Tag archieven: onderzoek

Onderzoek Coöperatie DutchCabs U.A. gaat door

Het onderzoek naar paulianeuze rechtshandelingen in het faillisement van Coöperatie DutchCabs U.A. gaat onverminderd door. In het laatste verslag van de curator, wat om de drie maanden een globaal inzicht in de voortgang van het faillissement moet geven, blijkt nog steeds geen antwoord gegeven over mogelijke paulianeuze rechtshandelingen. De curator had wel geconstateerd dat een aantal voertuigen vlak voor datum faillissement werden overgedragen en heeft deze rechtshandeling op grond van de actio pauliana vernietigd en verzocht om de voertuigen terug te brengen in de boedel. De curator heeft vervolgens een bieding ontvangen voor de overname van de voertuigen. Om de uitgebrachte bieding te kunnen beoordelen, werd er een taxatie uitgevoerd. De curator kwam niet tot overeenstemming met de geïnteresseerde partij en heeft met toestemming van de rechter-commissaris de voertuigen middels een openbare veiling geëxecuteerd.

De Faillissementswet heeft als uitgangspunt dat wanneer een schuldenaar weet dat een faillissement niet meer te voorkomen is, alle schuldeisers gelijk moeten worden behandeld. De curator kan transacties die daarmee in strijd zijn vernietigen. Dit benadelend handelen wordt paulianeus handelen genoemd. In de aankomende periode zal de curator zich richten op het incasseren van de debiteuren, het verdere onderzoek naar paulianeuze rechtshandelingen en het verkrijgen van de volledige administratie en continuering van het rechtmatigheidsonderzoek.

De Coöperatie DutchCabs U.A. is opgericht in 2012 en sinds 9 maart 2012 ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel. Vanwege de coronacrisis zou vervolgens de vraag naar taxidiensten terug zijn gevallen. Om deze reden zou het bestuur het faillissement hebben aangevraagd, omdat de baten de lasten niet meer konden dragen. De afgelopen twee boekjaren werden door het bedrijf geen balansen meer gepubliceerd bij de Kamer van Koophandel.

Lees ook: In de kern gezond bedrijf moet niet failliet door COVID-19

openbare verkoop wagens

Onderzoek pilot-route voor hyperloopverbinding

In het grootste stedelijke gebied van Nederland tussen Rotterdam en Amsterdam wordt een pilot-route onderzocht die een eerste stap zou zijn in het creëren van een pan-Europees emissievrij hyperloopnetwerk. De randvoorwaarden en effecten van een hyperloopverbinding voor vracht tussen belangrijke en volume-intensieve knooppunten in de provincies Noord en Zuid-Holland worden onderzocht door een uitgebreide coalitie van (inter) nationale bedrijven, overheden en netwerkorganisaties, zoals vastgelegd in een convenant eerder deze week. Het doel is dat de studie vergelijkbare uitdagingen identificeert en oplossingen biedt voor stedelijke gebieden elders in Europa, waardoor de weg wordt geëffend voor investeringen in hyperloopinfrastructuur over het hele continent. Zo’n netwerk zou het mogelijk maken om goederen in uren in plaats van dagen door Europa te verzenden, terwijl een wereldwijd netwerk de transporttijden zou verkorten tot slechts enkele dagen.

De partijen die aan dit onderzoek deelnemen, maken deel uit van of zijn betrokken bij de grootste exportindustrieën van Nederland. De focus ligt op de drukste binnenlandse/ nationale goederencorridor tussen de steden Rotterdam en Amsterdam. Het verbinden van producenten, handelaren, kopers en logistieke knooppunten op deze corridor met een hyperloop, biedt de potentie om met bestaande modaliteiten het transport drastisch te verminderen en de snelheid en betrouwbaarheid van de levering aanzienlijk te verhogen. Dit zou een bruto verlaging van de onderhoudskosten voor bestaande infrastructuur betekenen en zou het congestieprobleem verlichten. Ook zou een aanzienlijke verbetering van de luchtkwaliteit in het dichtbevolkte gebied kunnen worden bereikt door de CO2-uitstoot te verminderen. Dit laatste zou voor de transportsector een grote stap zijn in het realiseren van haar ambities om de doelen van het klimaatakkoord te halen.

Walther Ploos van Amstel, econoom en lector Stadslogistiek aan de Hogeschool van Amsterdam: “De hyperloop is een ‘gamechanger’ voor transport, net als de container in de jaren 60 van de vorige eeuw. Het concurrentievermogen van regio’s zal veranderen. Nederland moet daar nu als logistieke mainport van Europa van profiteren. ” 

Een eerste commerciële hyperloop-applicatie
De actieve betrokkenheid van deze partijen gebeurt onder de vlag van het Hyperloop Development Program (HDP), een publiek-private samenwerking voor de ontwikkeling van hyperloop die eind 2020 is aangekondigd. De HDP wordt financieel ondersteund door de Nederlandse rijksoverheid en richt zich op het ontwikkelen van hyperloop, als nieuwe duurzame manier van vervoer, voor zowel passagiers als vracht. Het identificeren en verkennen van het potentieel van de eerste vrachtroutes is de eerste van de vele activiteiten. Een cargohyperloop-systeem vereist een kleinschaliger infrastructuur dan het passagierssysteem en wordt binnenkort getest in het European Hyperloop Centre in de Nederlandse provincie Groningen. Na voltooiing van deze tests is het systeem klaar voor commerciële exploitatie.

Een vracht-hyperloop kan grote voordelen bieden voor de AGF-industrie, die een aanzienlijk deel van de Nederlandse export voor haar rekening neemt. “Deze samenwerking is een belangrijke stap in de ontwikkeling van deze nieuwe modaliteit voor goederen, waarmee we sneller en met hogere capaciteit tegen lagere kosten kunnen leveren. We kunnen goederen vervoeren met een snelheid die zeer concurrerend is met vrachtwagens, met frequentere en kleinere zendingen. Doordat het systeem autonoom en integraal werkt, kan de capaciteit met platooning on-demand worden aangepast “, zegt Rik Roeske, projectleider van de cargohyperloop,” dat geldt natuurlijk niet alleen voor de Nederlandse industrie. Veel andere markten, zoals e-commerce en pharma wereldwijd, profiteren ook van de hyperloop. ” 

Gezamenlijke haalbaarheidsstudie
De studie heeft betrekking op onderwerpen als productvereisten, integratie, sociaaleconomische kosten en baten en exploitatie en onderhoud en het besluitvormingsproces voor mogelijke vervolgstappen en zal medio 2022 worden afgerond. De deelnemende partijen brengen allemaal waardevolle ervaring, kennis en data mee die nodig zijn om de haalbaarheid van een hyperloopsysteem voor vracht te beoordelen. Dit meldt Hardt op hun website.

Foto onder: Beeldbank Hardt.global

Lees ook: Wordt Hyperloop duurzaam vervoer van de toekomst?

Hyperloop integratie

VWS start praktijkproef Quarantaine Reischeck

Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) start een praktijkproef met de zogenaamde Quarantaine Reischeck. Dit is een online hulpmiddel dat reizigers gaat ondersteunen bij het maken van de juiste gedragskeuzen na terugkeer in Nederland in coronatijd. Reizen van en naar Nederland is op dit moment strikt beperkt tot noodzakelijke reizen. Dit is dan ook de eerste mededeling die reizigers in de reischeck te zien krijgen. Voor alle inkomende reizigers geldt een strikt quarantaineadvies. Dat wordt in de Reischeck nader uitgelegd. De proef onder een eerste groep van deze reizigers die om noodzakelijke redenen reist, start op 7 januari.

Uit onderzoek blijkt dat een groot deel van de bevolking het dringende quarantaineadvies onderschrijft, maar het lastig vindt daar opvolging aan te geven. Dat geldt in het bijzonder voor inkomende en terugkerende reizigers. Slechts 27% van hen houdt zich aan de geldende quarantainemaatregelen. Die houden op dit moment in dat elke reiziger na aankomst uit vrijwel elk land 10 dagen in quarantaine moet gaan. Ook nu het reizen zeer beperkt is en in ieder geval tot 15 maart 2021 alleen in noodzakelijke gevallen mag, is het van het grootste belang dat men deze richtlijn opvolgt.

Met behulp van een praktische, digitale checklist kunnen reizigers nagaan, welke stappen zij moeten nemen als zij terugkeren. Zo wordt het hen gemakkelijker gemaakt in quarantaine te blijven. De Quarantaine Reischeck kan steeds worden aangepast aan de actuele beleidsmaatregelen. Zo weet een reiziger altijd welke maatregelen op dat moment van toepassing zijn. Aan inkomende reizigers wordt in de proef via social media gevraagd de Quarantaine Reischeck te gebruiken

De Quarantaine Reischeck slaat geen persoons- of andere gegevens op, maar is slechts een hulpmiddel bij het maken van de juiste keuzen. Reizigers krijgen direct te zien dat reizen beperkt is tot noodzakelijke reizen en worden vooraf, tijdens en bij terugkeer geïnformeerd over het dringende quarantaine advies. De Quarantaine Reischeck is de afgelopen weken op kleine schaal getest en aangescherpt. Nu volgt een praktijkproef die is gericht op een eerste groep inkomende reizigers. Op basis van de resultaten van de proef wordt de Reischeck verbeterd en afgerond zodat dit hulpmiddel beschikbaar is voor alle reizigers. Hij komt dan ook in andere talen dan Nederlands beschikbaar. De Reischeck wordt breed inzetbaar wanneer reizen op termijn ook voor vakantie en familiebezoek weer mogelijk is. Bij de invoering van de Quarantaine Reischeck worden organisaties in de reisbranche intensief betrokken.

Lees ook: Van de ene dag op de andere 20.000 ritten minder in de spits

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

E-bike markt is aan het groeien blijkt uit onderzoek GfK

Uit cijfers van de jaarlijkse GfK E-bike Monitor 2020 blijkt dat de afgelopen 12 maanden meer Nederlandse consumenten een e-bike hebben aangeschaft dan een jaar eerder. En de verwachting is zelfs dat de e-bike markt volgend jaar weer gaat groeien. De komende 12 maanden overwegen namelijk steeds meer consumenten een e-bike aan te schaffen dan een jaar eerder.

Opvallend is dat de Nederlandse consument meer heeft besteed aan een e-bike dan het jaar daarvoor. De gemiddelde prijs die men uitgeeft aan een e-bike is met ruim 10% gestegen naar €2.191. Daarnaast is ook te zien dat een groot deel van de huidige kopers aanvullende diensten afnemen. Hierbij kun je denken aan een onderhoudscontract, pechhulp of een verzekering. Zo sloot maar liefst 66% van de Nederlanders een anti-diefstal verzekering af bij de aanschaf van een e-bike.

Meer bewegen neemt toe als motivatie
De voornaamste reden voor consumenten om een e-bike aan te schaffen is “makkelijk lange afstanden kunnen leggen”. Het onderzoek toont ook aan dat men de e-bike steeds meer is gaan gebruiken om meer te bewegen. Gelet op de beperkte mogelijkheden om te sporten door COVID-19, is de e-bike hiermee een goed alternatief geworden om toch te blijven sporten. Gemiddeld fietst men zo’n 43 kilometer per week met de e-bike.

Fidae Selmani, Account Manager Bikes bij GfK zegt: “De e-bike markt groeit al jaren en in 2020 is de markt voor e-bikes zelfs exponentieel gestegen. Omdat er recreatief steeds minder mogelijk is, zijn er steeds meer mensen gaan fietsen in hun vrije tijd. De e-bike is hierdoor nog meer in populariteit toegenomen. Ook zien we een stijgende groep consumenten die van plan is hun huidige e-bike te vervangen voor een nieuwe.”

Nederlandse e-bike markt volwassener dan België en Duitsland
Het onderzoek laat duidelijk zien dat de Nederlandse e-bike markt volwassener is dan de Belgische en Duitse markt. Zo is de groep Nederlandse consumenten die een tweede e-bike gaat aanschaffen een stuk groter dan in België en Duitsland. Daarnaast wordt de e-bike in Nederland ook meer gebruikt.  30% van de potentiele e-bike kopers in Nederland heeft al een e-bike in hun bezit. Dit is fors meer ten opzichte van Duitsland en België, waar respectievelijk 13% en 18% in het bezit is van een e-bike.

Er zijn dus genoeg groeikansen voor fabrikanten en retailers in de buurlanden. Echter moet er wel rekening gehouden worden met duidelijke verschillen in de leeftijdsgroepen ten opzichte van de Nederlandse markt. Hoe deze doelgroepen verschillen en wat de customer journey is bij de aanschaf van een e-bike wordt uitgebreid toegelicht in dit jaarlijkse e-bike consumentenonderzoek. Dit meldt GfK middels dit persbericht op hun website.

Lees ook: Grootste e-bike aanbieder in Nederland van start in België

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp


software koppelen aan Chiron
Pitane Blue App

Rapport aangeboden vliegen over conflictgebieden


Luchtvaartmaatschappijen hebben voldoende oog voor de risico’s voor het vliegen over conflictgebieden. Dat blijkt uit het onderzoek ‘Overvliegen conflictgebieden’ dat de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) heeft gedaan in opdracht van minister Cora van Nieuwenhuizen van Infrastructuur en Waterstaat (IenW). Het rapport is aan de Tweede Kamer aangeboden. Dit meldt de Inspectie Leefomgeving en Transport op hun website middels dit bericht.

Veiligheidsmanagementsysteem

Minister Van Nieuwenhuizen wilde weten of de luchtvaartmaatschappijen de veiligheidsrisico’s van vliegen boven een potentieel gevaarlijke zone zorgvuldig genoeg beoordelen. Het onderzoek van de ILT richtte zich vooral op het functioneren van het veiligheidsmanagementsysteem. De ILT heeft onderzocht hoe in dat systeem de besluitvorming procedureel tot stand komt en of dat zorgvuldig gebeurt.

Besluitvorming

Alle luchtvaartmaatschappijen die aan dit onderzoek deelnamen zien het overvliegen van conflictgebieden als een zeer serieus onderwerp. De besluitvorming over dit onderwerp vindt bij alle onderzochte maatschappijen zorgvuldig plaats met doorlopende afweging van de veiligheidsrisico’s.

Informatie

Nederlandse luchtvaartmaatschappijen zijn zelf verantwoordelijk om de gevaren en risico’s in kaart te brengen om al dan niet over conflictgebieden te vliegen. De ILT merkt daarbij op dat de maatschappijen in voldoende mate beschikken over informatie over onder andere (alternatieve) vliegroutes, geopolitieke omstandigheden en krachtenvelden en over de militaire mogelijkheden van landen betrokken bij een conflictgebied. Omdat de dreigingsinformatie op basis waarvan besloten wordt strikt vertrouwelijk is, heeft de ILT alleen een oordeel over het besluitvormingsproces en de zorgvuldigheid waarmee dat plaats vindt.

Lees voor: ILT controleert naleving arbeids- en rusttijden taxichauffeurs

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp


software koppelen aan Chiron

Meeste jongeren dragen liever geen fietshelm

Vier op de vijf jongeren dragen geen fietshelm tijdens het fietsen en zal dat in de toekomst ook niet doen. De voornaamste reden om volgens jongeren geen helm te dragen, is dat zij het niet nodig vinden, blijkt uit onderzoek van stichting TeamAlert.

De fiets is een van de meest gebruikte vervoersmiddelen in Nederland en heeft een prominente rol in het Nederlandse verkeer. Hierdoor heeft de fietser een groot aandeel in het aantal verkeersdoden. In 2019 stierven er bijvoorbeeld 203 fietsers, waaronder 17 jongeren. Eén van de manieren om dit aantal te verlagen, is het dragen van een fietshelm. Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV) schat in dat als men een fietshelm draagt er 85 verkeersdoden per jaar bespaard kunnen worden.

Over het algemeen staat de fietser negatief tegenover het dragen van een fietshelm. Stichting TeamAlert deed kwantitatief onderzoek naar hoe jongeren naar de fietshelm kijken. Uit het onderzoek, met 514 respondenten, komt naar voren dat vier op de vijf jongeren nooit een fietshelm dragen tijdens het fietsen. Slechts 1,2% van de ondervraagden draagt een helm op een gewone fiets of e-bike, voornamelijk omdat hun werkgever (bijvoorbeeld een maaltijdbezorger) dat verplicht. De overige groep jongeren (19%) draagt een helm op de racefiets of de mountainbike.

‘Niemand draagt fietshelm’
De voornaamste reden die jongeren geven om geen fietshelm te dragen, is dat zij dit onnodig vinden. Jongeren zijn van mening dat de kans op een ongeluk klein is en dat de snelheden op een stadsfiets vrij laag zijn. Daarnaast vindt een ruime meerderheid van de jongeren de fietshelm onhandig om mee te nemen en er stom uitzien. Vier op de vijf jongeren zullen ook in de toekomst geen helm dragen, slechts 5% van de ondervraagden wil dit wel doen.

Een belangrijke reden voor jongeren om geen fietshelm te dragen, is dat anderen om hen heen dit ook niet doen. Vier op de vijf jongeren kennen niemand in hun omgeving die een fietshelm gebruikt. Als zij iemand kennen die wel een helm draagt, dan zijn dat wielrenners of kwetsbare ouderen. Slechts 10% van de ondervraagde jongeren heeft iemand in hun omgeving die het belangrijk vindt dat zij een helm dragen.

Wel hebben jongeren het gevoel dat een fietshelm hen zal beschermen, mochten zij op de fiets een ongeval hebben met een auto. 85,6% van de ondervraagde jongeren vindt de fietshelm veilig. Ook schatten de meeste jongeren in dat een helm kan bijdragen aan het voorkomen van hoofdletsel na een ongeluk. Toch vinden de meeste jongeren dat ze geen helm hoeven te dragen, omdat onder meer het fietsen daarvoor niet gevaarlijk genoeg is. Jongeren zijn zich dus wel bewust van de voordelen van de helm, maar deze wegen niet op tegen mee dan de nadelen om daadwerkelijk een helm te dragen.

Lees ook: Gentse taxisector krijgt jaar uitstel voor elektrificatie wagens

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp


ALD Automotive doet onderzoek naar het gebruik van de fiets

ALD Automotive deed onder bijna 1.500 werkende Nederlanders onderzoek naar het fietsgebruik. Hoe vaak fietsen zij naar het werk, wat zijn de beweegredenen en hoe ver zijn zij bereid om te fietsen? Voor Fiets naar je Werk Dag, dit jaar op donderdag 24 september, heeft ALD Automotive de volgende feiten verzameld. Zeker 96% van de werkende Nederlanders heeft een fiets. En het grootste deel van de professionals gebruikt het voor woon-werkverkeer (63%). 34% geeft aan nooit naar het werk te fietsen omdat zij vinden dat ze te ver weg wonen van het werk, geen fiets hebben of de auto nodig hebben voor het werk.

Jongeren fietsen het meest
Van de groep die wel naar het werk fietst doet 19% dat elke dag. De groep 18 tot 29-jarigen heeft hierin het grootste aandeel met 26%, de groep 60+ volgt daarop met 24%. 13% stapt 3 tot 4 dagen per week op de fiets en 11% een à twee keer per week. 8% van alle professionals geeft aan alleen met mooi weer te fietsen. Door COVID-19 denkt 30% nu wel vaker de fiets naar het werk te pakken.

Lonneke van der Horst, Marketing & Strategy Director: ‘Je ziet dat de vraag naar een andere manier van reizen mede door COVID-19 toeneemt. Er is onder meer een groeiende vraag naar individueel vervoer zoals de fiets, omdat dat voor nu veiliger is. Werkgevers komen steeds vaker bij ons met de vraag hoe ze een e-bike in het leaseaanbod kunnen meenemen’.

Professionals in het westen fietsen het meest, Friezen en Groningers het minst
De provincies Noord- en Zuid-Holland en Utrecht zijn het best vertegenwoordigd in de groep die dagelijks fietst. In deze provincies stapt 31% elke dag op de fiets. 30% van de professionals die dagelijks fietst, woont in de grote stad (Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en randgemeenten). In de zuidelijke provincies (Noord-Brabant, Limburg en Zeeland) fietst 21% elke dag naar het werk. Overijssel, Gelderland en Drenthe volgen met 14%. Friesland en Groningen sluiten de rij met 4% van de professionals die elke dag naar het werk fietst.

Lange afstanden
Opvallend is dat men best bereid is flinke afstanden af te leggen. 50% vindt 15 kilometer naar het werk fietsen een acceptabele afstand. Er zijn zelfs uitschieters van professionals die hun hand niet omdraaien voor een afstand van 25 tot 35 kilometer (13%). Op de vraag op wat voor fiets zij het liefste naar het werk fietsen, doet 43% dat bij voorkeur op een e-bike die tot 25 km per uur kan, 39% stapt liever op een reguliere stadsfiets en 9% gaat voor snelheid en kiest de speed pedelec.

Vitaliteit en duurzaamheid
Uit het onderzoek van ALD Automotive blijkt ook dat vitaliteit (81%) en duurzaamheid (43%) de belangrijkste redenen zijn om de fiets te gebruiken voor woon-werkverkeer. Een kwart van de professionals noemt COVID-19 als een reden is naar het werk te fietsen. Lonneke van der Horst: “Momenteel is iedereen nog bewuster bezig met zijn of haar gezondheid en het milieu. De fiets past natuurlijk heel goed in dat plaatje.” Tot slot zijn de kosten voor veel professionals een motivatie om te fietsen. 56% vindt de fiets vooral een goedkoper alternatief voor de auto of het ov.

Lees ook: Reissector doet dringende oproep aan Europese Commissie

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp


Vakantiegangers verwachten weer te kunnen reizen in 2021

Het is een totaal andere zomer geweest als andere jaren. Hopelijk is de zomer van 2021 anders. We hebben door de gevolgen van de coronacrisis niet kunnen gaan en staan waar we eigenlijk zouden willen. Vele vakanties liepen uit op een annulering. De coronazomer is voorbij. Na een zomer van thuisblijven, dag uitstapjes in eigen land, geklus in en rondom het huis, en het vele tuinieren verwacht het grootste deel van de Nederlandse vakantiegangers de zomer van 2021 weer normaal te kunnen reizen. 

Dat blijkt uit onderzoek van Vliegtickets.nl. Meer dan de helft (54%) van de ondervraagden verwacht in de zomer van 2021 weer te kunnen reizen zoals voor het coronatijdperk, terwijl 36% verwacht dat dat zal afhangen van de beschikbaarheid van een vaccin. De verwachting van de zomer van 2021 is in ieder geval anders dan de realiteit van deze zomer. 66,9% geeft namelijk aan in Nederland te zijn gebleven. Bijna de helft van de ondervraagden (48,2%) bleef thuis, terwijl 18,7% elders in Nederland op vakantie ging.   

Minder leuke zomer  

Van de ondervraagden had meer dan 88% al een vakantie gepland. Slechts 12% van die mensen kon zonder problemen op vakantie vertrekken. De overige vakantieplannen gingen in het geheel niet door (53,6%) of moesten gewijzigd worden (22,8%). Liefst 62% ervaarde de zomer als minder leuk dan normaal. 

Lees ook: Taxibedrijven hebben het moeilijk ondanks derde steunpakket

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp

Deutsche Bahn onderzoekt besmettingskansen in treinen

Er is geen verhoogd risico op COVID19 voor werknemers in langeafstandstreinen van Deutsche Bahn (DB). Dit blijkt uit de eerste studie van een gezamenlijke studie van DB Fernverkehr en de Charité Research Organization. Het doel van het onderzoek, dat enkele maanden zal duren, is om wetenschappelijk gedegen kennis op te doen over het infectieproces in treinen.

De centrale vraag was of de situatie van treinbegleiders, die tijdens hun werk aan een groot aantal klantcontacten worden blootgesteld, verschilt van die van die groepen medewerkers die tijdens hun werk geen of weinig contact hebben met anderen. Van de 1.072 evalueerbare PCR-tests voor de detectie van acute infecties was slechts één medewerker positief. Alle andere testresultaten waren negatief. Bij de 1.064 evalueerbare bloedonderzoeken op antistoffen hadden de treinbegeleiders de laagste waarde met 1,3 procent. Bij de overige medewerker groepen zonder klantcontact (machinisten en onderhoudspersoneel) was dat 2,7 procent. Dit betekent: Het aandeel treinbegeleiders met bewezen SARS-CoV-2-antistoffen was in de onderzochte steekproef niet verhoogd in vergelijking met de andere beroepsgroepen.

Martin Seiler, directeur Personeelszaken van Deutsche Bahn: ‘We hebben nu de eerste wetenschappelijke bevindingen in Duitsland over de coronagebeurtenissen in treinen. Voor ons als werkgever is het belangrijk dat onze medewerkers aan boord niet worden blootgesteld aan een verhoogd risico om COVID19 op te lopen. De eerste resultaten van het onderzoek laten zien dat ons concept van bescherming en hygiëne effectief is’.    

Volgens de analyses van de Charité Research Organization (CRO) zijn er geen aanwijzingen voor een verhoogd aantal SARS-CoV-2-antilichamen, wat een indicatie is van een mogelijk verhoogd risico op infectie, voor treinpersoneel, die doorgaans aanzienlijk langere periodes in treinen doorbrengen dan passagiers op de treinen.

Berthold Huber, lid van de Raad van Bestuur van het Personenvervoer van de Deutsche Bahn: ‘We moeten nog steeds oppassen, maar over het reizen per trein hoeven we ons geen zorgen te maken. Reizen met de trein is veilig en de hygiënische en beschermende maatregelen die de federale overheid, staten en wij als DB samen hebben genomen, zijn effectief’.

Meer dan 600 willekeurig geselecteerde treinbegeleiders, meer dan 200 treinbestuurders en meer dan 200 onderhoudstechnici bij langeafstandsvervoerbedrijven in Berlijn, Hamburg, Frankfurt am Main en München namen van 29 juni tot 3 juli deel aan een eerste testfase. Op basis van de geselecteerde steekproefomvang zijn de resultaten van de toetsing representatief voor de populatie van de onderzochte werknemersgroepen. De proefpersonen werden onderworpen aan een PCR-test van neus- en keeluitstrijkjes en een antilichaamtest. Zo werd zowel de acute besmettingsstatus geregistreerd als werd nagegaan of er eerder al een coronabesmetting had plaatsgevonden. Daarnaast gebruikten de deelnemers een vragenlijst om onder meer informatie te geven over eerdere ziektes om epidemiologische bevindingen af te leiden. Het onderzoeksproject verloopt in drie fasen. Op deze manier kan ook rekening worden gehouden met eventuele toekomstige veranderingen in het besmettingspercentage. Een tweede testronde vindt plaats in oktober, en een derde staat gepland voor februari 2021.

foto boven: Mediaportaal Deutsche Bahn

Lees ook: Eurostar rijdt pas vanaf half december in de weekenden

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp

Aanzetten straatverlichting werd uitgesteld wegens COVID-19

Vanwege de actualiteiten rond het stikstofdossier en COVID-19, is er beperkte capaciteit in de markt om de onderzoeken uit te voeren en is het niet gelukt om dit voorjaar te starten. Minister van Nieuwenhuizen schreef aan de Kamer dat het aanzetten van de straatverlichting op de snelwegen is uitgesteld. In een brief van 16 december 2019 informeerde zij de Kamer over de voortgang van het aanzetten van de verlichting op de autosnelwegen. Zij gaf aan dat op ca. 80 kilometer autosnelweg de verlichting weer aanblijft tussen 23 en 5 uur en kondigde aanvullende veldonderzoeken aan voor de locaties waar een potentieel knelpunt niet valt uit te sluiten.

beperkte capaciteit

Het voornemen was om de veldonderzoeken in 2020 uit te voeren. De Wet Natuurbescherming kent voor de uitvoering van dit veldonderzoek strikte voorschriften: er dient onderzoek te worden gedaan naar alle diersoorten in alle verschillende vast voorgeschreven periodes, waaronder het voorjaar. Hiervan kan niet worden afgeweken, omdat anders niet de vereiste informatie beschikbaar is voor besluitvorming. Daarom werd ervoor gekozen om het veldwerk in zijn geheel door te schuiven naar 2021 (start april). Er is volgend jaar voldoende onderzoekscapaciteit beschikbaar, de planning is stabieler en het werk kan efficiënter als één pakket worden uitgevoerd.

regeerakkoord

Sinds het voorjaar van 2013 gaan op sommige snelwegen ‘s avonds na 21.00 uur of na 23.00 uur de lampen uit. De wegen waar dat gebeurt zijn bij elkaar zo’n 550 kilometer lang. In het regeerakkoord werd al afgesproken dat de maatregel zou worden teruggedraaid op plaatsen waar de verkeersveiligheid erbij gebaat is dat de verlichting de hele nacht blijft branden. Nieuw onderzoek wees uit dat verlichting in het algemeen zowel de verkeersveiligheid als de beleving daarvan verbetert. Voor van Nieuwenhuizen was dat reden genoeg de lampen weer aan te laten. 

“Daarbij dien ik wel rekening te houden met de Wet natuurbescherming”, aldus de minister. Die wet verbiedt activiteiten die leiden tot het opzettelijk verstoren van beschermde diersoorten. Daarom moet eerst in kaart worden gebracht welke soorten zich waar bevinden en waar sprake kan zijn van ongeoorloofde verstoring.”, aldus de Minister Cora van Nieuwenhuizen. 

Dat onderzoek zou naar verwachting ongeveer een halfjaar in beslag maar is nu aanzienlijk veel langer geworden.

Lees ook: Zes op tien snelwegongevallen bij op- of afrit

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp

Cora van Nieuwenhuizen


Knooppunt Kleinpolderplein zorgt voor gevaarlijke situaties

ANWB-leden vinden de snelweg bij het Kleinpolderplein een uitdaging. Weggebruikers zeggen dat ze op het Kleinpolderplein op de A13 bij Rotterdam op de snelweg zoveel informatie moeten verwerken, dat ze abrupt moeten wisselen van rijstrook. Dit kan tot gevaarlijke situaties leiden. Dat blijkt uit een kwalitatief onderzoek onder 143 ANWB-leden. Het Kleinpolderplein is een klein stuk snelweg met zeer druk verkeer en op korte afstand van elkaar veel afritten. Ondanks de snelheidslimiet van 80 km per uur is het voor weggebruikers een uitdaging om in een kort tijdbestek de juiste afweging te maken. Ze moeten op de bewegwijzeringsborden letten, de juiste afslag nemen en op het overige verkeer letten.

Aanleiding voor het onderzoek is het verhoogde aantal ongevallen op deze plek. In de periode van 2015 tot 2017 zijn hier meer dan 40 ongevallen gebeurd. Een derde van die ongevallen was met letsel. De ANWB heeft Rijkswaterstaat hulp aangeboden om meer inzicht te krijgen in de oorzaak hiervan. Dit is gedaan door ANWB-leden korte filmfragmenten te laten zien en daarbij een aantal vragen te stellen. Er zijn zowel weggebruikers betrokken die geregeld via het knooppunt rijden, als mensen die dit traject niet zo vaak afleggen. Het onderzoek is in de loop van mei en juni van dit jaar uitgevoerd.

Dit stuk snelweg kan vooral veiliger gemaakt worden door minder bestemmingen op de bewegwijzeringsborden te zetten en met name meer afstand tussen de borden aan te houden, zo geven de ondervraagden aan. Automobilisten hebben zo meer tijd om informatie te verwerken. Ook kan er met betere belijning meer duidelijkheid worden gecreëerd bij de keuze van een rijstrook. Hiermee kan het vele abrupte wisselen van rijstrook worden voorkomen. De ANWB constateert dat ledenonderzoeken in korte tijd veel informatie opleveren. Betrokkenheid van leden is hoog en men is zeer bereid mee te denken over oplossingen.

Lees ook: Nieuwe delen code oranje in Frankrijk, België en Spanje

 

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp

Mensen willen graag thuiswerken om spits te vermijden

Veel werkenden die de afgelopen periode min of meer verplicht hebben thuisgewerkt, zijn daar positief over, zo blijkt uit representatief onderzoek van de ANWB onder 2.000 Nederlanders. Ongeveer 60% wil na de crisis twee of meer thuiswerkdagen behouden. Dat de ANWB een positief sentiment onder de thuiswerkers aantreft biedt, met de juiste aanpak, kansen voor reizen in de spits zonder oponthoud.

De ANWB signaleert een sterkte afname van files tijdens de spits dankzij het thuiswerken, terwijl de verkeersintensiteit op de wegen op hetzelfde niveau is als voor corona. De ANWB wil daarom het positieve sentiment over thuiswerken benutten voor het terugdringen van drukte in de spits.

Werkgevers moeten nu aan de slag gaan met een thuiswerkbeleid voor de periode na de coronacrisis vindt de ANWB. Niet alleen om aan de wensen van de thuiswerkende medewerkers te voldoen, maar ook om files tijdens de spits te beperken en spitsdrukte in het openbaar vervoer weg te nemen. Mensen die geen alternatief hebben, kunnen zo comfortabel en zonder oponthoud reizen. Ook bepleit de ANWB het gebruik van de fiets of e-bike. Eerder onderzoek van de ANWB gaf al aan dat 27% van de Nederlanders vaker met de fiets of e-bike wil reizen.
Slechts 21% van de deelnemers aan het onderzoek wil weer elke dag naar kantoor. Van de mensen die al thuiswerkervaringen hadden zegt 67% dat nog vaker te willen doen. Of dat ook mogelijk is hangt in hoge mate af van de houding en het beleid van de werkgever, aldus 71% van de thuiswerkers.

De resultaten van het onderzoek liggen in lijn met het sentiment van thuiswerkende ANWB-medewerkers. Onderzoek onder 1.200 medewerkers wijst uit dat zij nog positiever staan tegenover thuiswerken. Na de crisis zou twee of drie dagen thuiswerken de norm kunnen worden, aldus de ANWB. De uitkomsten van het onderzoek heeft de ANWB gebruikt voor een visie op thuiswerken, werken op kantoor en spits mijden. Belangrijke uitgangspunten daarbij zijn om zoveel als mogelijk de spits mijden en afhankelijk van de werkzaamheden, werken ANWB-medewerkers thuis of op kantoor.

Foto rechtsboven: https://www.anwb.nl/

Lees ook: Meer gebieden Spanje dicht door corona besmettingen

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp

Omstandigheden goed op de voor anker liggende zeeschepen

Tussen half mei en eind juni 2020 onderzocht de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) samen met de Kustwacht de werk- en leefomstandigheden aan boord van 32 op de Noordzee ten anker liggende zeeschepen. Uit het onderzoek blijkt dat regels over het algemeen goed worden nageleefd en bemanning wordt doorbetaald. Dit staat op de website van de Inspectie Leefomgeving en Transport.

Schepen liggen door de coronacrisis soms lange tijd voor de Nederlandse kust ten anker: op een bepaald moment liggen zelfs 289 zeeschepen in de zogenoemde ankervakken. De kapiteins zijn bevraagd op aspecten als salarisbetaling, aflossing bemanning, bevoorrading, afvalbehandeling en brandstofvoorziening. Eind juni is opnieuw contact opgenomen met 7 schepen die dan nog steeds in de ankervakken liggen. 

Tijdens het onderzoek blijkt dat 23 kapiteins geen zicht hebben op hoelang ze nog voor anker blijven liggen. Eenzelfde aantal weet niet wanneer de bemanning wordt afgelost. Dat is een punt van zorg. Bemanningsleden zitten soms noodgedwongen al maanden langer aan boord dan contractueel vastgelegd. De belangrijkste oorzaak hiervan is de lock-downsituatie in veel bestemmingslanden zoals India en de Filipijnen. Positief is dat op alle bevraagde schepen de bemanning normaal en op tijd uitbetaald krijgt. Op 2 schepen krijgt de bemanning een extra bonus in de vorm van loon en telefoonkaarten.

Om het risico voor milieuvervuiling te achterhalen is de kapiteins ook gevraagd hoe ze omgaan met hun afval en brandstof. Uit de antwoorden blijkt dat afval regelmatig wordt afgegeven in de ankervakken. Door enkele kapiteins wordt specifiek aangegeven dat dit goed geregeld is. Twee schepen hebben brandstof getankt (gebunkerd) in het ankervak. 3 schepen hebben ten tijde van het gesprek nog voor minder dan 14 dagen laagzwavelige brandstof aan boord. Het gebruik van laagzwavelige brandstof is op de Noordzee verplicht.

Een aantal schepen heeft voor minder dan 14 dagen drinkwater of voedsel aan boord. 1 schip heeft geen drinkwater meer in voorraad en produceert dit zelf. Volgens de WHO-standaarden is dit niet toegestaan. 1 schip heeft proviand geleverd gekregen in het ankervak. Bij de nacontrole blijkt dat de schepen die nog steeds voor anker liggen inmiddels voldoende vers proviand, water, brandstof en reserveonderdelen aan boord hebben. De ILT en de Kustwacht houden een vinger aan de pols en gaan zo nodig aan boord voor een inspectie. Een groot aantal kapiteins geeft aan blij te zijn met deze aandacht van de Nederlandse instanties.

Lees ook: Coolblue gaat hun netwerk uitbreiden naar Duitsland

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp

Nederland en Singapore zijn klaar voor zelfrijdende auto

Uit de KPMG Autonomous Vehicles Readiness Index 2020 blijkt dat Nederland klaar is voor elektrische zelfrijdende auto’s. Volgens Stijn de Groen hebben de meeste landen duidelijke progressie geboekt. Nederland staat op plaats 2 van een lijst van 30 landen. Singapore staat op nummer 1 van deze lijst en Noorwegen op de 3e plaats. In 2019 stond Nederland op de 1e plaats en Singapore op plaats 2 in deze lijst. 

‘De meeste landen hebben in het afgelopen jaar duidelijk progressie geboekt’, zegt Stijn de Groen, Lead for Mobility 2030 en strategie consultant bij KPMG. De Groen: ‘Wij zien duidelijk dat steeds meer overheden zich richten op het ontwikkelen van aangepaste regelgeving en op het bevorderen van maatschappelijke acceptatie van de technologie. We hopen dat onze index daar een bijdrage aan levert door de ontwikkeling en de verschillen in aanpak tussen de landen expliciet te maken. In de 2018, 2019 en 2020 editie van de AVRI staat Nederland er goed voor. Maar als ik de logica van de index volg, ben ik bang dat Nederland uiteindelijk niet het land gaat zijn waar autonome voertuigen het eerste zullen worden geïntroduceerd’.

Volgens het onderzoek heeft Nederland goed onderhouden wegen en een goed functionerend laadnetwerk op veel plaatsen voor elektrische auto’s. Nederland scoort ook hoog op het gebied van regelgeving en beleid gericht op het experimenteren en testen van zelfrijdende voertuigen. In dertig landen is onderzoek gedaan op basis van belangrijke punten voor een grootschalige en succesvolle introductie van zelfrijdend vervoer.

‘Nederland heeft een kwalitatief hoogwaardig maar relatief kleine industrie die zich bezighoudt met de ontwikkeling van autonome voertuigen en benodigde technologie. De innovaties op dit vlak zullen eerder uit Israël, de Verenigde Staten of Japan komen. Deze landen scoren nu al hoog op het vlak van Technologie en Innovatie en zullen bij verdere stimulering op de andere drie pijlers, zoals beleid en regelgeving, maar ook door investeringen in infrastructuur, verder op de index omhoogklimmen’, aldus Stijn de Groen.

Lees ook: Vliegverkeer op Schiphol neemt weer toe deze maand

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp

Kantoor Den Haag

Mensen blijven toch thuis deze zomer door corona

[responsivevoice_button voice=”Dutch Female” buttontext=”lees voor”]

Nu de maatregelen rondom het coronavirus wereldwijd weer langzaamaan versoepeld worden, en veel landen hun grenzen weer openstellen voor toeristen zou je denken dat mensen aankomende zomer weer op vakantie willen gaan. Tot 15 juni staat het reisadvies op de website van Buitenlandse Zaken voor alle landen op oranje, dit houdt in dat alle vakanties naar het buitenland worden afgeraden. 

Vanaf 15 juni wordt het reisadvies aangepast naar geel en is het volgens de website weer mogelijk om op vakantie te gaan naar andere landen binnen de EU. Echter blijft het reisadvies wel oranje als een land het coronavirus nog niet genoeg onder controle heeft, quarantaine oplegt bij aankomst in het land of geen Nederlandse toeristen verwelkomt.

Veel mensen vertalen de boodschap naar ‘mogen’ en ‘niet mogen’, maar een reisadvies is een advies, zegt Williemien Veldman van Buitenlandse Zaken. “Daarmee doen we ook een beroep op de eigen verantwoordelijkheid van mensen. Dat ze zelf de inschatting maken of ze op vakantie willen naar het buitenland in deze onzekere coronatijden.”

Uit onderzoek onder ruim 29.000 personen blijkt dat 48 procent van deze personen niet op zomervakantie gaat dit jaar. Dat is bijna de helft van Nederland. Door de gevolgen van de coronacrisis blijven veel mensen liever thuis. Dit omdat ze het veiliger vinden om met de coronacrisis rondom huis te verblijven. Ze weten in Nederland waar ze aan toe zijn met betrekking tot de coronamaatregelen.

Van de ruim 29.000 personen wil één derde (33 procent) wel op vakantie gaan. Ongeveer 42 procent van hen wil wel in Nederland op vakantie gaan, zodat als er een nieuwe uitbraak komt of iets misgaat, ze dicht bij huis zijn. EenVandaag meldt dat mensen reizen met het vliegtuig als een risico op coronabesmetting zien. 

Ongeveer 20 procent wil nog vliegen naar een vakantiebestemming, voor de coronacrisis was dit 39 procent.72 procent zegt met de auto op vakantie te willen gaan, voor de coronacrisis was dit 51 procent. Uiteindelijk is het aan iedereen zelf om te beslissen wel of niet op vakantie te gaan, gebruik vooral je gezonde verstand.

Lees ook: Niet alle touringcarbedrijven doen mee aan corona muiterij

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp




Coronavirus wordt gedood in de auto door de zon

[responsivevoice_button voice=”Dutch Female” buttontext=”lees voor”]

Uit verschillende onderzoeken blijkt dat 99,9 procent van het coronavirus sterft bij hoge temperaturen. Warmte is de sleutel tot het doden van het coronavirus, aldus Travis Glenn, hoogleraar milieuwetenschappen aan de University of Georgia College of Public Health in UGATODAY. Het wordt snel erg heet in de auto als deze in de zon staat. Als het buiten 28 graden is dan is het in de auto al heel snel 43 graden of warmer. Uit onderzoek blijkt dat 99,9 procent van het coronavirus binnen 20 minuten gedood wordt als de temperatuur 54 graden is. Bij temperaturen van 65 graden wordt 99,9 procent van het coronavirus binnen 5 minuten gedood.

Als de auto in de zon geparkeerd staat worden deze temperaturen in een mum van tijd makkelijk bereikt. Uit onderzoek van de universiteit van Georgia blijkt dat het coronavirus ongeveer een dag leeft op karton en papier en ongeveer 3 dagen leeft op roestvrijstaal en plastic. Is het nu verstandig om alles wat niet in de wasmachine of droger kan, misschien in de auto te leggen? En dient de auto als nieuwe coronadoder?

Ook de auto-industrie is hier mee bezig, Automerk Fiat heeft een ‘D-Fence pack’ ontwikkeld. Je kunt dit pakket in je nieuwe Fiat laten installeren. In dit pakket zitten producten die goede hygiëne mogelijk maken in de auto. Door de coronacrisis is er meer vraag naar een schone en veilige omgeving. Ook draagt dit pakket een steentje bij aan een schoner milieu. Het ‘D-Fence pack’ bestaat uit een UV-C lamp (UV-C-Cleaner), interieur filter (Mopar Prime-Filter) en een luchtreiniger (AIR Purifier). Dit pakket wordt in je Fiat geïnstalleerd voor 245 euro.

Het Amerikaanse automobielconcern Ford heeft samen met de Universiteit van Ohio een nieuwe techniek ontwikkeld. Ze hebben aan een aantal politieauto’s, als proef in Amerika over-the-air software update geleverd. Deze software update zorgt ervoor dat er na een dienst een kwartier lang hete lucht door de politieauto blaast. Dit om 99 procent van de virussen te doden. De temperatuur in de auto loopt op tot ongeveer 56 graden. Zou dit iets kunnen zijn voor alle auto’s in de toekomst?

Lees ook: KNV gaat er van uit dat Rijk meerkosten zal betalen

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp




Automobilisten gedragen zich asociaal in het verkeer

[responsivevoice_button voice=”Dutch Female” buttontext=”lees voor”]

Het komt nog steeds vaak voor dat automobilisten allerlei dingen aan het doen zijn onder het auto rijden die levensgevaarlijk zijn. Uit onderzoek blijkt dat het gebruik van de mobiele telefoon tijdens het auto rijden nog steeds vaak voor komt, net zoveel als 2 jaar geleden. Ondanks alle campagnes die hiervoor gevoerd worden is het helaas niet verminderd.

65,6 procent van de automobilisten, 55,7 procent van de fietsers en 84,4 procent van de voetgangers maakt gebruik van de mobiele telefoon in het verkeer, aldus de media. Wat is nu precies de reden dat dit soort gedrag niet afneemt? We zijn als mens gewoonte dieren en vinden het heel moeilijk om dit soort gewoontes in het verkeer af te leren. We beseffen niet wat de gevolgen van telefoongebruik in het verkeer kunnen zijn. Ook sociale druk (vooral onder jongeren) draagt bij aan dit probleem. En het overnemen van gedrag van ouders door kinderen speelt een rol. Onder volwassen fietsers is gelukkig wel een daling te zien van bellen onder het fietsen.

Patty Jansen, onderzoeker bij Interpolis: ”Dat is positief en zou mogelijk een gevolg kunnen zijn van de aandacht voor het onderwerp in combinatie met het invoeren van boetes. Overigens zijn alle andere handelingen op de fiets, zoals appen, nog niet afgenomen. Het onderzoek laat vooral zien dat er echt een gedragsverandering nodig is om het hardnekkige telefoongebruik op de fiets te doorbreken.”

Het opzoeken van muziek, instellen van de navigatie, het lezen van berichten en het spelen van games komt nog steeds vaak voor onder het auto rijden. Dit blijkt uit een onderzoek van onderzoeksbureau SWOV in opdracht van Interpolis (onderdeel van de coöperatieve verzekeraar Achmea). Dit zorgt natuurlijk voor levensgevaarlijke situaties op de weg. Vooral jonge bestuurders tussen de 25 en 34 jaar vormen een groot deel van deze groep, maar liefst 75 procent. De boete voor autobestuurders die hun telefoon gebruiken in het verkeer is momenteel €240,-. De boete voor fietsers die hun telefoon tijdens het fietsen gebruiken is momenteel €95,-.

Lees ook: Corona autoscherm taxi niet altijd veilig voor passagier

bellende fietser




Nieuw onderzoek onthult problemen bij zakenreizen

SAP heeft de resultaten bekendgemaakt van een nieuw SAP Concur-onderzoek waaruit blijkt dat meer dan drie op de vier vrouwelijke zakenreizigers tijdens het zakenreizen zijn lastiggevallen en meer dan een op de twee hun plannen wijzigt vanwege bezorgdheid over de veiligheid. De resultaten van het SAP Concur-onderzoek wezen op bezorgdheid over persoonlijke veiligheid onderweg en frustratie dat sommige bedrijven eigenbelang boven werknemersbehoeften lijken te stellen.

Opmerkelijke punten van de 7850 reagerende zakenreizigers in 19 wereldwijde markten. Van de respondenten zegt 58% dat ze hun reisplannen hebben gewijzigd omdat ze zich onveilig voelden. Millennials zijn gevoeliger voor actuele gebeurtenissen tijdens zakenreizen. 

In de afgelopen 12 maanden heeft 42% van de zakenreizigers in deze leeftijdscategorie minder reizen geboekt naar een locatie vanwege politieke onrust of gezondheidsrisico’s, vergeleken met 36% van Gen X en 23% van Baby Boomers. Bijna evenveel van de Millennials (40%) selecteerde een vlucht op basis van het vliegtuigtype, vergeleken met 33% van Gen X’ers en 21% van Boomers.

Bijna een derde (31%) van de zakenreizigers geeft prioriteit aan hun eigen veiligheid als de belangrijkste factor bij het nemen van een zakenreis, maar meer dan de helft (54%) vindt dat veiligheid niet de hoogste prioriteit van hun bedrijf is.

“Maatschappelijke problemen en ervaringen van werknemers hebben steeds meer invloed op de manier waarop we reizen. Met deze verschuivingen ontstaan nieuwe verwachtingen van reizende werknemers die niet onopgemerkt mogen blijven”, aldus Mike Koetting, Chief Product Strategy Officer, SAP Concur.

Vrouwelijke reizigers melden dat ze veel lastig gevallen worden en onderweg veel seksisme ervaren. Meer dan drie op de vier vrouwelijke zakenreizigers (77%) hebben tijdens hun zakenreis een vorm van intimidatie of mishandeling meegemaakt. Aan vrouwen wordt gevraagd of wanneer ze met hun man reizen (42%), ze worden genegeerd door servicemedewerkers (38%) of worden nageroepen op het werk (31%).

“Terwijl bedrijven blijven proberen om de tevredenheid van reizigers te maximaliseren, is de realiteit dat werknemers hongerig zijn naar meer empathie, begeleiding en betere technologie, aangezien ze zowel gemeenschappelijke frustraties als unieke individuele problemen tegenkomen, waardoor er ruimte is voor verbetering bij organisaties van elke omvang.”

Bijna de helft van de jonge vrouwelijke zakenreizigers wordt gediscrimineerd. Zesenveertig procent van de Gen Z-vrouwen geeft aan gevraagd te zijn of ze met hun echtgenoot reisden, vergeleken met 31% van de Boomers. Tegelijkertijd werd 41% van de vrouwelijke Millennials genegeerd door servicemedewerkers, vergeleken met 23% van de Boomers.

Lees ook: Onderzoeksraad komt met verbijsterende conclusies

Concur




Politie neemt 35 illegale taxi’s in beslag na onderzoek

De politie heeft, in samenwerking met de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) in opdracht van het Openbaar Ministerie bij het nadere onderzoek naar illegaal taxivervoer 35 taxi’s in beslag genomen.

De inbeslagname vond plaats omdat al deze voertuigen werden ingezet voor het illegaal taxivervoer. De drie onderzochte ondernemingen zijn gevestigd in Heerhugowaard, Woerden en Zaandam, en waren hoofdzakelijk actief in de regio Amsterdam.

Bij het onderzoek is eveneens vastgesteld dat 25 van de 35 taxi’s ook niet verzekerd waren volgens de Wet Aansprakelijkheidsverzekering Motorrijtuigen. Het onderzoek van politie en de ILT onder leiding van het Openbaar Ministerie Amsterdam wordt voortgezet. Het opsporingsteam sluit verdere inbeslagneming en aanhouding(en) niet uit. 

Onderzoek na verdenking illegaal taxivervoer

De politie had eerder in samenwerking met Inspectie Leefomgeving en Transport in opdracht van het Openbaar Ministerie een onderzoek ingesteld naar de bedrijfsvoering van meerdere taxiondernemingen. In Heerhugowaard, Woerden en Zaandam werden op dinsdag 3 september 2019 locaties bezocht. Het vermoeden bestaat dat sprake is van in georganiseerd verband stelselmatig aanbieden van illegaal taxivervoer (snorren).

Er werden geen aanhoudingen verricht, wel zijn er twee taxi’s in beslag genomen en werd de administratie van de betrokken partijen gevorderd.

Het onderzoek werd ingesteld naar aanleiding van concrete aanwijzingen dat de ondernemingen zich, vooral in Amsterdam, schuldig maakten aan overtreding van de Wet op de Economische Delicten in het kader van de Wet Personenvervoer 2000 en de Wegenverkeerswet 1994.

Het aanbieden van illegaal taxivervoer verstoort de taximarkt. De werkwijze, die nu wordt onderzocht, werkt in hoge mate concurrentievervalsend.

Aan de controle namen de Inspectie Leefomgeving en Transport en het taxiteam van de Dienst Infra van de politie eenheid Amsterdam deel. Deze diensten stellen een nader onderzoek in naar aanleiding van de bevindingen die ze vandaag opdeden. De resultaten volgen op een later moment.

Lees ook: Handhaving boerkaverbod ligt niet bij de OV bedrijven maar bij de politie






Biodiesel fraude aanleiding grootschalig onderzoek

Onlangs veroordeelde de rechtbank een 51 jarige man uit Harderwijk tot een gevangenisstraf van 30 maanden waarvan 10 maanden voorwaardelijk, voor fraude, valsheid in geschrifte en witwassen in een biodiesel schandaal.

De hoofdverdachte maakte zich daarnaast ook schuldig aan valsheid in geschrifte tijdens de handel in zogeheten biotickets. In die biotickets stond dat door het biodieselbedrijf grote hoeveelheden biodiesel op de Nederlandse markt waren gebracht zonder dat dit in werkelijkheid gebeurde. Dit leverde het bedrijf ongeveer 2 miljoen euro op.

Twee medeverdachten, de 47-jarige vrouw van de hoofdverdachte en een 52-jarige man uit Wijhe, kregen voorwaardelijke gevangenisstraffen en een taakstraf opgelegd. Een vierde verdachte, een 54-jarige man uit Kampen, werd vrijgesproken.

Recent heeft de Staatssecretaris de Kamer middels brief, met in de bijlage de signaalrapportage van het ILT, geïnformeerd over een grootschalig internationaal strafrechtelijk onderzoek naar fraude met biodiesel.

Fraude kan immers het vertrouwen aantasten.

De Staatssecretaris van Veldhoven – Van der Meer schrijft aan de Kamer dat ze de zaak en de verdenking van fraude zeer serieus neemt. Fraude kan immers het vertrouwen aantasten dat partijen in de biobrandstoffenmarkt moeten hebben. De duurzaamheid van de biobrandstoffen die ingezet worden als hernieuwbare energie moet zijn geborgd.

Zeker gelet op de rol die (geavanceerde) biobrandstoffen de komende jaren spelen in onze energievoorziening als transitiebrandstof richting zero-emissie vervoer. De huidige inzet van biobrandstoffen vindt plaats binnen de kaders van de Europese Richtlijn hernieuwbare energie (RED)

De komende tijd blijft de Staatssecretaris nauw samenwerken met de instanties uit het publieke domein, zoals NEa en ILT, en het private domein en streeft ernaar om de ketenanalyse aan de Kamer aan het einde van het jaar te doen toekomen.

Lees ook: Wereldwijd aandacht gevraagd voor autogas