor dat Nederlanders meer besteden aan de aanschaf van een nieuwe fiets. Zo steeg het aandeel fietsen boven de €2700,- van 4 procent in 2017 naar 19 procent in 2021. Naast de ‘gewone’ e-bikes telde Nederland begin 2022 ook nog 28.098 speed pedelecs, ruim 9.000 meer dan twee jaar eerder. Het totale aantal fietsen in Nederland bedroeg vorig jaar 23,4 miljoen en dat is bijna een derde meer dan in 2000, toen BOVAG en RAI Vereniging voor het eerst een schatting afgaven.

Motorfietsen en bromfietsen blijven populair

Het aantal verkochte nieuwe snorfietsen bereikte in 2020 mede als gevolg van coronamaatregelen in het openbaar vervoer een piekjaar, maar een jaar later daalde de verkoop met 20 procent. Naar alle waarschijnlijkheid speelt de aanstaande helmplicht voor snorfietsers daarin een grote rol. De verkoop van nieuwe bromfietsen nam in 2021 daarentegen bijna 8 procent toe ten opzichte van 2020 en lag bijna 50 procent boven het verkoopniveau van 2016. In 2021 werden er ook ruim 40 procent meer nieuwe motoren verkocht dan in 2011. In 2021 ging het om 15.277 motoren. Motorfietsen worden ook steeds populairder onder jongvolwassenen tussen 18 en 35 jaar met 16 procent.

Mark Rutte langst fietsende premier van Nederland

De premier is vaak te zien op zijn vertrouwde sportieve fiets.

Mark Rutte is niet alleen de langst zittende premier van Nederland maar tevens de premier die we het vaakst op de fiets zien rijden naar het werk. Vandaag vervult het ambt  4311 dagen en dat is één dag langer dan CDA-premier Ruud Lubbers het heeft volgehouden tijdens zijn premierschap. Rutte werd op 14 oktober 2010 de eerste minister-president nadat hij het lijsttrekkersverkiezing van Rita Verdonk won na een keiharde strijd.

Rutte werd geboren in Den Haag, als jongste van 7 kinderen en studeerde geschiedenis aan de Rijksuniversiteit van Leiden.  Als kind droomde hij in zijn jeugd van een carrière als concertpianist. Eind jaren 80 werd hij voorzitter van VVD-jongerenorganisatie JOVD en is sinds 2006 politiek leider van de VVD. Hij werd voor het eerst Minister-president op 14 oktober 2010.

Koga

De welbekende Mark Rutte fiets is een sportieve Koga F3 stadsfiets die hij vaak verkiest boven zijn dienstauto. Zelfs voor zijn rit naar paleis Huis ten Bosch maakte hij geen uitzondering. De premier kocht de fiets bij Bike Totaal Thijs Brand in Leidschendam en ook fietsfabrikant Koga uit Heerenveen profiteert van Rutte wanneer de foto’s op de sociale media rondgaan. De Koga is een heerlijke stadsfiets met maar liefst 30 Shimano Deore versnellingen. Nederland is een fietsland en onze premier geeft daarin het goede voorbeeld voor de rest van de wereld.

Vooral het feit dat Mark Rutte op de fiets stapte om zijn ontslag aan de koning in te dienen, maakte wat los in de media en de beelden gingen de hele wereld over. De mobiliteitswereld om ons heen is sterk veranderd door de huidige situatie. Veel mensen willen zich individueel kunnen verplaatsen en niet meer afhankelijk zijn van het openbaar vervoer. De fiets is tevens een goed middel voor Rutte om te ontspannen.

“Voor de aankoop kwam de assistent van Rutte drie keer in de winkel. De eerste keer nam hij een aantal folders mee. De tweede keer vroeg hij naar de maat voor iemand van 1,93 meter. Dat vond ik wel raar, want de man was zelf best klein”

Thijs Brand – Leidschendam

De fiets moest volgens het digitaal magazine tweewieler.nl door Dennis Brand bij het Torentje afgeleverd worden. Dat was nog een heel gedoe. “Je moet doorgeven met welke auto je komt en wie de chauffeur is. Op het Binnenhof werd ik helemaal rondgeleid voordat ik bij het Torentje uitkwam. Daar stond Mark Rutte en heb ik de fiets op zijn maat afgesteld en heeft hij een stukje getest door de gangen naast het Torentje.” Dennis herinnert zich dat het gesprek nog goed: “Het was een leuk gesprek, hij was heel geïnteresseerd en benaderbaar.”

Ook stemmen doet Mark Rutte op zijn vertrouwde fiets.

Fiets als wapen tegen vervoersarmoede

Het kabinet wil de maatschappelijke voordelen die de fiets biedt graag beter benutten.

In Nederland leven ruim 200.000 minderjarige kinderen in een gezin dat rond moet komen van een bijstandsuitkering. In deze gezinnen is niet altijd geld voor een fiets. Terwijl fietsen niet alleen gezond is, maar kinderen en ouders ook vrijheid en zelfstandigheid biedt. Heijnen wil daarom dat meer kinderen die dat nu niet kunnen, gebruik kunnen maken van een fiets. Het ministerie onderzoekt momenteel wat daar voor nodig is en wat er kan. Op korte termijn komt er een actieplan.

Gezond, goedkoop en schoon. Het kabinet wil de maatschappelijke voordelen die de fiets biedt graag beter benutten. Meer mensen op de fiets naar het werk, een fietsenplan voor kinderen in arme gezinnen en investeringen in goede stallingen bij stations en nieuwe woonwijken. Dat zijn de speerpunten van het nieuwe fietsbeleid van staatssecretaris Heijnen. Uit een nieuw onderzoek blijkt dat de fiets goed is voor onze economie en werkgelegenheid.

“Goede infrastructuur is een heel belangrijke voorwaarde om mensen op de fiets te krijgen en ze veilig te laten fietsen. Gemeenten en provincies hebben daar al goede plannen voor, en deze steun van het ministerie zorgt dat deze plannen nu kunnen worden uitgevoerd. Dat is heel goed nieuws.”

Fietsersbond-directeur Esther van Garderen
Gezond, goedkoop en schoon.

Heijnen wil dat de komende 2,5 jaar 100.000 extra mensen de fiets naar het werk pakken. Fietsen scheelt in de spits drukte op de weg en in het openbaar vervoer. Bovendien melden fietsers zich gemiddeld genomen minder vaak ziek. Ondanks meer thuiswerken, is de verwachting dat de drukte in de spits de komende jaren stijgt. Vanuit het coalitieakkoord heeft Heijnen € 50 miljoen beschikbaar voor verdere verbetering van fietsenstallingen bij de stations, zodat het aantrekkelijker is een deel van de reis van en naar het werk met de fiets te doen. Ook zoekt zij nadrukkelijk de samenwerking met werkgevers.

Heijnen wil ook bijdragen aan de bouw van een landelijk dekkend netwerk van doorfietsroutes, waar provincies en gemeenten al volop mee bezig zijn. Op deze routes kun je op langere afstanden, bijvoorbeeld tussen 2 steden, snel en veilig doorfietsen, bijvoorbeeld naar het werk of school. Zij trekt hier structureel € 6 miljoen per jaar voor uit.

“De fiets helpt ons letterlijk en figuurlijk vooruit. Dat vinden we in Nederland gelukkig heel normaal, maar het gaat niet vanzelf. Daarom wil ik komende jaren, samen met werkgevers en andere overheden, fietsen voor meer mensen aantrekkelijk maken. Voor onze bereikbaarheid, gezondheid en de schone lucht.”

Staatssecretaris Heijnen

De fiets levert veel maatschappelijk voordeel op, en betekent ook wind mee voor onze economie. Uit nieuw onderzoek blijkt dat het maken, verkopen en verhuren van fietsen ons land 13.000 voltijdsbanen oplevert, verdeeld over 3350 bedrijven. In 2020 verkochten Nederlandse bedrijven 1,2 miljoen fietsen, waarvan meer dan 1 miljoen in het buitenland. De totale exportwaarde van de sector lag net onder de 2 miljard. We verdienen steeds meer geld in het buitenland, tussen 2015 en 2020 steeg de exportwaarde met 70%.

Kabinet wil voordelen fiets beter benutten

Gezond, goedkoop en schoon. Het kabinet wil de maatschappelijke voordelen die de fiets biedt graag beter benutten. Meer mensen op de fiets naar het werk, een fietsenplan voor kinderen in arme gezinnen en investeringen in goede stallingen bij stations en nieuwe woonwijken. Dat zijn de speerpunten van het nieuwe fietsbeleid dat Staatssecretaris Heijnen vandaag naar de Kamer stuurt. Zij stuurt bovendien nieuw onderzoek mee, waaruit blijkt dat de fiets goed is voor onze economie en werkgelegenheid.

“De fiets helpt ons letterlijk en figuurlijk vooruit. Dat vinden we in Nederland gelukkig heel normaal, maar het gaat niet vanzelf. Daarom wil ik komende jaren, samen met werkgevers en andere overheden, fietsen voor meer mensen aantrekkelijk maken. Voor onze bereikbaarheid, gezondheid en de schone lucht”.

Staatssecretaris Heijnen.

Fietsen naar het werk

Heijnen wil dat de komende 2,5 jaar 100.000 extra mensen de fiets naar het werk pakken. Fietsen scheelt in de spits drukte op de weg en in het openbaar vervoer. Bovendien melden fietsers zich gemiddeld genomen minder vaak ziek. Ondanks meer thuiswerken, is de verwachting dat de drukte in de spits de komende jaren stijgt. Vanuit het coalitieakkoord heeft Heijnen € 50 miljoen beschikbaar voor verdere verbetering van fietsenstallingen bij de stations, zodat het aantrekkelijker is een deel van de reis van en naar het werk met de fiets te doen. Ook zoekt zij nadrukkelijk de samenwerking met werkgevers.

Heijnen wil ook bijdragen aan de bouw van een landelijk dekkend netwerk van doorfietsroutes, waar provincies en gemeenten al volop mee bezig zijn. Op deze routes kun je op langere afstanden, bijvoorbeeld tussen 2 steden, snel en veilig doorfietsen, bijvoorbeeld naar het werk of school. Zij trekt hier structureel € 6 miljoen per jaar voor uit.

Fietsen en woningbouw

Bij de bouw van nieuwe woonwijken wil het kabinet consequent kijken welke kansen de fiets biedt. De woningnood is groot. Goede bereikbaarheid van huizen is heel belangrijk om er fijn te kunnen wonen. Heijnen gaat daarom 2 keer per jaar met de regio’s om tafel om te kijken waar de fiets kan helpen om te zorgen dat huizen bereikbaar zijn, naast het openbaar vervoer (ov) en de auto. De komende jaren heeft het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) € 7,5 miljard beschikbaar om huizen bereikbaar te maken.

Het gaat veel om plannen van gemeenten en provincies waar de mogelijkheid voor auto, ov en fiets samen worden benut. Heijnen en Harbers trekken in de eerste ronde samen in totaal € 370 miljoen uit voor infrastructuurprojecten met een rol voor de fiets. Het gaat om 21 projecten, verspreid over het land. Denk onder andere aan de aanleg van doorfietsroutes, fietstunnels en fietsbruggen. Ook in volgende rondes is de verwachting dat er geld uit deze pot is voor aanleg van fietsinfrastructuur.

“Goede infrastructuur is een heel belangrijke voorwaarde om mensen op de fiets te krijgen en ze veilig te laten fietsen. Gemeenten en provincies hebben daar al goede plannen voor, en deze steun van het ministerie zorgt dat deze plannen nu kunnen worden uitgevoerd. Dat is heel goed nieuws”.

Fietsersbond-directeur Esther van Garderen.

Fiets als wapen tegen vervoersarmoede

In Nederland leven ruim 200.000 minderjarige kinderen in een gezin dat rond moet komen van een bijstandsuitkering. In deze gezinnen is niet altijd geld voor een fiets. Terwijl fietsen niet alleen gezond is, maar kinderen en ouders ook vrijheid en zelfstandigheid biedt. Heijnen wil daarom dat meer kinderen die dat nu niet kunnen, gebruik kunnen maken van een fiets. Het ministerie onderzoekt momenteel wat daar voor nodig is en wat er kan. Op korte termijn komt er een actieplan.

Nederland fietsland, ook in onze portemonnee

De fiets levert veel maatschappelijk voordeel op, en betekent ook wind mee voor onze economie. Uit nieuw onderzoek blijkt dat het maken, verkopen en verhuren van fietsen ons land 13.000 voltijdsbanen oplevert, verdeeld over 3350 bedrijven. In 2020 verkochten Nederlandse bedrijven 1,2 miljoen fietsen, waarvan meer dan 1 miljoen in het buitenland. De totale exportwaarde van de sector lag net onder de 2 miljard. We verdienen steeds meer geld in het buitenland. Tussen 2015 en 2020 steeg de exportwaarde met 70%, aldus de Rijksoverheid.

Nen échten komt mee nen vélo noar de Gentsche Fîeste

Meer dan 3.000 activiteiten op 10 dagen: de Gentse Feesten zijn terug.

Nadat eerder al de affiche werd voorgesteld, ligt nu ook het programma zo goed als vast. De Stad Gent, De Lijn en de NMBS doen er alles aan om de weg naar en van de Feestenzone op een optimale manier te organiseren. 

Zo staan er 10 integraal toegankelijke activiteiten op het programma, worden er 65 voorbehouden parkeerplaatsen ingericht voor personen met een beperking en is er extra aangepast sanitair voorzien. Mensen met een beperking kunnen ook rekenen op gratis assistentie om de Gentse Feesten te ontdekken, en dat elke dag van 14 tot 23 uur. Alle maatregelen zijn gebundeld  op de Gentse Feestenwebsite.

met de fiets

Wil je de volledige Gentse Feesten-ervaring? Doe dan gelijk d’echte en kom met de fiets. Geen fiets? Geen probleem! Je kan in Gent oranje stadsfietsen ontlenen van Donkey Republic of blauwe elektrische fietsen van Dott. Van plan om met je voltallige kroost naar de Feesten te komen? Bij Baqme kan je ook een zwarte elektrische bakfiets ontlenen.

stal jouw fiets in een van de bewaakte fietsparkings

Altijd al eens je fiets in een ondergrondse parking willen stallen? Dit jaar kan je je fiets in veilige handen achterlaten in de bewaakte fietsparking van de Sint-Michielsparking, ingang via Onderbergen. Of stal jouw fiets in een van de andere bewaakte fietsparkings in het Sint-Lievenscollege, onder de Vooruit of onder de bibliotheek de Krook. Onbewaakte fietsstallingen vind je in: Maaseikstraat, Bisdomplein, Sint-Bavo, Baudelo, Minnemeers, Willem De Beersteeg, Coyendanspark, Houtdok, Kouter, Graaf Van Vlaanderenplein (‘t Zuid), François Laurentbrug, Vlaanderenstraat, Sint-Jacobsnieuwstraat en aan de Drabstraat.

vlot bereikbaar met de trein

Dankzij het Duo Ticket of het Weekend Ticket rij je (in België) bovendien met 50% korting naar Gent. Het station Gent-Dampoort ligt op wandelafstand van de feestenzone. Reizigers die afstappen in Gent-Sint-Pieters kunnen vlot overstappen een pendeltram die de klok rondt rijdt. Plan je reis en koop je ticket via www.nmbs.be en via www.delijn.be

Deze vaste lijnen brengen jou tot vlak bij de Feestenzone: tramlijnen 1, 2 en 4 en de buslijnen 3, 5, 6, 8, 17, 18, 20, 34, 35, 36, 38, 39, 42, 44, 48, 52,53, 54, 55, 58, 65, 67, 70, 71, 72, 74, 76, 77, 78. Een ticket heen en terug kost 5 euro. Tijdens de Gentse Feesten rijdt het nachtnet niet, maar wordt het vervangen door de feestenbussen. Deze vertrekken zoals elk jaar aan Gent Zuid, telkens om 0.30 uur, 2.15 uur en 4 uur.

Comfortabel en veilig naar je bestemming.

Taxi’s wachten je op aan het Sint-Pietersstation, het Dampoortstation of op andere strategische plekken. Let wel, ook taxi’s mogen na 13 uur niet meer in de Feestenzone rijden.  Er zijn vlakbij de Feestenzone (Sint-Michielsplein, Ottogracht, Reep, Keizer Karelstraat of Woodrow Wilsonplein) taxistandplaatsen zodat je veilig en vlot naar huis geraakt. 

parkeren op de feestparkings

Wie met de wagen naar de Gentse Feesten komt, kan die achterlaten op de Feestenparkings (park-and-rides). Rond de Feestenzone is een grote zone die voorbehouden is voor bewoners. Bezoekers mogen daar niet parkeren: niet met de gratis bezoekersticket en ook niet met een parkeerkaart voor personen met een beperking. Die zijn niet geldig op bewonersplaatsen. 


Flinke toename van aangiftes gestolen e-bikes

Nederlanders hebben in 2021 weer meer aangifte gedaan bij de politie omdat hun e-bike is gestolen. Dat stelt de Stichting Aanpak Fiets- en E-bikediefstal (S.A.F.E.) op basis van politiecijfers. Mensen maken daarentegen steeds minder melding van diefstal van gewone fietsen, vermoedelijk omdat zij het niet meer de moeite waard vinden om de politie daarover in te lichten.

De Nationale Politie registreerde vorig jaar 22.593 aangiftes van een gestolen e-bike. Dat is een kwart meer dan in 2020 en driekwart meer dan in 2019. In de meeste gevallen werden de elektrische fietsen op straat meegenomen. Ongeveer 1900 keer braken dieven in of gebruikten ze zelfs geweld om een elektrische tweewieler te bemachtigen.

Mensen stapten 26.365 keer naar de politie om te melden dat hun gewone fiets was gestolen, een afname van 45 procent in een jaar. “Het lijkt aannemelijker dat steeds minder mensen aangifte van gewone fietsdiefstal doen”, zeggen de onderzoekers van S.A.F.E. over de vraag of er ook werkelijk minder fietsen worden gestolen. Zij vermoeden dat het werkelijke aantal fietsdiefstallen zeker acht of negen keer hoger ligt.

Verzekerd

Dat eigenaars van e-bikes wel meer naar de politie gaan om aangifte te doen, heeft volgens de onderzoekers een financiële reden. De elektrische fietsen zijn namelijk meestal verzekerd. Slachtoffers van diefstal moeten van de verzekeraar aangifte doen om de schade vergoed te krijgen.

Een woordvoerder van S.A.F.E. raadt aan om elektrische fietsen goed vast te zetten, bij voorkeur met gecertificeerde sloten. “Stal de fiets het liefst achter slot en grendel, ook thuis”, vult hij aan. “Zeker als je in een binnenstad woont.” Het helpt ook om een elektrische fiets uit te rusten met een apparaat waarmee de locatie op afstand worden gevolgd.

Als wordt gekeken naar de vier grootste steden, dan valt op dat in Utrecht het aantal aangiftes van ontvreemde e-bikes het snelst toeneemt. De politie kreeg hier ruim twee derde meer aangiftes binnen. Ook in Rotterdam, Amsterdam en Den Haag waren toenames te zien van 10 procent of meer. Van de tien grote steden was alleen in Nijmegen een daling zichtbaar.

Lees ook: Elektrisch laden en ook betaald parkeren

Veel minder gereisd met OV, auto, vliegtuig en fiets

Nederlanders hebben in het coronajaar 2020 veel minder gereisd met de auto, het openbaar vervoer, het vliegtuig en de fiets. Dat is de weinig verrassende conclusie van het Mobiliteitsbeeld 2021, dat is uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Alleen te voet legden Nederlanders vorig jaar meer kilometers af dan in 2019.

Het thuiswerkadvies dat een groot deel van het jaar gold is een belangrijke reden voor de forse daling.

Autopassagiers legden 33 procent minder kilometers af dan een jaar eerder. Vooral in de spits was het rustiger, waardoor de vertraging op de weg afnam met 67 procent. Personenauto’s stootten 13 procent minder CO2 uit dan het jaar voordat de pandemie begon.

Per trein reisden Nederlanders 55 procent minder kilometers, met bus tram en metro was de daling net iets minder dan de helft. Ook te fiets werd minder gereisd: per tweewieler legden Nederlanders een vijfde minder kilometers af.

Alleen te voet maakten mensen vorig jaar meer kilometers: 6 miljard, een stijging van 20 procent ten opzichte van 2019.

Omdat mensen minder reisden vielen er ook minder doden: 610, tegenover 661 een jaar eerder. In alle categorieën waren er minder doden te betreuren, behalve onder fietsers. Daar steeg het van 203 in 2019, naar 229 vorig jaar. “De stijging van het aantal fietsdoden kwam volledig voor rekening van 50-plussers”, schrijven de onderzoekers. Deze groep Nederlanders fietste in 2020 ook meer elektrisch (10 procent meer kilometers) en minder op een gewone fiets (20 procent minder kilometers).

Dat er door corona vorig jaar 33 procent minder autokilometers werden gereden, heeft zich volgens Veilig Verkeer Nederland (VVN) niet per se vertaald in een afname van het aantal verkeersdoden. “De hoop was natuurlijk dat we dit terug gingen zien in een daling. Helaas lag het aantal verkeersdoden in een aantal weken in 2020 hoger dan in dezelfde periode in 2019, terwijl de verkeersintensiteit vanwege corona dus veel lager was”, aldus een woordvoerder van VVN donderdag.

In absolute aantallen over het hele jaar gemeten, nam het aantal mensen dat overleed door een verkeersongeval wel af. Vorig jaar kwamen 610 mensen om het leven in het verkeer, 7,7 procent minder dan in 2019, meldde de VVN in april. In 2020 waren de meeste verkeersdoden fietsers (229), 26 meer dan het jaar ervoor. Dat is het hoogste aantal fietsslachtoffers in 25 jaar. Een derde van de fietsdoden (74) waren e-bikers, relatief vaak 60-plussers.

Lees ook: Minder reizigers in OV door thuiswerkadvies

Door het thuiswerkadvies is er in 2020 veel minder gereisd.

Nederlanders willen vaker met de fiets naar het werk

Nederlanders willen dit jaar vaker op de fiets naar het werk. Begin 2020, voordat COVID-19 zijn entree maakte, fietste 46 procent af en toe naar het werk en deed 19 procent dit dagelijks. Ruim een jaar later is bijna de helft van de Nederlanders voornemens per e-bike of fiets naar het werk te gaan en bijna een kwart van de werkende Nederlanders wil dat post-corona zelfs op dagelijkse basis gaan doen. Kortom, werkend Nederland kiest vaker voor de fiets, maar dat kan nog veel vaker. Dit en meer concludeert ALD Automotive uit een onderzoek onder ruim 1.000 werkende Nederlanders naar de motivatie en bereidwilligheid om de fiets voor woon-werkverkeer te gebruiken.

Het is voor het tweede jaar op rij dat ALD Automotive onderzoek deed naar de fiets voor het woon-werkverkeer. De bereidwilligheid om de fiets te pakken naar het werk is het afgelopen jaar aanzienlijk toegenomen. Waar in 2020 maar liefst 34 procent aangaf nooit de fiets te gebruiken voor woon-werkverkeer, geldt dat nu nog voor slechts 27 procent. Een daling van maar liefst 7 procent. Afgezet tegen de totale beroepsbevolking (CBS januari 2021: 9,3 miljoen werkenden) gaat dat om een groep van 651.000 mensen die eerst niet fietste en post-corona van plan is dat wel te gaan doen.

“Dit is niet los te zien van de opmars van de e-bike en speed pedelec. Mensen hebben aandacht voor hun gezondheid, willen het drukke verkeer vermijden en iets doen voor het milieu. De e-bike draagt daaraan bij.”

Lonneke van der Horst, Strategy Director bij ALD Automotive.

De resultaten uit het onderzoek ondersteunen de mening van Van der Horst. Vitaliteit, lage kosten, spits mijden en duurzaamheid spelen een belangrijke rol in de keuze voor de fiets of e-bike. Waar COVID-19 een jaar geleden voor 14 procent van de ondervraagden nog een reden was om de fiets te pakken, geeft slechts een enkeling (1 procent) dit nu nog als reden om de fiets te pakken.

Grotere afstanden overbruggen met de e-bike en speed pedelec

Mocht afstand niet meespelen, dan pakt 5 op de 10 professionals het liefst de fiets voor woon- werkverkeer, 4 op de 10 de auto en slechts 1 op de 10 het OV. Uit eerder onderzoek weet ALD Automotive dat 6 op 10 leaserijders graag een fiets of e-bike naast de auto zou willen gebruiken. Toch staat de tweewieler vaker stil dan nodig is. De woon-werkafstand is voor veel professionals op dit moment de grootste barrière om de fiets naar het werk te pakken. 85 procent geeft aan vaker te gaan fietsen als zij dichterbij zouden wonen. 6 op de 10 werkende Nederlanders vinden dat zij te ver weg wonen om een fiets of e-bike te gebruiken voor woon-werkverkeer. Dat is een misvatting volgens Lonneke van der Horst.

“Bijna driekwart (74 procent) van de ondervraagden woont binnen een straal van 20 kilometer van het werk, blijkt uit het onderzoek. “Dat geeft aan dat er nog veel potentieel is. De e-bike en de speed pedelec kunnen een sleutelrol vervullen om dit potentieel te benutten.” Met een e-bike is een enkele reisafstand van 15 à 20 kilometer binnen 45 minuten afgelegd. Met een speed pedelec, met een maximale snelheid van 45 kilometer per uur, kunnen er zelfs grotere afstanden worden afgelegd.

Lonneke van der Horst, Strategy Director bij ALD Automotive.

Lees ook: Fietstaxi’s voor wie niet goed te been is

NS wil reiziger met fiets 25 procent korting geven

De Nederlandse Spoorwegen heeft plannen om vanaf 10 juli tot en met 30 september te starten met een zomerpilot. Deze zomerpilot houdt in dat reizigers die hun fiets mee willen nemen in de trein 25 procent korting krijgen op een fietskaartje. Reizigers moeten wel de fiets voorafgaand aan de treinreis verplicht aanmelden via de NS-app of via ns.nl. Het blijkt dat fietsen meenemen in de trein al langer in de top-5 klachten staat van reizigers. Met een fiets in- en uitstappen in de trein kan leiden tot ongemak en hinder voor andere reizigers. Conducteurs melden in de zomermaanden ook geregeld overlast van veel fietsen in de trein.

“Laat ik vooropstellen dat ik er enorm naar uitkijk om iedereen die deze zomer in Nederland vakantie viert welkom te heten in de trein. We hopen met een korting dat meer Nederlanders de fiets pakken en de trein instappen. De fiets en trein zijn een bewezen gouden combi, maar we kunnen geen extra plekken voor de fiets creëren in de trein. Het is dus belangrijk om reizigers met fiets te spreiden over onze treinen, juist in deze tijd. Daarom willen we dat reizigers hun fiets vooraf verplicht aanmelden. Dat geeft reizigers meer zekerheid op een plek voor hun fiets in de trein en is er minder overlast voor medereizigers.”

Tjalling Smit, Raad van Bestuur van NS.

De NS vraagt al langer aan reizigers om hun fiets vrijwillig vooraf aan hun reis aan te melden, meer dan 80 procent van de reizigers heeft hier gehoor aan gegeven. Deze reizigers gaven wel aan in feedback naar de NS dat het vooraf aanmelden van een fiets geen voordeel opleverde ten opzichte van reizigers die dit niet deden. Daar moet nu verandering in komen. De zomerpilot stuit op groot onbegrip van de Fietsersbond en Rover. Zij vinden het onbegrijpelijk dat in tijden van weinig reizigers door de gevolgen van de coronacrisis, ze fietsers willen weren in de trein. Zij zien liever dat er alternatieve oplossingen worden gezocht om meer plekken voor fietsers te creëren in de trein. De plannen voor de zomerpilot worden eerst voorgelegd aan de reizigersorganisaties.

“Het is onbegrijpelijk dat juist nu NS zo verlegen zit om reizigers, wordt besloten de fietser te weren. Het is soms onmogelijk in te schatten hoelang een fietstocht precies duurt, juist voor deze groep reizigers is het van belang spontaan de trein in te kunnen stappen”.

Esther van Garderen, directeur van de Fietsersbond.

“Sinds de coronacrisis zien we minder forenzen en juist meer recreatieve reizigers in de trein, hier liggen juist kansen voor NS. We vrezen bovendien voor lastige discussies tussen reizigers en personeel aangezien de fietsreservering bij andere treinvervoerders niet verplicht is.

Rover-directeur Freek Bos.

Lees ook: Eurostar gered met pakket steunmaatregelen