Alle berichten van Carlo Scheir

Redacteur internetkrant Pitane Blue

Koolmees en Van Veldhoven tekenen voor banen op spoor

Dertig statushouders worden opgeleid voor een vaste baan in de spoorsector. Dat voornemen staat in de intentieverklaring “Duurzame arbeidsmarkt op de rails” die minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, staatssecretaris Van Veldhoven van Infrastructuur en Waterstaat samen met spoorbeheerder ProRail, opleidingsinstituut Railcenter en spooraannemers BAM Infra Rail en Strukton Rail vandaag ondertekenen.

Van Veldhoven: “Dit is een uitgelezen kans op een baan in een echte topsector. Bovendien is dit initiatief goed nieuws voor de reiziger. Het gebruik van het openbaar vervoer stijgt de komende jaren naar verwachting fors. En dat brengt veel werk met zich mee waarvoor goed personeel nodig is. Ik wil heel graag dat alle mensen die willen en kunnen ook de kans krijgen om aan de slag te gaan in de spoor sector. Deze intentieverklaring is een heel goed begin”.

Het streven is dat minimaal 30 statushouders in 2021 een vaste baan in de spoorsector krijgen. Na 2021 is de bedoeling dat er elk jaar minimaal 10 statushouders instromen. Om op deze manier de basis te leggen voor een goede samenwerking en te werken aan een gezonde arbeidsmarkt in de spoorsector.
De intentieverklaring is onderdeel van de pilot ‘Leren en werken’ van het programma Verdere Integratie op de Arbeidsmarkt (VIA) van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Het programma VIA bestaat uit acht experimentele pilots met werkgevers, gemeenten en scholen die nauwgezet gevolgd en geëvalueerd worden. De intentieverklaring “Duurzame arbeidsmarkt op de rails” is onderdeel van één van deze pilots.

Koolmees: “Het is van groot belang dat iedereen in Nederland mee kan doen. Voor een gelijkwaardige samenleving en een gezonde economie. Daarbij hebben we iedereen nodig: om kansen te pakken maar ook om ze te krijgen. Immers, werk is de snelste weg naar economische zelfstandigheid en integratie. Ik hoop dat er snel ook andere sectoren volgen.”

Staatssecretaris Van Veldhoven stuurt vandaag haar reactie op het eerdere gepresenteerde actieplan “Denderende Banen” naar de Tweede Kamer. Naast de inzet om statushouders klaar te stomen voor een baan in de spoorsector, werkt het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat samen met diverse onderwijsinstellingen. Doel is het beroepsonderwijs en een baan in de spoorsector beter op elkaar aan te laten sluiten. Voor scholieren, maar ook voor zij-instromers.

Partijen hebben de intentie dat betrokken werkgevers een kopgroep vormen en samenwerken met gemeenten en opleidings- en kennispartijen, waaronder RailConnect en Railcenter. De verantwoordelijkheid voor de uitvoering en realisatie ligt bij de afzonderlijke partijen. Het ministerie van IenW en SZW zijn betrokken als aanjagende partijen.

Lees ok: Goede prestaties Prorail en NS in eerste half jaar




Pinnen, klein bedrag mag? HTS Taxi vraagt € 2,- extra

Omdat naar eigen zeggen kwaliteit bij HTS Taxi Den Haag voorop staat begint het bij een betrouwbare en snelle pinservice van de chauffeur. Afgelopen vrijdag wisten de HTS Taxi Den Haag chauffeurs wel de passagier weg te houden uit de taxi door torenhoge kosten te rekenen voor extra toeslagen.

Alleen cash betalen of de torenhoge kosten voor pinnen erbij nemen. 

Het blijft een steeds wederkerend probleem binnen de opstapmarkt. Klanten worden gedwongen achteraf op te draaien voor de extra onverwachte kosten tijdens het afrekenen of reeds in discussie te gaan met de chauffeur bij vertrek. Hier heeft de komst van de boordcomputer taxi (BCT) niets toe bijgedragen. Slecht voor het imago van de opstapmarkt. 

Omdat we vaker problemen ervaren met taxichauffeurs in Den Haag hebben we inmiddels geleerd om vooraf te informeren naar de verrassingen. Het is dus raadzaam om vooraf de vraag te stellen of men kan pinnen na afloop van de rit.

Bij aankomst in het Station Den Haag HS (Station Hollands Spoor) staan er afgelopen vrijdag rond 22.30 uur minimaal 10 taxi’s opgesteld op de taxistandplaats, overwegend van HTS Taxi Den Haag. De eerste chauffeur in de wachtrij zegt dat pinnen niet mogelijk is “geen apparaatje” en verwijst naar een van de andere chauffeurs achter hem.

De chauffeur bij de tweede wagen in de rij spreekt ons aan via zijn Mercedes Vito raampje. Pinnen is bij hem wel mogelijk maar alleen wanneer we de extra kosten betalen van € 2,-. Wanneer we hem erop aanspreken dat deze kosten in rekening brengen wettelijk verboden is, en al zeker niet deze buitensporige kosten, is het antwoord: “sorry, moet van de baas twee euro vragen “.

Omdat we vinden dat de extra kosten om te pinnen ruim 10% bedragen van de ritprijs geven we niet toe en worden ondertussen aangesproken door een derde chauffeur. Hij wil ons wel vervoeren en langs een pinautomaat rijden want zijn pinapparaat is stuk.

zelfstandige ondernemers

In een reactie laat men weten dat HTS Taxi een TTO-houder is en dat zelfstandige ondernemers rijden met de TTO vergunning (dakbord). HTS stelt dat zij niet de tarieven en regeling bepalen.  

“We willen de lezers graag attent maken op het feit dat er meer dan 100 chauffeurs met onze dakbord rijden. Mochten ze zich niet aan de regels houden, dan kunt u dit melden bij de gemeente (STH of ILT). Zij zorgen ervoor dat er maatregelen worden getroffen voor de betreffende chauffeur. U kunt deze klacht ook bij ons melden, we zullen de persoon dan schorsen of de vergunning intrekken indien nodig.”, aldus een woordvoerder.

Betalingen uit de Eurozone vallen onder deze wettelijke bepaling.

Alle consumenten kaartbetaalmiddelen die onder een vier-partijen betaalstelsel worden uitgegeven vallen onder dit verbod. Voor de Nederlandse situatie betekent dit dat de volgende kaartbetaalmiddelen hieronder vallen: een Maestro kaart – lees onze Nederlandse ‘pinpas’, een V PAY kaart – lees onze Nederlandse ‘pinpas’, de MasterCard kaart – alle varianten: prepaid, debit, credit en de VISA kaart – alle varianten: prepaid, debit, credit.

Artikel 7:520 uit het Burgerlijk Wetboek.

Deze bepaling zou het Nederlandse ondernemers verbieden om toeslagen (surcharge) te rekenen aan consumenten voor specifieke kaartbetalingen. Het maakt niet uit of de betaling plaats vindt in een winkel – op een betaalautomaat – of via het internet in een webshop, de taxi of webwinkel voor online boeken van de ritopdracht.

“Het lijkt me logischer om bij te moeten betalen voor contant afrekenen. Dat kost immers meer tijd en is risicovoller voor de chauffeurs.”

Vaststelling van de tarieven.

De prijs voor een taxirit wordt bepaald door een starttarief, de afstand en de tijdsduur van de rit. Deze tarieven zijn door het Ministerie Verkeer en Waterstaat vastgesteld in de taxiwet. In het geval van  het betreffende taxibedrijf verwijst men naar de KNV Taxi Voorwaarden met een link die geen voorwaarden vertoont.

Hoe hoog de werkelijke kosten zijn voor pinnen is niet wettelijk vastgelegd. Een gemiddelde pintransactie is doorgaans goedkoper dan een contante betaling. Hier bedragen de kosten gemiddeld €0,25 per transactie. Vaak wordt gedacht dat contante betalingen goedkoper zijn dan pinbetalingen maar dat is niet waar.

Lees ook: Taxichauffeurs mogen extra kosten in rekening brengen bij cash betalingen

HTS chauffeur: “alleen cash meneer”
Station Holland Spoor



Haalbaarheid Gooi & Vechtstreek optimistisch volgens KNV

Afgelopen week stuurde Hubert Andela, directeur Koninklijk Nederlands Vervoer, een schrijven aan de leden van de Raad en Burgemeesters en Wethouders van de gemeenten van de regio Gooi & Vechtstreek.

Andela stelt, namens KNV, dat veel veronderstellingen in de haalbaarheidsstudie van de oprichting van een gemeentelijke vervoersorganisatie erg optimistisch en een objectieve onderbouwing veelal ontbreekt.

Geen verstandige reactie op aanbestedingsprocedures. 

Samengevat is de boodschap dat de haalbaarheidsstudie waar de gemeente Amsterdam haar voornemen tot inbesteden op baseerde, veel te optimistisch is en dat een gemeentelijke vervoersorganisatie opzetten geen verstandige reactie is op aanbestedingsprocedures die niet naar de zin van uw gemeenten zijn verlopen.

Zo is er geen reden om aan te nemen dat schooltijden en openingstijden van dagopvang op elkaar afstemmen, gemakkelijker zal gaan als de vervoerder een ambtelijke organisatie is.

Volgens KNV is er ook geen reden om aan te nemen dat het combineren van verschillende soorten reizigers (WMO geïndiceerde, leerlingen, bewoners van zorginstellingen, enz.) per definitie gemakkelijker wordt als het vervoer door een gemeentelijke organisatie wordt gedaan. Cliënten hebben dan nog steeds specifieke kenmerken en vervoersbehoeften die combineren in de weg kunnen staan.

Een ambtelijke organisatie zal niet gemakkelijker, maar juist mínder gemakkelijk dan een gewone gecontracteerde vervoerder, de bijzondere wensen van WMO-ers en ouders van leerlingen kunnen afwijzen. Wensen en klachten komen immers bij de gemeenten of de gemeentelijke vervoersorganisatie binnen en het – oneerbiedig gezegd – ‘verschuilen achter een langjarig contract met een vervoerder’, is dan moeilijker.

Vervoersbudgetten te krap.

Het vervoer zal beslist niet met hetzelfde budget uitgevoerd kunnen worden, zoals de studie veronderstelt. De budgetten voor vervoer waren de afgelopen jaren in veel vervoersgebieden door te laag afgesloten contractprijzen te klein. Het vervoer zal dus naar verwachting meteen vanaf de start van de gemeentelijke vervoersorganisatie iets duurder worden.

Na verloop van tijd gaat het vervoer vervolgens nóg duurder worden, omdat de gemeentelijke vervoersorganisatie onherroepelijk geneigd zal zijn om te optimaliseren op ‘geen klachten’, in plaats van op ‘zo kostenbewust mogelijk uitvoeren binnen de gecontracteerde tarieven’.

Aanbestedingsinstituut Mobiliteit (AIM).

Het bestuur van vereniging KNV Zorgvervoer en Taxi wijst er verder op dat het Aanbestedingsinstituut Mobiliteit (AIM), dat ze als KNV samen met de vakorganisaties FNV en CNV hebben opgericht, adviezen kan geven over (het opstellen van) vervoersbestekken. Ook is er het CROW, dat decentrale overheden adviseert over de inkoop van diensten. Vaak zijn de adviezen gebaseerd op ‘best practice’. Er zijn dus manieren waarop men als aanbestedende overheid geholpen kunt worden bij het naar wens laten verlopen van de inkoop van doelgroepenvervoer.

Lees ook: Bertho Eckhardt legt functies neer bij Bovag/Bovemij

Hubert Andela – directeur KNV


Stint volgens RDW niet klaar voor openbare weg

Op 10 juli 2019 heeft Minister van Nieuwenhuizen Wijbeng de Kamer in een brief geïnformeerd over de stand van zaken omtrent de toelating van een nieuwe Stint tot de weg. Op 5 augustus jl. zijn de aanvragen ontvangen tot aanwijzing van drie versies van een aangepaste Stint als bijzondere bromfiets.

Naar aanleiding van de aanvragen heeft zij de RDW gevraagd om deze aanvragen te beoordelen. De RDW geeft geen positief advies. Een nadere toelichting op het advies staat in de brief van de RDW die ik u hierbij toezend, met uitzondering van het beoordelingsverslag en de onderliggende testrapporten gelet op het feit dat deze stukken bedrijfsvertrouwelijke informatie bevatten.

Waar was de eerste toelating, ook door de RDW, op gebaseerd?

Het voertuig is als gevolg van de aangepaste Beleidsregel op essentiële punten verbeterd, bijvoorbeeld door de dubbel uitgevoerde mechanische remmen, de stuurkolom met bedieningsorganen, de gordels en de innovatieve beensteun.

Uit de door de RDW uitgevoerde testen blijkt, dat het voertuig nu op de meeste hoofdonderdelen (zoals de remmen, stuurinrichting en gordels) aan de eisen van de beleidsregel voldoet. Ook voldoet het voertuig aan de TNO-aanbevelingen. Er zijn echter op dit moment nog wel een aantal openstaande punten.

“Hierdoor kan er geen positief advies worden afgegeven”.

Het aangeboden voertuig heeft tien zitplaatsen. De beleidsregel staat maximaal acht zitplaatsen toe, ofwel tien zitplaatsen is niet toegestaan. Op uw verzoek hebben wij wel aLle tien zitplaatsen op sterkte beoordeeld, met positief resultaat.

De maximale constructiesnelheid van één van de drie beoordeelde voertuigen bedraagt 20 km/uur. De RDW adviseert om de maximale constructiesnelheid te beperken tot 17 km/uur, omdat bij uitwijktesten is gebleken dat het voertuig bij hogere snelheden en een ongunstige belading (4-5 kinderen aan één zijde) kantelgevaar vertoont. 

De verplichte risicobeoordeling, aangeleverd door de fabrikant, mist nog een onderbouwing voor de afwezigheid van beschermingsstructuren aan de voor- en achterzijde, evenals onderbouwing voor de afwezigheid van een kantelbeveiligingsinnchting.

De fabrikant is op de goede weg maar is er nog lang niet.

Het onderzoek naar het kwaliteitssysteem van de fabrikant, dat los staat van de beoordeling van het voertuig, heeft aangetoond dat men op de goede weg is. Er zijn echter nog tien openstaande punten die eerst ingevuld moeten worden voordat het systeem voldoet.

De fabrikant is op de goede weg, maar heeft nog niet op alle eisen kunnen aantonen dat het voertuig en het kwaliteitssysteem voldoet. Ook heeft hij aangegeven zelf nog verbeteringen te willen aanbrengen die los staan van de eisen.

Minister van Nieuwenhuizen Wijbenga volgt het advies van de RDW. De aanvraag tot aanwijzing van de aangeboden versies van de Stint als bijzondere bromfiets wordt dus niet gehonoreerd.

Dit besluit is aan de fabrikant bekend gemaakt. Hij heeft aangegeven dat hij voornemens is om op korte termijn een nieuwe aanvraag voor een verder aangepaste versie in te dienen.

Schadeclaims kinderdagverblijven.

Kinderdagverblijven worden op kosten gejaagd omdat hun Stints nog altijd niet de weg op mogen. Die kosten worden verhaald op ouders door de tarieven die omhoog gaan. Sommige kinderdagverblijven hebben ook claims neergelegd bij de overheid en bij de Stint-fabrikant.

Lees ook: Extra kosten kinderopvang door vertraagde terugkeer Stint




Kiwa reikt eerste waterstofcertificaten KE 214 uit

Kiwa reikte gisteren de eerste certificaten uit in het kader van de nieuwe keuringseis KE 214 ‘Geschiktheid voor bijmenging tot en met 100% waterstofgas’. Deze keuringseis bevat eisen voor componenten die worden gebruikt in waterstofgasnetwerken. Negen fabrikanten ontvingen het KE 214 certificaat uit handen van Kiwa’s Ronald Karel en Bart Vogelzang, voorzitter van het College van Deskundigen.

Waterstof is een veelbelovend alternatief voor aardgas. Zo blijkt uit onderzoek van Kiwa dat bestaande aardgasinfrastructuren relatief eenvoudig kunnen worden omgebouwd voor waterstofdistributie. Als beheerder van het GASTEC QA keurmerk anticipeert Kiwa hierop met de Keuringseis (KE) 214 ‘Geschiktheid voor bijmenging tot en met 100% waterstofgas’. 

Intussen zijn er twaalf fabrikanten waarvan de producten voldoen aan de kwaliteits- en functionele eisen uit de KE 214: egeplast, gAvilar, Georg Fischer Waga, HSF, Pipelife, Georg Fischer Wavin AG, Sanha Fittings, Kleiss & Co, GrainPlastics, KZ Meet- & Regelapparatuur, Hawle en Isiflo.

In de KE 214 zijn eisen geformuleerd voor componenten die worden gebruikt in een netwerk met waterstofgas. Drukregelaars, kleppen en afsluiters voor aardgas kunnen bijvoorbeeld anders reageren en werken in combinatie met waterstofgas. Fabrikanten die hun producten willen certificeren tegen KE 214 moeten al in het bezit zijn van een GASTEC QA-certificaat of kunnen beide keurmerken gelijktijdig behalen in één traject.

Foto: Kiwa

Lees ook: 

Chauffeurs kunnen ook met een DigiD online een Verklaring Omtrent Gedrag aanvragen

Kiwa uitreiking certificaten

Toename klachten bij Autoriteit Persoonsgegevens

De Autoriteit Persoonsgegevens maakt melding dat het aantal privacyklachten sterk blijft toenemen. Ruim 15.000 mensen hebben in de eerste zes maanden van dit jaar een klacht ingediend bij de Autoriteit Persoonsgegevens (AP). Dat is bijna 60% meer dan in de tweede helft van 2018.

Een verklaring hiervoor is dat de mogelijkheid om privacyklachten in te dienen nieuw is in Nederland en steeds bekender wordt. Ook speelt waarschijnlijk een rol dat Nederland een sterk gedigitaliseerd land is. Mensen maken zich zorgen over hun privacy en klagen over een schending van hun privacyrechten. Zij lopen bijvoorbeeld vast bij een inzageverzoek of het verzoek om verwijdering van hun gegevens. Dit speelt vooral bij zakelijke dienstverleners, zoals energieleveranciers en de detailhandel.

Voorzitter Aleid Wolfsen:

“De toename is enorm. Iedere klacht verdient vanzelfsprekend de best passende behandeling. Daar werken we hard aan. Maar er is een grens aan wat realistisch is met een beperkt aantal medewerkers. Er moet een structurele oplossing komen, zodat we de klachten adequaat kunnen blijven behandelen. Daarover zijn we in gesprek met JenV. De bescherming van je privacy is een grondrecht, het mag nooit een wassen neus worden.”

Met de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) zijn de privacyrechten van mensen versterkt: iedereen kan sinds 25 mei 2018 een privacyklacht indienen bij de Autoriteit Persoonsgegevens (AP). Dat kan als iemand vermoedt dat zijn/haar persoonsgegevens zijn verwerkt op een manier die in strijd is met de privacywet. De tweede halfjaarrapportage geeft inzicht in de klachten die de AP heeft ontvangen in 2019 en de manier waarop de klachten zijn behandeld.

Wijze van behandeling.

15.313 mensen hebben in het eerste zes maanden van 2019 een privacyklacht ingediend bij de AP. Dat is een toename van 59% ten opzichte van het laatste half jaar van 2018. Ook het aantal internationale klachten is sterk toegenomen. Een verklaring voor het grote aantal klachten is dat de mogelijkheid om privacyklachten in te dienen nieuw is in Nederland en steeds bekender wordt. Ook speelt waarschijnlijk een rol dat Nederland een sterk gedigitaliseerd land is.

De AP heeft in de eerste helft van 2019 ruim 10.000 klachten afgerond. Veel telefonische klachten konden direct naar tevredenheid worden behandeld. De schriftelijke klachten zijn opgelost door op te treden tegen een overtreding door een brief te versturen met normuitleg, te bemiddelen of een normoverdragend gesprek te voeren (16%). In veel andere gevallen (29%) hebben medewerkers van de AP mensen op weg geholpen om zelf een klacht in te dienen bij de organisatie waarover de klacht gaat. Er lopen 68 onderzoeken naar aanleiding van een veelvoud aan klachten (2018: 20).

Het aantal klachten dat binnenkomt is groter dan de AP kan afhandelen met de huidige onderzoekscapaciteit. Hierdoor is in de loop van de maanden een achterstand ontstaan in de behandeling van klachten. Om deze toenemende hoeveelheid klachten en de toegenomen werkvoorraad adequaat te kunnen behandelen, is een oplossing nodig. De AP is hierover in gesprek met JenV.

Onderwerp van klachten.

De meeste klachten (32%) gaan over een schending van een privacyrecht, zoals het recht op inzage en het recht op verwijdering. Mensen krijgen bijvoorbeeld geen of geen volledige inzage in hun gegevens als ze daarom vragen of ondervinden drempels als zij persoonsgegevens verwijderd willen hebben.

Mensen klagen ook vaak (13%) over organisaties die persoonsgegevens doorgeven aan derden terwijl zij dit niet weten of willen. Zij worden bijvoorbeeld gebeld door onbekende bedrijven voor direct marketingdoelen.

Zakelijke dienstverleners (46%), de overheid (14%) en de IT-sector (13%) zijn de sectoren waarover de AP de meeste klachten ontvangt. Bij zakelijke dienstverleners, zoals energieleveranciers en de detailhandel gaan de klachten vooral over privacyrechten van mensen en direct marketing. Bij de overheid komt de rechtmatigheid van gegevensverwerkingen het meest aan de orde. Wat opvalt is dat veel klachten binnen het sociaal domein gaan over het doorgeven van persoonsgegevens aan derden.

Link: Van Nieuwenhuizen informeert over data binnen de mobiliteitssector



het antwoord op moeilijke vragen over financieringen

Oprichters Irina Grooten en Rogier Iding van Intermediaire Business Desk kennen het antwoord op moeilijke vragen over financieringen uit de sector. De vraag stellen wat aankoop vastgoed voor eigen gebruik en uitfasering pensioen in eigen beheer doet op de agenda tijdens de Pitane Mobility Gebruikersdag is niet overbodig. 

Wij zagen het intermediair worstelen met dit soort financieringsaanvragen. Enerzijds bestaat er bij het intermediair een sterke drang om de klant te helpen maar ontbrak het aan de kennis, rekenkracht, ingangen en ondersteuning. Anderzijds kost het een intermediair teveel tijd doordat dit soort financieringen vaak sterk afwijken van de reguliere woonhuis hypotheek”, aldus Iding.

Duurzaamheid en wetgeving.

Bij IBD Nederland kan men terecht voor de financiering van kantoorpanden, zowel voor de verhuur als voor eigen gebruik. Een bestaand kantoorpand of nieuwbouw financieren, maar ook voor de verbouw en het nemen van energiebesparende  maatregelen, zij weten de passende financiering voor u te vinden.

Minister Ollongren van Binnenlandse Zaken heeft aangegeven dat vanaf 1 januari 2023 alle kantoorgebouwen in Nederland  een energielabel C of hoger moeten hebben. De labels lopen van A t/m G. Waarbij A staat voor bijzonder energiezuinig tot  G voor energievretend.

IBD Nederland vindt dat duurzaamheid een stap verder gaat gaat het besparen van energie en heeft duurzaam ondernemen verweven in haar bedrijfsvoering. Door duurzaamheid vanaf de start van IBD Nederland mee te nemen kunnen wij bescherming van het milieu combineren met de dagelijkse bedrijfsvoering.

De geldverstrekkers zijn enthousiast.

“Wij zorgen ervoor dat aanvragen voor het indienen serieus op hun haalbaarheid zijn getoetst en zorgen zo voor volledig en complete aanvragen waardoor zij effcienter kunnen werken. Intermediairs die IBD Nederland inschakelen bij financieringsvraagstukken voor zakelijk en belegd vastgoed krijgen hiermee een dienstverlening in handen die hen helpt om hun klanten volledig en nog beter te bedienen. Het intermediair begeleidt de klant en wij doen de rest”, aldus Grooten.

Lees ook: Duurzaam wagenpark op agenda in Scheveningen

Ondernemen is investeren


Ook zelfrijdende auto’s hebben CBR rijbewijs nodig

Hoe voorkom je ongelukken met zelfrijdende voertuigen?  Dat vraagstuk is een van de innovaties die samen met RDW, Rijkswaterstaat en RobotTUNER moet leiden tot het CBR voertuigrijbewijs: het rijexamen voor de zelfrijdende auto. Hier legt dus niet de bestuurder, maar de software examen af!

Ze starten daarbij met een heel simpel voertuig, dat een paar kilometer zelfstandig rijdt op een vaste route. Het gaat in eerste instantie om de ontwikkeling van een methodiek voor het examineren van een zelfrijdend voertuig.

Het proces

Eerst testen zij het voertuig op verschillende virtuele verkeerssituaties. Daarna volgt een proef op een fysieke testbaan. Tot slot volgt een echt rijexamen op de openbare weg. Hierbij toetsen zij in eerste instantie relatief simpele verkeerssituaties. Bij goed resultaat reiken zij een certificaat/rijbewijs uit; het voertuig wordt dan toegelaten op verkeerssituaties waarvoor het examen is afgelegd. Na de toelating blijven zij met behulp van data controleren of het voertuig zich ook na bijvoorbeeld software updates nog steeds ‘goed gedraagt’ en of het zich aan de verkeersregels houdt. Wanneer de methodiek eenmaal ontwikkeld is, kunnen in een later stadium voertuigen in complexere situaties getoetst worden.

Doelen.

De innovatie dient diverse doelen, zoals platooning (vrachtvervoer), valet parking en efficiency in het openbaar vervoer. Het voertuigrijbewijs is interessant voor alle partijen in de ‘triple helix’: marktpartijen zoals fabrikanten en toeleveranciers, overheden zoals toelatingsautoriteiten, en kennisinstituten zoals technische universiteiten. Naast het veiligheidsvoordeel, houdt de innovatie rekening met nationale verschillen in rijgedrag (landseigen verkeersregels). Bovendien houdt de innovatie de huidige infrastructuur in stand en hoeft het persoonsgebonden rijbewijs niet op de schop.

Geen winnaar geworden met het experiment.

Eerder dit jaar stonden het CBR en de RDW in de finale van de prestigieuze Automotive Innovation Award met het experiment ‘het voertuigrijbewijs’ in de categorie ‘Challenging Concepts’. Ze zijn geen winnaar geworden. Wel vonden zij het een hele eer dat zij met het experiment, als enige overheidsorganisatie, in de finale mochten staan. 

De jury was zeer te spreken over het kwalitatief hoge niveau van alle inzendingen. Een breed publiek heeft deze finale avond kennis kunnen maken met het experiment ‘het voertuigrijbewijs’.

Rene Claesen, R&D manager bij het CBR: “Dit onderzoek draagt bij aan een verantwoorde toelating van auto’s met zelfrijdende functies op de weg. Én een verantwoord gebruik daarvan van de bestuurder. De rol van de bestuurder (zowel de taken als de verantwoordelijkheden) zal blijven veranderen zolang ook de zelfrijdende functies in de auto zich ontwikkelen. Daarbij zal ook het toekomstige examen, voor zowel de auto als de bestuurder, gaan veranderen. Dit alles zal bijdragen aan de vervulling van onze missie: Veilig Thuiskomen.”


Verlenging rijbewijs van 75-plussers mogelijk

De ministerraad heeft op voorstel van minister Van Nieuwenhuizen van Infrastructuur en Waterstaat ingestemd met een aanpassing van het Reglement Rijbewijzen. Daarmee wordt een tijdelijke verlenging mogelijk van de geldigheid van het rijbewijs van 75-plussers. 

Het gaat om mensen die bij het CBR tijdig de aanvraag voor verlenging van het rijbewijs hebben ingediend, maar waarvan het rijbewijs dreigt te verlopen of al is verlopen door de lange wachttijden bij het CBR. Minister Van Nieuwenhuizen wil deze aanpassing zo snel mogelijk doorvoeren. Het is de bedoeling dat de nieuwe regeling vanaf 1 december 2019 kan ingaan. 

Met een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) regelt het kabinet dat de groep oudere bestuurders tot maximaal één jaar na indiening van verzoek tot verlenging van het rijbewijs bij het CBR, mag doorrijden. Deze mensen behouden hun huidige document met daarop de verlopen datum, maar in het Rijbewijsregister zet de Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW) een code bij het rijbewijs waaraan af te lezen is dat iemand onder de nieuwe tijdelijke regeling valt. 

Door de regeling kunnen 75-plussers blijven rijden tot het moment dat het CBR een besluit heeft genomen over hun rijgeschiktheid. Ook ontstaat er tijdelijk ruimte bij het CBR om met prioriteit aan de slag te gaan met de groep mensen die zich vanwege een medische aandoening meldt bij het CBR en komt er meer ruimte vrij voor het afhandelen van bijvoorbeeld verzoeken van examenkandidaten en beroepschauffeurs. 

Er gelden een aantal voorwaarden aan de regeling. Zo moet een 75-plusser om in aanmerking te komen voor de regeling, een verlenging hebben aangevraagd en de gezondheidsverklaring bij het CBR hebben ingediend vóórdat het rijbewijs verlopen is. In het belang van de verkeersveiligheid geldt de regeling niet voor mensen die beperkende rijbewijscodes hebben vanwege een medische achtergrond.  De 75 plussers die in aanmerking komen voor de tijdelijke regeling, moeten voor de definitieve verlenging van hun rijbewijs alsnog medisch worden gekeurd. 

Het kabinet stuurt de AMvB naar de Tweede en Eerste Kamer met het verzoek om niet de gehele voorhangperiode van vier weken te hoeven afwachten voordat het voorstel naar de Raad van State wordt gestuurd. Dit om te zorgen voor een zo spoedig mogelijke inwerkingtreding in het belang van de mensen waarvan het rijbewijs dreigt te verlopen of verlopen is. Het CBR en de RDW zijn bezig om hun systemen klaar te maken voor de praktische uitvoering van de tijdelijke regeling.

Lees ook: Herkeuring rijbewijs gaat sneller door meer medisch experts bij CBR

Veiligheid op afstand bediende bruggen schiet tekort

Ruim drie jaar nadat de Onderzoeksraad publiceerde over het dodelijk ongeval op de Den Uylbrug in Zaandam, wordt er nog steeds onvoldoende gedaan om ongelukken met op afstand bediende bruggen te voorkomen. Zo zijn de veiligheidsmaatregelen op de Den Uylbrug niet direct toegepast op andere bruggen van de gemeente Zaanstad. Ook de aangekondigde landelijke initiatieven die het op afstand bedienen van bruggen veiliger moeten maken, zijn tot op heden niet gerealiseerd. 

Naar aanleiding van het vandaag gepubliceerde rapport ‘Veiligheid van op afstand bediende bruggen – Lessen uit het ongeval Prins Bernhardbrug Zaandam’ heeft de minister aangekondigd toch te verkennen welke mogelijkheden er zijn om de veiligheid van beweegbare bruggen in Nederland te verbeteren. Een aanpak vanuit de Rijksoverheid is nodig: de Onderzoeksraad toont aan dat de problematiek niet uniek is voor de gemeente Zaanstad, maar een landelijk probleem betreft.

Op 28 november 2018 raakte een ouder echtpaar zwaargewond op de Prins Bernhardbrug in Zaandam. Zij stonden op het beweegbare deel van de brug toen deze voor de scheepvaart werd geopend. De brugbedienaar, die zich op afstand bevond, had hen niet opgemerkt op de camerabeelden. 

Dit ongeval vertoont sterke gelijkenissen met het ongeval op de Den Uylbrug waarover de Onderzoeksraad in 2016 een rapport uitbracht. Een fietsster stopte voor de stopstreep op de brug omdat deze werd geopend. Zij realiseerde zich echter niet dat zij op het beweegbare deel stond. De brugbedienaar, die zich op afstand bevond, had haar niet opgemerkt en opende de brug. De vrouw kwam hierdoor ten val en overleed.

Tweeënzeventig gesignaleerde tekortkomingen.

In het rapport over de Den Uylbrug deed de Raad aanbevelingen aan de gemeente Zaanstad en aan de minister van Infrastructuur & Waterstaat. De reacties op de aanbevelingen gaven het beeld dat deze voortvarend werden opgepakt. 

De gemeente Zaanstad startte met verbetermaatregelen voor de Den Uylbrug, zoals het zichtbaar maken van het beweegbare deel van de brug en het plaatsen van een attentieknop. Deze maatregelen werden niet structureel toegepast op andere bruggen in de gemeente. Wel werden de veiligheidsrisico’s bij de bruggen in de gemeente in kaart gebracht. Hierbij werden 72 tekortkomingen gesignaleerd.

Na het signaleren van deze tekortkomingen, werden er wederom geen algemene maatregelen getroffen om alle bruggen van de gemeente aan te passen. In plaats daarvan werd ervoor gekozen om eerst bij elke specifieke brug de risico’s in kaart te brengen. De Prins Bernhardbrug zou in januari 2019 worden beoordeeld.

Urgentie verbeteringen verslapt.

Bij de gemeente Zaanstad is de urgentie om verbeteringen door te voeren om meerdere redenen verslapt. Ook het in kaart brengen van de veiligheidsrisico’s verloor de prioriteit. Als de geïdentificeerde tekortkomingen direct waren opgepakt, was de kans op het maken van fouten in de brugbediening aanzienlijk verkleind. 

Bovendien had dit ruimte geboden voor de brugbedienaar om een gemaakte fout te kunnen herstellen. Pas na het ongeval op de Prins Bernhardbrug werden er in de gemeenteraad en het college van B&W kritische vragen gesteld over de voortgang van het verbetertraject en het uitblijven van maatregelen zoals het zichtbaar maken van het beweegbare deel van de brug.

Ontbreken landelijke standaard.

Ongevallen met op afstand bediende bruggen zijn niet uniek voor de gemeente Zaanstad. Op verschillende plekken in Nederland zijn soortgelijke ongevallen voorgekomen. De Onderzoeksraad riep de minister in 2016 daarom op om te komen tot een landelijke standaard voor bruggen die op afstand worden bediend. Uniformiteit in onder andere de cameraopstelling en bedieningssystemen verkleinen de veiligheidsrisico’s bij het bedienen van bruggen op afstand.

De aanbeveling heeft enkel geleid tot meer kennisdeling binnen het platform Water ontmoet Water; een platform met een vrijblijvend karakter. Een uniform, landelijk kader voor de inrichting, gebruikseisen en bediening van bruggen op afstand ontbreekt nog altijd. Dit terwijl de basis hiervoor reeds gelegd is in de Landelijke Brug- en Sluisstandaard die geldt voor bruggen van Rijkswaterstaat, de Richtlijn Vaarwegen en in de kennis vanuit het platform Water ontmoet Water.   

Verkenning verbetering vanuit Rijksoverheid

Met de uitkomsten van het onderzoek over de Prins Bernhardbrug en het eerdere onderzoek over de Den Uylbrug wordt de minister opnieuw een kans geboden om het op afstand bedienen van bruggen een extra veiligheidsimpuls te geven.

De minister heeft in een reactie op het rapport aangegeven bereid te zijn om een verkenning te starten naar de mogelijkheid om vanuit de Rijksoverheid de veiligheid van beweegbare bruggen in Nederland te verbeteren. 

De Onderzoeksraad interpreteert dit als een aankondiging om te komen tot een landelijke standaard voor de inrichting van op afstand bediende bruggen, inclusief de ondersteunende systemen. De Raad zal het initiatief van de minister en de daaruit voortkomende ontwikkelingen nauwgezet volgen.

Lees ook: 10e bedrijf sluit zich aan bij deelauto park Zeeland


Schiphol zet in op toename woon-werk verkeer per fiets

Amsterdam Airport Schiphol heeft de ambitie om in de komende jaren het aantal luchthavenmedewerkers dat met de fiets naar Schiphol komt te laten stijgen. Om deze ambitie te realiseren, is het fietsprogramma ‘goinGDutch’ ontwikkeld. Maandag 2 september gaf Stientje van Veldhoven, staatssecretaris van Infrastructuur & Waterstaat (I&W) , officieel het startschot voor dit programma.  

Er werken ruim 66.000 mensen op de luchthaven, daarvan komen ongeveer 4.000 mensen met de fiets naar Schiphol. Schiphol is één van de nieuwste fietsambassadeurs van staatssecretaris Stientje van Veldhoven (I&W). Vanuit deze rol en om het aantal luchthavenmedewerkers dat met de fiets naar Schiphol komt te laten stijgen heeft Schiphol in samenwerking met partners BAM, Microsoft en OrangeNXT een fietsvisie ontwikkeld onder de naam ‘goinGDutch’.  

“De (elektrische) fiets is een interessant vervoersmiddel voor medewerkers die binnen een straal van 25 kilometer van Schiphol wonen. Het is duurzaam woon-werk verkeer, goed voor de vitaliteit en het ontlast de andere toegangswegen richting Schiphol. Samen met de partners van goinGDutch heeft Schiphol de ambitie om eind 2020 te kunnen zeggen dat 7.000 medewerkers regelmatig de fiets pakken naar de luchthaven en in eind 2024 zelfs 10.000,” zegt Miriam Hoekstra- van der Deen, directeur Airport Operations bij Amsterdam Airport Schiphol.

In het fietsprogramma goinGDutch staan concrete plannen om het fietsen naar en rond Schiphol te stimuleren. Deze plannen richten zich op de infrastructuur, de fietsvoorzieningen en het stimuleren van fietsgedrag. Schiphol en I&W investeren in verbreden van de zogenoemde snelfietspaden tussen Hoofddorp, Schiphol en Amsterdam. Ook worden kruispunten nog veiliger gemaakt om de infrastructuur te verbeteren. Vervolgens zullen fietsvoorzieningen uitgebreid worden, zoals het aantal fietsenstallingen en oplaadpunten. Daarna gaat Schiphol actief aan de slag om ervoor te zorgen dat medewerkers op de fiets stappen, bijvoorbeeld door het financieel aantrekkelijk te maken.

Van Veldhoven vindt het een mooie stap. “Goede routes en voorzieningen voor fietsers naar de luchthaven leveren veel op. Niet alleen voor de bereikbaarheid van de luchthaven, maar ook voor de gezondheid en de portemonnee van de fietsers zelf. En elke extra fietser ontlast de andere toegangswegen richting Schiphol. Als je kijkt naar het aantal reizigers op Schiphol zie ik daar ook veel potentie, vooral voor de reiziger die vaak moet vliegen en weinig bagage heeft.

Fiets stimuleren

De 12 fietsambassadeurs vertegenwoordigen diverse sectoren. Het gaat naast Schiphol om het UMCG,  ASR, Amega groep, Efteling, Enexis, Fujifilm, MN, de nationale politie, Radboud Universiteit, TataSteel en Zalsman.
Zij stimuleren actief het fietsen onder hun medewerkers. En daarmee inspireren ze niet alleen hun medewerkers, maar ook hun sector, regio of klanten. Voorbeelden van de gerichte maatregelen die de ambassadeurs onder andere nemen zijn kilometervergoedingen, benutten van fiscale voordelen bij de aanschaf van een fiets, laadmogelijkheden voor e-bikes, leenfietsen, fietsenstallingen, douches en fietsenmakers op kantoor.

De fiets is onmiskenbaar Nederlands. Ruim een kwart van alle verplaatsingen die Nederlanders maken, gaat per fiets. Het kabinet heeft de ambitie om nog meer reizigers voor de fiets te laten kiezen. Van Veldhoven investeert met provincies, stadsregio’s en gemeenten 345 miljoen euro in nieuwe fietsroutes en stallingen. Ook wordt het leasen van een fiets vanaf 1 januari 2020 net zo makkelijk als het leasen van een auto maar dan tegen de lage bijtelling van 7%. Het kabinet heeft in het klimaatakkoord aangekondigd 75 miljoen euro extra uit te trekken voor goede fietsparkeervoorzieningen bij bijvoorbeeld OV-knooppunten.

Lees ook: Faillissement voor elektrische deelfietssysteem Gobike in Rotterdam

Staatssecretaris Stientje van Veldhoven

Nederland gaat weer naar school, wees voorzichtig

Na de zomervakantie is er een piek in het aantal verkeersslachtoffers door aanrijdingen tussen automobilisten en fietsende scholieren.  Elke dag melden bijna twee schoolklassen vol kinderen zich voor behandeling op de spoedeisende hulp. 

Met de campagne ‘de scholen zijn weer begonnen’ roept gemeente [zelf in te vullen] samen met Veilig Verkeer Nederland alle verkeersdeelnemers op om extra aandacht voor elkaar te hebben zodat kinderen veilig op school komen. De campagne start één week voor de start van de scholen tot twee weken er na.  

Wennen voor iedereen.

Na de zomervakantie is het voor kinderen wennen om naar school te fietsen. Voor een  deel van hen is het de eerste keer dat zij zonder begeleiding van ouders naar school gaan. De beschermende vleugels van vader of moeder worden ingeruild voor vrienden en vriendinnen inclusief de bijkomende afleiding. Kinderen die voor het eerst naar de middelbare school gaan, fietsen een voor hun nieuwe route met onbekende verkeerssituaties. 

Na de vakantie weer naar school gaan is spannend en met alle nieuwe indrukken is het lastig de aandacht er 100% bij te houden. Ook voor automobilisten is het na een relatief rustige periode op de weg weer even wennen. 

Help verkeersongevallen voorkomen.

Als automobilist kan je extra rekening houden met fietsende scholieren door zelf op tijd te vertrekken en daardoor minder gehaast en dus niet te snel te rijden. Verder helpt het door je telefoon buiten eigen bereik op te bergen, zodat je niet in de verleiding komt om even een bericht te checken of een telefoontje op te nemen. 

Ook helpt het als je kinderen vaker te voet of op de fiets naar school brengt. En heb je een kind dat voor het eerst naar de brugklas gaat? Dan is het verstandig om samen de nieuwe route te oefenen en daarbij de gevaarlijke punten samen te bespreken. 

Stijging cijfers.

Na de zomervakantie neemt het aantal verkeersongevallen tussen automobilisten en fietsende scholieren toe. Uit recente cijfers van het CBS (Statline, CBS, 2018) blijkt dat in 2017, ondanks een lichte daling in het totaal aan verkeersdoden, voor het eerst het aantal fietsdoden hoger is dan het aantal autododen (206 fietsdoden t.o.v. 201 autododen). 

Onderzoek van Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid toont aan dat het aantal ernstige verkeersgewonden over de afgelopen tien jaar met gemiddeld 1,9% per jaar toenam. Een deel daarvan betreft naar schoolgaande kinderen.

Lees ook: Verzet tegen de budgettrend in de reiswereld slaat aan



Biodiesel fraude aanleiding grootschalig onderzoek

Onlangs veroordeelde de rechtbank een 51 jarige man uit Harderwijk tot een gevangenisstraf van 30 maanden waarvan 10 maanden voorwaardelijk, voor fraude, valsheid in geschrifte en witwassen in een biodiesel schandaal.

De hoofdverdachte maakte zich daarnaast ook schuldig aan valsheid in geschrifte tijdens de handel in zogeheten biotickets. In die biotickets stond dat door het biodieselbedrijf grote hoeveelheden biodiesel op de Nederlandse markt waren gebracht zonder dat dit in werkelijkheid gebeurde. Dit leverde het bedrijf ongeveer 2 miljoen euro op.

Twee medeverdachten, de 47-jarige vrouw van de hoofdverdachte en een 52-jarige man uit Wijhe, kregen voorwaardelijke gevangenisstraffen en een taakstraf opgelegd. Een vierde verdachte, een 54-jarige man uit Kampen, werd vrijgesproken.

Recent heeft de Staatssecretaris de Kamer middels brief, met in de bijlage de signaalrapportage van het ILT, geïnformeerd over een grootschalig internationaal strafrechtelijk onderzoek naar fraude met biodiesel.

Fraude kan immers het vertrouwen aantasten.

De Staatssecretaris van Veldhoven – Van der Meer schrijft aan de Kamer dat ze de zaak en de verdenking van fraude zeer serieus neemt. Fraude kan immers het vertrouwen aantasten dat partijen in de biobrandstoffenmarkt moeten hebben. De duurzaamheid van de biobrandstoffen die ingezet worden als hernieuwbare energie moet zijn geborgd.

Zeker gelet op de rol die (geavanceerde) biobrandstoffen de komende jaren spelen in onze energievoorziening als transitiebrandstof richting zero-emissie vervoer. De huidige inzet van biobrandstoffen vindt plaats binnen de kaders van de Europese Richtlijn hernieuwbare energie (RED)

De komende tijd blijft de Staatssecretaris nauw samenwerken met de instanties uit het publieke domein, zoals NEa en ILT, en het private domein en streeft ernaar om de ketenanalyse aan de Kamer aan het einde van het jaar te doen toekomen.

Lees ook: Wereldwijd aandacht gevraagd voor autogas


DVG lid Taxi Ordelman Epe B.V. opnieuw failliet

Opnieuw een faillissement voor een van de DVG leden. Op woensdag 28 augustus 2019 is Taxi Ordelman Epe B.V. te Epe door de rechtbank in Gelderland failliet verklaard. Het bedrijf van Evertjan Ordelman ging in 2016 ook al failliet, maar destijds maakte hij een doorstart onder een iets andere naam.

Volgens Gerretsen had de Belastingdienst eerder dit jaar beslag laten leggen op de rekeningen van het taxibedrijf. Per 1 juli zou Ordelman ook een belangrijk contract zijn kwijtgeraakt. Volgens König is het faillissement aangevraagd door het pensioenfonds.

Opnieuw zijn de chauffeurs de dupe.

,,Verder heb ik nog geen zicht op de totale schuldenlast. Wel weet ik dat er nu negen personeelsleden in dienst zijn bij het bedrijf.’’ De curator zal vrijdag beslissen of de activiteiten van het vervoersbedrijf gestaakt worden of dat doordraaien zin heeft in afwachting van een doorstart.

Hoofdaannemer doet het voor weinig en onderaannemer voor nog minder.

Naast vele bedrijven die opgingen in overnames en andere constructies namen we de afgelopen tijd door faillissement afscheid van ondermeer City-Tax Kerkrade B.V., Schreurs Personenvervoer B.V, De Roo Taxi & Autoverhuur, Schuil Personenvervoer, Taxi De Hart B.V. en Verhoef Personenvervoer B.V. Al deze bedrijven hadden met elkaar gemeen dat het allemaal franchisenemers waren van het landelijk opererende De Vier Gewesten (DVG)

Taxi Ordelman verzorgde personenvervoer in de regio Zwolle, Deventer en Apeldoorn.  Het vervoer concentreerde zich voornamelijk in de plaatsen Heerde, Wapenveld, Epe, Oene, Emst, Vaassen en Apeldoorn.

Als curator werd aangesteld advocaat Bavo König.

Lees ook: Veel franchisenemers gaan failliet, openlijk vragen over de franchise formules


Wereldwijd aandacht gevraagd voor autogas

Op vrijdag 27 september Autogas Day plaats, een onderdeel van het 32e World LPG Forum en Europees Congres wat doorgaat van 24-27 september 2019 in het Hilton Hotel Amsterdam. De dag start met een internationale conferentie waar aandacht wordt geschonken aan het rijden op LPG en waar nationale en lokale initiatieven worden belicht en besproken. 

Doel van Autogas Day is om het bewustzijn voor LPG, als schonere brandstof voor met name auto’s, internationaal te vergroten. LPG wordt wereldwijd gezien als de belangrijkste alternatieve brandstof voor auto’s.

Kleine rol in het Klimaatakkoord.

In het Klimaatakkoord heeft LPG slechts een kleine rol, waarmee Nederland op korte termijn mogelijk kansen misloopt voor snelle en kostenefficiënte verduurzaming. Autogas Day richt zich op beleidsmakers, media, vlootmanagers, autohandelaren, leasebedrijven, klanten van bedrijven, studenten en consumenten. 

Tijdens Autogas Day komen de nieuwste innovaties aan bod, evenals de stand van zaken op de markt en ervaringsverhalen. De dag biedt uitgebreide mogelijkheden om nieuwe contacten te leggen.

‘Dag van het Autogas’ is ontstaan in 2018 in Nederland en georganiseerd door het Platform Autogas, onderdeel van de brancheorganisatie VVG (Vereniging Vloeibaar Gas). Bij het Platform Autogas zijn diverse LPG-leveranciers en LPG-systeembouwers aangesloten. In navolging van dit succesvolle initiatief vindt dit jaar de eerste Autogas Day wereldwijd plaats. Deze wordt georganiseerd door de wereldwijde LPG-brancheorganisatie WLPGA samen met de Europese brancheorganisatie Liquid Gas Europe.

LPG, populair rond de eeuwwisseling.

In de zomer en het najaar van 2005 begon lpg steeds populairder te worden, wat een rechtstreeks gevolg van de stijgende brandstofprijzen was, omdat de prijs van benzine binnen korte tijd veel toenam, terwijl de prijs van lpg gelijk bleef. De installateurs van de lpg-installaties werkten zelfs met wachttijden, omdat ze niet aan de vraag konden voldoen

Lees ook: Den Haag volgt Parijs waar op dit moment al 100 Toyota’s Mirai rijden

LPG gastank

Munckhof doet beste zaken in de taxisector

Het Limburgse Munckhof uit Horst deed naar eigen zeggen de beste zaken in de taxisector en in het aanbieden van reizen wat ondertussen het grootste bedrijfsonderdeel is geworden.

Meer investeringen en personeel, maar minder winst.

De omzetgroei is gebaseerd op de cijfers van 2018 die onlangs werden gepubliceerd. De groei ging ten koste van de winstgevendheid. Er werd wel meer geïnvesteerd maar ook het personeelsbestand nam toe, wat ten koste ging van de winstgevendheid. Daardoor daalde de nettowinst met zeven ton tot €3,5 mln.

De solvabiliteit, die een van de belangrijkste graadmeters is voor de financiële reserves, zakte van 36,4% naar 33%. In tegenstelling tot andere jaren deed Munckhof, wat wil uitgroeien tot een van de belangrijkste personenvervoerders in Nederland,  de groei in 2018 tot stand weten te brengen zonder overnames te plegen.

Verlies NS treinvervangend busvervoer.

Een pijnlijk moment in het afgelopen jaar voor het bedrijf, was het verlies van een van de belangrijkste contracten omdat de offerte te laat binnen was. Het NS treinvervangend busvervoer werd daardoor per 1 januari 2019 overgedragen.

De komende acht jaar gaan de Jan de Wit Group (voor de westelijke helft van het land) en ritregisseur Transvision (bekend van ondermeer het Valysvervoer) in de oostelijke regio voor NS het treinvervangend busvervoer verzorgen. De Wit won beide percelen, maar Munckhof, dat de afgelopen periode het treinvervangend busvervoer in de oostelijke helft van Nederland verzorgde, moest afhaken omdat de offerte te laat binnen was.

Munckhof Groep kiest voor Toyota ProAce Shuttle.

Wie binnenkort in een busje van Munckhof wordt vervoerd, heeft kans te zitten in een Toyota ProAce Shuttle. Het merk Toyota is nieuw in de vloot van ongeveer 1.400 voertuigen van Munckhof.

Munckhof werd in 1927 gestart als touringcarbedrijf maar in de gouden jaren 90 tijdens de WVG- periode kwamen daar taxidiensten bij. Het gespecialiseerde verder in zaken- en groepsreizen. Bij Munckhof werken momenteel ruim 2.000 mensen en worden circa 2.500 telefonische aanvragen voor taxivervoer verwerkt.

Lees ook: Dagelijkse busdiensten KLM naar Schiphol worden klimaatneutraal uitgevoerd

Munckhof groep

SLKT registreert 273 klachten over taxivervoer

In het eerste half jaar van 2019 heeft de Stichting Landelijk Klachtenmeldpunt Taxivervoer (SLKT) in totaal 273 klachten en 78 meldingen ontvangen. De reiziger kan niet alleen een klacht indienen over het taxivervoer van een specifiek taxibedrijf, maar kan ook een melding maken met op- of aanmerkingen ten aanzien van het taxibeleid in het algemeen.

Daarnaast komen meldingen ‘iets laten liggen in de taxi’ en ‘het blokkeren van de weg’ ook steeds meer bij het klachtenmeldpunt terecht. De stichting heeft ervoor gekozen om ook deze meldingen te registreren.

Categorie ‘tarief’.

Wanneer we kijken naar de aard van de klachten zien we dat in de binnen het consumentenvervoer (straattaxi) de meeste klachten binnenkomen. Reizigers kunnen aan de chauffeur een print bon vragen, een bon met ritinformatie, waardoor zij het exacte tijdstip weten waarop hun rit plaats heeft gevonden.

De SLKT ervaart deze print bon als een goede ontwikkeling. Taxibedrijven en taxichauffeurs zijn hierdoor beter te identificeren en de bon geeft objectieve informatie, wat ten goede komt aan de klachtafhandeling. Naast algemene klachten dat de tarieven voor de taxi gewoon duur zijn, zijn het voornamelijk taxi’s die bijvoorbeeld toeristen teveel laten betalen en buiten de taximeter rijden.

Categorie “niet op tijd”.

Binnen het contractvervoer zijn de meeste klachten binnen de categorie “niet optijd”, in totaal 47 klachten. Veelal mogen taxibedrijven binnen het contractvervoer 15 minuten vóór tot 15 minuten ná het afgesproken tijdstip de reiziger ophalen. Deze marge is ingesteld om taxibedrijven de mogelijkheid te bieden om ritten te combineren. Reizigers ervaren deze marge al als ruim, maar als taxi’s zonder overleg buiten deze gestelde tijden arriveren, leidt dit tot ergernis bij reizigers.

Categorie “Overige” .

De categorie “Overige” dient nader verklaard te worden. Een klacht kan slechts aan één categorie worden gekoppeld. Binnen de categorie “Overige” kan een klacht aan meerdere trefwoorden worden gekoppeld. In de verdeling van de categorie overige komt het gedrag van de chauffeur en de categorie “tarief” het meest naar voren. Veelal is het slechte gedrag van de chauffeur een reactie op een klagende reiziger over het tarief van een rit.

Sinds de start van het meldpunt werd duidelijk dat er niet alleen in geval van klachten door reizigers contact met het meldpunt gezocht wordt. Omdat de naam en de contactgegevens van het meldpunt op de tariefkaart vermeld staan, komen ook andersoortige telefoontjes binnen.

Het nummer van de SLKT wordt bijvoorbeeld gebeld als ergens een taxi in de weg staat of onhandig is geparkeerd. Ook wanneer men iets heeft laten liggen in de taxi, zoals hun mobiele telefoon. Veelal is via het P-nummer de achterliggende taxiondernemer te herleiden en kan de beller daarheen verwezen worden. Daarnaast denken sommige reizigers dat ze via het 0900 nummer een taxi kunnen bestellen. Verder zijn het meer informatieve vragen over taxibeleid of de werking van het meldpunt.

Lees ook:

 In Scheveningen wordt bierfietsverbod noodzakelijk na klachten bewoners over overlast


Parkings aan stations steeds vaker betalend

Aan ruim 400 treinstations is er een parking, bij 53 stations daarvan moet je intussen betalen om je auto kwijt te geraken. Dit jaar werden of worden 6 parkings betalend. Een noodgreep, zegt NMBS. Maar de lokale burgemeesters zijn het daar niet mee eens.

Volgens Elisabeth Ackaert  werd de parkeerdruk bij de openbaar vervoersmaatschappij aan de stationsparkings te groot. Veel pendelaars raakten er hun auto niet meer kwijt en weken noodgedwongen uit naar straten in de buurt van het station.

“Een groot deel van de mensen die gebruik maken van de stationsparking zijn mensen die zeer dicht bij het station wonen. Hen willen we, door de parking betalend te maken, aanmoedigen om op een andere manier naar het station te komen”, zegt Dimitri Temmerman van de NMBS in een reactie bij de VRT nieuwsdienst.

Maar volgens de spoorwegen worden de parkings ook vaak gebruikt door mensen die de trein niet nemen, bijvoorbeeld mensen die in de buurt van het station werken.

Gino Debroux, burgemeester van Landen

De burgemeesters zijn niet opgezet met de maatregel van de NMBS. Gino Debroux (sp.a) is schepen in Landen en vindt het niet kunnen dat de parking betalend is geworden.

“Wij hebben als stad mee geïnvesteerd in het opknappen van de stationsomgeving. Nu maakt NMBS de parking betalend. Eigenlijk betalen de inwoners twee keer: één keer via de stadsbelasting voor de opknapbeurt van de stationsbuurt, en nu dus voor de parking.”

De burgemeester erkent dat de parkeerdruk enorm is, en voor overlast zorgt. Maar hij ziet een andere oplossing: “De NMBS moet zorgen voor meer parkeerplaatsen. Elke dag stappen 3600 mensen in Landen op de trein, en er zijn maar 600 parkeerplaatsen. De parking betalend maken gaat dit niet oplossen.” 

Lees ook: Gentenaars krijgen waar ze recht op hebben na een constructief overleg


NS geeft regie uit handen voor kaartverkoop

NS zet een wel een heel opmerkelijke stap. Het vervoerbedrijf kondigde aan dat het bedrijven zoals leasemaatschappijen, touroperators en hotelexploitanten wil stimuleren treinkaartjes en abonnementen te verkopen aan hun klanten.

Eerste vormen van MaaS samenwerking binnen OV.

NS claimt de eerste vervoerder in Europa te zijn die een deel van de verkoop volledig uitbesteedt aan derden. Tot dusver had NS altijd het alleenrecht op de verkoop en bepaalde het alle reisvoorwaarden. 

NS werkt op die manier al jaren samen met partijen als Hema, Albert Heijn en Kruidvat die kaartjes met korting aanbieden aan hun vaste klanten. En dat gebeurt op de voorwaarden en onder regie van de NS. Het vervoerbedrijf bepaalt de korting die de kopers krijgen en het moment van reizen.

Volgens het FD hoopt het spoorbedrijf met het nieuwe partnermodel groepen consumenten in de trein te krijgen die zelden of nooit van het spoor gebruik maken. En het speelt in op de opkomst van de flexreiziger, de consument die soms de auto, soms de trein of de fiets neemt.

De nieuwe partners van de NS  kopen op grote schaal treinkilometers in bij de NS en verdelen die naar eigen inzicht onder hun klanten. Zij mogen zelf de prijs van een ticket of abonnement bepalen. Via bijvoorbeeld een app of de tankpas kan de klant gebruik maken van de trein.

Lees ook: Grootste fietsenstalling ter wereld in Utrecht


Grootste fietsenstalling ter wereld in Utrecht

Het tweede en laatste deel van de Stationspleinfietsenstalling is klaar. Daarmee heeft Utrecht de grootste fietsenstalling van de wereld. De stalling onder het Stationsplein biedt plek aan 12.500 fietsen. Ook loopt er vanaf dan een fietspad door de ondergrondse parkeergarage van het Smakkelaarsveld naar het Moreelsepark.

De stalling telt drie verdiepingen. Het onderste en bovenste niveau zijn voor zogenoemde dagstallers. Deze gebruikers kunnen hun fiets de eerste 24 uur gratis stallen. De begane grond is voor abonnementhouders.

Bij de bouw van de grootste fietsenstalling ter wereld moest 51.000 m3 grond worden verzet. Er is daarna 17.500 m3 beton gebruikt. Het vloeroppervlak van de stalling is ruim 21.000 m2 en de garage leunt op heipalen die bij elkaar een lengte hebben van 25 kilometer. De houten latten tegen de wand van de stalling hebben bij elkaar een oppervlakte van ruim 4.000 m2.

De gemeente Utrecht, ProRail, NS en het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat hebben geïnvesteerd in de stalling. De stalling heeft ruim 30 miljoen euro gekost. De gemeente heeft 20 procent van dit bedrag betaald.

Foto’s copyright: CU2030.nl

Lees ook: 
TRIPPS moet alternatieven voor de auto stimuleren in nieuw MaaS project Utrecht

Foto’s copyright: CU2030.nl