De valstrikken binnen de retourlogistiek bij online shoppen

Dropshipping én de vele problemen die klanten kunnen ervaren door in zee te gaan met dit soort ondernemers zijn echter geen nieuwe fenomenen.

Over het algemeen is producten terugsturen geen klimaatvriendelijke oplossing. Bedrijven die klanten ontmoedigen producten terug te sturen kunnen we alleen maar toejuichen. Toch gaat deze stelling niet altijd op blijkt uit vele reacties op ons eerder verschenen artikel. In een onthulling over de handelspraktijken van RÊVEUR AMSTERDAM, een bedrijf dat zich bezighoudt met dropshipping, komen ernstige tekortkomingen aan het licht die de rechten van consumenten in het gedrang brengen.

Dit bedrijf, dat reeds eerder bekritiseerd werd om zijn matige productkwaliteit, zoals blijkt uit diverse negatieve beoordelingen online, lijkt weinig respect te tonen voor de wettelijke rechten van de consument op het gebied van retourneren. Wij namen de proef op de som om de bedenkelijke handelswijzen van de dropshipper te onthullen. We kochten een product aan en vroegen het retourformulier aan, wat we niet ontvingen, en waren verbaasd bij het lezen van het antwoord. Uiteraard vroegen we de retour aan nadat we zelf hadden vastgesteld dat de kwaliteit ondermaats was.

retouradres

Een webwinkel is wettelijk niet verplicht is om een Nederlands retouradres te verschaffen. In plaats daarvan kunnen ze ervoor kiezen een ‘gemachtigde’, zoals de leverancier, aan te wijzen voor de afhandeling van retourzendingen. Deze aanpak is voordelig voor de webshop, aangezien zij hierdoor geen voorraad of geretourneerde producten hoeven te beheren. Echter, het is cruciaal dat de verkoper deze informatie duidelijk vermeldt bij de verkoop.

Bovendien is het essentieel dat de verkoper vooraf helder aangeeft wat de kosten zijn voor het terugsturen van de bestelling. Deze kosten kunnen namelijk aanzienlijk zijn. Het is op dit punt dat de genoemde webshop tekortschiet. Door niet transparant te zijn over deze aspecten, falen zij in het verstrekken van essentiële informatie aan de consument, wat kan leiden tot onverwachte en soms exorbitante kosten voor de klant die besluit een product te retourneren.

twijfelachtig

Hoewel Europese wetgeving consumenten het recht geeft om binnen 14 dagen na aankoop af te zien van hun online, telefonische of aan de deur gedane aankopen, neemt RÊVEUR AMSTERDAM een twijfelachtige houding aan in hun retourbeleid. Het bedrijf, dat beweert “liever geen retourzendingen te hebben gezien de CO2-uitstoot die vrijkomt bij het transportproces,” lijkt dit milieubewuste argument te gebruiken als een middel om klanten te ontmoedigen van hun recht op retourneren gebruik te maken.

In een ideale wereld zouden dropshippers altijd een Nederlands retouradres aanbieden en zouden ze klachten van klanten te allen tijde adequaat proberen af te handelen. En hoewel er heus dropshippers zijn die zich aan de regels proberen te houden, zijn er helaas ook een groot aantal die dat niet doen.

In een verklaring zegt het bedrijf: “Houd er rekening mee dat we geen gratis retourservice aanbieden, zoals vermeld in ons retourbeleid. Daarnaast is retourneren ook op eigen risico, dit betekent dat wij als bedrijf niet verantwoordelijk zijn als er iets met het pakket gebeurt.” Deze voorwaarden leggen een onevenredige last op de consument, die naast het betalen van retourkosten, ook het risico draagt van verlies of schade tijdens de verzending. Bovendien, door geen retouradres te verstrekken en te vermelden dat “de kosten van een retourzending afhankelijk zijn van het gewicht en het postkantoor en kunnen tussen de €20 en €35 liggen,” maakt de verkoper het proces nog onaantrekkelijker. Veel dropshippers weten dit ook wel, en dit is voor sommigen zelfs onderdeel van het verdienmodel.

Illustratie: Pitane Blue – dropshipping

De webshop moet vooraf héél duidelijk aangeven dat eventuele retourzendingen naar het buitenland moeten. Dit ergens wegstoppen in de algemene voorwaarden of in een retourformulier, is niet genoeg.

Verder waarschuwt het bedrijf: “De kans is groot dat je pakket door de douane wordt vastgehouden en dat je extra kosten moet betalen voordat je pakket ons magazijn in China kan bereiken. Wij zijn niet verantwoordelijk voor deze kosten en kunnen niet aansprakelijk worden gesteld als je pakket zoekraakt of vastzit bij de douane.” Deze benadering, die klanten afschrikt van het uitoefenen van hun recht, is niet alleen onethisch maar plaatst ook onredelijke hindernissen voor de consument.

compensatie

RÊVEUR AMSTERDAM, wat vorig jaar werd geregistreerd te Bussum door KZ Commerce op een adres waar meerdere virtuele kantoren zijn gevestigd, biedt als alternatief aan om “10% van de totale aankoopwaarde van je bestelling terug te storten op je eerder gekozen betaalmethode,” wat nauwelijks een redelijke compensatie lijkt voor de potentiële nadelen van het kopen bij hen.

Deze praktijken benadrukken het belang voor consumenten om voorzichtig te zijn bij het kopen van producten van online dropshippers. Met verborgen kosten, aanzienlijke risico’s bij retourzendingen en een gebrek aan verantwoordelijkheid van de verkoper, is het raadzaam om dergelijke bedrijven te vermijden en in plaats daarvan te kiezen voor gerenommeerde retailers, zowel online als in fysieke winkels. Dit biedt niet alleen meer zekerheid voor de consument, maar ondersteunt ook een duurzamere en ethisch verantwoordelijke manier van winkelen.

misleiding

Heeft u een aankoop gedaan op basis van misleidende informatie? Meld het bij ACM ConsuWijzer! Ook als u twijfelt of u bent opgelicht of misleid. Als meerdere consumenten dit melden, dan kan de Autoriteit Consument & Markt besluiten om onderzoek te doen naar de verkoper, een boete te geven of de verkoper dwingen om een gepaste oplossing te bieden.

CDT invoering uitgesteld, taxisector vraagt om duidelijkheid

De sector vraagt om een duidelijke communicatie vanuit de overheid.

Na de aankondiging in de media over het uitstel van de invoeringsdatum van de Centrale Database Taxi (CDT) is er vanuit de taxisector aanzienlijke kritiek geuit. De technische gereedheid van het projectteam stond gepland voor 1 juli 2024, maar juridische vertragingen gooien roet in het eten. De Praktijktoets is op oudejaarsavond 2023 abrupt tot stilstand gekomen vanwege het verlopen van de wettelijke grondslag om met echte data te werken. Hoewel de overgangsperiode, waarin de CDT en de BCT parallel gebruikt zouden kunnen worden, onaangetast blijft, heeft de gewijzigde startdatum toch pijnpunten blootgelegd.

investeringen

Ondernemers in de taxisector hebben behoefte aan heldere communicatie om de impact op hun bedrijfsvoering en investeringen in te kunnen schatten. Gerrit Saey, directeur van het Eindhovense softwarehuis Censys BV, spreekt van een patstelling wat betreft de investeringen. De taxibedrijven staan op het punt hun wagenpark te vernieuwen en wagens te vervangen voor elektrische voertuigen, waarbij de vertraging in de CDT-implementatie zorgt voor onzekerheid en de vraag of dit nu al het juiste moment is om dat te doen of toch nog een jaartje door te rijden.

Ondanks de technische paraatheid van sommige leveranciers met hun nieuwe MDT-terminals die tevens geschikt zijn voor CDT-gebruik, biedt dit slechts een tussenoplossing. Het echt profiteren van alternatieven die de huidige hardware kunnen vervangen, blijft uit. “De 6 aankomende maanden was een brug die je nog kon slaan, maar een jaar wordt een beetje lang om gedoog constructies te bedenken, die er nu niet zijn. De vraag dus of daar over nagedacht is en de vaststelling dat dit besluit wel een behoorlijke consequentie heeft voor het investeringsbeleid In de markt?”, aldus Gerrit Saey.

Foto: © Pitane Blue – taxistandplaats

“Of het echt 1 januari gaat gaat worden ja, dat vind ik een hele moeilijke vraag om te beantwoorden, het flauwe antwoord is, Ik heb geen kristallen bol.”, duidt Henri van der Heijden.

De vertraging invoering Centrale Database Taxi legt juridische pijnpunten bloot. De teleurstelling is groot bij ondernemers die aan de Praktijktoets hebben deelgenomen. Geen van hen had een scenario voorzien waarin een uitstel zou plaatsvinden om niet-technische redenen. Een van de ICT-dienstverleners suggereert om een nieuwe Praktijktoets te starten per 1 juli 2024, die over zou kunnen gaan in een ‘pilot’.

“Ik wil voorkomen is dat de 5 deelnemende ICT dienstverleners een dermate voorsprong op de rest krijgen, dat daarmee sprake zou kunnen zijn van oneerlijke concurrentie. Dus ik wil dan ook kijken met juristen, zeg maar aanbestedingsjuristen of dat kunnen of mogen we dat doen?”, zegt projectleider Henri van der Heijden.

voortgang

Henri van der Heijden, de projectleider, benadrukt het belang van gelijke kansen voor alle ICT-dienstverleners en het vermijden van oneerlijke concurrentie. Er zal overlegd worden met aanbestedingsjuristen om te bepalen of het mogelijk en toelaatbaar is om meer dienstverleners te betrekken bij het vervolg van de Praktijktoets.

De bezorgdheid van de deelnemers strekt zich ook uit tot de toekomst van de huidige projectgroep. Zal deze blijven bestaan na 1 juli 2024, of eindigt hun opdracht? Er wordt gepleit voor een gedetailleerde en zorgvuldige overdracht door de huidige werkgroep, mogelijk zelfs tot na januari 2024. “Het zou mooi zijn dat de huidige werkgroep de overdracht tot in details kan begeleiden en ook aanblijven tot of zelfs voorbij januari 2024.”, gaf een van de aanwezigen aan.

“We hebben altijd als programma voor ogen gehad dat we een warme overdracht doen, dus dat we de huidige ILT staande organisatie al vanaf het zo vroeg mogelijk moment betrekken bij de ontwikkeling bij de praktijktoets bij de in beheer name. Deze mensen zitten inmiddels ook allemaal aan tafel. Op sommige vlakken heeft dat even op zich laten wachten, maar inmiddels zit iedereen aan tafel en voelt de eigen verantwoordelijkheid. Ook wij zijn nog steeds van mening dat je nooit als programma na een behalen van een mijlpaal het los kan.”, duidt Henri van der Heijden.

doelstelling

Van der Heijden herinnert iedereen aan de oorspronkelijke doelen van de CDT: het verbeteren van de dataverwerking en het verminderen van de afhankelijkheid van de BCT-kaarten. Ondanks de hindernissen blijkt uit de Praktijktoets dat de behaalde resultaten veelbelovend zijn en in lijn met de gestelde doelstellingen. Toch is er nog twijfel bij sommige leveranciers die aangeven dat het pas geslaagd is wanneer blijkt dat ook de ILT inspecteurs op de weg kunnen beschikken over de actuele informatie en bij aanhoudingen of controles het nut echt blijkt van de CDT invoering.

De taxisector bevindt zich in een periode van transitie waarin technische innovaties, juridische zorgvuldigheid en marktdynamiek samenkomen. De komende tijd zal cruciaal zijn in het vormgeven van een veerkrachtige en toekomstbestendige taximarkt. 

Koninklijk Nederlands Vervoer

Inmiddels heeft KNV ook haar leden bericht over het CDT uitstel en geeft tevens in de nieuwsbrief aan dat er vanuit de deelnemers een duidelijke communicatie gewenst is, zodat ondernemers een beter beeld hebben van de impact op bedrijfsvoering en investeringen.

Asielzoekers checken binnenkort in bij Novotel sterren service

Novotel Eindhoven mogelijk volledig in handen van COA.

Het was een week van bezorgdheid voor gebruikers van de populaire parkeerapplicatie EasyPark. Na een onthulling van een ernstiger dan verwacht datalek, waarbij gehashte wachtwoorden betrokken waren, raadde het bedrijf zijn klanten aan hun wachtwoorden te wijzigen, zeker als dezelfde wachtwoorden op andere platforms worden gebruikt.

Een historische stap voor de luchthaven van Pisa werd aangekondigd, met de goedkeuring van de bouw van een nieuwe terminal. Dit ambitieuze project, met een investering van 80 miljoen euro, belooft de luchthaven te transformeren tot een belangrijk Europees knooppunt.

In Rotterdam kwamen watertaxi’s onder de loep na een rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid. Dit volgde op een incident waarbij een watertaxi botste met een rondvaartboot. De roep om betere naleving van vaarregels en een herziening van operationele procedures is sindsdien toegenomen.

Foto: Novotel Eindhoven

In Eindhoven overweegt het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) om het gehele Novotel te huren voor de opvang van asielzoekers. Deze ontwikkeling is onderdeel van de bredere inspanningen van de gemeente om tegemoet te komen aan de groeiende behoefte aan vluchtelingenopvang.

De Lijn, de Vlaamse vervoersmaatschappij, zet een grote stap vooruit met de implementatie van Hoppin, een nieuwe mobiliteitsvisie. Dit leidt tot uitbreiding van dienstregelingen en een toename van het aantal kilometers dat jaarlijks wordt afgelegd.

In Amsterdam en andere delen van Nederland en België woedt een debat over het hernoemen van straatnamen die verbonden zijn aan een koloniaal verleden. Dit symboliseert de complexe worsteling met historische erfenissen.

Het project voor een Centrale Database Taxi (CDT), bedoeld om de taxisector efficiënter en transparanter te maken, heeft te maken met een uitstel. De nieuwe regelgeving wordt nu verwacht in 2025, vanwege juridische toetsing en privacyzorgen.

Ook de navigatie raakt de weg kwijt door alle ophef over straatnamen

Veranderende straatnamen zijn de spiegel van een worstelend verleden.

De recente golf van het hernoemen van straatnamen brengt een complex debat aan de oppervlakte over hoe de samenleving omgaat met haar koloniale verleden. Deze discussie, die zich uitstrekt van de Nootmuskaatstraat in Amsterdam tot de Cyriel Verschaevestraat in Breendonk, België, markeert een significant moment in de geschiedenis en cultuur.

In het hart van Amsterdam-West ontvouwt zich een opmerkelijke verandering in het straatbeeld. Het nieuwbouwproject Marktkwartier West, dat deel uitmaakt van een grootschalige stedelijke vernieuwing, heeft onlangs een reeks nieuwe straatnamen geïntroduceerd. Deze namen, zoals Saffraanlaan en Salieplein, weerspiegelen een bewuste keuze om af te stappen van historisch beladen namen. Dit besluit wekt zowel lof als kritiek op.

De Nootmuskaatstraat, ooit een onopvallende naam in de stad, kwam recentelijk niet door de strenge selectie van de gemeente, wat leidt tot een bredere discussie over de rol van koloniale geschiedenis in het hedendaagse Nederland. Historici en beleidsmakers worstelen met de vraag hoe om te gaan met de erfenis van figuren als Jan Pieterszoon Coen, wiens naam verbonden is aan zowel nationale trots als koloniale wreedheden.

Je bent vast weleens een straatnaam tegengekomen waarvan je dacht: wie heeft dit nou weer bedacht?!

Deze discussie is niet uniek voor Nederland. In België heeft de Cyriel Verschaevestraat, vernoemd naar een figuur uit de Tweede Wereldoorlog, vergelijkbare emoties en debatten opgewekt. In Breendonk, bekend om zijn pijnlijke oorlogsgeschiedenis, leidde een minireferendum onder inwoners tot het behoud van de straatnaam. Dit illustreert de complexiteit van de materie, waarbij historische perceptie en praktische overwegingen elkaar kruisen.

In deze context roepen actiegroepen op tot een representatievere weerspiegeling van de samenleving in straatnamen, met speciale aandacht voor de erkenning van vrouwen. Deze groepen streven naar een eerlijker en inclusiever straatbeeld, wat aantoont dat de discussie over straatnamen verder gaat dan alleen het koloniale verleden.

Het debat rond het hernoemen van straten is een weerspiegeling van een bredere maatschappelijke vraag: hoe gaan we om met ons verleden? Moeten we de donkerste bladzijden uit onze geschiedenis herschrijven of verbergen, of is er een manier om deze te erkennen en eruit te leren? Het antwoord op deze vraag is nog niet duidelijk, maar de voortdurende discussie toont aan dat de samenleving blijft zoeken naar een evenwicht tussen herinnering en progressie.

Pisa van Toscaanse luchthaven tot Europees knooppunt

Met een totale investering van 80 miljoen euro worden de werkzaamheden, die minstens twee jaar zullen duren, toevertrouwd aan het in-house bedrijf Toscana Costruzioni.

De Italiaanse burgerluchtvaartautoriteit, ENAC, heeft onlangs de bouw van een nieuwe terminal op de luchthaven van Pisa goedgekeurd, een mijlpaal in het “Galileo Galilei” luchthavenontwikkelingsplan 2014/2028. Deze ontwikkeling belooft een significante impuls voor de luchthaven, die al tot de top 10 van Italiaanse luchthavens behoort in termen van verkeersvolume.

De nieuwe terminal, met een oppervlakte van 6.200 vierkante meter, vormt samen met de herontwikkeling van de bestaande terminal een uitgebreid gebied van meer dan 12.000 vierkante meter. Dit ambitieuze project, ontworpen om in fasen te worden uitgevoerd, waarborgt de continuïteit van de luchthavenactiviteiten. De luchthaven, die in 2023 meer dan 5,1 miljoen passagiers ontving, staat aan de vooravond van een ingrijpende transformatie.

Met een totale investering van 80 miljoen euro neemt Toscana Costruzioni, een consortium bestaande uit Toscana Aeroporti en Cemes, de bouwwerkzaamheden op zich. Deze investering reflecteert de schaal en het belang van het project. Toscana Costruzioni staat bekend om zijn expertise in diverse sectoren, waaronder spoorweg-, energie-, luchtvaart- en bouwprojecten.

Roberto Naldi, CEO van Toscana Aeroporti, benadrukt het historische belang van deze uitbreiding: “Dit is het grootste investeringsplan voor de luchthaven van Pisa sinds de oprichting van Toscana Aeroporti.” Hij wijst op de aanzienlijke financiële inzet van het bedrijf, met een totale investering van meer dan 180 miljoen euro in de luchthaven sinds het begin van hun operaties.

Foto: Pisa Galilei International Airport

Deze ontwikkeling is van cruciaal belang voor het Italiaanse luchtvaartnetwerk. Toscana Aeroporti S.p.A., opgericht in 2015 na de fusie van SAT (het beheerbedrijf van de luchthaven van Pisa) en AdF (het beheerbedrijf van de luchthaven van Florence), ziet de uitbreiding van Pisa Airport als essentieel voor de groei van het luchthavensysteem en de economische ontwikkeling van de regio.

De nieuwe terminal van Pisa Airport symboliseert een vooruitstrevende stap in de ontwikkeling van de Italiaanse luchtvaartinfrastructuur. Met een focus op capaciteitsvergroting, efficiëntie en verbetering van de passagierservaring, staat de luchthaven klaar om haar rol als belangrijk vervoersknooppunt in Italië en Europa verder te versterken.

Deze uitbreiding is meer dan een fysieke groei, het is een belofte van vernieuwing en vooruitgang voor de regio en haar inwoners. Met de toenemende stroom van reizigers en de strategische locatie belooft de luchthaven van Pisa een heldere toekomst als een centraal punt in het Europese luchtvaartnetwerk.

Revolutie in het openbaar vervoer en Hoppin verandert het spel

Volgens Vlaams minister van Mobiliteit, Lydia Peeters, en Ann Schoubs, directeur-generaal van De Lijn, is nu 89% van het netwerk aangepast aan de principes van deze nieuwe visie.

De Vlaamse vervoersmaatschappij De Lijn heeft onlangs een verandering doorgevoerd in haar netwerk, gemarkeerd door de lancering van de nieuwe mobiliteitsvisie genaamd Hoppin. Deze verandering, de grootste in de geschiedenis van De Lijn, werd op 6 januari ingezet met de start van fase 2 van het nieuwe netwerk. Tijd dus voor een eerste analyse en de zienswijze van De Lijn.

Met deze verandering is De Lijn overgegaan op een aanpak waarbij er jaarlijks 3 miljoen kilometer meer wordt afgelegd. Dit houdt in dat er op veel lijnen vaker wordt gereden, met een uitbreiding van de dienstregeling naar vroegere en latere uren. Dit alles gaat gepaard met aanpassingen aan tal van lijnen en de introductie van flexvervoer, wat neerkomt op maatwerk voor de reiziger.

“We hebben de start goed doorstaan. De voorspelde chaos is uitgebleven. Onze chauffeurs kennen hun nieuwe routes, uit een rondvraag bij onze ambassadeurs op het terrein merken we dat de meeste reizigers hun nieuwe route kennen. Natuurlijk zijn er kinderziektes. Zo zien we op een aantal plaatsen overbezette bussen, geven een aantal scholen ons aan dat de dienstregeling niet helemaal aansluit op het startuur van de school en de wachttijden bij de Hoppincentrale zijn nog te lang. ”

Ann Schoubs, directeur-generaal van De Lijn

Ondanks de ingrijpende veranderingen, geeft Ann Schoubs aan dat de start relatief soepel is verlopen. De verwachte chaos bleef uit, en de chauffeurs hebben zich goed aangepast aan hun nieuwe routes. Uit een rondvraag bij ambassadeurs op het terrein blijkt dat de meeste reizigers inmiddels bekend zijn met hun nieuwe route. Er zijn echter wel enkele ‘kinderziektes’ geconstateerd, zoals overbezette bussen en dienstregelingen die niet helemaal aansluiten op schooltijden, evenals langere wachttijden bij de Hoppincentrale.

“Op 6 januari startte fase 2 van het nieuwe net in het kader van Hoppin. Daarmee is nu 89 % van het net van De Lijn aangepast aan de principes van de nieuwe visie: duurzamer, efficiënter, vraagvolgend en gecombineerd met andere aanbieders van duurzame mobiliteit. We rijden nu 3 miljoen km per jaar meer, we rijden op vele lijnen vaker, en vele lijnen rijden vroeger en later. Samen met aanpassingen aan tal van lijnen ging ook het flexvervoer, het vervoer op maat van start.”

Lydia Peeters, Vlaams minister van Mobiliteit

Met het nieuwe net heeft De Lijn een verhoging van de frequentie op 18% van de spitsritten doorgevoerd en rijden 117 lijnen nu later op weekdagen. Daarnaast is er een nachtelijke dienstverlening op 30 lijnen geïntroduceerd. De eerste werkweek na de implementatie vervoerde De Lijn ongeveer 950.000 reizigers per dag, wat overeenkomt met een gemiddelde weekdag. 

klachten

Sinds 15 november zijn er 4.942 klachten geregistreerd over Hoppin, voornamelijk in de eerste dagen na de opstart. De Lijn neemt deze feedback serieus en integreert zowel reacties van chauffeurs als lokale besturen in haar dagelijkse operationele monitoring. Er is ook al actie ondernomen om capaciteitsproblemen op te lossen en er is overleg met scholen en lokale besturen.

Naast de aanpassingen in het reguliere net, ging ook het flexvervoer van start, de opvolger van de belbus. Dit flexvervoer is uitgebreider dan het oude aanbod, met een groter bereik en meer beschikbare uren. Tot nu toe zijn er 38.263 reservaties gemaakt voor ritten tot eind januari, wat neerkomt op 45.834 reizigers. Ongeveer 75% van deze reservaties gebeurt via de Hoppin-app of website.

Deze grote stap in de mobiliteit van Vlaanderen, onder de vlag van Hoppin, is een belangrijk moment in de geschiedenis van openbaar vervoer in de regio. De Lijn toont aan dat ze klaar is voor de toekomst met een duurzaam, efficiënt en klantgericht openbaarvervoernetwerk.

Easypark klanten aangeraden tot actie over te gaan na wachtwoordlek

Het bedrijf betreurt het ongemak dat mogelijk is veroorzaakt.

Het recente datalek bij parkeerapplicatie EasyPark, dat aanvankelijk als beperkt werd beschouwd, blijkt ernstiger dan gedacht. Na een gedetailleerde analyse is gebleken dat ook gehashte wachtwoorden onderdeel uitmaken van de gelekte informatie. Dit nieuws volgt op de eerdere bekendmaking door EasyPark op 10 december over het datalek.

EasyPark, bekend om zijn digitale parkeeroplossingen in meerdere Europese steden, ontdekte het lek en nam onmiddellijk maatregelen door de wachtwoorden van alle getroffen klanten te resetten. Deze actie was onderdeel van hun standaardprocedures bij dergelijke incidenten. In een recente verklaring benadrukt EasyPark het belang van transparantie naar zijn klanten toe, wat leidde tot de beslissing om de betrokken klanten te informeren over de situatie.

Het bedrijf legde uit dat het hashen van wachtwoorden betekent dat een wachtwoord door een algoritme wordt omgezet in een onbegrijpelijke reeks tekens. Deze techniek wordt gebruikt om de vertrouwelijkheid van wachtwoorden te waarborgen en te beschermen tegen ongeautoriseerde toegang. Ondanks deze beveiligingsmaatregel, adviseert EasyPark klanten om voor de zekerheid hun wachtwoorden op andere online platformen te wijzigen, vooral als ze daar hetzelfde wachtwoord hebben gebruikt.

Catoon: © Pitane Blue – datalek Easypark

EasyPark benadrukt hun toewijding aan het beschermen van klantgegevens en het herwinnen van het vertrouwen van de gebruikers. Ze hebben verzekerd dat ze alle mogelijke stappen ondernemen om de gegevensbeveiliging te verbeteren en verdere incidenten te voorkomen. Dit incident werpt licht op de voortdurende uitdagingen waarmee bedrijven te maken hebben in de digitale wereld, vooral wat betreft gegevensbescherming en cybersecurity.

Datalekken zoals die bij EasyPark zijn helaas geen zeldzaamheid meer in het digitale tijdperk. Ze onderstrepen het belang van robuuste beveiligingsprotocollen en de voortdurende noodzaak voor bedrijven om hun cybersecurity-maatregelen te evalueren en te versterken. Voor gebruikers benadrukt het ook het belang van het gebruik van unieke wachtwoorden voor verschillende online diensten en het belang van extra beveiligingsmaatregelen zoals tweefactorauthenticatie.

Dit incident dient als een belangrijke herinnering aan zowel individuen als bedrijven over de risico’s die gepaard gaan met digitale informatie en de noodzaak van voortdurende waakzaamheid en verbetering van beveiligingsstrategieën.

Wachten op de bus blijft dagelijkse realiteit voor Rotterdamse speciaal onderwijs

Het leerlingenvervoer in Rotterdam blijft een rit vol obstakels voor sommige kinderen en scholen.

De ongemakken van het leerlingenvervoer in Rotterdam blijven een bron van frustratie voor zowel leerlingen als scholen. Hoewel Trevvel, de organisatie verantwoordelijk voor dit vervoer, beweert dat het chauffeurstekort is opgelost, blijkt de praktijk anders. Uit een rondgang van het Algemeen Dagblad langs diverse scholen komt een beeld naar voren van kinderen die soms anderhalf uur moeten wachten of te laat komen omdat de busjes uitblijven.

De directeur van De Koppeling, een Rotterdamse school voor christelijk speciaal basisonderwijs, spreekt van een ‘heel vervelende’ situatie. Hij erkent de goede wil van de chauffeurs, maar wijst op problemen in de planning en organisatie. Deze problematiek is niet uniek voor De Koppeling. Ook bij het Passer College, locatie Hillevliet, ervaren leerlingen regelmatig vertragingen van dertig tot veertig minuten. De conciërge van de school, Tansel Dilci, merkt op dat de leerlingen inmiddels gewend zijn geraakt aan deze ongemakken.

Ook De Piloot, een school voor speciaal onderwijs met meerdere vestigingen, deelt soortgelijke ervaringen. De situatie lijkt echter verrassend voor Trevvel. In een schriftelijke reactie laat de vervoerder weten verbaasd te zijn over deze signalen. Trevvel benadrukt dat er voldoende chauffeurs zijn en trekt een parallel met automobilisten die ook niet altijd op tijd komen in de spits. De organisatie, verantwoordelijk voor ongeveer vierduizend dagelijkse ritten in de regio, is bereid om met de scholen in gesprek te gaan om tot een oplossing te komen.

Foto: © Pitane Blue – Trevvel Rotterdam

Deze discrepantie tussen de ervaringen van de scholen en de reactie van Trevvel werpt licht op een groter probleem. De complexiteit van het organiseren van vervoer in een dichtbevolkte en drukke stad als Rotterdam is aanzienlijk. Vooral in de spitsuren is het een uitdaging om op tijd te zijn, iets wat niet alleen geldt voor het leerlingenvervoer, maar voor alle weggebruikers.

communicatie

Het is duidelijk dat de communicatie en samenwerking tussen de scholen en Trevvel verbeterd moet worden. Dit vraagt om een zorgvuldige planning en wellicht innovatieve oplossingen om de efficiëntie van het vervoer te verhogen. Het belang van betrouwbaar vervoer voor deze kwetsbare groep leerlingen, die speciaal onderwijs volgen, kan niet worden onderschat. Het is essentieel voor hun educatieve ervaring en dagelijkse routine.

In deze context is het belangrijk om niet alleen de korte termijn problemen aan te pakken, maar ook te kijken naar concrete oplossingen. Dit kan variëren van betere verkeersplanning in de stad tot het inzetten van geavanceerdere technologieën voor routeplanning en tijdmanagement. Terwijl Trevvel en de scholen werken aan een oplossing, blijft de hoop bestaan dat dit niet alleen zal leiden tot verbeterd leerlingenvervoer, maar ook tot een dieper begrip van de onderliggende uitdagingen binnen stedelijke mobiliteit en onderwijslogistiek.

Connexxion rijdt door na contractverlenging Taxbus en aanbestedingswinst in Tilburg

Ook Regio Gooi en Vechtstreek kan trots zijn op hun vervoerder met de mooie waardering voor de dienstverlening van Vervoer Gooi en Vechtstreek B.V..

Connexxion Taxi Services, een bekende naam in de Nederlandse vervoerssector, heeft recentelijk een mooie opdracht gekregen. De onderneming, die bekend staat om haar innovatieve benadering van het openbaar vervoer, heeft haar contract voor de Taxbus in Eindhoven met een jaar verlengd gekregen. Deze verlenging is een duidelijk teken van vertrouwen vanuit de opdrachtgevers en een erkenning voor de kwaliteit van de dienstverlening van Connexxion.

De Taxbus, niet te verwarren met een reguliere taxi, biedt een unieke dienst in Eindhoven. Met een flexibele schema van 15 minuten voor of na het afgesproken tijdstip en de mogelijkheid om andere reizigers onderweg op te halen of af te zetten, vertegenwoordigt de Taxbus een efficiënte en gemeenschappelijke vorm van vervoer. Dit model sluit nauw aan bij de groeiende behoefte aan gedeelde mobiliteitsoplossingen in stedelijke gebieden.

Een ander opmerkelijk aspect van Taxbus in Eindhoven is de nadruk op milieuvriendelijkheid. In lijn met de ambitieuze milieuagenda van de stad, was elektrisch rijden een cruciale voorwaarde in de eerdere aanbesteding. Eindhoven heeft zich ten doel gesteld de luchtkwaliteit te verbeteren en streeft ernaar om vanaf 2026 uitsluitend emissievrije taxi’s toe te staan. Buiten Eindhoven heeft Connexxion ook successen geboekt. Het bedrijf heeft aanbestedingen in twee gebieden in Tilburg voorlopig gegund gekregen, wat wijst op een uitbreiding van hun activiteiten en invloed in die regio.

Foto: Connexxion – Taxbus

Connexxion is verantwoordelijk voor de uitvoering van Taxbus in Best, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, Nuenen, Veldhoven en Waalre.

Naast Connexxion is er ook goed nieuws voor Vervoer Gooi en Vechtstreek B.V. Deze vervoersdienst, die verantwoordelijk is voor het Wmo-vervoer en het leerlingenvervoer in de regio Gooi en Vechtstreek, heeft recentelijk hoge waarderingscijfers ontvangen van ouders, verzorgers en Wmo-reizigers. Meer dan 600 respondenten hebben hun tevredenheid geuit met een gemiddelde score van een dikke 8. Dit is een aanzienlijke prestatie, gezien de complexiteit en de verantwoordelijkheid die gepaard gaan met dit type vervoer.

In 2019 namen de gemeentebesturen van de Regio Gooi en Vechtstreek een baanbrekend besluit om de organisatie en uitvoering van het Wmo-vervoer en het Leerlingenvervoer in eigen beheer te nemen. Dit initiatief, dat uniek is in Nederland, heeft geleid tot een meer efficiënte, duurzame en persoonlijke benadering van doelgroepenvervoer. De resultaten van het recente onderzoek bevestigen het succes van deze aanpak.

Invoering nieuwe Centrale Database Taxi opgeschoven naar 2025

Het projectteam verwacht met het systeem nog steeds technisch per 1 juli 2024 gereed te zijn.

In Utrecht kwamen betrokken partijen samen voor een belangrijke evaluatie van de Praktijktoets Centrale Database Taxi (CDT). Onder leiding van projectleider Henri van der Heijden, werd er niet alleen teruggekeken op de vorderingen van het project, maar ook vooruitgeblikt op de uitdagingen en veranderingen die nog op de planning staan.

De CDT, een cruciaal onderdeel van de voorgenomen wet- en regelgeving in de taxisector, is bedoeld om het personenvervoer efficiënter en transparanter te maken. De nieuwe regelgeving, die oorspronkelijk gepland stond voor inwerkingtreding op 1 juli 2024, heeft echter een juridische vertraging opgelopen. Van der Heijden kondigde aan dat de nieuwe datum voor inwerkingtreding is verschoven naar ten vroegste 1 januari 2025.

“Als boodschapper van het bericht moet ik vertellen waar we staan en nu in het wetgevingstraject zitten. Ik kan melden dat inmiddels besloten is om de planning van het wetgevingstraject aan te passen, nee die is aangepast, moet ik zeggen.”

projectleider Henri van der Heijden

De redenen voor deze vertraging zijn veelzijdig. Ten eerste vereist de introductie van het nieuwe systeem ingrijpende aanpassingen in het Besluit Personenvervoer 2000 en de invoering van een nieuwe ministeriële regeling voor de centrale database taxivervoer. Daarnaast spelen juridische toetsing een belangrijke rol in de vertraging. De integratie van de centrale database met de bestaande systemen brengt aanzienlijke privacyrisico’s met zich mee, die in overeenstemming moeten zijn met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.

Deze privacyzorgen hebben geleid tot een grondige beoordeling van de risico’s en de noodzaak voor uitgebreide Data Protection Impact Assessments (DPIA’s). Een van deze DPIA’s is al voltooid, terwijl een andere nog in uitvoering is. De bevindingen uit deze beoordelingen en de verschillende interpretaties van privacyrisico’s door betrokken partijen hebben duidelijk gemaakt dat er meer tijd nodig is om zorgvuldig met deze kwesties om te gaan.

Foto: © Pitane Blue – Centrale Database Taxi

Een andere factor die bijdraagt aan de vertraging is de feedback uit de informele consultatie met de sector. De sector benadrukt de noodzaak om zowel de inhoud als de uitvoeringsdetails van de nieuwe regelgeving samen te brengen, om zo een compleet beeld te kunnen vormen en goed geïnformeerde beslissingen te kunnen nemen. De extra tijd die nu wordt genomen, biedt ook de mogelijkheid om de bevindingen uit de recente praktijktoets te integreren. Deze toets heeft belangrijke inzichten opgeleverd over de impact van de nieuwe regelgeving op de betaalbaarheid van ICT-oplossingen in de taxisector.

investeringen

Bij het plannen van grootschalige wetswijzigingen zoals deze, is het essentieel om rekening te houden met de impact op de bedrijfsvoering van ondernemers. Juridische en privacyaspecten zijn van groot belang en worden zorgvuldig overwogen. Tegelijkertijd wijzen de ICT-dienstverleners uit de sector op de praktische consequenties die deze vertraging met zich meebrengt voor de markt.

De verlenging van de deadline voor implementatie heeft directe gevolgen voor ondernemers in de taxisector. Investeringen in elektrische voertuigen en de benodigde apparatuur die daarin ingebouwd moet worden, vragen om aanzienlijke financiële middelen. Een periode van zes maanden kon nog overbrugd worden, maar een vertraging van een jaar brengt de sector in een lastige positie. Gedoogconstructies zijn er niet, maar het is altijd een optie. De verlenging kan anders dus aanzienlijke gevolgen hebben voor het investeringsklimaat in de markt, want iedereen zal wachten.

“We willen nu onderzoeken of we de extra tijd die ontstaat, omdat de wet- en regelgeving wat langer gaat duren, kunnen inzetten. We verwachten met het systeem nog steeds per 1 juli gereed te zijn. Dat gegeven, dat willen we aangrijpen. Om te onderzoeken of we dan die tweede helft van dit jaar gebruiken om nog eens een praktijktoets uit te voeren om misschien zelfs wel op basis van vrijwillige afdracht van taxivervoer gegevens en dus ook persoonsgegevens, door te gaan. Daarna zouden we een pilot kunnen draaien op basis van vrijwilligheid. De bereidheid is daar, maar garanties kan ik niet geven.”

projectleider Henri van der Heijden

De vertraging in de invoering van de nieuwe wetgeving wordt niet alleen gezien als een uitdaging, maar ook als een kans om te zorgen voor een zorgvuldige en weloverwogen implementatie. De taxisector staat voor een belangrijke transitie, en de extra tijd zorgt ervoor dat deze transitie op een verantwoorde manier kan plaatsvinden.

2G-netwerk

Het uitstel van de nieuwe regelgeving voor de Centrale Database Taxi (CDT) brengt een additioneel en urgent probleem met zich mee dat tijdens de bijeenkomst in Utrecht aan de orde is gesteld. De oudere generaties van de Boordcomputer Taxi (BCT), die gebruikmaken van het 2G-netwerk, staan op het punt om functioneel verouderd te raken. Telecomoperators zijn van plan om de 2G-masten te ontmantelen, wat onvermijdelijk zal leiden tot het onbruikbaar worden van deze apparaten. Dit heeft betrekking op meer dan 10.000 toestellen in de taxisector.

Henri suggereert dit onderwerp te adresseren in de eerstvolgende begeleidingscommissie voor computer taxi. Een indicatie van de behoefte aan een strategische benadering om deze uitdaging het hoofd te bieden. Het is belangrijk dat alle betrokken partijen samen komen om te bespreken wat de implicaties zijn van de uitfasering van het 2G-netwerk en om een gezamenlijk plan van aanpak te ontwikkelen.

Foto: Cabman – onderdeel van Euphoria

“Ik ben heel blij met jullie input waar jullie bezwaren zien waar jullie mogelijkheden zien, dus blijf dat ook vooral met ons communiceren.”

Willemijn Westerbeek – Projectmanager realisatie en implementatie Variant BCT

Onder de aanwezigen bevond zich ad interim directeur Walter van Benthem, een veteraan in de wereld van informatietechnologie, die met zijn ervaring als Chief Information Officer bij I-interim Rijk, een kritische doch optimistische blik wierp op de vorderingen van het project. Zijn woorden waren een mengsel van lof en realisme, een erkenning van de complexiteit die samenwerking met zich meebrengt. “Ja, het is eigenlijk gewoon geweldig. Wat jullie samen hier gedaan hebben en daar mag ik echt best wel trots op zijn.” zo sprak van Benthem tijdens de bijeenkomst.

Van Benthem, bekend om zijn pragmatisme en heldere visie op publiek-private samenwerkingen, benadrukte het belang van voorspelbaarheid vanuit de overheid en de meerwaarde van samenwerkingen waar zowel de markt als de maatschappij profijt van hebben. Het projectteam, onder zijn toeziend oog, had een basis gelegd voor praktische toepassing, die niet alleen haalbaar, maar ook betaalbaar leek.

De Praktijktoets CDT, een initiatief dat zowel technologische innovatie als juridische precisie vereist, heeft volgens van Benthem waardevolle inzichten opgeleverd, met name op het gebied van prestatie en betaalbaarheid. Hij waarschuwde echter voorzichtig te blijven, met name als het gaat om de bescherming van persoonsgegevens – een aspect dat bij onzorgvuldigheid als een boemerang terug kan keren.

Van Benthem’s aanwezigheid en toespraak waren niet enkel een steun in de rug voor het projectteam, maar ook een herinnering aan de voortdurende verantwoordelijkheid die de overheid draagt in dergelijke kritieke ondernemingen. Zijn afsluitende woorden waren erkenning voor de harde inzet van het team en een bemoediging voor de toekomstige stappen die nog genomen moeten worden.

Deze bijeenkomst, een kruispunt van technische expertise, juridische zorgvuldigheid en de menselijke factor, onderstreept het belang van innovatie in dienst van een beter functionerende samenleving. De taxisector kijkt met gespannen verwachting uit naar de volgende fasen van het CDT-project, waarbij de ambitie om tegen juli 2024 een werkend systeem op te leveren, nu al een bron van gesprek is binnen en buiten de sector.

Onderzoeksraad slaat alarm: watertaxi’s in Rotterdam niet veilig genoeg

De drukte op de Nieuwe Maas in het centrum van Rotterdam vraagt om meer regie en professionalisering.

Rotterdamse watertaxi’s, een populaire en iconische vorm van transport in de stad, staan momenteel in de schijnwerpers, maar om de verkeerde redenen. Uit recent onderzoek door de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) is gebleken dat de veiligheid van passagiers aan boord van deze snelle boten niet voldoende gewaarborgd is. Deze zorgwekkende conclusie volgt na een incident in de zomer van 2022, waarbij een watertaxi in aanvaring kwam met een rondvaartboot. Bij dit voorval raakten twee passagiers gewond.

De watertaxi’s in Rotterdam zijn een essentieel onderdeel van het openbaar vervoersnetwerk in de stad en bieden een unieke manier om de Maas te doorkruisen. Ze zijn populair bij zowel inwoners als toeristen, dankzij hun snelheid en het gemak waarmee ze verschillende delen van de stad met elkaar verbinden. Echter, deze recente ontwikkelingen werpen een schaduw over de service.

Op de Nieuwe Maas nabij de Erasmusbrug in het centrum van Rotterdam kwamen op 21 juli 2022 rond 13.00 uur de havenrondvaartboot Marco Polo en de snelle watertaxi MSTX 21 met elkaar in aanvaring.

De schipper en 5 passagiers van de watertaxi kwamen onder de omgeslagen watertaxi in een luchtbel terecht. Na 9 minuten konden zij dankzij de hulp van een andere watertaxi via de achterzijde uit de watertaxi komen. De botsing tussen de watertaxi en de rondvaartboot heeft de kwetsbaarheden in het systeem blootgelegd. De OVV’s bevindingen suggereren dat er striktere regelgeving en toezicht nodig zijn om de veiligheid van de passagiers te garanderen. Het incident benadrukt de noodzaak van betere naleving van de vaarregels en mogelijk een herziening van de operationele procedures voor watertaxi’s.

Foto: Watertaxi Rotterdam op de Nieuwe Maas

“Neem samen met betrokken partijen, zoals Watertaxi Rotterdam, Koninklijke Spido en Waterbus, maatregelen om de complexiteit van de vaarweg op de Nieuwe Maas te reduceren, en in te richten op een manier die past bij veilig gebruik, zowel nu als in de toekomst.”

mr. C.J.L. van Dam MPM – voorzitter Onderzoeksraad voor Veiligheid

Deze zorgen komen op een moment dat Rotterdam, net als veel andere steden, streeft naar een duurzamere en veiligere stedelijke mobiliteit. De watertaxi, als een emissievrij en efficiënt vervoermiddel, speelt hierin een cruciale rol. De stad staat nu voor de uitdaging om de veiligheid van deze dienst te verbeteren zonder afbreuk te doen aan haar efficiëntie en populariteit. De Onderzoeksraad komt met aanbevelingen naar aanleiding van de aanvaring van een watertaxi met een havenrondvaartboot.

Deze situatie roept ook vragen op over de bredere veiligheidsnormen binnen de sector van openbaar vervoer over water in Nederland. Het incident in Rotterdam kan als een wake-up call dienen voor andere steden met soortgelijke diensten. Het benadrukt het belang van voortdurende evaluatie en verbetering van veiligheidsprotocollen, niet alleen voor de watertaxi’s, maar voor alle vormen van openbaar vervoer.

In afwachting van verdere acties en reacties van de betrokken autoriteiten en operators, blijft de veiligheid van passagiers in watertaxi’s een belangrijk aandachtspunt. Voor een stad die bekend staat om haar innovatieve en vooruitstrevende benadering van stedelijke mobiliteit, is het van cruciaal belang dat Rotterdam deze kwestie met de nodige ernst aanpakt. De toekomst van watertaxi’s in Rotterdam en hun rol in het stedelijk vervoersnetwerk hangt af van de stappen die nu worden ondernomen om de veiligheid van de passagiers te waarborgen.

Novotel Eindhoven mogelijk volledig in handen van COA

Als alle opvanglocaties uitgebreid en geopend zijn, telt Eindhoven in totaal 715 asielzoekers.

De situatie rondom de opvang van asielzoekers in Eindhoven neemt een nieuwe wending nu het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) overweegt het gehele Novotel in Eindhoven te huren. Dit voornemen is ingegeven door de voortdurende toestroom en behoefte aan opvangplekken voor vluchtelingen. De aanvankelijke opzet, waarbij het hotel sinds bijna een jaar een kleine groep van ongeveer vijftig asielzoekers huisvestte, lijkt hiermee een langduriger karakter te krijgen.

Aanvankelijk was de opvang in het Novotel bedoeld als een tijdelijke maatregel voor ongeveer een maand. De realiteit heeft deze tijdelijkheid echter ingehaald, waardoor het COA nu overweegt het gehele hotel te huren. De recente verwarring rondom een huurovereenkomst met het Novotel heeft voor onrust gezorgd. De gemeente Eindhoven kondigde dinsdag aan dat er al een overeenkomst was voor tweehonderd opvangplekken vanaf 1 februari. Echter, een woordvoerder van het COA weersprak deze bewering, door aan te geven dat de gesprekken hierover nog lopen en pas volgende week worden voortgezet.

Deze ontwikkeling komt te midden van bredere inspanningen door de gemeente Eindhoven om de vluchtelingenopvang uit te breiden. Zo wordt er aan de Noord Brabantlaan in Meerhoven gewerkt aan de oprichting van een tent en chalets, die vanaf 1 februari ruimte moeten bieden aan tweehonderd vluchtelingen. Deze crisisnoodopvang is primair bedoeld om de druk te verlichten op het aanmeldcentrum in Ter Apel.

Er is in heel Nederland een groot tekort aan opvangplekken voor asielzoekers. De gemeente vindt het belangrijk om te helpen bij goede opvang voor mensen die bescherming zoeken. Eind mei 2023 hebben we daarom besloten dat Eindhoven 900 asielzoekers wil opvangen. Daarvoor zoeken we meerdere geschikte locaties.
Het COA heeft ons verzocht om mee te werken aan de uitbreiding van de tijdelijke COA-locatie in het Novotel aan de Anthony Fokkerweg tot 200 personen. Daar wonen nu 50 asielzoekers. De gemeente staat hier welwillend tegenover. Dit is 16 januari 2024 gecommuniceerd.

 Vanuit het COA zijn alleen nog extra acties nodig. We houden je via deze pagina op de hoogte over de ontwikkelingen.

Niemand vindt het leuk om asielop­vang te bouwen of openen maar het is wel onze plicht

Burgemeester Jeroen Dijsselbloem

De verwarring en onzekerheid zijn niet alleen voelbaar bij het COA en de gemeente, maar ook bij de directie van het Novotel. General manager Jacco Smit spreekt van “complete lariekoek” en benadrukt dat het hotel na 1 februari nog steeds boekingen voor hotelkamers accepteert. Hij ontkent ook dat er gesprekken zijn gevoerd over de uitbreiding van het aantal opvangplekken voor asielzoekers in het hotel. Desondanks verspreidde de gemeente dinsdag een brief in de omgeving van het hotel met de mededeling dat er 150 asielzoekers bij zouden komen.

Naast het Novotel en de ontwikkelingen in Meerhoven, wordt ook de opvang aan de Kanaaldijk-Zuid uitgebreid. Het aantal bewoners op deze locatie zal groeien van bijna 100 naar 250. Deze locatie, die specifiek bedoeld is voor gezinnen, zal maximaal vijf jaar in gebruik blijven.

Wethouder Samir Toub erkent misverstand in asielopvang Novotel.

verwarring

De verwarring over de mogelijke uitbreiding van de asielopvang in het Novotel bij Eindhoven Airport heeft geleid tot een publieke verklaring van wethouder Samir Toub van GroenLinks. Toub heeft toegegeven dat hij op het verkeerde been is gezet door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) en heeft beloofd in de toekomst voorzichtiger te zijn bij het communiceren over dergelijke kwesties.

De wethouder gaf aan dat de gemeente Eindhoven niet betrokken is geweest bij de gesprekken tussen het COA en het Novotel. Hij legde uit dat de gemeente op basis van signalen van het COA in de veronderstelling was dat er afspraken waren gemaakt over de uitbreiding van de asielopvang in het hotel. “We hebben het signaal gekregen dat er een akkoord was. Maar dat bleek te vroeg gecommuniceerd. We hebben toen geen contact gehad met Novotel,” zei Toub. Hij benadrukte ook dat de gemeente, hoewel niet direct betrokken bij de afspraken, in de toekomst voorzichtiger te werk zal gaan.

spreidingswet

De “spreidingswet” is een recent goedgekeurde wet in Nederland, die bedoeld is om de verdeling van asielzoekers over Nederlandse gemeenten te reguleren. Deze wet is ontstaan als reactie op de aanhoudende asielcrisis en is het resultaat van een zwaarbevochten compromis tussen de vier regeringspartijen van het kabinet Rutte. De kern van deze wet is dat gemeenten gedwongen kunnen worden om asielzoekers op te nemen, vooral wanneer de aanmeldcentra vol zitten.

De Raad van State heeft advies uitgebracht over dit wetsvoorstel, dat officieel bekend staat als ‘gemeentelijke taken mogelijk maken asielopvangvoorzieningen’. Het debat over deze wet in de Eerste Kamer heeft plaatsgevonden, waarbij de staatssecretaris van Asiel en Migratie, Van der Burg, betrokken was. De Kamer heeft in januari over het wetsvoorstel gestemd.

De spreidingswet heeft geleid tot enige controverse en politieke discussie. Het uiteindelijke doel van de wet is een eerlijke spreiding van asielzoekers over Nederland te garanderen, waarbij gemeenten die niet meewerken eventueel gedwongen kunnen worden om opvangplekken te realiseren.

Proef in Bunnik leidt tot landelijke uitrol flitscamera’s bij overwegen

Nog even langs de dalende spoorbomen rijden, terwijl de lichten van de spoorwegovergang al knipperen: Het was al niet toegestaan, maar nu kun je ook geflitst worden én een boete krijgen.

In een nieuwe maatregel om de verkeersveiligheid te verbeteren, is ProRail, in samenwerking met het Openbaar Ministerie, begonnen met het plaatsen van flitscamera’s bij spoorwegovergangen door heel Nederland. Deze ontwikkeling komt als reactie op de aanhoudende tendens waarbij bestuurders van auto’s, brommers, vrachtwagens en bussen rode signalen negeren bij spoorwegovergangen, een actie die niet alleen illegaal is, maar ook levensgevaarlijk.

De invoering van deze nieuwe handhavingsmethode is mede mogelijk gemaakt door financiële steun van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. De eerste proeven met dit systeem vonden plaats in Bunnik, waar de effectiviteit van de camera’s werd getest. Deze testen zijn nu afgerond en hebben plaatsgemaakt voor daadwerkelijke handhaving. Bij overtreding kunnen bestuurders nu rekenen op forse boetes, oplopend tot 280 euro voor automobilisten, motorrijders en vrachtwagenchauffeurs. Voor brom- en snorfietsers is het boetebedrag vastgesteld op 190 euro.

Harro Homan, regiodirecteur bij ProRail, benadrukt dat het doel van deze maatregel niet het uitschrijven van boetes is, maar het veranderen van het gedrag van weggebruikers. Hij refereert aan een eerdere proef in Hilversum, waar na zes maanden het aantal overtredingen met 50% afnam. “Het negeren van de spoorweginstallatie leidt tot levensgevaarlijke situaties. We weten dat flitscamera’s dan werken,” aldus Homan. De verwachting is dat deze nieuwe maatregel bij zal dragen aan het verbeteren van de veiligheid op zowel het spoor als de weg.

De camera’s zorgen ervoor dat mensen hun gedrag veranderen. Zo wordt het spoor en de weg veiliger.

Harro Homan regiodirecteur bij ProRail

De geavanceerde camera’s zijn speciaal ontwikkeld voor het waarnemen van overtredingen bij spoorwegovergangen. Deze slimme systemen analyseren beelden en slaan deze op bij een potentiële overtreding. Vervolgens worden de beelden beoordeeld door buitengewoon opsporingsambtenaren, en bij geconstateerde overtredingen ontvangt de bestuurder een boete thuis via het CJIB.

Na de succesvolle implementatie in Bunnik, is ProRail van plan om met andere gemeenten in gesprek te gaan voor een verdere uitrol van dit systeem. Er wordt rekening gehouden met ongeveer 40 overwegen. Elke situatie vereist een unieke aanpak, aangepast aan de specifieke verkeerssituatie van elke gemeente en overweg.

Uitdagingen en oplossingen tijdens de dag van het leerlingenvervoer

Door de eisen die belangenorganisaties bij de ministers blijven neerleggen beginnen ouders steeds harder met hun vuist op tafel te slaan

De 10e editie van de Dag van het Leerlingenvervoer, die oorspronkelijk gepland was in november 2023, maar uitgesteld werd door de samenloop met de nationale verkiezingen, vindt nu plaats op 25 januari 2024 in Concertgebouw De Vereeniging in Nijmegen. Dit congres belicht de cruciale aspecten van het leerlingenvervoer en brengt experts samen om de toekomst van dit veld vorm te geven.

Dagvoorzitter Carolien Aalders, initiatiefneemster van  ‘De Reiskoffer’, leidt het evenement en zal zelf een deelsessie verzorgen over casuïstiek. De invloed van haar werk is significant, mede door de uitdagingen en kritieken vanuit instanties zoals “Ouders en Onderwijs” en de “Belangenvereniging voor leerlingen in het VSO”.

Al in 2008 pleitte Carolien Aalders in Binnenlands Bestuur voor een minder prominent gebruik van het taxibusje voor kinderen in het speciaal onderwijs. “In mijn optiek is er helemaal geen tekort aan chauffeurs, maar zijn er té veel gebruikers van het taxivervoer.”, aldus Aalders.

Een belangrijk thema dit jaar is de politieke druk rondom het leerlingenvervoer. De visie van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) hierop zal uitvoerig worden besproken. René Peters, Tweede Kamerlid voor het CDA, zal zijn perspectief delen, gezien zijn achtergrond in het onderwijs en ervaring als oud-wethouder.

De Koninklijk Nederlands Vervoer (KNV) zal ook aanwezig zijn om te spreken over de uitdagingen en mogelijke oplossingen in het leerlingenvervoer. Hun inzichten zijn van cruciaal belang, vooral in het licht van de chauffeurskrapte en andere operationele problemen.

Het congres behandelt ook de bredere maatschappelijke misvattingen rondom leerlingenvervoer. De focus ligt op het aanmoedigen van zelfstandig reizen voor die leerlingen die dat kunnen, wat ruimte biedt voor degenen die daadwerkelijk afhankelijk zijn van gespecialiseerd vervoer.

Communicatie met ouders en verzorgers is een ander kritiek punt. Linda Zwetsloot, expert in communicatietraining, zal inzichten delen over het effectief aangaan van deze gesprekken, een vaak onderschat aspect van het leerlingenvervoer.

Daarnaast richt het congres zich op de beleidsmatige aspecten, zoals aanbestedingen. Het Aanbestedingsinstituut Mobiliteit (AIM) zal spreken over de complexiteiten en noodzakelijke aandachtspunten in dit proces. Henk van Gelderen en Joris de Vries nemen de aanwezigen mee in de aanbestedingswereld.

Foto: © Pitane Blue – Voorzitter Koninklijk Nederlands Vervoer Bertho Eckhardt

Diverse sprekers, waaronder Bertho Eckhardt (KNV) en Petra Raaijen (VNG), zullen hun ervaringen en inzichten delen. Verder zal Edwin de Bruin van Connexxion, een belangrijke speler in het vervoersveld, zijn expertise delen over de praktische kanten van het leerlingenvervoer.

Linda Germs, voorzitter van “Stichting Upside van Down” en moeder van Lukas, zal spreken over de reismogelijkheden voor kinderen met het Syndroom van Down, en de rol van de stichting in het bevorderen van een realistische beeldvorming over deze groep.

Maarten van der Weijden, Olympisch en Wereldkampioen lange afstand zwemmen, zal het congres verrijken met zijn inspirerende verhaal over doorzettingsvermogen en het overwinnen van uitdagingen. Tot slot zal Kim Schrijvers, oprichter van Eljakim Information Technology BV, inzichten delen over de technologische ondersteuning van het leerlingenvervoer.

Dit congres belooft een veelzijdig platform te zijn voor discussie, kennisdeling en het aandragen van oplossingen voor de uitdagingen binnen het leerlingenvervoer.

Winterse waarschuwing op weg naar hogere temperaturen

Meer sneeuw op komst, code geel voor gladheid.

Wanneer we het hebben over de uitdagingen van winterrijden, zijn het vaak de eerste en laatste stukjes van de reis die als het meest verraderlijk worden ervaren. Dit geldt zowel voor de dagelijkse woon-werkverkeer als voor langere reizen. De momenten waarop een automobilist de straat uitrijdt of juist zijn bestemming nadert, zijn vaak de momenten waarop men geconfronteerd wordt met onverwachte gladheid.

Het winterse weer, met name de hagel en sneeuw, heeft niet alleen voor verkeersoverlast gezorgd, maar ook voor een risico op gladheid door bevriezing van natte weggedeelten. De temperatuur van het wegdek is onder nul, wat kan leiden tot spekgladde wegen. Dit effect wordt versterkt door de koude grond, waardoor winterse neerslag langzamer smelt en het langer glad blijft.

Rijkswaterstaat bereidt zich goed voor op de winter. Winterse situaties als vorst, ijzel, sneeuw en mist zijn van invloed op de wegen en het verkeer.

Ook in Vlaanderen waarschuwt het Agentschap Wegen en Verkeer (AWV) voor mogelijk gladde wegen en fietspaden, als gevolg van winterse weersomstandigheden. Er wordt specifiek gewezen op de noodzaak voor weggebruikers om voorzichtig te zijn, met het advies om de snelheid te matigen en voldoende afstand te houden van andere weggebruikers. Heel wat scholen uit het Vlaams-Brabantse Halle en omgeving spelen op veilig en beslisten omwille van de verwachte sneeuwval woensdag afstandsonderwijs te voorzien.

De weersomstandigheden hebben ook geleid tot een waarschuwing van de luchthavenautoriteiten aan passagiers over potentiële vertragingen die op woensdag verwacht worden. Deze vertragingen zijn het gevolg van de noodzakelijke veiligheidsmaatregelen die genomen moeten worden onder winterse omstandigheden, zoals het ontijzelen van de vliegtuigen en het ijs- en sneeuwvrij maken van de start- en landingsbanen.

De winterse omstandigheden hebben aanzienlijke invloed gehad op het spoorverkeer in Nederland, met name door wisselstoringen veroorzaakt door sneeuw en ijzel. Wanneer sneeuw zich ophoopt tussen de spoorwissels, kan dit leiden tot storingen die de normale treindienst ernstig kunnen verstoren. Om dergelijke situaties te voorkomen, zijn er wisselverwarmingen geïnstalleerd die bedoeld zijn om sneeuw en ijs te smelten en de wissels functioneel te houden.

thuiswerken

Bij extreme weersomstandigheden, zoals hevige sneeuwval, rijst vaak de vraag of werknemers zelf mogen besluiten om thuis te blijven en niet naar hun werk te reizen. Het antwoord hierop is duidelijk: “Neen.” Werknemers worden geacht alle mogelijke inspanningen te leveren om op tijd op hun werk te arriveren, zelfs wanneer er slecht weer is aangekondigd. Echter, er bestaat ook een zekere flexibiliteit in deze kwestie. In sommige gevallen kunnen werkgevers en werknemers overeenkomen om alternatieve regelingen te treffen, zoals thuiswerken of het compenseren van gemiste uren op een later tijdstip. Deze flexibiliteit kan vooral belangrijk zijn in situaties waarin reizen echt gevaarlijk zou zijn.

Vooruitzichten en mogelijke waarschuwingen: donderdag en vrijdag enkele winterse buien maar ook regelmatig zon. In het weekeinde wordt het droger. De temperaturen liggen onder normaal, met op uitgebreide schaal vorst in de nacht. Vooral landinwaarts is er dagelijks kans op gladheid. Vanaf zondagavond stroomt er zachte lucht binnen en wordt het nat en onstuimig.

Coalitie pleit voor slimmere mobiliteit en toegankelijk Nederland

Belangrijke bestemmingen zoals scholen, ziekenhuizen, werk en supermarkten zijn steeds vaker slecht bereikbaar met het ov, de fiets of lopend.

In een tijd waarin Nederland geconfronteerd wordt met toenemende uitdagingen in mobiliteit en bereikbaarheid, komt een opvallende coalitie van maatschappelijke organisaties en bedrijven, waaronder HandicapNL, vakbond FNV, de Nederlandse Spoorwegen en Natuur & Milieu, naar voren met een krachtige oproep. Hun bezorgdheid: de afnemende toegankelijkheid van dagelijkse bestemmingen voor een groot deel van de bevolking. Dit probleem is niet alleen van invloed op het dagelijks leven van vele Nederlanders, maar heeft ook bredere implicaties voor gezondheid, economie en milieu.

De kritieke situatie wordt benadrukt door de geobserveerde trend dat essentiële bestemmingen zoals scholen, ziekenhuizen en werklocaties steeds verder uit het bereik van veel mensen raken. Dit geldt in het bijzonder voor diegenen zonder toegang tot een auto – ongeveer een kwart van de Nederlandse huishoudens – vaak vanwege financiële beperkingen of lichamelijke beperkingen. Met het openbaar vervoer, de fiets of te voet zijn deze plekken vaak moeilijk bereikbaar, waardoor de auto steeds vaker de enige optie wordt. Dit leidt tot verslechterde luchtkwaliteit en verkeersveiligheid. Het is een zorgwekkende ontwikkeling dat ongeveer 20% van de bedrijventerreinen in Nederland zeer slecht of zelfs helemaal niet bereikbaar is met het openbaar vervoer.

In een poging om deze situatie te verbeteren, hebben deze organisaties het ‘Manifest voor bereikbaarheid‘ samengesteld en overhandigd aan de Vaste Kamercommissie van Infrastructuur & Waterstaat. Dit document benadrukt het belang van toegankelijke voorzieningen voor iedereen en roept op tot een herziening van het huidige mobiliteits- en infrastructuurbeleid. Martin Boerjan van Ieder(in), een koepelorganisatie voor mensen met een beperking of chronische ziekte, onderstreept het belang van het verkleinen van de afstand tussen mensen met een beperking, jongeren en inwoners van slecht verbonden gebieden.

Je werk, het ziekenhuis, de supermarkt of je school, daar moet je gemakkelijk kunnen komen. Samen maken we ons hard voor beter en sneller openbaar vervoer, goede doorfietspaden en veilige wandelroutes. En voor woonwijken waar iedereen gemakkelijk bij de supermarkt of school komt. Ook zonder auto. Zo kan iedereen mee blijven doen, zorgen we voor gezondere lucht en voor veilige, groene wijken.

Foto:Marjolein Demmers (directeur Natuur en Milieu)

Marjolein Demmers, directeur van Natuur & Milieu, benadrukt de noodzaak van een herverdeling van middelen in het mobiliteits- en infrastructuurbeleid. Zij pleit voor meer regie en coördinatie tussen verschillende ministeries, aangezien bereikbaarheid raakvlakken heeft met gezondheid, economie en natuur. Een mogelijke oplossing zou zijn om deze verantwoordelijkheid onder te brengen bij een minister van Ruimtelijke Ordening. Dit vereist politieke moed en een bereidheid om de financiële middelen anders te verdelen.

Een ander belangrijk aspect van het manifest is de focus op het clusteren van woningen en voorzieningen, en het zorgen voor alternatieve reisopties. Door nabijheid van essentiële voorzieningen te garanderen en alternatieven te bieden zoals fiets- en looproutes, deelmobiliteit en open baar vervoer, het leven van veel Nederlanders aanzienlijk kan verbeteren. Dit draagt bij aan gelijke kansen in onderwijs en werk, een veiliger verkeer en een gezondere lucht.

Deze uitgebreide coalitie van organisaties benadrukt het belang van een integrale aanpak en de noodzaak voor ingrijpende veranderingen in het beleid om een duurzame en inclusieve toekomst te waarborgen. Hun inspanningen en oproep tot actie vormen een cruciaal moment in het debat over mobiliteit en stedenbouw in Nederland.

ondertekenaars

De 29 ondertekenaars roepen de Kamerleden op om zich in te zetten voor die maatregelen zijn Bartiméus Fonds, CNV, Coalitie van Deelauto-aanbieders, Comité Schone Lucht, Fietsersbond, FNV, HandicapNL, IEDERIN, Jonge Klimaatbeweging, KWF Kankerbestrijding, Landelijke Studentenvakbond, Landelijke Vereniging voor Kleine Kernen, Longfonds, MENSenSTRAAT, Metropoolregio Rotterdam-Den Haag, Natuur & Milieu, Nederlandse Spoorwegen, Nederlandse Vereniging Duurzame Energie, Nederlandse Vereniging van Spoedeisende Hulp Artsen, OV-NL, ROVER, Stichting Steenbreek, Stichting Stimuland, Stichting voor Werkende Ouders, Studenten voor Morgen, Voetgangersbeweging Nederland, VoetgangersVereniging Nederland, Wandelnet, Wij Staan Op!

Sneeuw en ijs verstoren vluchtschema’s op Schiphol

Reizigers wordt geadviseerd om via de website de status van hun vlucht in de gaten te houden.

Door de recente zware sneeuwbuien en winterse weersomstandigheden in Nederland, is het luchtverkeer aanzienlijk verstoord geraakt. De KLM heeft vanwege de winterse weersomstandigheden diverse vluchten vanaf Schiphol moeten annuleren. Deze annuleringen en vertragingen zijn voornamelijk te wijten aan de beperkte capaciteit voor het ijsvrij maken van de vliegtuigen. Drie vliegtuigen van Transavia moesten zelfs uitwijken naar Groningen Airport Eelde om veilig te kunnen landen.

Deze winterse omstandigheden hebben niet alleen invloed op het vliegverkeer, maar veroorzaken ook elders problemen. Volgens Weeronline valt op de meeste plaatsen natte sneeuw, waardoor de gladheid op dit moment nog meevalt. Echter, naarmate de temperaturen dalen, neemt de kans op gladheid toe. De sneeuw kan dan blijven liggen, en de kans op bevriezing van natte wegen neemt toe. Vooral in de avond en nacht zal de temperatuur dalen, waardoor er steeds meer sneeuw blijft liggen​.

Foto: © Pitane Blue – Transavia

Passagiers worden geconfronteerd met potentiële vertragingen en annuleringen, wat een significante impact heeft op hun reisplannen.

Transavia heeft een systeem opgezet om passagiers via e-mail en SMS op de hoogte te houden, gebaseerd op de contactgegevens die zijn verstrekt bij het boeken. Deze proactieve communicatie is cruciaal voor reizigers om hun reisplannen dienovereenkomstig aan te passen. Daarnaast benadrukt de luchtvaartmaatschappij het belang van het raadplegen van de actuele vluchtinformatie. Passagiers kunnen de laatste status van vluchten controleren door hun vluchtnummer, vertrekluchthaven of bestemming in te voeren op de website van Transavia. Deze stap is essentieel voor een goed voorbereide reis.

De-icing van vliegtuigen is een kritische procedure die wordt uitgevoerd om de veiligheid van vluchten te waarborgen. Dit proces omvat het verwijderen van ijs en sneeuw dat zich op de vliegtuigen heeft opgehoopt, wat essentieel is om de aerodynamische eigenschappen en de algehele veiligheid van het vliegtuig te behouden. Echter, dit proces kan tijdrovend zijn, vooral bij hevige sneeuwval of ijzige omstandigheden, wat leidt tot langere wachttijden en vertragingen in het vluchtschema.

De impact van dergelijk winterweer op de luchtvaart is niet ongewoon. In het verleden hebben soortgelijke weersomstandigheden in verschillende delen van de wereld tot aanzienlijke verstoringen geleid. Luchtvaartmaatschappijen en luchthavens implementeren diverse strategieën om de impact te minimaliseren, waaronder verbeterde weersvoorspellingen, betere communicatie met passagiers en efficiëntere de-icing procedures. Desondanks blijven winterse omstandigheden een aanzienlijke uitdaging voor de luchtvaartindustrie.

Een maand wachten voor een nieuwe voorruit, de realiteit bij merkdealers

Dit dwingt klanten om langere tijd door te rijden met een beschadigde ruit, wat potentieel veiligheidsrisico’s met zich meebrengt.

In de autowereld is een klein sterretje in de autoruit vaak onderwerp van gesprek. Het lijkt een minimaal probleem, maar het kan uitgroeien tot een behoorlijke complicatie, vooral tijdens de koude wintermaanden. Dit fenomeen, veroorzaakt door temperatuurverschillen in het glasoppervlak, kan leiden tot het doorscheuren van het sterretje, een situatie die veel automobilisten liever vermijden.

Het is algemeen bekend dat de voorruit maar liefst 30% van de stevigheid van een auto’s carrosserie uitmaakt. Hoewel een barst of scheur in de voorruit niet direct leidt tot desintegratie van het glas, dankzij een speciale folie die verbrijzelen voorkomt, is de integriteit van de ruit fundamenteel aangetast. De kwaliteit, verlijming en montage van de ruit zijn cruciaal voor de veiligheid. Dit brengt ons bij een ander belangrijk aspect: de service en wachttijden voor reparatie.

Bedrijven zoals Carglass en Autotaalglas bieden vaak een snelle service, maar dit is niet altijd het geval bij leasemaatschappijen die restricties opleggen. Zo is het bijvoorbeeld bij BMW-lease niet toegestaan om een alternatief bedrijf te bezoeken voor voorruitvervanging, waardoor klanten bij dealers zoals Van Laarhoven in Eindhoven terechtkomen. De wachttijd kan daar oplopen tot een maand. In de tussentijd blijven automobilisten rondrijden met een beschadigde ruit, wat de veiligheid niet ten goede komt.

Zelfs wanneer klanten hun auto ’s ochtends afleveren voor reparatie, worden ze vaak geconfronteerd met vertragingen en inefficiënties. Zo kan het voorkomen dat aan het einde van de middag, wanneer klanten hun auto komen ophalen, hen verteld wordt dat de reparatie nog moet beginnen. Dit resulteert in extra wachttijd na het verlijmen van de voorruit, wat de klanttevredenheid niet ten goede komt.

Foto: © Pitane Blue – Van Laarhoven

Moderne auto’s met geavanceerde technologieën zoals camera’s, vereisen na vervanging van de voorruit een nauwkeurige kalibratie. Hoewel het vervangen van een voorruit over het algemeen niet meer dan twee uur in beslag neemt, is een goede planning essentieel om teleurstelling bij klanten te voorkomen. Dit blijkt echter een uitdaging bij sommige dealers, waaronder Van Laarhoven. Klanten die ’s ochtends hun auto inleveren, worden vaak pas aan het einde van de middag geïnformeerd over verdere vertragingen.

Een ander aspect van deze kwestie is de relatie tussen de leasemaatschappij, de verzekeraar en de klant. Hoewel schade vaak gedekt wordt door de verzekering, heeft de leasemaatschappij als eigenaar van het voertuig het laatste woord over de afhandeling ervan. Dit leidt soms tot langere wachttijden, omdat de dealer met originele onderdelen werkt. Dit argument wordt vaak gebruikt om klanten een maand te laten wachten op schadeherstel. Interessant is dat de kwaliteit van after market voorruiten, die vaak geen merklogo dragen, niet onderdoet voor die van originele autoruiten. Deze worden immers geproduceerd volgens dezelfde strenge Europese kwaliteitsnormen, in dezelfde fabrieken.

Een bijkomend probleem bij het vervangen van de voorruit zijn de milieu stickers. Als de voorruit vervangen moet worden, zijn deze stickers en vignetten, die vanwege een speciale lijmlaag maar één keer bruikbaar zijn, niet langer geldig. Dit vereist de aanschaf van nieuwe vignetten, een regel die geen uitzondering kent, zelfs niet in geval van ruitvervanging. Hoewel sommige verzekeringsmaatschappijen de kosten hiervoor dekken, is dit niet altijd het geval en dienen automobilisten dit bij hun verzekeraar na te gaan.

Tot slot, een sterretje in de autoruit kan uitgroeien tot een complexe kwestie, zowel technisch als administratief. Terwijl de veiligheid van de automobilist voorop zou moeten staan, leiden de huidige praktijken soms tot onnodige vertragingen en complicaties. De geschetste problemen wijzen op een behoefte aan verbeterde klantenservice, efficiëntere planning en grotere flexibiliteit in reparatieopties.

Snelheid versus haalbaarheid is het dilemma van takelbedrijven in Antwerpen

Takeldiensten staan onder druk in de strijd tegen de klok op de Antwerpse ring.

Snelle tussenkomst bij incidenten zoals ongevallen of defecte voertuigen is essentieel om hulp te bieden aan betrokkenen en om verdere ongevallen en lange files te voorkomen. De efficiëntie van takeldiensten op de Antwerpse Ring staat ter discussie door de uitdagende voorwaarden gesteld door de Vlaamse overheid. Ondanks de noodzaak voor snelle hulpverlening bij incidenten zoals ongevallen en defecte voertuigen, vooral op autosnelwegen, blijkt de samenwerking tussen de overheid en takelbedrijven te haperen.

Een recent incident afgelopen zaterdag op de Antwerpse Ring richting Nederland, waar een aanrijding een vertraging van meer dan 45 minuten veroorzaakte, benadrukt het belang van een vlotte afhandeling van dergelijke situaties. Echter, de betrokkenheid van takelbedrijven blijft een knelpunt. Deze bedrijven geven aan dat werken op de Antwerpse Ring onder de huidige condities niet winstgevend is. Dit probleem wordt verder versterkt door de afwezigheid van een vast contract tussen de Vlaamse overheid en één of meerdere takeldiensten.

De kern van het probleem lijkt te liggen in de strikte voorwaarden die de overheid stelt. Takeldiensten zijn verplicht om binnen 20 minuten ter plaatse te zijn na een oproep. Indien zij later arriveren, riskeren zij een boete van minimum 250 euro en de daaropvolgende boetes per minuut vertraging. Deze eis, in combinatie met de aanstaande wegenwerken in de regio, maakt de gevraagde aanrijtijden voor veel bedrijven onhaalbaar. Gevolg hiervan is dat de Vlaamse overheid moeite heeft om takelbedrijven te vinden die bereid zijn om onder deze voorwaarden te werken.

Geen enkele takeldienst wil een contract tekenen met de Vlaamse overheid voor snelle tussenkomsten bij ongevallen op de ring rond Antwerpen. Dat schrijft Het Laatste Nieuws. Volgens sectorfederatie Traxio zijn de voorwaarden gewoon niet realistisch om tijdig ter plekke te geraken. En wie te laat is, riskeert zware boetes.

Daarnaast zijn er ook de geplande wegenwerken in de komende jaren, die waarschijnlijk bijdragen aan de moeilijkheid om aan de gevraagde aanrijtijden te voldoen. Dit maakt het voor takelbedrijven nog uitdagender om effectief en tijdig te reageren op incidenten.

Bij autopech of een ongeval op de Vlaamse autosnelwegen, wordt de weggebruiker geadviseerd om het nummer 101 te bellen. De wegpolitie zal vervolgens automatisch een F.A.S.T.-takeldienst oproepen. F.A.S.T., wat staat voor ‘Files Aanpakken door Snelle Tussenkomst’, heeft als doel binnen 20 minuten ter plaatse te zijn om het incident te beveiligen en het betrokken voertuig te takelen. Daarnaast zijn deze diensten gebonden aan vaste eenheidsprijzen.

afgewezen

Om takelbedrijven te selecteren voor deze taak, doet de overheid een beroep op een openbare aanbesteding. Onder hen bevinden zich Ulrich Viaene, zaakvoerder van Takeldienst Viaene in Wilrijk, en het bedrijf Depannage 2000 uit Hoboken. Beide bedrijven zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van F.A.S.T.-interventies op de Antwerpse Ring, een taak die niet licht opgevat kan worden. Op een gemiddelde dag behandelen Takeldienst Viaene en Depannage 2000 gezamenlijk tussen de 45 en 60 oproepen. Deze aantallen tonen de hoge vraag en het cruciale belang van snelle en efficiënte takeldiensten in dit gebied. Echter, ondanks de omvang en het belang van deze opdracht, hebben Viaene en Depannage 2000 besloten om niet in te schrijven op de nieuwe overheidsopdrachten.

Takelbedrijven kunnen zich kandidaat stellen, mits zij voldoen aan de gestelde criteria. Het lijkt er echter op dat de combinatie van strakke deadlines, financiële risico’s en uitdagende verkeersomstandigheden het voor takelbedrijven moeilijk maakt om zich onder de huidige voorwaarden in te schrijven. Een mogelijke oplossing zou kunnen zijn om de voorwaarden van de contracten te heroverwegen, wellicht met flexibelere responstijden of aangepaste tarieven, om meer takelbedrijven te interesseren en te zorgen voor een betrouwbare en snelle afhandeling van incidenten op de Vlaamse snelwegen.

Alarm om niets na Flixbus incident in Vlaanderen

Foutje bedankt: RDW in verlegenheid met politieke kentekens.

Het afgelopen weekoverzicht is gevuld met een scala aan gebeurtenissen die variëren van alledaagse technologie tot nationale transportkwesties. Een explosie in een appartement in Knokke door de batterij van een elektrische step zette de veiligheid van dergelijke apparaten in een nieuw licht. Terwijl de oudere bewoner een dappere maar tevergeefse poging deed het vuur te doven, werd hij naar het ziekenhuis overgebracht met symptomen van lichte koolmonoxidevergiftiging. Dit incident benadrukt de potentiële gevaren van huishoudelijke apparaten en de noodzaak van adequate veiligheidsmaatregelen.

Cartoon: © Pitane Blue – brand elektrische step

Op de Consumer Electronics Show (CES) 2024 waren allerlei innovaties te zien, vooral op het gebied van transport, waar AI-gestuurde en autonome voertuigen de show stalen. Deze ontwikkelingen beloven niet alleen een veiliger transport, maar ook een efficiëntere en meer geïntegreerde toekomst van mobiliteit.

Een ongelukkige fout bij de Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW) leidde tot de uitgifte van kentekens met de ‘BBB’-combinatie voor lichte bedrijfswagens. Deze fout werd snel opgemerkt gezien de gevoeligheid van politieke benamingen in kentekenreeksen.

De piloten van Brussels Airlines gingen in staking als reactie op arbeidsomstandigheden en de indexering van hun cafetariaplan. Deze staking, gesteund door de drie belangrijkste vakbonden, is een signaal van de groeiende ontevredenheid onder piloten over hun arbeidsvoorwaarden.

Minister Lydia Peeters bracht wat luchtigheid in de laatste commissievergadering met haar opmerking over taxichauffeurs en diepzinnige gesprekken. Tegelijkertijd blijft de Vlaamse taxisector kampen met nalevingsproblemen, vooral met betrekking tot het Chiron-voorschrift.

De Nederlandse Spoorwegen (NS) lanceerden een creatieve uitdaging voor het publiek om het ultieme Reizigerscadeau te bedenken. Dit initiatief is een poging om de treinervaring te verbeteren en de reizigers te compenseren voor eerdere ongemakken.

Een spannende politieactie vond plaats toen een FlixBus, reizend van Frankrijk naar België, werd aangehouden na meldingen over mogelijke terreurplannen. Hoewel de dreiging ongegrond bleek, toonde het incident de alertheid en paraatheid van de Belgische veiligheidsdiensten.